Schutterijen

Daar komen de schutters, daar komen ze aan,
Het begin van een oud liedje, wat in het verleden door menigeen gezongen werd.
Schutters, eigenlijk bedoelde men te zeggen beschutters, want decennia lang deden zij dat, het beschutten of beschermen van steden en dorpen en hun inwoners.

De verschillende gilden in een dorp of stad, waren de aangewezenen om de verdediging van hun woonplaats te verzorgen. Zij verdeelden de stad of stadsmuur in delen zodat ieder gilde zijn of haar deel bewaakte.
Die gewoonte stamde eigenlijk al uit de oudheid, de Franken hadden de gewoonte om uit hun midden mensen aan te wijzen die waakten over de vrijheid, eigendommen en de bewoners van hun woongemeenschap, en om daardoor de orde en rust, vrede en vriendschap te bewaren.
In de tweede helft van de 13e eeuw bloeiden de schutterijen op, en verkregen veelal hun eigen regelgeving of statuten, de zogenaamde Caerteregels. De leden of schutters die strijdbaar en goed geoefend waren, namen gaandeweg de verdedigingstaken over van de andere gilden.
Zij bekwaamden zich in een bepaald specialisme, en zo ontstonden bijv. de hand en kruisboog wapengilden, of het schermersgilde, de kolveniers of busschutters (primitieve geweren).
De schuttersgilden waren vanaf het prille begin, functioneel met de gemeenschappen van kerk en plaats. Met de opkomst van grote legers, van verschillende landen met hun heersers, verloren de schutterijen aan macht en invloed, en zeker hun militair karakter. De vele privileges en wetten die zij hadden gehanteerd, namen in zelfstandigheid af.
De binding met de katholieke kerkparochie is daarentegen gebleven, en dat verklaard, dat in grotere plaatsen met meerdere parochies, er meerdere schutterijen zijn. De schutterijen zoals wij die kennen, zijn dan ook veelal in het zuiden van Nederland, en in het aangrenzende deel van België te vinden.
De schutterijen hebben ieder een eigen patroonheilige, meestal een heldhaftig persoon, die als volksheld of martelaar zijn sporen had verdiend, namen als St.Sebastiaan, St.Joris, St.Hubertus, St.Martinus enz. komen veelvuldig voor, maar ook St.Ursula, de patroonheilige van de parochie, en de voormalige schutterij van Kleine Brogel, waar onze oudste voorvaders geboren en getogen zijn. Ook zijn leden van onze familie, lid geweest van het schuttersgilde, en een hunner heeft het gebracht tot schutterskoning.
Een zilveren edelsmeedwerk is bewaard gebleven als de Breuk van het Gilde van St. Ursula. Deze breuk bestaat uit een zilveren ketting met vogel en 20 zilveren schilden.
Het eerste jaartal wat daarop voorkomt is 1716, en het laatste is 1812, alsmede vele initialen die veelal terug te leiden zijn tot namen van schutterskoningen.
Nr 16 is een versierde zilveren plaat of schild, versierd met een zon in reliëf en de initialen KVDW= (Klaas van de Weegh), en LL= (Laurens Leen), TOT KLEYNE BROGEL 1789.
Sommige schilden hebben als tekst, O.L.Vrouwe gilde, en anderen St.Ursulagilde, en dat zou erop kunnen wijzen dat er vermoedelijk twee schuttersgilden hebben bestaan, een voor jonggezellen en een voor gehuwden, na 1749 is er nog slechts sprake van een gilde.
Ook is bewaard gebleven, het originele uit 1749 op perkament geschreven reglement met als titel: CAERTE REGELS van de gilde broeders van Cleijnen Brogel onder de aanroeping van de H.H.Maria, godts moeder, ende H.Ursula, als patronessen derselve gilde.
(Deze caerteregels zijn aan het eind van dit artikeltje opgenomen)
Ter ere van hun patroonheilige, onderhielden de schutterijen een altaar van dezelfde naam in hun parochiekerk, en hielden daar eens per jaar de jaarmis voor hun overleden schutters. Meestal werd op de naamdag van hun patroonheilige, de wedstrijd voor het koningschieten gehouden, die dag begint met een plechtige H.Mis, waarbij alle leden uiteraard in hun uniformen aanwezig zijn. Vervolgens gaan zij in processie naar het kerkhof, om de overleden leden te herdenken. Daarna gebruikt het gezelschap de gezamenlijke schuttersmaaltijd, en trekken vervolgens wederom in optocht naar de schietboom op het toernooiveld.
Nadat de ereschoten van de burgemeester en de pastoor geklonken hebben, kan het eigenlijke werk beginnen, en vliegen de loden kogeltjes naar de houten, versierde vogel boven op de paal. Met een oorverdovend gejuich, wordt het koningsschot begroet, en gaat de nieuwe schutterskoning op de schouders, en vloeit het gerstenat daarna rijkelijk tot diep in de nacht, of zelf tot vroeg in de morgen.
Op kermismorgen, zal de nieuwe schutterskoning vervolgens trots als een pauw achter de schuttersvlag aanmarcheren, omhangen met vele blinkende zilveren schilden, aaneen geregen aan een zilveren ketting, met op de nieuwste en meest glimmende zijn naam gegraveerd met het jaartal van de overwinning tot schutterskoning. En aan zijn zij, zijn koningin, met achter hun, de in uniformen gestoken overige leden van de schutterij, in volgorde van belangrijkheid begeleid door oud koningen, koninginnen, keizers, keizerinnen, vendeliers en bielemennekes, marketentsters, geweerdragers, zij trekken voort, om zo een stuk folklore en volkscultuur in stand te houden, met een uitbundige euforie aan kleuren, en dat alles begeleid door driftig trommelende of blazende muzikanten, en gadegeslagen door tienduizenden genietende mensen, uitroepend, daar komen de schutters, daar komen ze aan.

Gildereglement van het St.Ursula schuttersgilde van Kleine Brogel gedateerd 9-7-1749.

Caerte regels
Van de Gilde broeders van Cleijnen Brogel onder de aanroepinge van de H.H.Maria godtsmoeder en de H.Ursula als patronessen derselve gilde.
Volgens out gebruijk sal jeder houwelijck die den pastor moe¬ten betalen, moeten geven een halve tonne goet bier.
Jeder Schutter sal gehalden sijn alle jaergetyden die gefun¬deert syn te hoeren op pene van thien stuyvers, ten zij sieck was oft buytens dorps welcke amende terstont door bevel der deekens moet betaelt worden.
Alle de gilden broeders syn verobligeert met devotie in de prcessie te gaen op H.Sacrament dach ende feestdach van de H.Ursula op pene van vyf stuyvers.
Die eenige oneerbaerheyt in de processie sal bedryven sal voor jeder oneerbaerheyt oft gegeven schandael betalen eenen gul¬den.
In cas den tydt toelaet, oft prykel soude syn van ketters van oneer aen te doen aen het H.Sacrament sullen de schutters met geweer de processie wachten op pene van 25 stuyvers.
Maer die met speck oft stoppen oft scherp geladen in de kerck oft processie sal schieten sal betalen vyf guldens.
Niemant sal uyt syn gelede gaen op pene vyf stuyvers, niemandt sal klappen ofte couten in de processie oft kercke op pene dry stuyvers.
Niemant sal de deekens oft officiers tegenspreeken in de pro¬cessie op pene van thien stuyvers.
Noch op andere optreckende dagen op penen van dry stuyvers.
Alle het gene d’officiers samen sullen goet vinden ofte ordon¬neren noodigh te syn sal jeder geobserveert worden op pene van twaelf stuyvers.
In cas den tydt vereyscht en togelaten wordt den vogel te schieten, sal de compagnie samen naer den boom trecken met een roer en jeder in syn gelede op pene dry stuyvers, daer niet te schieten sonder permissie van den Heer.
Men sal loten wie den Eersten en voorders op beurten sal schieten.
Soo wie vooe syn beurte sal schieten, en den vogel afschoot en sal niet coninck syn, maer sal op syn eygen oncosten eene an¬deren vogel moeten op setten.
Den afgeschooten coninck sal deeken syn endie sal noch eenen anderen deeken kiesen.
Den vogel afgeschooten synde sal jeder schutter aen den co¬ninck geven thien stuyver des sal den coninck gehalden syn een plaete te coepen aen den vogel ten minsten voor vyf gulden.
Den voogel afgeschooten synde sal de compagnie trecken int geledde naer de herberge daer toe gesteld op pene voorsschre¬ven.
Soo wie den vogel drymael achter een sal afschieten sal keyser syn en blyven tot dat hy afgeschooten word en den keiser sal hebben van de compagnie twee goudt guldens eens ende soo langh sal keyser syn vry gelaegt.
In de herberge synde sal niemant kyven oft onbeleeft jemant aenspreeken op pene van vyf stuivers.
Niemant sal in argen jemanden voor schelm, dief, oft anderen oneerlyken naem uyt kyven op pene van vier gulden terstont te betalen oft te doen panden des niet tegenstaende sal den mis¬dadiger terstont syn woord herroepen, ende syne tegen parthy houden voor Eerlyck op pene van vijf en twintig guldens.
Niemant sal syn mes op jemanden trecken op pene van thien goudt guldens.
Ende het mes getrocken synde soo daer jemant mede gequelt wort sal den misdadiger gestraft worden volgens ordonnantie van de hooge officiers en voor de confreers geven thien pattacons.
Soo wie pot, pint, oft glas vrywillig sal breeken sal die ter¬stont betalen en geven voor amende thien stuyvers.
Soo wie iemant met pot oft glas oft stock sal slaen, sal geven de amende van dertigh guldens aen de confrerie.
Soo jemant met de vuyst sal slaen oft in argh met hayr trecken sal geven de amende van thien gulden.
Soo d’officiers gewaerschouwt syn doot jemandt der gilde, dat er Eenige amende soude gevallen syn ende in faut bleven sullen de gewaerschouwde officieren de amende selfs betalen.
Soo wie syn geweer verkeert oft op de verkeerde schouders draagt sal geve een stuyver.
Officiers oft Compagnie sullen geen vreemde knechten oft je¬mandt vremts mogen aannemen onder de gilde op pene van twee gulden.
Al onder de Schuttery os oft opgenomen en sal daer niet mogen uytgaen ten zij op schiet dach en dan terstont te betalen een pont wasch ter Eeren van haere patronessen en aen de Compagnie een gulden.
Soo er Eenige officiers quamen te sterven oft buytens dorps quamen te trouwen en sullen die officien niet vercogt worden ten zij op schiet dach.
Officiers en sullen niemandt hun officie laten bedienen ten zij met consent der gilde.
Den coninck en tamboer sullen vrij gelaeg hebben en d’offi¬ciers half gelaegh.
Den tamboer sal volbrengen de plichten aen hem door d’offi¬ciers bevolen op pene van cassatie.
Soo jemandt der gilde broeders quamp te sterven sal de geheele compagnie den overleden ter aerde dragen ende begraven alwaert ookck int tydt van besmettelyke siecktens op pene van vier gulden aen hunne patronessen en den particulieren in fout bly¬vende sal geven thien stuyvers.
Dar voor de compagnie sal genieten het beste cleedt des over¬ledenen te lossen met tien stuyvers waer voor een misse moet gecelebreert worde tot laeftenisse van den overleden in welke misse alle gilde broeders moeten compareren op pene van 10 stuyvers ten sy sieck oft buytens dorp was.
Niemant sal in de camer mogen caert spelen hooger als 2 oort op pene van 10 stuyvers.
De son ondergaende sal het gelaeg geeyndight syn, ende geeyn¬digt synde sal jeder naer huys gaen met respect sonder jemant te molesteren op pene van dertigh guldens en tien stuyver.
Daegs voor eenen optreckenden dach sullen d’officiers bier gaen coopen daere hun belieft maer op de processie dagen moet het int dorp gecocht worden en dan verteeren 10 stuyvers.
Niemant der gilde broeders mach eenen vriendt tracteren in de camer dan met dry droncken staende op pene van dry stuyvers.
Niemant sal vloeken oft swerren in de camer op pene van ses oorden.
Soo wie buytens dorp geslapen heeft voor een optreckende sal vrij van ghelaeg sijn.
Het bier gecogt sijnde sal de tonne niet mogen opgesteeken worde ten zij op gestelden tydt op pene van vyf stuyvers.
Jeder sal syn gelaegh betalen op den selven dach dat verteert is op pene van thien stuyvers.
Soo wie dese artykelen te boven gaet en in fout blijft van d’amende te betalen sullen de deekens met de schutterije pan¬den voor de amende ende het gepandt goedt onder hun vercoopen sonder verder recht.
Iemandt buytens dorps trouwende sal alle optreckende dagen half gelaegh geven ten zij compareert oft syn afscheydt neemt betaelende een pont wasch ende eenen gulden.

Sijne Doorluchtige Eminentie gesien hebbende die regels ende conditiens hier onder verdragentusschen die schutters der con¬fraterniteyt opghericht in het dorp Cleynen Brogel onder die aenroepinghe van die Alder heyligste Maget ende de Heylige Ursula declareert die selve bij sijne princelijke autoriteyt te approberen ende te confirmeren, ordonnerende aen een jeder een van sigh daer aen te gedragen op pene ende amendens daer in uytgedruckt, sonder prejudicie nochtans ende alteratie der genige sijn toestaende aen die hooge officiers ende Heeren Craeghs uyt van de Generale Mandaten en geven in den geheimen rade van sijne Doorluchtige Eminentie den 9 julii 1749, was geteekent Baron de Breidbach met neffens den segel in roede hostie onder de chestret.

Cocordantiam huius copiae cum originali attestor.. nots.

Anton G.M.Heijmerikx
Lathen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: