Autobusongeluk op 26-8-1924

Bij een autobusongeluk, op de weg van Heino naar Raalte, welke in de gemeente Heino plaatsvond, in de nacht van dinsdag op woensdag 26 augustus 1924 rond het tijdstip van half een zijn een groot aantal mensen om het leven gekomen. 6 vrijwel onmiddellijk, en 1 naderhand in het Sophiaziekenhuis te Zwolle, terwijl er ook enkele gewonden te betreuren waren.

Het waren 6 inwoners van Raalte, en 1 uit het naburige Wesepe.
Gerrit J.Wissink 35 jaar geb. Wijhe 10-11-1888, boerenknecht te Raalte, zoon van Jan Hendrik Wissink en Stevendina Hartkamp
Christina Johanna Schaasberg 25 jaar geb. Diepenveen 15-5-1899 dienstbode te Raalte, en haar zus Alberdina Christina Schaasberg 23 jaar geb. Raalte 7-6-1901dienstbode te Raalte, dochters van Nicolaas Schaasberg en Alberdina Beltman.
Willem Bannink 19 jaar geb. Heino 13-8-1905, boerenknecht te Wijhe, zoon van Derk Bannink en Johanna Lammerdina Jolink.
Antonie Brouwer 15 jaar geb. te Heino 8-10-1918, arbeider te Raalte, zoon van Gerrit Jan Brouwer en Antonia Steijn.
Alberta Kappert 15 jaar geb. te Raalte 20-6-1909, dienstbode te Raalte, dochter van Joannes Kappert en Gerritje Hulleman.
Toon Neuzink 32 jaar geb. 23-1-1892 te Wesepe, boerenknecht te Olst, zoon van Albert Jan Neuzink en Johanna Bouwmeester.
In totaal zaten 18 mensen in de bus, 16 passagiers 1 chauffeur en 1 bijrijder.
Het ongeluk was destijds een zeer groot en ernstig autobusongeluk, welke de gemoederen lange tijd hebben bezig gehouden
Het ongeluk hoe triest ook, haalde destijds de wereldpers, tot in Amerika toe.
De autobus was van de fa. Doevelaar uit Raalte, die de autobus pas een week geleden in gebruik had genomen, en was destijds op de terugweg van Heino naar Raalte, de inzittenden hadden een plezierritje gemaakt van Raalte naar Heino, waar rondom de kerk werd gereden, en weer terug naar Raalte. De bus was in Deventer gekocht, en de carrosserie stond op een Ford onderstel gemonteerd, maar was nog niet geheel af. De bus had een zijdeur aan de voorkant, en een nooddeur in het midden achterin, terwijl de zitplaatsen langs de zijkanten gesitueerd waren.
Deze ritjes waren erg populair, tijdens de Oranje festiviteiten t.g.v. de jarige koningin Wilhelmina die op 31 augustus haar verjaardag vierde.
Gerrit Jan Brouwer, welke familie was van de Doevelaars, bracht in Raalte passagiers bijeen, die de feestelijke ritjes wilden meemaken, was bij de vorige rit zijn dochtertje nog meegereden, nu mocht zijn 15 jarige zoon mee op de laatste rit.
Er werd over het traject van ca.15 km, langzaam gereden, men deed er wel 45 minuten over.
Deze festiviteiten waren Dinsdag 25 augustus eigenlijk al afgelopen, en dit was ironisch genoeg de laatste rit die gemaakt werd.
Op de terugweg, nog maar net buiten Heino, bemerkten de chauffeur Jan Doevelaar en zijn broer Herman Doevalaar als bijrijder, dat een van zijn koplampen niet goed meer functioneerde, en zette de bus langs de kant van de weg.
Kort nadat de bus tot stilstand was gekomen, sloeg een vlam omhoog uit het voorste gedeelte van de bus, welk vuur zich razendsnel naar achteren verplaatste.
De chauffeur en zijn broer konden ternauwernood uit de brandende auto komen, Jan de chauffeur raakte daarbij aan zijn handen gewond, en daarbij raakte zijn kleding ook nog in brand, welke gedoofd werd door in de naast de weg gelegen sloot met water te springen.
Vlak voordat de bus tot stilstand kwam, kwamen uit tegenovergestelde richting 7 wielrijders gereden, die de festiviteiten in Raalte bezocht hadden, een hunner was Anton Hartkamp uit Heino.
Nog vrolijk van de feeststemming, probeerden zij met hun fietslantaarns naar binnen te schijnen, om te zien wie er allemaal wel in de bus zaten.
Die lantaarns waren in die dagen carbidlantaarns, die constant licht gaven als er maar voldoende carbid en water in de lamp zaten, om zodoende gas tot ontwikkeling te brengen.
Toen zij in de gaten kregen, welke ramp zich voor hun ogen binnenin de bus afspeelde, gooiden zij onmiddellijk hun fietsen aan de kant, en probeerden met alle macht de nooddeur die aan de achterkant in het midden zat, open te krijgen.
Deze nooddeur zat tot ieders ontsteltenis op slot, zodat de inzittenden als ratten in de val zaten, de steeksleutel waarmee de deur te openen viel, zat in een van de zakken van Herman Doevelaar de bijrijder.
Ondanks dat de bus hoog op zijn wielen stond, de carrosserie een hoge bouw had, lukte het de zeven wielrijders, door een der achterraampjes in te slaan, en er toch nog zes personen levend uit de bus te trekken, een der inzittenden, de melkrijder Kemper uit Wijhe, kwam op eigen gelegenheid door een der ramen naar buiten gekropen.
Voor zes hunner kwam redding te laat, en overleden jammerlijk in de vuurzee waaruit ontsnappen niet meer mogelijk was.
Van de geredden was Willem Bannink uit Raalte er slecht aan toe, hij werd met een toevallig passerende auto van de fa. de Graaf uit Zwolle samen met de lichter gewonde Antonia Hageman meegenomen naar het Sophiaziekenhuis in Zwolle, waar Willem Bannink enkele dagen later overleed.
Reeds spoedig waren de politie, marechaussee en de doktoren van de Berg en Postma alle uit Raalte aanwezig, die de nog aanwezige gewonden eerste hulp verleenden. Met de auto van de heer Blom uit Raalte zijn zij naar Raalte vervoerd.
Die gewonden waren, Gerrit Jan Brouwer uit Raalte, aan beide handen gewond, Dina van Dam uit Raalte aan beide benen ernstig gewond, Jan Doevelaar uit Raalte aan beide handen en zijn hoofd gewond, verder raakten licht gewond, Anna ten Dam, G. Kemper, Willem Nijenkamp en Willie de Roos, enkel Herman Doevelaar kwam er zonder kleerscheuren vanaf.
De politie en de marechaussee hebben onmiddellijk hun superieuren in kennis gesteld van het ernstige ongeluk, en reeds met de eerste trein zijn vanuit Zwolle substituut-officier Mr.Viehoff en de deskundige de heer Stork uit Zwolle naar Heino gekomen om het onderzoek ter plaatse te leiden.
Her restant van de verbrande autobus is in beslag genomen, en in een nabijgelegen schuur van de landbouwer Bosch geborgen, om te achterhalen wat de oorzaak van het ongeluk is geweest zou kunnen zijn.
Op de plek waar het voertuig gestald stond, werd de pers in de gelegenheid gesteld om het geheel in ogenschouw te nemen, terwijl de verkoolde lichamen nog in de bus lagen.
Dat de lichamen deerlijk verminkt waren, blijkt wel uit het feit dat de vader van de beide zussen zijn eigen dochters niet kon identificeren.
Diezelfde dag is het onderzoeksteam nog uitgebreid met een tweede substituut-officier en de rechter-commissaris Mr.de Muinck.
Het wass wel een heel erg triest einde van de Oranjefeesten in Raalte.
Koningin Wilhelmina verzocht burgemeester W.A.P.Kerssemakers van Raalte, om haar deelneming te betuigen aan de familieleden van de slachtoffers, en informeerde naar de toestand van de gewonden.
Bij het onderzoek naar de oorzaak van het ongeluk, is de juiste toedracht nimmer boven water gekomen, en werd het ongeluk toegeschreven aan omstandigheden.
Wel werd de suggestie gewekt, dat mogelijk bij het eventueel bijvullen van benzine, of het bijlichten, om te zien of er genoeg brandstof in de tank zou zitten, er gebruik zou zijn gemaakt van vuur, mogelijk lucifers.
Het benzinereservoir bevond zich voorin, naast de stoel van de bestuurder.
Ook het op slot zitten van de achteruitgang, had niet zulke ernstige gevolgen hoeven te hebben, want doordat er ook van een spanjoletsluiting gebruik werd gemaakt, had men van binnenuit de deuren gemakkelijk kunnen openen, maar door de begrijpelijke paniek is dat niet gelukt.
Wel werden de voorschriften en constructie van autobussen, n.a.v. dit ernstige ongeluk herzien en aangepast.

Op zaterdagmiddag 30 augustus 1924, was het plein van de Nederl. Herv. Kerk te Raalte, vol gestroomd met honderden mensen, daartussen vele veemdelingen, verslaggevers met en zonder fototoestellen, om getuige te zijn van een treurig schouwspel, die in Raalte en wijde omgeving nog nimmer was voorgekomen. Het was het moment, dat 5 van de 7 slachtoffers van het autobusongeluk van afgelopen donderdag ten grave zullen worden gedragen.
Om kwart voor drie galmden de eerste sombere tonen van de dorpsklok over Raalte, ten teken dat de eerste rouwstoet binnen de kom van Raalte gearriveerd was. Kort achter elkaar komen ook de andere lijkwagens aangereden. Nadat de familie alle rijtuigen hadden verlaten, legde mevr. Cramer de domineesvrouw op elke kist een bloemstuk. Daarna zet de treurige stoet zich in beweging, met achter elke wagen de familieleden van de te betreuren overledene, op weg naar de dodenakker.
Voorop gingen drie mannen met bloemstukken, een grote krans van het gemeentebestuur van Raalte, en twee bloemstukken van de kerkenraad.
Daarop volgde een eenvoudige boerenwagen, door een paard voortgetrokken met het stoffelijk overschot van Bertha Kappert gevolgd door haar familie, daarna Gerrit Jan Wissink, Antonie Brouwer, Christina Schaasberg en als laatste de wagen met het stoffelijk overschot van Alberdina Schaasberg. Vele bloemstukken van familie en bekenden bedekken de baren.
Onmiddellijk achter de droevige rij loopt Dominee Cramer met een ouderling en een diaken, gevolgd door het dagelijks bestuur van de gemeente Raalte, burgemeester W.A.P. Kerssemakers, die de ambtsketting om heeft, en de wethouders Durenkamp en Westenenk.
Nadat de vijf kisten in de groeve zijn neergelaten, en de familie zich om de groeve hebben geschaard, worden de talrijke mensen die buiten de hekken van het kerkhof hebben gewacht, ook toegelaten tot de dodenakker.
Onder de aanwezigen ontdekte men o.a. Ds. Salverda uit Heino, Ds. Muller uit Nijverdal, Dr. Postema met twee zusters van de Prot.Wijkverpleging.
Ds Cramer sprak al de aanwezigen toe, en richt een troostend woord naar de familieleden toe. Na afloop van de dienst, waarbij niemand de wens geuit had om een woord te spreken, dankt Ds. Cramer de aanwezigen namens de verschillende families, voor hun belangstelling en medeleven, in het bijzonder het gemeentebestuur dat zich officieel had laten vertegenwoordigen. Diep onder de indruk verliet eenieder daarop het kerkhof, welk kerkhof een dag later overspoeld werd door inwoners van Raalte en wijde omgeving, om even stil te staan bij de slachtoffers van de ramp, van nog maar enkele dagen geleden.
Dezelfde zaterdagmorgen is tevens Toon Neuzink uit Wesepe ter aarde besteld in zijn woonplaats Wesepe, waar buren hem ten grave hebben gedragen, en Ds.Haas een toepasselijk woord heeft gesproken.
Willem Bannink tenslotte is op Dinsdag 2 september in Raalte ter aarde besteld.
En van Dina ten Dam was de toestand na 1 week redelijk te noemen, al werd zij nog wel verpleegd in het Sophiaziekenhuis te Zwolle.

Hoe het ongeluk heeft kunnen plaatsvinden, en wat de oorzaak van het ongeluk is geweest, meld de Provinciale en Overijsselsche Courant van 28 augustus 1924 en 1 september 1924 niet.
Kortsluiting en vrijkomende benzinedampen, roken in combinatie met benzinedampen, lekkende leidingen en kortsluiting, men kan van alles bedenken, en officieel is ook geen oorzaak bekend gemaakt, enkel werden de omstandigheden aangemerkt.
Wel blijkt, dat de autobus van binnen totaal is uitgebrand, maar dat aan de buitenkant er niet erg veel beschadigd is, behalve dan de kapotgeslagen ramen, en ook de motor maakt een redelijk onbeschadigde indruk
De autobus werd nadat het werd vrijgegeven door justitie, door de fa. Doevelaar verkocht aan twee personen, die het uitgebrande wrak op verschillende plaatsen in Nederland tentoonstelde,
om de mensen erop te wijzen, welke de gevolgen waren van dergelijke ongelukken. Maar bij navraag door het Deventer Dagblad, bleek dat winstbejag de voornaamste reden was.
Nadat alle droevige plichten waren vervult, bleek na enige tijd, dat er onder de inwoners van Raalte de behoefte bestond, om een monumentje op te richten, ter nagedachtenis aan de slachtoffers en ter herinnering aan het vreselijke ongeluk.
Dezelfde Overijsselsche en Zwolsche courant, plaatse op de voorpagina van 1 september 1924 een artikel van een soortgelijk ongeluk in Nunneaton, graafschap Warwick Engeland, waar een bus moeite had een heuvel te beklimmen, en waar men toen benzine bijvulde in de veronderstelling, dat met een vollere tank meer kracht verkregen zou worden. De gevolgen daar waren net zo verschrikkelijk, de gehele bus werd plotseling in vuur en vlam gezet, 7 passagiers kwamen in de vuurzee om, en 5 werden ernstig gewond.

Overigens werd het Heino’se ongeluk van nog maar enkele dagen eerder op een der binnenpagina’s gezet.

Uit de burgerij werd een comité gevormd, met als voorzitter Ds.Cramer en ere voorzitter burgemeester Kerssemakers.
Op 27 mei 1925 werd s’avonds om 7 uur het eenvoudige monument onthuld, in het bijzijn van een enorme mensenmenigte. Bij de toespraken werd Anton Hartkamp uit Heino bedankt voor zijn aandeel bij het redden van enkele inzittenden.
Bij het ontruimen van het kerkhof aan de Marktstraat in 1967, werd het monument verplaatst naar het dan in gebruik zijnde kerkhof aan de Deventerstraat, momenteel Westdorplaan, zodat de herinnering blijft.

Heden ten dage, weet iedereen, dat men nimmer met open vuur in de buurt van benzine of gas mag komen, maar in het eerste kwart van deze eeuw, waren auto’s nog een bezienswaardigheid, sloegen koeien en paarden nog vaak op hol als zo’n rokend en knetterend monster voorbij kwam, en was de auto nog maar in het bezit van een enkeling, en was onwetendheid vaak eerder de oorzaak van een ramp.
Want reed Ford al in 1896 door de straten van Detroit, en was het snelheidsrecord in 1904 al 166 km per uur, en werd in Italië in 1925 al begonnen met een autosnelweg op het traject Florence-Bologna.
In Nederland werden in die periode nog vaak de auto’s ingehaald door paard en wagen, als zij met pech langs de weg stonden, vaak tot groot leedvermaak van de koetsier. Diezelfde koetsier was overigens heel vaak overgestapt naar het beroep van chauffeur in de toch snel groeiende markt van automobielen.
Heel veel koetsiers, van bijv. plattelandsartsen, zijn de eerste chauffeurs geworden van diezelfde artsen, die het zich konden veroorloven een auto aan te schaffen.
Zo was de Raalter huisarts Kutschrutter, die men beter kende als d’Ole pille in het bezit van een auto, en zijn voormalige koetsier Hein Wissink werd de chauffeur. Op een gegeven moment werd de Ole pille toch ietwat angstig vanwege de voor die tijd ongewoon hoge snelheden, zeker ook gezien het feit dat vrijwel steeds over karrensporen gereden werd, en zijn chauffeur regelmatig met een hand het stuur los liet om te schakelen, zodat hij met het zweet op zijn voorhoofd tegen Wissink zei: “Hein hoal ie de haan astoebleef mar an’t stuur, dan zak zelf wel in de benzine reuren�, niet wetende dat men zonder schakelen geen stap vooruit kwam.

Maar zelf zag ik de afgelopen zomer nog een persoon gas tanken, die het raampje van zijn auto open had staan, de kinderen op de achterbank had zitten, en zijn vrouw achter het stuur. Hij rookte weliswaar niet, hij had zijn sigaret netjes in de asbak gelegd, zijn vrouw zat nog in de auto, haar sigaret losjes tussen haar vingers, alles volgens voorschrift zou je zeggen.
Maar er ging iets mis, de slang schoot om onverklaarbare wijze los, en een wolk gas kwam van achter de auto vandaan. Het was maar even, en het stonk ook maar even, en na die wolk kwam er niets meer, de veiligheidskleppen hadden hun werk gedaan, en de eigenaar kon gaan afrekenen, en kwam tot de conclusie, dat de betaling gelukkig meeviel, er was niet teveel gas ontsnapt. Lachend stapte hij weer naast zijn vrouw en kinderen in de auto, pakte onmiddellijk zijn sigaret, en kwam tot de conclusie dat die ook nog aanwas, en tevreden reden zij weg, met open raampjes vanwege de hitte. Hij realiseerde zich waarschijnlijk niet, dat hij nog kon lachen, autorijden etc. Want wat zou ieders reactie geweest zijn, als er de volgende dag in de krant had gestaan, en gelukkig lees je het zelden of nooit, als dat tankstation de lucht was ingevlogen vanwege onachtzaamheid, en dat daar dan vele aanwezigen bij verongelukt waren, en dat in de wijde omgeving aan vele huizen schade was ontstaan en ontelbare ruiten aan diggelen waren gesprongen. Hij had dat laatste zeker niet kunnen navertellen, en ik waarschijnlijk ook niet, want ik stond naast hem met de vulslang in de hand benzine te tanken, en mij vreselijk op te winden.

Anton G.M.Heijmerikx
Lathen

One thought on “Autobusongeluk op 26-8-1924

  1. Bij deze wil ik melden dat ik met aandacht het verslag van het busongeluk heb gelezen.
    Mijn vader, Hermanus Francuscus Doevelaar,geb.13-09-1888 volgens mij in Deventer en overleden 14-5-1936 in Zwolle.
    Zijn vader heette Dirk Jan en was eveneens als mijn vader
    (coiffeur) kapper.Ik ben benieuwd of dit mijn geboortelijn is.Is het ook mogelijk van dit verslag van het ongeluk een mail te krijgen ? Bij voorbaat dank. Graag verneem ik van u.Vriendelijke groeten.G.Doevelaar

    Like

Laat een reactie achter op G.de Vries-Doevelaar Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: