Amerikagangers, emigranten in de 19e eeuw.

In perioden van armoede, ontstaan er vaak onlusten door ontevredenheid, de geschiedenis laat dat keer op keer zien. Wanneer dan ook de overheid in zijn beleidsplannen geen rekening houdt met de grootste groep mensen, dan vraagt men om een herhaling van het verleden.

Ook in de 19e eeuw ontstonden die onlusten, en dat had tot gevolg dat grote groepen mensen vertrokken als emigrant naar de nieuwe wereld, Amerika het land van de onbegrensde mogelijkheden.

De redenen van die volksverhuizing lag in het feit, dat de Nederlanden samengevoegd werden na de Franse overheersing, in het zuidelijke overwegend katholieke deel en het noordelijke overwegend protestante deel, onder leiding van Koning Willem I, die tevens hoofd was van de Nederlands Hervormde kerk.

De Nederlands Hervormde kerk was dus min of meer een staatskerk.

Enkel het verschil in godsdienst, was al problematisch, terwijl het overwegend katholieke zuidelijke deel vrijwel schuldenvrij was en de industriële revolutie ook reeds op gang gekomen was, en het overwegend protestante noordelijke deel onder een enorme staatsschuld gebukt ging, en er nog nauwelijks of geen geïndustrialiseerde industrie was.

Daar waar mensen hun brood mee verdienden, was de landbouw met hier en daar een koe erbij, en textiel in de vorm van huisweverijen, een enkeling ontsteeg de armoede, en was als ambtenaar of onderwijzer werkzaam. Zij moesten dan wel lid zijn van de Nederlands Hervormde kerk, andersdenkenden kregen geen baantje bij de overheid.

Dat verklaard ook dat vele bedrijven, winkeliers en handelaren van Katholieke huize waren, zij kregen immers ook geen overheidsbaan, terwijl het Joodse deel van de bevolking altijd al in de handel gezeten heeft.

Men kan zich voorstellen, dat dit niet zo door kon gaan, temeer ook omdat de overheid niet aan inkomenspolitiek deed, de belastingen bestonden hoofdzakelijk uit accijnzen en waren dus gelijk voor iedereen, arm of rijk. Het gezegde de rijken steeds rijker en de armen steeds armer deed hier zeker opgeld. Ook aan armoedebestrijding deed de overheid niets, zij liet dat over aan de liefdadigheidsinstellingen van de kerken, die op hun beurt hulp staakten als de hulpbehoeftige zich te weinig in hun kerk liet zien, al was het maar op de achterste bank.

Men was dus overgeleverd aan de willekeur.

Velen vertrokken in het begin van de 19e eeuw in die uitzichtloze toestand richting stad, daar “woonden� de meeste mensen, en daar dacht men werk te vinden. In korte tijd, woonden zo 25 % van de Nederlandse bevolking van de noordelijke Nederlanden in de 4 grote steden, en bestond de bevolking aldaar hoofdzakelijk uit bezitloze arbeiders, het proletariaat dus.

Het gevolg was grote ontevredenheid, opstanden en rumoer, met als triest hoogtepunt, de onafhankelijkheid van België, waar prins Leopold uit het huis Saksen-Coburg, als koning Leopold I staatshoofd werd. Deze Leopold was overigens een oom van de Engelse koningin Victoria, en had op die manier zeer veel macht en aanzien binnen Europa.

Deze onafhankelijkheid werd op 4 oktober 1830 uitgeroepen, tegen de zin van Koning Willem I, en het duurde tot 1839 voordat de vrede gesloten werd, wel met gevolg dat de voorlopige grenzen van 1830 opnieuw werden vastgesteld door Zeeuws Vlaanderen, Noord Brabant bij de Noordelijke helft te laten, en een deel van Limburg en Luxemburg ook aan het noorden toe te wijzen. Dat betekende dat Nederland tol ging heffen in de Zeeuwse wateren, hetgeen de haven van Antwerpen geen goed deed, en het duurde tot 1863 voordat de Scheldetol werd afgekocht en er weer voorspoed kwam in de Antwerpse haven en mede daardoor in België.

Luxemburg werd overigens nadat ook zij in opstand waren gekomen, door het verdrag van Londen op 11 mei 1867 een zelfstandige staat, met als hoofd onze eigen koning Willem III, en pas bij diens overlijden in 1890 ging de troon over op een mannelijk familielid van het huis Nassau, groothertog Adolf van Nassau (1890-1905), omdat koning Willem III geen mannelijke nazaten had die daarvoor in aanmerking kwamen.

Op 1 april 1818, werd op initiatief van Johannes van den Bosch, onder bescherming van Koning Willem I en diens zoon Prins Frederik, de ” Maatschappij van Weldadigheid” opgericht, met als doel paupers, bedelaars, landlopers, vondelingen en wezen, op te voeden tot “zedelijkheid en een eer­lijk zelfbestaan”, door hen onder te brengen in landbouwkolo­nies op te ontginnen gronden, meestal heide en veengronden.

De eerste kolonies werden gesticht op de woeste gronden in de omgeving waar Friesland, Drente en Overijssel samenkomen. Achtereenvolgens te Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelmi­na’s oord, genoemd naar de koning en diens eerste vrouw Wilhelmina van Pruissen en hun zoon Frederik. Dit waren nog vrije kolonies, weliswaar onder streng toezicht, maar toch had men de mogelijkheid om zich op te werken tot een zelfstan­dig bestaan.

De steden stuurden echter veelal arme sloebers en bedelaars naar die gebieden, en verplaatsten zo hun problemen, terwijl ook veelal stedelingen gestuurd werden die van het buitenleven geen verstand hadden, en de gevolgen lieten zich raden.

Er waren uiter­aard ook mensen, die het ontwend waren om te werken, of die lichamelijk niet in staat waren om te werken, maar ook zij die weiger­den om in het gareel te lopen.

Daar moest dwang aan te pas komen, en dat kon uiteraard niet in een vrije kolonies. Daarom werd al vrij spoedig gezocht naar een geschikte plek, waar dat gerealiseerd kon worden, en men maakte de Ommerschans, een oud verdedigingswerk uit de 80 jarige oorlog daarvoor geschikt.

Overstromingen, misoogsten en zeer strenge winters tussen 1830-1840, ziektes zoals cholera, tyfus en pokken 1843-1845, en in diezelfde periode ook nog eens de aardappelziekte waardoor volksvoedsel nummer een schaars werd, waren de druppel die de emmer deed overlopen. In augustus 1845 bereikte de schimmel Europa, en een maand later was de aardappeloogst in Ierland compleet verwoest. Dat had tot gevolg dat ca.1 miljoen Ieren de hongerdood stierven, en ruim 1.2 miljoen Ieren emigreerden naar Amerika. Ook in de Belgische Kempen werd de aardappeloogst zo goed als vernietigd, en staat daar bekend als de polkaziekte. Het bracht in Nederland geen revolutie, omdat bij de Nederlandse bevolking elk politiek bewustzijn ontbrak, maar de vrees voor een revolutie, en berichtten uit Frankrijk en Duitsland, waar revoluties wel uitbraken hebben zeker een rol gespeeld in de radicale ommezwaai die Koning Willem II (1850-1859) maakte, van het tegenhouden van grondwetswijziging tot het wijzigen van de grondwet, buiten de ministers om, die prompt allen ontslag namen. Ook al was Thorbecke onder Koning Willem II een der belangrijkste politieke figuren, hij was bij de koning niet geliefd, en die benoemde dan ook de reactionair Gerrit Schimmelpennick tot formateur. Inmiddels was koning Willem II overleden, en zijn opvolger koning Willem III (1849-1890) kon niets anders doen, dan Thorbecke te benoemen.

Het was Johan Rudolf Thorbecke (Zwolle 14 jan.1798- s’Gravenhage 4 juni 1872) als voorzitter van de commissie voor Grondwetswijziging die de veranderingen doorvoerde.
Als minister van Binnenlandse Zaken, was hij in 3 kabinetten (1849-1853)(1862-1866)(1871-1872) de belangrijkste persoon.
Een minister president als voorzitter van het kabinet is pas van na de 2e wereldoorlog.

Ook de kerk begon zich te roeren, de Nederlands Hervormde kerk was met aan het hoofd de koning, min of meer een staatskerk, en van die staatskerk behoefde de bevolking dus niets te verwachten. En de katholieken kregen door de grondwetswijziging van 1848 de kerkelijke hiërarchie terug, zeer tegen de zin van het protestante volksdeel, in felle geschriften en bewoordingen. Zelfs een handtekeningenactie van ruim 250.000 handtekeningen, en het ontslag van de toen zittende regering ten spijt, is die kerkelijke hiërarchie in 1853 toch hersteld. Het herstel van de kerkelijke hiërarchie, en de felle tegenstand, was verklaarbaar door de scherpe wijze waarop het rechtens volkomen gewettigd herstel werd uitgevoerd.

En bij velen leefde ten onrechte de angst, dat Nederland op weg was zijn protestante karakter te verliezen.

Het was Ds. Hendrik de Cock (Wildervank 12 april 1801-Groningen 14 nov.1842) die zich fel teweer stelde tegen de naar zijn idee steeds meer vrijzinnige kerk. Hij was door contact met de gewone mensen tot inkeer gekomen, en volgde steeds meer het oud gereformeerd belijden van Calvijn.

Ds. De Cock was fel, vurig en uitdagend, en dat kon niet ongestraft blijven, de kerkelijke liberale kerkbesturen gingen onredelijk en partijdig te werk. In december 1833 wordt hij geschorst, maar gaat desondanks verder met zijn werk, het preken en stichten van nieuwe groepen afgescheidenen.

Hij beklaagd zich over de tegenwerking, en wendde zich tot de koning, maar dat had tot gevolg dat hij voor 3 maand in het gevang verdween van eind november 1834 tot februari 1835, waar hij ongebroken en strijdvaardiger als ooit uit terug kwam.

Ook voor zijn volgelingen, en dat waren er steeds meer, had dat allerlei vervelende gevolgen, zijn volgelingen waren veelal van arme komaf, mensen die niets te verliezen hadden.
Zo kwam het voor, dat de molenaar van Hellendoorn een boete kreeg opgelegd van Æ’ 125,- terwijl zijn verdienste per week niet hoger was dan Æ’ 5,-

In 1835 werd Ds. Hendrik de Cock, hij was op dat moment predikant te Ulrum, definitief uit de Nederlandse Hervormde kerk gezet, en vestigd zich te Smilde als dominee der Afgescheiden gemeente, hij sticht in vele plaatsen Afgescheiden gemeenten.

Een van zijn medestanders van het eerste uur, Dirk Hoksbergen uit Oldebroek, later wonend in Marle onder de gemeente Wijhe, maar kerkelijk behorend onder Wilsum gemeente Olst, haalde Ds. Hendrik de Cock naar Kampen. Reeds de volgende dag op 4 juni 1835 is er een Afgescheiden Gemeente in Kampen opgericht, en de toeloop is zo groot, dat de Cock zich praktisch niet kan houden aan de afspraak niet meer dan 20 mensen tot zijn diensten toe te laten. Dat was voor Kamper politiecommissaris Nehrkoker aanleiding om hem te arresteren, en naar Zwolle over te laten brengen, ondanks dat de procureur-crimineel Mr.Wicherlink uit Zwolle schriftelijk de Kamper politie had verzocht niet in te grijpen.

Na verhoor zonder gevolgen, werd Ds de Cock tenslotte maar weer vrijgelaten.

De stichting van een nieuw kerkgenootschap dicht naast de gevestigde Hervormde Kerk werd niet getolereerd, temeer niet wanneer het uit de koker van de gewone gelovige komt.

De overheid gaat uiteindelijk na jaren gesteggel wel overstag, en erkend de nieuwe geloofsrichting schoorvoetend, maar de moeilijkheden blijven voor de afgescheidenen bestaan.

De Afgescheiden gemeenten houden hun 1e synode in 1836, Ds. de Cock  was de 1e scriba van de 1e synode van de Afgescheiden gemeenten die gehouden werd in Amsterdam.

Vanaf 1837 was hij werkzaam in de stad Groningen tot aan zijn dood in 1842.

Omdat de Afgescheidenen toch nog de nodige tegenwerking bleven ondervonden, ging men zoeken naar mogelijkheden en plekken waar zij ongestoord hun geloof konden belijden.

Waren er in het verre verleden al vele Hollanders naar het Nieuwe Land vertrokken,  en hadden daar Nieuw Amsterdam gesticht het latere New York. En kwamen daarvan de berichten en verhalen, zij het mondjesmaat binnen.

Was er in 1614 al een Hollandsche nederzetting Fort Nassau, en in 1624 Fort Oranje nabij Albany, en kon toen de kolonisering van Manhatten beginnen.

Het was de West Indische Compagnie die er de handel tot bloei bracht, en er een bijzonder systeem hanteerde. Wie met 50 volwassen pioniers een kolonie wilde stichten verkreeg uitgebreide stukken land in bezit langs de rivier de Hudson. Overigens raakte Holland zijn Nieuw Amsterdam definitief  kwijt in 1674 aan de Engelsen die de naam veranderden in New York, maar de Hollandse geest waart er nog steeds rond, al was het enkel maar in de naamgeving. (Harlem=Haarlem, Brooklyn=Breukelen, en Peter Stuyvesant de laatste gouverneur (1647-1664)) kent iedere Amerikaanse inwoner.

Ook het verhaal van de Amish, een afgescheiden geloofsgenootschap van de Mennonieten, en volgelingen van Jacob Ammon, een ouderling uit de 17e eeuw wiens denkbeelden een afscheiding teweeg brachten binnen de Mennonieten, en die op het eind van de 17e eeuw emigreerden naar vooral Pennsylvania om daar ongestoord hun geloof te kunnen belijden.

Zij kwamen hoofdzakelijk uit  Zwitserland, de Franse Elzas en Zuid Duitsland, en trokken vanuit Zurich via Bonn en Groningen naar Pennsylvania

Ook in latere jaren, komen veelal Hessische soldaten, die in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog hebben gevochten terug, en zij komen op doorreis naar hun geboortegrond in Hessen Duitsland, met fantastische verhalen uit het land van vrijheid, ruimte en de onbegrensde mogelijkheden.

Ds. Albertus Christiaan van Raalte (Wanneperveen 17 okt. 1811- Holland Michigan 7 nov. 1876) studeerde theologie te Leiden, maar werd niet toegelaten tot de Hervormde kerk omdat hij weigerde zich te onderwerpen aan de reglementen van de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij sluit zich aan bij de Afgescheidenen, en ondervind de moeilijkheden aan den lijve van onderdrukking en achteruitstelling. Na een predikantschap in Genemuiden-Mastenbroek (1836-1840) en Ommen (1840-1844) en grote onenigheid en onderling gekrakeel binnen de Afgescheiden Gemeenten, is hij het beu en vertrekt naar Noord Amerika.

Hij is het, die in 1846 met een 50 tal volgelingen emigreren naar Michigan, waar zij een nieuwe landbouwkolonie stichtten met de naam Holland. Zij zoeken en vinden daar gronden, die zij in overeenkomst menen met dezelfde grond als die zij in Nederland achterlaten, en dus vertrouwd zijn. Zij laten andere gronden die zij gratis aangeboden krijgen aan hun neus voorbij gaan. Dat zou ermee te maken kunnen hebben, dat in het zuiden de slavernij nog heerste, en zij zich daarmee niet in wilden laten. Andere kolonies volgen, en van Raalte is dan zowel geestelijk als maatschappelijk leider. Hij sluit zich met zijn volgelingen aan in 1850 bij de Reformed Church of Amerika, maar het zouden geen Hollanders zijn, die het er mee eens zijn, en een andere groep sticht in 1857 de Christian Reformed Church.

Inwoners uit het naburige Zeeland sluiten zich ook aan bij de Christian Reformed Church.

Anno 2000 telt hetzelfde plaatsje Zeeland in de staat Michigan met 3.800 inwoners maar liefst 10 kerkgenootschappen.

In 1858 krijgt Ds. van Raalte een eredoctoraat van de universiteit van New York, maar teleurgesteld omdat hij zijn droom van parochiale christelijke scholen niet kan verwezenlijken, overweegt hij naar Nederland terug te keren. Hij krijgt die kans, bij de synode van Amsterdam in 1866, maar zijn verlangen is na de synode danig bekoelt dat hij toch weer terugkeert naar Holland Michigan, daar legt hij zijn ambt neer in 1867, nog maar 56 jaar oud.

Ds. Seine Bolks uit Hellendoorn vertrekt ook naar het nieuwe land een jaar na het vertrek van Ds. van Raalte, in 1847 maar met hem gaan 200 volgelingen mee, voornamelijk afkomstig uit Hellendoorn en directe omgeving. Ds. Bolks was een voormalig schaapherder, landbouwer bij zijn huwelijk op 11 juli 1838 in den Ham met Geertje Brouwer. Bij zijn vertrek in 1847 neemt hij volgens de papieren wel zijn echtgenote en 2 dienstboden mee, kinderen worden niet genoemd, wel dat hij van beroep dominee is.

Hellendoorn is een gemeente die in 1847 ca. 800 inwoners telt, maar het bestuur reageerde niet bij het vertrek van 25 % van zijn bevolking, of het zou moeten zijn dat hiermede een deel van de problemen zich zelf had opgelost.

Ook in Winterswijk, waar ca. 20 % van de bevolking richting Amerika vertrekt, en ook die gemeenteraad laat het stil gaan, maar vergadert wel 3 dagen over de kosten van verpleging van een hunner krankzinnige inwoners, zonder daarvan hun eigen krankzinnigheid in te zien.

In Amerika aangekomen, sticht ook Seine Bolk met zijn volgelingen in Michigan een landbouwnederzetting met de naam Overisel.

Je zou haast verwachtten, dat de stichting de naam Hellendoorn zou krijgen, maar Ds. Seine Bolk vond de naam in het Engels met HELLendoorn niet passend, vandaar Overisel.

Ook Ds. Seine Bolk vertrok al na enkele jaren weg uit Overisel, en overleed in het nabij gelegen Orange City in 1894, 80 jaar oud.

Ds. Hendrik Peter Scholte (Amsterdam 25 sept. 1805- Pella Iowa 25 aug.1868) was van hersteld Lutherse afkomst, studeerde te Leiden, en werd hervormd predikant te Doeveren (1833) en keerde zich weldra tegen het liberalisme in de Hervormde kerk. In oktober 1834 reisde hij naar Ds. de Cock in Ulrum, en hij is min of meer aanstichter tot de afscheiding. Ds.Scholte werd door de classis Heusden waaronder Doeveren viel, al snel geschorst.

Hij was de 1e voorzitter van de synode van de Afgescheidenen te Amsterdam in 1836, en waar Ds. de Cock 1e scriba was.

Ds. Scholte raakte overigens al snel in conflict met zijn geestverwanten, o.a. met Hendrik de Cock en werd beschuldigd van onruststokerij en chiliasme, een naam voor het Duizendjarig rijk beschreven in Johannes (hoofdstuk 20)

In 1846 stichtte hij de Christelijke vereniging tot bevordering van landverhuizing en in 1847 emigreert hij met maar liefst 800 volgelingen naar Pella Iowa, alwaar prairiegronden worden ontgonnen om hun bestaan op te bouwen, en alwaar onder zijn leiding een bloeiende kolonie ontstond.

Waarom Ds. Scholte naar Iowa, en niet naar Michigan vertrok, lag mogelijk aan de conflicten die hij had gehad met geestverwanten.

De afstand tussen beide staten was zeker in die dagen enorm.

Bij de kerkscheuring van 1856 sloot een groot deel van zijn gemeente onder invloed van Ds. van Raalte zich aan bij de Reformed Church. Ds.Scholte blijft volharden, en preekt voor zijn volgelingen nog altijd in de chiliastische geest tot aan zijn dood in 1868.

Een jaar na zijn dood, is zijn groep gelovigen opgeheven, en verspreid onder de andere welig tierende kerkgenootschappen.

Of Martin van Buren (Kinderhook N.Y. 5 dec.1782- Kinderhook N.Y. 24 juli 1862) afstammeling van Nederlandse emigranten, senator voor de staat New York, minister van buitenlandse zaken 1829-1837, vice president 1837-1841, president van Amerika 1837-1841, ook invloed heeft gehad op al die Nederlanders die naar Amerika kwamen, is niet duidelijk, maar het zal zeker niet in het nadeel gewerkt hebben.

De reis naar het verre Amerika, zal niet gemakkelijk geweest zijn, voor mensen die in het gunstigste geval misschien lopend, enkele kilometers buiten hun geboortegrond geweest zijn, om daar een dienst te kunnen verwerven bij boeren in de omgeving als dienstmeid of boerenknecht, of om de diensten in hun kerk bij te wonen. Heel misschien zijn zij eens op een jaarmarkt geweest in Zwolle of Deventer, maar dan had je het ook wel gehad.

En al was men vastbesloten om de oversteek over de grote plas te maken al dan niet in groepsverband met een leider zoals, van Raalte Scholte of Bolks, zekerheid van aankomst had men zeker niet.  Men moest tijdens de reis vele ontberingen doorstaan, op overvolle boten, onder de meest erbarmelijke onhygiënische omstandigheden, en dan nog maar niet te spreken om verzeild te raken in een storm, waarbij opeengepakt dan zeker de meeste passagiers zeeziek worden, en de stank ondraaglijk is. Velen overleven de oversteek dan ook niet, en is men eenmaal aangekomen in Amerika, dan moet men nog via Albany naar Michigan zien te komen, alwaar de meeste Nederlanders naar toe trekken. En eenmaal aangekomen, moet de laatste hindernis genomen worden, om met de boot over het Lake Michigan aan de overkant zien te komen. Het kon maar zo gebeuren, zoals het gezin van het echtpaar Landeweerd uit Holten, die met hun 5 kinderen scheep gaan met de Phoenix, om de oversteek te maken.

Onderweg ontstaat brand in het schip, en er komen 200 opvarenden jammerlijk om in de vlammen, waaronder 120 Nederlanders en enkel de oudste en jongste dochter van het gezin Landeweerd overleven de ramp. En was het gezin in Nederland min of meer afhankelijk van de armenzorg van de kerk, in Amerika was dat dus na alle moeite niet veel anders, pure pech dus, de omstandigheden in Nederland ontvlucht, om in Amerika in nog grotere ellende te geraken. Maar kwam men op de plaats van bestemming aan, dan kon men onmiddellijk beginnen met het omhakken en verzagen van bomen, om op die manier een schamel onderkomen te bouwen en zodoende een dak boven het hoofd te hebben, en van waaruit men de grond kon bewerken om er een bestaan proberen op te bouwen.

Het was een keihard bestaan, met veel te kleine en overvolle huizen, onhygiënische omstandigheden, met daarbij toch ook veel kindersterfte en ziektes, kortom heel veel ellende. En dat laatste was nu net de reden waarom men uit Nederland vertrokken was.

In Amerika, hebben de meeste Nederlanders een gebied uitgekozen waar zij in elk geval dicht bij elkaar woonden, zodat zij elkaar konden steunen daar waar nodig. Heden ten dage zijn nog de Hollandse invloeden nog merkbaar en te zien, niet enkel aan familie en plaatsnamen die veramerikaanst zijn, en van Hollandse oorsprong, maar ook aan de ontelbare molens en klompen die je daar kunt zien en kopen in de souvenirwinkeltjes.

Kortom, ook al spreekt men de taal niet meer, zij zijn trots op hun Hollandse “roots�.

Dat al die Nederlanders in het buitenland in den vreemde bij elkaar zijn gaan wonen, vind met eigenlijk heel gewoon, behalve als buitenlanders in Nederland bij elkaar gaan wonen, dan moet er zo nodig spreiding plaatsvinden.

Bredero zei het al in het hele verre verleden, het kan verkeren.

Anton G.M. Heijmerikx Lathen

Colofoon:
Internet, diverse sites
HCO Zwolle
Winkler Prins encyclopedie

4 gedachten over “Amerikagangers, emigranten in de 19e eeuw.

  1. Met belangstelling heb ik uw artikel over de emigranten en de afgescheidenen gelezen. Ik heb zelf in 1996 een artikel geschreven in De Proosdijkoerier, het blad van de historische vereniging De Proosdijlanden over de afgescheidenen in Mijdrecht. In 1855 emigreerde ds Van Tubbergen , die in 1853 als candidaat was benoemd met een aantal gelovigen naar Amerika. Dit zijn de enige gegevens die bij ons bekend zijn. Ik ben benieuwd hoe het deze mensen daar is vergaan. Weet u misschien iets hierover of kunt u mij zeggen hoe ik moet zoeken om daar meer over te weten te komen. Ik hoop dat u me enigszins wegwijs kunt maken Met vriendelijke groeten
    Fred deWit
    fred.de.wit@hetnet.nl

    Like

  2. M.
    Ik ben Zoekende naar Lucas Schiphorst geboren in 1849 en vanuit Nederland vermoedelijk vertrokken omstreeks 1873 en op 13 maart 1888 te Grandville Michigan overleden blijkens een advertentie van zijn ouders.Hij was daar arts.
    Het ontbreekt mij aan de gegevens omtrent zijn vertrek uit Nederland en met welke boot en wat er meer is te vinden
    Van de gemeente Hattem kreeg ik de informatie dat hij in 1895 was vertrokken naar Amerika maar dat is onjuist gezien zijn overlijdensdatum Kunt U mij helpen? Ik heb hem tot nu toe niet kunnen vinden in een grote hoeveelheid passagierslijst die ik doorgespit.
    vriendelijke groeten en bij voorbaat dank voor de te nemen moeite
    Willem Schiphorst

    Like

  3. Dat is heel goed mogelijk en daarom neem ik alle schepen die in New York aankomen op de korrel Ik ben ook al bezig geweest met schepen die uit die havens vertrokken zijn omdat amerika natuurlijk meerdere havens heeft Omdat ik destijds uitging van het jaar 1895 kwam ik op “de Elbe” terecht en die kreeg een aanvaring in de buurt van Engeland waarbij veel mensen verdronken zijn Hier bracht het dagblad van het noorden helderheid met de destijds gepubliceerde passagierslijsten en ook daar kwam hij niet op voor. Ze zeggen wel eens het houd je van de straat en zo is het hiermee ook.Bedankt voor de reactie en wij gaan nog even door,
    vr gr willem schiphorst

    Like

Laat een reactie achter op F. de Wit Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: