Baden is meer dan schoonwassen alleen.

Baden is meer dan schoonwassen alleen.
De Romeinen hadden hun thermen, de Middeleeuwse burgers hun badhuizen, de 19 eeuwse Fransen hun bidets, en de hedendaagse westerling althans, hun minimale douche, al dan niet lux uitgevoerd.

En in sommige gevallen zelfs uitgegroeid tot een natte leefkamer, uitgebreid met sauna, bubbelbad, jet stream etc.
Dat men ging baden, was natuurlijk al eeuwen lang niet ongewoon.
Al ver voor onze jaartelling, zo’n 6 eeuwen voor Christus, gingen de Grieken dagelijks in bad. Meestens s’middags, of vlak voor het avondeten. Zij baadden zich, door water over zich heen te storten vanuit een louteron, een soort platte schaal welk op een voetstuk stond. Zij deden dat in de open lucht, al dan niet in de schaduw van olijfbomen, man en vrouw gezamenlijk.
De mens was er al snel achter, dat men met water het stof van het lichaam kon spoelen, en dat het dan ook nog een verkwikking tot gevolg kon hebben.
Dat het badwater het liefst aangenaam van temperatuur moet zijn, is duidelijk, maar in sommige gevallen moest het water zelfs warm zijn, omdat de olie die de Griekse atleten gebruikten zich enkel met warm water liet verwijderen.
Maar onder de Romeinen in de eerste eeuw na Christus kwamen de thermale baden tot grote bloei. Zodra om ca.5 uur in de middag een grote gong weerklonk, ten teken dat het badhuis met zijn vele baden geopend was, stroomden de burgers massaal toe om gebruik te maken van hun bad en of overige ruimten. Een van de ruimten in het badhuis kon zijn, de warme luchtkamer het tepidarium, waar men door bedienden gemasseerd kon worden alvorens men naar de hete luchtkamer ging het caldarium.
Overal waar de Romeinen neerstreken, bouwden zij thermale baden.
Een knap staaltje van bouwkunst, met vaak zeer ingenieuze constructies om het water in veel gevallen van verre aan te voeren.
Zij schroomden niet, om kilometers lange aquaducten aan te leggen, om het bronwater waar zij bijzondere krachten aan toekenden, naar plekken te brengen, waar geen bronnen voorhanden waren.
Zij waren de pioniers wat betreft de kuuroorden.
In het Engelse Bath, waar de grootste bron maar liefst 45 graden Celsius had, hebben monniken in de 12e eeuw de Romeinse ruïnes van hun badhuizen gerestaureerd.
Maar ook in plaatsen als Xanten, Trier en zelfs Heerlen zijn restanten te bewonderen van voormalige Romeinse badhuizen.
In het midden van de 15e eeuw ging het er in de badhuizen vrolijk aan toe. Men begaf zich naar het badhuis, vaak slechts gehuld in een daarvoor doorgaand badlaken, of zelfs gewoon naakt, zo gewoon werd de dagelijkse gang naar het badhuis gevonden.
Zo gewoon, dat veelal de Duitse arbeiders in vroeger jaren Badegeld bij hun loon kregen.
In het water werden rozenblaadjes gestrooid en kamille toegevoegd, lieten de dames zich het haar wassen, en de heren lieten zich scheren.
Men werd gemasseerd met olie die naar kruidnagel of nootmuskaat geurde, kauwde men op kardemomzaadjes om de adem te verbeteren, dit alles als voorbereiding op het liefdesspel.
Dat liefdespel vond somtijds ook in het badhuis plaats.
Ook een waar genoegen vond men het, om zittend met z’n tweeën in grote badkuipen, warm water toegevoegd krijgen, en van een houten tafelblad in het midden een copieuze maaltijd te kunnen gebruiken waarbij de drank rijkelijk vloeide. En dat vele tweepersoonsbaden naast elkaar, met op de achtergrond de minstreel die liederen ten gehore bracht.
Voor de Katholieke kerk, was dat in hun ogen losbandige gedrag een doorn in het oog, en stelden zich streng op.
De verspreiding van ziekten zoals de pest, rode loop, melaatsheid en syfilis werden door de kerk verweten aan water en hete baden. De kennis van ziekten in die dagen was ten enenmale ontoereikend, om al die ziekten aan baden en warmwater toe te kennen. Bij de hedendaagse kennis, kan men bij sommige ziekten zich wel iets bedenken.
Eind 16e eeuw was het onder druk van de Katholieke kerk, gedaan met het baden, en was het een verboden genoegen geworden, en restte de mensheid niets anders dan te gaan zwemmen in de rivier, als die tenminste in de buurt voorhanden was.
Ook niet ongewoon was het, om in de 17e eeuw toch in bad te gaan, zij het dan in de beslotenheid van een eigen lux bad in de eigen woning. Hoewel artsen ernstig waarschuwden voor het baden, lieten welgestelden toch een eigen bad aanleggen. Niet ongewoon was het, om in bad drank te nuttigen en spijzen tot zich te nemen.
Warm water was dan afkomstig van een boven gelegen kamer, waar bedienden vaten vulden met warm water verwarmd op houtkachels, die men vervolgens door kranen in bad liet lopen.
Een galerij bood bezoekers de gelegenheid om baders en baadsters te bekijken of te bewonderen, maar het was gebruikelijk om gekleed in bad te gaan.
In de 18e eeuw werd het ook als chic ervaren, om in bad te gaan in het bijzijn van gasten.
Wel werd het water doormiddel van toevoeging van een scheut melk ondoorzichtig gemaakt, maar dat zal vermoedelijk niet erg veel geholpen hebben, als de gast ook nog een gewaardeerde toeschouwer was.
De toevoeging van melk, was nu ook weer niet zo ongewoon, want bekend is, dat Cleopatra zich baadde in ezelinnenmelk. Niet om het water ondoorzichtig te maken, maar om de eeuwige jeugd te verwerven.

Na het overlijden van Lodewijk de XIV, de zonnekoning, in 1715 brak er weer een nieuwe periode aan van baden. Na een periode van strenge etiquette en verboden van Katholieke zijde, brak er een tijd aan van intimiteiten en ontspanning.
Een gezondere levensstijl deed zijn intrede, en baden mocht weer.
Na het baden werd het gehele lichaam bestoven met poeder, om het lichaam zijdezacht te laten aanvoelen. Vanuit schaaltjes werd poeder geblazen door bedienden, richting de baadster die in een wolk van genot een laagje poeder op haar lichaam bestoven krijgt, en die vermoedelijk hoestend en proestend, het misschien Spaans benauwd heeft gekregen, maar wel zacht aanvoelt.
In de 18e eeuw, maakte marmeren en met lood beklede houten badkuipen plaats voor metalen baden, van koper of zelfs van blik, welke dan weer voorzien werden van een laagje tin of zilver al naar gelang men de beschikking had over de nodige financiële middelen. De buitenkant van het bad werd fraai beschilderd, en soms maakten meubelmakers er een waar kunststuk van door het geheel weg te werken in een bergère (leunstoel) of andersoortig meubelstuk.
Aan het eind van de Barokperiode in dezelfde 18e eeuw verschijnt er een geheel nieuw badkamermeubel, het bidet. Dit nieuwe meubeltje geschikt voor de intieme hygiëne verkreeg vele benamingen, in Italië bijvoorbeeld, “het hygiënisch paardje� en in Frankrijk “de vioolkist�. Van latere datum waren zelfs de tweepersoonsbidets, die naast, of tegenover elkaar gezeten, het reinigingsritueel konden uitvoeren.
Toppunt van chic was het, om gezeten op een bidet gasten te ontvangen, maar dan wel, althans zichtbaar gekleed.
Baden had buiten het schoon worden, ook nog andere aspecten.
Schilders gebruikten dit badgebeuren, door het op doek vast te leggen. Het baden was dusdanig algemeen ingeburgerd, dat zij op deze manier naakten op doek konden vastleggen, zonder dat zij zich daarmee de boosheid van de massa op de hals haalden, bloot buiten het baden om werd als onzedelijk ervaren.

Aan het eind van de 19e eeuw was het bad weer terug bij de tobbe.
De tobbe was ondiep van zink of e-mail, soms van zilver, maar dat lag aan de rijkdom van de gebruiker, men stond rechtop, en men sponsde zo het lichaam af.
Enkel het reinigen was toen belangrijk.
Niet lang daarna werd de douche zoals wij die kennen populair, omdat het een snelle manier van baden was, en hygiënischer.
Een bad is vaak nog wel voorhanden, maar dan als opvangbak met een doucheslang erboven, al dan niet met een douchewand afgescheiden van de rest van de badkamer. Bad en douche zijn beide daardoor afzonderlijk te gebruiken, en het ontvangen van bezoek tijdens het baden, is er niet meer bij.

Dat niet altijd het water aangenaam is, bewees de eerwaarde Sebastiaan Kneip (1821-1897), een voormalig wever, priester en homeopathisch arts in Duitsland, die er Spartaanse methoden op na hield. Hij was het die een heilzame kür introduceerde in Bad Lauterberg in de Harz, waarbij steenkoud water over het lichaam wordt gegoten. Niet zomaar koud, maar heden ten dage gekoeld met koelaggregaten. Zo gezond, dat je er de eerste minuten geen woorden voor kunt vinden. Dat niet hij, maar de natuurarts Johann Schroth (1798-1856) was de uitvinder van de koudwaterbaden, hij experimenteerde reeds rond 1830 met deze methode in Lauterberg. Welgestelde lieden begeleid door familie en bedienden in eigen equipage aangereisd, kwamen bij Dr. Schroth aan om zich te beklagen over hun al dan niet vermeende slechte gezondheid. Hij schroomde niet, en stopte hun onverbiddelijk en meerdere malen per dag in ijskoud water. Het werd een ware toeloop vanuit geheel Duitsland, alleen was het meer een masochistische attractie voor de rijken, en na verloop van tijd was het gedaan met de klandizie.
Rond 1926 werd opnieuw gestart, en de Kneippkuur die zelfs in Duitsland vanuit het ziekfondspakket betaald wordt, is algemeen aanvaard en bekend, zelfs de heilzame werking van zo’n kuur.

En toch herhalen zich alle perioden, baden is hygiënisch noodzakelijk, plezier in het baden mag uiteraard ook, het ontspant, en het kan ook sociaal zijn.
Maar in alle tijden kan het ook enig gevaar met zich meebrengen, hoe vreemd dit ook klinkt.

Onderstaande opsommingen mag U zelf in een categorie invullen.

Op vakantie zie ik nog in 1996 mensen in Tsjechië van alle leeftijden, uit hun huizen komen op vrijdagmiddag, gekleed in badpak of zwembroek de weg oversteken, en gezamenlijk in het water van een dode arm van de rivier de Laba (Elbe) stappen, de groene drab van algen opzij te duwen en spoelen, en zich vervolgens het “schone� water over hun hoofd te storten, en daarmee hun wekelijkse wasbeurt voltooien.
Zeep en of andere hulpmiddelen waren daarbij meestal niet aanwezig.

Ook het bezoeken van subtropische zwemparadijzen, sauna’s, of het gezamenlijk “aangenaam� vertoeven in het water van de bubbelbaden, en dat met de kennis van de legionella bacterie kon wel eens een gevoelige deuk oplopen.
Zelfs het gebruik van de eigen douche, en de kans van legionellabesmetting in een eigen bubbelbad die niet al te vaak gebruikt is, kan het plezier van waterspetteren bederven.
En wij spreken hierover in 1999

Het verpozen aan het water in recreatiegebieden met vele duizenden tegelijk, met “aangename� harde muziek uit joekels van draagbare sound blasters, heen en weer schietende voetballen, tafels van bierkratten en zich bezerend aan de achtergebleven glasscherven en bierdopjes al dan niet onder water.

Ook een oude man, zonder vaste woon en of verblijfplaats, die opgenomen werd in een ziekenhuis werd nog zieker van een verplicht bezoek onder begeleiding aan de badkamer. Behalve dan door regenwater, was hij nog nooit nat geworden.
Hij had wel eens iets over een douche gehoord, maar zoiets noch nimmer van binnen gezien.

Anton G.M.Heijmerikx
Schwetenkamp 5
49762 Lathen
Duitsland

Colofoon:
Nouveau mei 1999
Bad Lauterberg Rundum wohlfühlen.
Persoonlijk archief Anton G.M.Heijmerikx

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: