Boerhaar, dorp aan de Soestwetering.

Johannes Martinus Heijmerikx, geboren in Twello op 16 augustus 1817, was de eerste bakker op de Boerhaar. Hij trouwde er Everdina Langenhorst, die haar achternaam te danken heeft aan de boerderij waarop zij geboren is erve Langenhorst, en waar in vroegere tijden een schuilkerk gevestigd is geweest, maar daarover later meer.
De Boerhaar, welke bij de oudere generatie ook bekend als Hengeveld of Heugeveld, bestond in 1848 uit 540 inwoners, waarvan de helft katholiek is. Er staat een katholieke kerk welke aan de H.Willibrordus gewijd is, en waar van heinde en ver zo’n 900 katholieken kerken.

De kerk van toen was van het waterstaatstype met een kleine toren en is in 1819 gebouwd en ligt zeer fraai gelegen aan de Soestwetering.
Maar alvorens men deze kerk bouwde, was er wel het een en ander aan voorafgegaan.
Na de reformatie, brak er een tijd aan, dat de schuilkerk zijn intrede deed, omdat het katholicisme verboden werd, een dezer schuilkerken was o.a. gevestigd op Erve Strijdveen aan de Raalterweg. Dit erf werd in 1653 gekocht door pater Egbert van Vilsteren een Jezuiet, die in Wijhe geboren was, om centraler in zijn uitgestrekte arbeidsveld te kunnen wonen en werken.
Veel medewerking verkreeg hij evenwel niet, zelfs werd een verzoek om uitbreiding met nog twee jezuïeten door de apostolisch Vicaris in Deventer afgewezen, met als reden jullie Jezuïeten zijn maar oproerkraaiers.

Men zag in die dagen dan ook liever wereldgeestelijken in hun plaats, maar geboren uit welgestelde ouders, en gesteund door zijn twee ongehuwde zusters die in Wijhe woonachtig waren, was hij in staat om zijn eigen weg te gaan.
Op Strijdveen preekte hij dikwijls voor een gehoor van zo’n 150 mensen, gaf les aan 400 kinderen, en zijn hele werkgebied bestond uit zo’n 1500 katholieken.
Op 22 januari 1660 stierf hij oud, maar niet versleten, en tot het laatst vol vuur, op zijn Erve Strijdveen en begraven in het familiegraf in de oude kerk van Wijhe. Vele paters Jezuieten zijn na hem nog doende geweest hun arbeid te verrichten, vaak onder moeilijke omstandigheden. Vervolging en afpersing waren aan de orde van de dag, ondanks dat men werkte onder een redelijke bescherming van de uiteraard katholieke adel, welke ook regelmatig geld schoof, zoals Jan Gerrit Vriese van de Wesenberg die ter ere gods geven sal 25 gulden, voor die tijd een gulle gift.

In 1672 veroverde de bisschop van Munster, Bernardus van Galen, bijgenaamd Bommen Berend, deze streek, zodat de katholieken uit hun schuilplaatsen konden komen, en vaak hun oude kerkbezit terug kregen door bemiddeling van diezelfde bisschop.

De vrijheid was evenwel van korte duur, want in 1674 trokken de troepen zich terug en de pastoors van o.a. Heino en Olst verlieten hun kudde en de zielzorg viel wederom terug op twee paters.
Pater van Wissen kreeg de zorg voor Raalte en Heino en Petrus du Jumont het gebied van Wijhe en Olst.
Van Wissen kwam al gauw in aanvaring met het gezag en werd vrij spoedig opgepakt, en voor 700 gulden kon men hem vrijkopen, wat men gedaan heeft, maar hij diende dit gebied te verlaten. Jumont diende het werk daarna alleen op te knappen, en hij begon op Erve Langenhorst in de nabijheid van een katholiek adellijk huis de Wesenberg een schuilkerk, en maakte van daaruit telkenmale een rondje langs de andere schuilkerken, waar hij een welkome en geziene gast was.

In de loop van de tijd kwamen er op meerdere plaatsen schuilkerken, zo ook op Erve de Vos in de marke Hengelvelde waar pater Boelens, vanaf 1716 vele dopelingen genoteerd heeft met hun woonplaatsen in de vorm van boerderijnamen zoals op de Horst, op ’t Streng, op de Bangele, de Bril, Strijdveen, Grol, cleyn Camps in Pleegst, cleyn Reuvelt, Maetmanshuus, Joxhorst, aan ’t Wolthuys te Wesop, op Daslever, op Vettewinkel, op ’t Agterhuys, op de Bree in kloosterhoek enz. en daaruit blijkt dat zijn parochie erg groot en omvattend was.

In 1742 kwam de eerste wereldgeestelijke naar de Vos, de in Zwolle geboren Hendricus Johannes Schaepman, die zelf schreef in 1773 dat hij als missionaris volgens zending van de nuntius te Brussel, in 1742 op St.Janszomer gekomen was.
Rond 1750 konden de gelovigen in Middel kiezen tussen Boskamp en de Vos, beide afstanden werden uiteraard in die tijd lopend afgelegd, en het gebeurde dan ook vaak dat bijv. de vader met een gedeelte van de kinderen naar de vroegmis ging, omdat er nu eenmaal iemand thuis moest blijven bij de allerkleinsten, en bijv. de moeder met de anderen in het gezin naar de late dienst ging, zodat men elkaar tegenkwam ergens halverwege zodat degenen die gedragen werden omdat ze nog niet, of nog niet zover lopen konden overgegeven werden, en dat de ouderen van kleding wisselden omdat er nu eenmaal niet genoeg geld was om iedereen in zondagse kleren te steken, dit ritueel kon men overal tegenkomen, en was niet kenmerkend voor deze streek.

In 1795, onder de Franse tijd, werd bepaald dat er geen of bevoorrechte of heersende kerk in Nederland geduld zou worden, dus er was voor iedereen vrijheid van godsdienst. In 1799 telde Broekland 73 katholieken, waarvan er zo’n 20 in Raalte kerkten in de kerk op de Heemen aan de andere kant van het dorp Raalte.
De schuilkerk op de Vos diende nog tot 1819 als kerk en werd na 130 jaar verplaats naar de Boerhaar, maar dat ging zeker niet zonder slag of stoot.
Omdat de Vos danig in verval was geraakt, en de eigenaar van Sonsbeeck van den Alerdinck het niet wilde verkopen, moest men uitzien naar een nieuwe plaats, en net zoals dat in vele plaatsen het geval was, waren ook hier de meningen nogal verdeeld.
De parochianen van Wijhe roken hun kans om de kerk in hun dorp te krijgen, terwijl de Broeklanders hun dorp verkozen. De aartspriester van Salland Nicolaas te Pas uit Raalte gaf door tussenkomst van Koning Willem I opdracht, om een kerk te stichten tussen de oude kerkplaats de Vos en Wijhe, zodoende kwam men uit op een plaats aan de Soestwetering, waar een stuk grond lag met de naam Boerhaar, en welke door de eigenaar Gerrit Weyermars vrij en onbezwaard aan de Rooms Catholieke gemeente werd afgestaan om er een pastory en kerk te bouwen.

Dat er naar de koning geluisterd werd, is niet verwonderlijk, want hij was het die een bedrag van F 5.000,- in het kerkzakje deed voor de nieuw te bouwen kerk.
Uit eigen gelederen kwam er F 2.000,- binnen zodat daarmee het financiele plaatje rond was, en men met de bouw van een kerk van het Waterstaatstype in aanvang kon nemen.
Op 17 november 1819 werd de nieuwe kerk ingewijd, waarbij ook grote aantallen niet katholieken aanwezig waren, die zich vermoedelijk niet wilden laten kennen, want de collecte bracht voor die tijd het grote bedrag op van F 250,-.
Salland was vanaf die tijd een nieuw dorp rijker, de Boerhaar. Omdat pas in 1853 de kerkelijke hiërarchie werd hersteld na drie eeuwen, en er daarna pas weer bisschoppen konden worden benoemd, deed pastoor Hermannus Maas geboren en getogen op de Boerhaar, alle moeite om met behulp van die bisschoppen een katholieke school op de Boerhaar te krijgen, wat hem in 1859 lukte, deze school was de eerste bijzondere school van het aartsbisdom, maar het duurde nog tot 1920 voor er sprake was van een redelijke rijksvergoeding.

In 1869 werd door toedoen van Wijhenaren, een kerk gesticht in het dorp Wijhe waardoor het aantal parochianen drastisch terugliep van 1500 naar1100, later in 1912 kwam het nogmaals tot een afname van ca. 400 door de afsplitsing van Broekland, die vanaf 1869 bezig waren om in hun dorp ook een katholieke kerk te stichten, hun tegenstanders, de Wijhenaren hadden immers in dat jaar hun eigen kerk, maar zij hadden niet gerekend dat hun pastoor Verhoef de plek niet wilde verlaten.
De kerk was dan oud en nodig aan vervanging toe, maar nieuwbouw aan de wetering tussen de hoge bomen vond hij bijzonder fraai. De Broeklanders en de parochianen uit Middel hadden duidelijk een andere mening, maar enige medewerking vanuit de Boerhaar was uiteraard niet of nauwelijks te verwachten.
Ook Heeten deed verwoede pogingen om een eigen kerk te bezitten in hun nabijheid, en stelde voor om onder Wesepe ergens een stuk land te kopen, maar voor Broekland is dat niet zover gekomen.

Pastoor Verhoef deed ook nog een poging om partijen tot elkaar te brengen, maar doordat hij niet door de hele gemeenschap werd gesteund, leden zij schipbreuk.
Kort daarna werd hij ziek en overleed hij met een duidelijke boodschap aan de Broeklanders om voor een eigen kerk te strijden. Zijn opvolger Pastoor de Laat kreeg van de bisschop opdracht onpartijdig te onderzoeken waar de nieuwe kerk moest komen. Hij liet er geen gras over groeien, en bracht zijn plannen in stemming, waarbij bleek dat het overgrote deel van de parochie geen veranderingen wilde, maar Broekland en Middel wilden dichterbij naar kerk en school.
De bisschop heeft toen maar besloten om in de Boerhaar een nieuwe kerk en school te bouwen, maar een fel en heftig protest waren het gevolg, waardoor hij de plannen ijlings introk en een onafhankelijke commissie opdracht gaf alles nog eens op een rijtje te zetten.

De beslissing bleef na het onderzoek ongewijzigd, een kerk en school op de Boerhaar.
Verontwaardiging en teleurstelling waren het gevolg, en een afvaardiging van Broekland en Middel trok op een zondagmiddag naar de pastoor om hem eens duidelijk uit te leggen waar het op stond, maar hij was gehouden aan het bisschoppelijk besluit, waarop verschillende ouders dan maar besloten om hun kinderen naar een openbare lagere school te sturen, en toen waren de rapen pas echt gaar.
Talloze bezoeken aan Utrecht, en evenzoveel verzoeken en acties, deden de bisschop uiteindelijk toch overstag gaan, en op 14 februari 1911 kreeg de Deventer kapelaan H.Mocking de opdracht om in Broekland een nieuwe kerk te stichten.
En zoals te verwachten, hierdoor kwam een storm van protest vanuit de Boerhaar, omdat deze Broeklanderkerk veel te dicht bij kwam te staan, een nieuwe kerk was nog daar aan toe, zij kregen zelf ook een nieuwe kerk, maar dan wel zover mogelijk bij hun vandaan.
Na enkele weken, kregen zij al hun zin, en werd de plaats voor de nieuwe kerk in Broekland ongeveer 1 kilometer oostwaarts verplaatst.
Het kerkbestuur van de Boerhaar kocht in 1911 een stuk grond voor F 1.375,- in Broekland, maar ook de bouw van de kerk en pastorie, alsmede een fonds waaruit de pastoor moest worden onderhouden groot F 10.000,- kwam voor rekening van de parochie Boerhaar.

Niet dat de parochie Boerhaar armlastig was, maar zo’n aderlating is nu eenmaal gevoelig, maar gelukkig had men toch goed geboerd, en donderpreken hielpen in die tijd zeker ook erg goed, terwijl ook vele mensen in die tijd legaten aan de kerk nalieten. Ook had de parochie Boerhaar geld belegd, zoals zo velen, in Russische spoorwegen zoals o.a. de Nicolas Railroad, maar hadden zij doordat zij voor de nieuwbouw geld nodig had, deze van de hand gedaan voordat de Russische revolutie deze aandelen van de een op de andere dag waardeloos maakte en de Boerhaar hier geen gevoelig verlies leed, iets wat vele kerken en ook particulieren in die dagen wel deden.
Op 21 februari 1911 kreeg men een contract door aannemer J.H.Vos aangeboden voor de bouw van een kerk te Boerhaar voor een bedrag groot F 50.000,- en een kerk voor Broekland voor F 40.000,-
Het contract is getekend door pastoor de Laat en G.J.J.Beltman secretaris van het kerkbestuur. Aan beide kruiskerken is te zien, dat ze van dezelfde tekentafel kwamen, n.l. architect Kroes uit Amersfoort.
Opzichter van beide kerken wordt opzichter H.Hardeman die dagelijks met koets en paard tussen beide kerken pendelt om daadwerkelijk toezicht te houden, hij was voor de bouwvakkers al van verre zichtbaar in aantocht, zodat zij ruimschoots de tijd hadden om lege flesjes bier tussen de spouw te laten verdwijnen, zodat daar nog het nodige aan statiegeld te halen is.
Begonnen op de Boerhaar in het voorjaar van 1911, is met het plaatsen van de haan op de toren door de zoon van Hardeman in januari 1912 al voltooid, terwijl de kerk in Broekland eind november 1912 werd opgeleverd.
Voor een goede metselaar viel er in die dagen F 2,50 te verdienen, al diende men daar wel 10 uur voor te werken, opzichter Hardeman streek F 125,- per maand op.

Johannes Heijmerikx stierf 9 december 1870 op de Boerhaar en heeft de laatste perikelen rond de kerk niet meegemaakt, zijn vrouw overleed op 22 augustus 1898, terwijl hun zoon Frederik geboren en getogen op de Boerhaar de bakkerij overnam, er trouwde met Johanna van Middel ook geboren en getogen op de Boerhaar.
Zij kregen samen 10 kinderen, maar veel geluk hebben zij niet gekend, 8 van de 10 kinderen werden of dood geboren of stierven kort achter elkaar op jeugdige leeftijd aan de Spaanse griep, een dochter is later 7 weken getrouwd geweest met de meesterknecht, zodat zij de bakkerij zouden kunnen voortzetten, maar hij overleed onverwachts aan een niervergiftiging, een radeloze vrouw achterlatend.

In 1927 is de bakkerij verkocht, tezamen met het woonhuis en een boerderij, maar alleen een katholiek had het recht van koop, vermoedelijk had het enige andere kind welke nog in leven was hier een aandeel in, hij was op dat moment Pastoor van Enter, en studiegenoot van de latere Kardinaal de Jong.
Frederik Heijmerikx stierf in december 1926, terwijl zijn vrouw Johanna van Middel nog geen jaar eerder was overleden, na een huwelijk van bijna 45 jaar. Hun 40 jarig huwelijk was nog uitbundig gevierd, waarbij de plaatselijke muziekvereniging Amacitia nog een serenade had gebracht, de eerste serenade in hun bestaan, welke vereniging door een klein aantal mensen was opgericht waaronder twee neven Willem en Anton Heijmerikx.

Anton G.M.Heijmerikx Lathen

5 gedachten over “Boerhaar, dorp aan de Soestwetering.

  1. Dag Anton,
    op zoek naar iets (on-)zinnigs om vanavond te gebruiken bij de opening van de Brase Karmse, zie ik dit leuke stuk van je. Ik ga nog eens meer van je opzoeken.
    Alles goed bij jullie? Hartelijke groet, ook aan Ton.
    Cor van den Berg.

    Like

  2. 10 aug. 2006 Grave
    Hatstikke mooi stuk.
    Brengt de Boerhaar weer wat tot leven .
    Groeten
    Bert Wellenberg.
    Zoon van Bernard Wellenberg en Gerherdina Boerdijk

    Like

  3. het was prettig.om dit te lezen ik ben geboren 30 september 1938
    op Daslever 3 als de oudste zoon van Jans Strijdveen die geboren is op het Agterhuis aan de raalterweg als zoon Lambert Strijdveen
    ik woon nu al 44 jaar in limburg
    groetjes

    Like

  4. Bedankt voor deze geschiedenis. Ik probeer op het Internet de familiehistorie te onderzoeken en dit verhaal brengt het tot leven. Mijn oma ging te kerk in de Boerhaar, ze overleed in 1918 toen mijn moeder 2 was, daarom weet ik weinig van de familie, alleen dat overgrootvader Dieks van Duren van de Duurse Straat daar tot in de oorlog te kerk ging. Dit helpt zeker om wat meer te ontdekken over hun leven. Mijn oma Gerharda Henrika liet haar Nederlandse taal schrift achter, met opstellen over koninginnedag en briefwisselingen, van toen ze 11 was en op de Boerhaar naar school ging (1898). Het is bijzonder rijk taalgebruik vergeleken bij nu. Groeten A Forster, Broadstairs Kent UK

    Like

  5. Beste mensen, op zoek naar gegevens en foto van Hendrikus Mocking kwam ik dit mooie verhaal tegen, waarin hij ook even wordt genoemd.
    Ik zit in de archiefcommissie van onze kerk(h.aartsengel Michael in Harlingen ) en ben ook vrijwilliger in het r.k. documentatiecentrum voor Friesland in Bolsward. Mijn vraag: bestaat er een foto van hem???? en zijn er ook gegevens, behalve die, die op zijn bidprentje staan???
    U zou ons daar een GROOT plezier mee doen! Scannen is prima, sturen ook, kosten worden vanzelfsprekend vergoed.
    Een hartelijke groet vanuit Harlingen, Thea Elsinga

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: