Kamp Westerbork en het passagiersschip de St.Louis.

Op zaterdag 13 mei 1939, gaan de passagiers aan boord, en om 20.00 uur vertrekt het passagiersschip de St. Louis van de Hamburgse rederij Hapag, voor een reis naar Havanna op Cuba, met aan boord 930 passagiers.

Dat waren passagiers die allen betaald hadden voor hun reis, 800 rijksmark voor een 1e klas, en 600 rijksmark voor een 2e klas hut, en ieder moest daarbovenop een bedrag betalen van 230 rijksmark voor een eventuele terugtocht mocht dat onverhoopt om welke reden dan ook gebeuren.

Nu was het niet de bedoeling dat zij terug zouden reizen, want alle passagiers aan boord waren van Joodse afkomst, en waren blij dat zij een plaatsje aan boord hadden bemachtigd, velen hadden al in kampen in Duitsland gezeten, en hadden zich vrijgekocht.

Kapitein Gustav Schröder, had zijn bemanning uitdrukkelijk bevolen, de passagiers net zo te behandelen als waren zij niet Joods geweest, en iedereen hield zich daaraan.

Het waren Joden, die het zich konden permitteren, zij hadden geld.

Velen hadden zich ook al vrijgekocht uit Duitse interneringskampen, allen waren werkloos, omdat Hitler zijn wetten zodanig had aangepast. Toch hadden velen kans gezien het geld bijeen te schrapen, of van familie in het buitenland verkregen.

Buiten de reissom, moest iedereen ook nog een bedrag van $ 150,- betalen om toegang te krijgen tot Cuba.

Waren zij eenmaal in Cuba, dan konden zij een inreisvergunning naar de USA verwachten.

Maar de Cubaanse president Frederico Laredo Bru vaardigt een decreet uit op 5 mei 1939, die deze regeling ongeldig verklaart.

De opvarenden, waren bij hun afreis niet op de hoogte van dit decreet, en de rederij Hapag, hoopte dat Manuel Benitez Gonzales, directeur van de Cubaanse immigratiedienst ter plaatse hier wel iets op zou verzinnen.

Al om 20.30 uur na de afvaart krijgt de kapitein opdracht op volle kracht vooruit te varen, omdat meerdere schepen op weg zouden zijn naar Cuba, en als die eerder aan zouden komen, waren er zeker problemen te verwachten.

Pech achtervolgde het schip, op 23 mei sterft een passagier, en wordt op zee begraven, kort daarna het sein, man overboord.

Het schip draait bij, maar vind de onfortuinlijke matroos niet, en zet zijn reis voort.

Op 26 mei ontvangt de kapitein een telegram van zijn rederij, en mag niet binnenlopen en aanmeren aan hun pier in Havanna, en moet op de rede voor anker gaan, wat met behulp van een loods op 27 mei daadwerkelijk gebeurt.

Dezelfde dag komen er Cubaanse ambtenaren van de immigratiedienst aan boord, vergezeld van politiefunctionarissen, welke ambtenaren weer snel vertrekken, maar de politie het schip blijven bewaken.

Familieleden die al in Cuba waren, huurden bootjes, en voeren rond de St.Louis, en begroeten de passagiers of hun familie, de passagiers hadden geen idee, welke onderhandelingen gaande waren om hun Cuba binnen te laten.

Helemaal duidelijk is het nimmer geworden, maar mogelijk heeft het hoofd van de immigratiedienst Benitez Gonzales vergeten, president Bru een aandeel in zijn winst aan te bieden, en de Cubanen waren bang, dat de passagiers hun weinige arbeidsplaatsen in te nemen. Dat alles tezamen, had hem besloten het decreet van 5 mei uit te vaardigen, en de grens op slot te gooien.

Benitez Gonzales, heeft nog een poging gedaan om voor de prijs van $ 250.000,- welke Hapag moest betalen, om president Bru te laten overwegen het decreet in te trekken.

Dit bedrag was voor Hapag te hoog, en de Joint, een hulporganisatie van Amerikaanse Joden, kortweg Joint genaamd, probeert te bemiddelen, wat in 1e instantie mislukt.

Pas als de situatie aan boord ernstig verslechterd, reizen 4 dagen later 2 vertegenwoordigers naar Havanna om aldaar te onderhandelen.

Een passagier springt overboord in een zelfmoordpoging, hij wordt gered en naar het ziekenhuis gebracht, maar de kapitein laat zelfmoord patrouilles lopen om herhaling te voorkomen.

Het kabinet van Cuba komt bijeen, om de ontstane situatie te bespreken, en snel wordt duidelijk dat president Bru en legerchef Fulgenica Batista lijnrecht tegenover elkaar staan, welke laatste een gunsteling van Benitez Gonzales was, hoofd van de immigratiedienst.

Het kabinet beslist, dat 29 passagiers van boord mogen omdat zij een geldig inreisvisum hebben, en voor het overige, moet het schip de territoriale wateren verlaten, alvorens men tot verdere onderhandelingen met Joint bereid is.

Op 2 juni vertrekt de St.Louis uit de Cubaanse wateren, en kruist voor de kust van Florida, en tevens zijn onderhandelingen gaande met de Amerikaanse regering, maar die verklaren simpel, het quotum van aantallen vreemdelingen welke opgenomen kunnen worden in de USA zijn vol, en derhalve geen toegang tot de VS.

Ook de Cubaanse regering verlangt nu een bedrag van $ 500,- voor elke vluchteling, zijnde de prijs van een visum, en Joint is van mening, dat zij via onderhandelingen nog wel iets van de prijs af kunnen krijgen, maar dat is tegen het zere been van president Bru, en die verklaart de onderhandelingen als beëindigd op 6 juni 1939. De volgende dag bied de Amerikaanse hulporganisatie Joint aan, elke prijs te willen betalen, maar president Bru blijft bij zijn standpunt, het is nu te laat, en een toegang tot Cuba komt er definitief niet.

Op 7 juni deelt kapitein Schröder de passagiers mee, dat het schip koers zal zetten naar Europa, maar dat er nog hoop bestaat dat landen in Europa hun op wol nemen.

Joint doet een dringend beroep op landen als België, Nederland, Frankrijk en Engeland, om de vluchtelingen op te nemen.

Op 17 juni bereikt het schip de Belgische territoriale wateren, en loopt vervolgens de haven van Antwerpen binnen.

Aanvankelijk staan geen der landen te dringen, maar als geruchten rondgaan, dat enkele honderden passagiers zelfmoord willen plegen, als zij teruggestuurd zullen gaan worden naar Duitsland, doet de desbetreffende landen bakzeil halen.

Engeland neemt 288 vluchtelingen op, Frankrijk 224, België 214 en Nederland tenslotte 181.

Nederland nam enkel diegenen op, waarvan men overtuigd was, dat zij niet al te lang op toelating behoefden te wachten tot de Verenigde Staten, zieken, invaliden en krankzinnigen kwamen al helemaal Nederland niet binnen. Kijk je naar de grote der landen, dan hebben Engeland en Frankrijk nu ook niet bepaald grote aantallen opgenomen.

Allen werden in quarantaine genomen op Heyplaat bij Rotterdam, en na 6 weken werden 22 hunner vervoerd en ondergebracht op 9 oktober 1939 in Westerbork, om toch uiteidelijk nogmaals vervoerd te worden via Duitsland naar de vernietigingskampen van Auswitsch, Bergen-Belsen en of Theresiënstad.

Westerbork, een kamp welke joden in voorraad hield, en waarvandaan elke week de trein vertrok met ca. 1.000 passagiers als dieren vervoerd, om uiteindelijk in de gaskamers omgebracht te worden.

Van alle vluchteling passagiers welke op de St.Louis gezeten hebben, overleefden maar enkelen, behalve diegenen die in Engeland terechtkwamen, de verschrikkingen van de oorlog.

Colofoon. Informatiecentrum kamp Westerbork-Hooghalen

De Trein, Nanda van der Zee

Atlas verlag, Drittes Reich

Anton G.M.Heijmerikx, Lathen

2 gedachten over “Kamp Westerbork en het passagiersschip de St.Louis.

  1. Ik ben op zoek naar het boek dat kapiteit Schroeder heeft uitgegeven in 1949, waarin hij de reis met de St. Louis beschrijft. Kunt u mij helpen aan de tekst van dit boek?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: