Krupp, de spoorweg en kanonnenkoning.

Krupp, een naam, die de jongeren die dit lezen, hoogstwaarschijnlijk niets zegt, maar de geschiedkundigen en de senioren onder ons des te meer.

Krupp, synoniem met wapens, oorlogswapens wel te verstaan, en de 2e wereldoorlog.

Een bedrijf dat al decennia lang wapens produceert, en niet enkel voor, en tijdens de 2e wereldoorlog, maar ook tijdens de Frans-Duitse en de 1e wereldoorlog in1914-1918.

Maar wat maar zeer weinigen weten, is dat de voorouders van diezelfde Krup, afkomstig waren uit Nederland.

In 1587 komt de naam Krupe voor het eerst voor in de archieven van de stad Essen, ook werd de naam verschillend geschreven zoals Croupen of Cropalias.

Arndt Krupe staat beschreven als een bekwame koopman, afkomstig uit de Achterhoek, gemeente Gendringen, het graafschap Bergh.

Hij handelt in wijn en Hollandse specerijen, het laatste vast afkomstig uit de VOC handel met Indië die in Nederland net begonnen was.

Bij gelegenheid handelt hij ook met andere Essense kooplieden in vee, en behoort tot het gilde van de smeden en handelt mede daardoor ook in ijzerwaren. Kortom een handelaar in hart en nieren, die overal brood in ziet.

Tengevolge van zijn sociale contacten in Essen met de gegoede burgerij, en mede ook omdat hij de leer van Luther trouw is gebleven, heeft hij hoog aanzien, en vervult in de raad van de stad Essen lange tijd de functie van Cameraar, (rentmeester of in de huidige tijd wethouder van financiën). Binnen de raad van Essen, hebben leden van de fam. Krupp altijd een belangrijke functie vervuld.

Zijn oudste dochter Catharina Krupp trouwt met de koopman Alexander Huyssen, eveneens lid van de stedelijke raad van Essen, zij overleeft haar man overigens 45 jaar, en is een der rijkste vrouwen van Essen. Hun zoon Henrich is later ook Stadsrentmeester.

Een andere kleinzoon Arndt Krupp is ook stadsrentmeester geweest, Matthias Krupp (1621-1673) is in 1649 bezoldigd Stadssecretaris van Essen, en zijn zoon Georg-Dietrich (1657-1742) en Arnold ((1662-1734) respectievelijk stadssecretaris en burgemeester, en ook Arnold Huyssens hun zwager waren toonaangevende figuren in de stad Essen.

Maar de Essense bevolking was niet zo heel erg gecharmeerd van de eigenzinnigheid en de macht van de Krupp’s en de Huyssens.

De toorn en afgunst van de reformatorische kerk, over de macht van de Lutheranen, was veel groter nog dan de kloof tussen de beide gemeenschappelijke zusterkerken die zij uiteindelijk toch waren, in tegenstelling tot hun beider gezamenlijke tegenstander de Katholieken.

De zoon van Arndt Krupp, Heinrich-Wilhelm (1711-1760) was in 1749 stadssecretaris van Essen, een functie die dan 100 jaar onafgebroken door een lid van de fam.Krupp werd vervult.

Heinrich-Wilhelm Krupp was de eerste, die een andere richting opging, hij ging de mijnbouw in, en dacht daarbij goede toekomstmogelijkheden te hebben.

Maar hij overspeelt zijn hand, en moeilijke tijden nemen een aanvang, ook omdat er een oorlog is uitgebroken 1791-1798 (7 jarige oorlog).

Twee jaar na zijn dood worden zijn bezittingen in 1763 bij opbod verkocht.

Zijn schoonzus Helene Amalie Krupp-Ascherfeld is als weduwe van zijn broer Friedrich Jodokus Krupp (1706-1757) met wie zij in 2e huwelijk gehuwd was, dan pas 25 jaar oud.

Haar grootvader was als koopman in 1693 naar Essen gekomen, en had goede zaken gedaan, had zich grote rijkdom vergaard. Haar overgrootmoeder was Margaretha Krupp, 1652 gestorven en dochter van Arndt Krupps waarmee wij dit artikel begonnen, beide families waren dus vroeger ook al aan elkaar gelieerd.

Men kan stellen, dat behalve Georg-Dietrich Krupp, die overigens veel voor het schoolonderwijs heeft betekend, de overige leden erg goed voor zich zelf en de familie hebben gezorgd de afgelopen decennia, en dat het geld binnen de familie bleef door huwelijk en vererving, op een enkel geval na.

Later zou de balans totaal de andere kant opslaan, en een socialer aanzien krijgen.

Maar onlosmakelijk verbonden met Essen en het Ruhrgebied, is de naam Krupp, en als stichter van de industrie gaat de geschiedenis terug tot de naam van Helene Amalie Krupp-Aschersfeld.

Op 74 jarige leeftijd, bezit zij “Die Gute Hoffnung�in Sterkrade, Zechen Hippe, Abgunst en Anselmus in de nabijheid van het klooster van Werden, de kolenmijn in Hellersberg, en de Zechen Leuchte, Quetterbank en Dreckbank.

Haar zoon Peter Friedrich Wilhelm Krupp (1753-1795), had een tijdlang ¼ van “die Gute Hoffnung� in bezit, en zijn zoon Friedrich Krupp kwam op 8 jarige leeftijd, toen zijn vader stierf in aanraking met de ijzerindustrie van de fa. Krupp.

Zijn moeder Petronella Krupp-Forsthoff (1757-1839), had alle problemen te overwinnen die met de stichting van een gietstaalfabriek aan de orde kwamen, voorwaar geen kleinigheid.

In 1808 fuseren de St. Antoniushut met de in 1794 opgerichte Hut Nieuw Essen, en Die Gute Hoffnung met als nieuwe naam “Vereinigte Gutehoffnungshütte�.

In datzelfde jaar sticht Franz Dinnendahl zijn “Essener Feuermaschine�, een machine die een revolutie veroorzaakt in de mijnbouw, met deze machine kon men dieper boren in de steenkoollagen, omdat men machinaal het grondwater kon afzuigen en daardoor veiliger kon werken.

Ook in 1808 blaast men de Essener geweerfabriek als Franse onderneming, nieuw leven in.

Maar ondanks al die vernieuwing, loopt de mijnbouw gestaag terug in Essen, en stopt in 1811 de mijnbouw in Essen.

Concurrentie en in een tijd van teruggang, waarbij bedelaars en werklozen de straten bevolken om arbeid, sticht Friedrich Krupp, dan 25 jaar oud een werkplaats, genaamd

“Fabriek tot vervaardiging van Engels gietstaal en alle daaruit resulterend fabrikaat�.

Aan beginkapitaal heeft het hem niet ontbroken, omdat zijn bekwame grootmoeder Helene Amalie Krupp-Aschersfeld (overl.1810) alle drie de kleinkinderen een bedrag naliet van 40.000 Taler, maar als Friedrich in 1826 sterft, is zijn fabriek tot vervaardiging van Engels gietstaal, bankroet.

Niemand uit die tijd, kon ook maar enigszins bevroeden, dat uit die fabriek die nota bene bankroet was, ooit een machtige wapen fabriek zou kunnen ontstaan.

Als Friedrich Krupp in 1826 zijn zoon Alfried, die zich later Alfred gaar noemen van school haalt, en hem tewerk stelt aan de smeltoven en het hamerwerk van zijn werkplaats, is die nog maar 14 jaar oud. Omdat zijn vader een erg goede verstandhouding had met zijn werknemers, en die er ook alle belang bij hadden hun werk te behouden als hun baas komt te overlijden, zijn zij het die de jonge Alfred met raad en daad bijstaan, om met enig optimisme en daadkracht de fabriek draaiende te houden.

Ook de vrouw van de baas, Therese Krupp-Wilhelmi, is begaan met haar werknemers, en zij leeft gelijk haar personeel, erg sober en zuinig. Zij heeft zelfs een koe, en verkoopt zelfs boter en melk op de markt. Ook zoon Alfred, gaat te voet of te paard zijn klantenkring rond in een poging zijn waren te slijten die bestaat uit gereedschap voor leerlooiers, beitels en vijlen.

Is hij niet onderweg, dan staat hij naast zijn personeel aan de ovens, hamerwerk, draai en schaafbank of tegelpers ijzer te smelten.

Het waren zware tijden, met als enig doel te overleven.

Als dan in 1833 de stichting van het Duitse Tolverbond in kracht treed, gaan de binnenlandse grenzen open, en kan men handel gaan drijven buiten Pruisen, en opent het nieuwe kansen voor de tot dan toe kwakkelende industrie.

Alfred knoopt belangrijke handelsbetrekkingen aan op zijn reizen door Wurtenberg, Sachsen en Beieren, naast Pruisen toenmalige koninkrijken.

Daarbij verzamelde hij zoveel opdrachten, dat zijn kleine firma moeite had aan de leveringen te voldoen. In 1831 neemt hij zijn broer Hermann Krupp als boekhouder en reiziger aan, en in 1839 zijn broer Friedrich na zijn opleiding aan de hogere school.

Alfred Krupp zelf, reist nieuw gebieden af om opdrachten, en bezoekt daarbij Engeland hij spreekt inmiddels Engels, België en Frankrijk, en zijn agent/vertegenwoordiger stuurt hij naar andere Europese landen waaronder Rusland.

Op zijn reizen naar het buitenland, ontmoet hij vele zakenvrienden, met wie hij goede betrekkingen onderhoud. Zakelijk leveren al die reizen niet bijzonder veel op aan werkgelegenheid, maar zijn indrukken en ervaringen zijn vele malen groter, en goed toe te passen in zijn werkplaatsen.

Door de goede verstandhouding en samenwerking tussen de drie broers, komt de firma tot grotere bloei.

Zo bouwt de fa. Krupp complete stansmachines voor de vervaardiging van munten, in Polen, Duitsland en Tsjechië.

In 1843 nemen zij de productie van vorken, lepels en messen ter hand, en stansen dagelijks 15.000 delen, vanaf die tijd komt de massaproductie van bestekdelen op gang.

Alfred Krupp was voor zijn medewerkers een goede werkgever, hij schreef eens: “Zij zullen een buitengewoon goed loon in vergelijk met andere arbeiders in dezelfde plaats verdienen, zij zullen aan de fabriek geboeid zijn door genegenheid en interesse�.

Aan de mijnbouwindustrie in het Ruhrgebied, leverde Krupp talrijke zaken zoals steenboren hakken en machineonderdelen in goede kwaliteit, ook het Saargebied en Oppersilezië waren goede afzetgebieden.

In 1847 giet de fa.Krupp zijn 1e kanonloop van gietijzer, welke lopen al honderden jaren uit brons gegoten waren. Twee jaar later krijgt hij antwoord uit Berlijn, de kanonnen waren goed, maar te duur en derhalve zal er niet gekocht worden, en de stansmachines worden ook niet verkocht naar Engeland, weliswaar zijn de Krupp’s machines beter, maar de Engelsen kopen ze niet.

In 1847 komt er een nieuw fenomeen voor het kolengebied, namelijk een ijzeren baan die de verbinding tot stand brengt met de Rijn, maar de spoorlijn loopt niet door Essen waar Krupp gevestigd is, maar veel noordelijker door Altenessen, die als troost de naam Essen mag voeren. Krupp zit niet bij de pakken neer, en bouwt in 1858 een privé-spoorlijn, die zijn fabriek aansluit op de lijn Duisburg-Altenessen-Dortmund, en in 1862 ligt de spoorlijn er die de steden Dortmund-Essen-Mühlheim-Duisburg met elkaar verbinden.

Deze nieuwe spoorverbindingen, leveren voor Alfred Krupp nieuw uitdagingen op, zo levert hij voor de Keulen-Minden spoorwegmaatschappij voor 200 spoorwagons stalen assen, en voor 500 wagons stalen veren. In het verleden waren er door ongelukken met gebroken assen van andere firma’s meerdere ongelukken gebeurt, maar Krupp had dat probleem opgelost, en gaf er zelfs 5 jaar garantie bij. In 1849 leverde Krupp zijn 1e assen naar Amerika, fabriceerde ook onderdelen voor stalen schepen en schroeven, en leverde die o.a. aan Egypte.

In 1851 vind er in Londen een 1e industrie en kunsttentoonstelling plaats, een evenement die in latere jaren zou uitgroeien onder de naam wereldtentoonstelling, in het Chistalpalace in Hyde park.

Vanuit Pruisen doen 3 deelnemers mee, August Borsig uit Berlijn, de dan grootste locomotiefbouwer van het vaste land van Europa, Werner Siemens een oud Artillerieofficier uit Hannover, die telegrafen bouwde en dynamo’s voor locomotieven, en Alfred Krupp uit Essen, nog maar 39 jaar oud. Krupp zou de Engelsen, die zijn kanonloop niet wilden, wel eens laten zien waartoe zijn firma in staat was. Hij toonde een gietijzeren staalblok van 43 Zentern, (1 zentner is 50 kg) dubbel zo groot als waarmee de Engelsen dachten het grootste gietstaalblok te hebben gefabriceerd, een veldgeschut met een kanonloop van gietijzer, gevat in gepolitoerd cederhout, en een wagenas die in Amerika reeds 130.000 kilometer afgelegd had onder een locomotief . Krupp werd de ster van deze wereldtentoonstelling.

Sociaal gezien, was Krupp ook zijn tijd ook ver vooruit, al in 1836 had hij een eigen Krupp’s bedrijfsziektekostenverzekering, die zelfs al een voorganger gehad had in een soort sociaal voorzorg systeem voor zieke werknemers van Krupp.

Ook in de hongerjaren en strenge winter van 1812-1813, waarbij Napoleon naar Rusland optrok, en de Volkerenslag bij Leipzig plaats vond, en ook in 1817 en 1846 gaf de firma Krupp graan voor het bakken van brood aan zijn medewerkers, en betaalde de doktersrekeningen voor de gezinnen van zijn arbeiders.

In latere jaren heeft Krupp zijn bijdrage voor de ziektekosten met de helft verhoogt, om zodoende ook een pensioenvoorziening er aan vast te koppelen voor zijn arbeiders.

Ook bouwde hij in de onmiddellijke nabijheid van de fabriek 2 grote wooneenheden waar zijn arbeiders onderdak konden vinden, en de directe omgeving bouwde hij een bakkerij.

In 1860 ontstonden de eerste arbeiderswoningen van Krupp, en in 1863 bouwde hij een woonwijk van 1863 woningen, Westend genaamd.

Met de steeds grotere vraag naar producten van Krupp, had hij steeds meer arbeiders nodig van buiten Essen, en die kreeg hij door ze, en een goed loon te bieden met prima arbeidsvoorwaarden, en een woning, zij kwamen vanuit het hele Ruhrgebied naar Krupp in Essen.

Door koopverdragen, is in februari 1848 Alfred Krupp en enige bezitter geworden, daarvoor was zijn moeder de bezitster, zijn beide broers Hermann en Friedrich laten zich ook uitkopen.

Helaas breekt in Parijs de Franse revolutie uit, die ook overslaat zij het in mindere mate naar andere delen van Europa, ook naar het Ruhrgebied. Ook komt de handel in o.a. ijzerwaren tot stilstand.

Bij Krupp komen in deze zware en moeilijke tijden toch noch 70 nieuwe arbeidsplaatsen erbij. Geld om loon uit te betalen ontbreekt echter.

Maar Alfred Krupp had meer baat bij tevreden arbeiders, dan bij het familiebezit aan zilver, en liet dat zilver omsmelten om de nodige financiën te verkrijgen, voor zijn arbeiders en daarmee het overleven van zijn firma.

Ondertussen, heeft Krupp kans gezien om naadloze spoorwegwielen te produceren, hij zelf vond dat zijn grootste uitvinding in zijn leven.

Bij de nieuwe wereldtentoonstelling in Parijs in 1855, heeft Krupp een gietijzeren staalblok geproduceerd die dubbel zo groot is als die in Londen van 1851, en gegoten klokken.

Kanonlopen en klokken, zo nauw is Krupp verbonden met de geschiedenis tussen oorlog kanonnen, en vrede de klokken.

Krupp is na de Franse revolutie en de onlusten die dat ook in Europa heeft doen gelden, goed te voorschijn gekomen, dankzij een gezond ondernemersschap, goede ondersteuning van grote banken, en goede partners en arbeiders.

Hij ziet kans zijn fabriek uit te breiden met een pletterij (Hammerwerk), een ijzergieterij en een grote bandwalsfabriek.

Ook het aantal arbeiders stijgt navenant, van 250 in 1851 tot ruim 1500 in 1859.

Hij verkoopt ca. 30.000 raderen voor de spoorwegen, zijn belangrijkste productie eenheid, ook geen wonder dat Krupp als logo 3 over elkaar lopende raderen kiest.

Zijn medewerkers die zichzelf Kruperianen noemen, dragen vol trots dit logo op hun werkkleding.

Als de 1e wereldoorlog uitbreekt, levert Krupp over de hele wereld 2.75 miljoen wielen voor de spoorwegen.

Alfred Krupp (1812-1887), ontmoet zijn latere vrouw Bertha Eichhoff (1831-1888) bij een theaterbezoek in Keulen, 2 maanden later trouwen zij in 1853.

In 1861 bouwt Krupp de grootste stoompletterij ter wereld, om grote scheepsonderdelen te kunnen bouwen, “Fritz� genaamd, naar zijn dan 7 jarig zoontje Friedrich-Alfred.

Maar nog steeds woonachtig op het grote fabrieksterrein tussen de werkplaatsen, heeft zijn zoontje er niet veel aan, sterker nog als “Fritz� met zijn arbeid begint, begint hij steeds te huilen, vanwege het enorme lawaai die dat hamerwerk teweeg brengt.

In huis breekt mede daardoor verschillend serviesgoed, en in de nabijheid trillen de huizen in Essen op hun fundamenten, Krupp pleegt roofbouw op zijn eigen en anders gezondheid.

Desondanks gaan de zaken nog steeds goed.

Ook komen nu de 1e bestellingen binnen voor kanonlopen uit Egypte, Zwitserland, Oostenrijk, Frankrijk en Rusland.

Alfred Krupp schrijft daarover met zijn vertrouwensman:

“De productie van assen en wielen voor de spoorwegen en de scheepsvaart,bevatten bij voorkeur het noodzakelijk verkeer voor de vrede, naast deze werktuigen voor het vredesverkeer, worden ook geschutskanonnen voor de oorlogen bedacht.

In het eerste geval de zekerheid van goed en mensenlevens, bij het laatste de verhoging van verwoestingmogelijkheden.

Het eerste heeft voor mij een veel grotere betekenis, in het tweede geval enkel als ik daarmee in nood in het vaderland kan dienen�.

In 1859 bestelt kroonprins Wilhelm von Pruisen (de latere keizer Wilhelm I) 300 stalen kanonlopen bij Krupp, na de 2e wereldtentoonstelling in 1864 in Londen, besteld België 312 stuks achterlaatgeschut, maar Krupp maakt meer werk van zijn massaproductie, de stalen assen, raderen, veren, stoomketels en spoorwegrails, de kanonnen zijn maar een klein onderdeel van zijn totaalomzet.

Maar tijdens de Duits-Deense oorlog in het voorjaar van 1864 worden er meer gietijzeren kanonnen gemaakt dan bronzen.

Pruisen besteld 388 kanonnen, Rusland 224, en andere landen tezamen enkele honderden, waarander Egypte, Argentinië, Engeland, Nederland, Italië, Zweden en Turkije.

De bijnaam van Krupp is dan vanaf die tijd Kanonnenkoning.

Wel beklaagd Krupp zich erover, dat hij gedwongen wordt kanonnen te leveren aan landen, die mogelijkerwijze vijanden van Pruisen zouden kunnen worden.

Mogelijk heeft hij met deze uitspraak Pruisen min of meer gedwongen zijn kanonnen te kopen ter eventuele verdediging, Pruisen die op dat moment grote moeilijkheden had met zijn eigen financiën.

Begin november 1864 verhuist Alfred Krupp en zijn gezin vanuit het midden van zijn fabriekscomplex naar zijn landhuis “Auf dem Hügel�, 40 jaar had hij tussen en in de fabriek gewoond.

In 1865 heeft Krupp ruim 9.000 man in dienst, en uit de hele wereld komen aan de lopende band bestellingen binnen, ook voor de Krupp’s kanonnen, hij is daardoor genoodzaakt om meerdere ijzerhutten en kolengroeven op te kopen, om aan de vraag naar staal te kunnen blijven voldoen.

Op zijn 53 stond Alfred Krupp op het hoogtepunt van zijn loopbaan.  Vele koningen en vorsten, en niet enkel uit Europa, maar ook uit andere delen van de wereld, kwamen bij hem langs.

In 1866 had Krupp een jaaromzet van 20 miljoen goudmarken, voor bewapening zorgde 6.5 miljoen omzet, op dat moment bijna 1/3 deel.

De meeste kanonnen waren bestemd voor Pruisen en Rusland. Maar nadat in de slag bij Königgrätz tussen Pruisen en Oostenrijk, de bronzen kanonnen van Oostenrijk betere resultaten hadden gegeven, enkele Krupp’s kanonnen waren zelfs uiteen gespat, verdween Affred Krupp richting Meer van Geneve, waar hij een lichamelijke en geestelijke inzinking nabij was, en enkele weken het bed moest houden.

Daarna hervond hij zich weer, en schrijft vanaf zijn ziekbed naar Essen, om de moeilijkheden te onderzoeken en te overwinnen.

Ook deed zich het probleem voor, dat de uitrusting van de in afbouw zijnde schepen van de marine, na de catastrofe van de uiteen geklapte kanonnen, vervangen diende te worden door Engelse kanonnen volgens de legerleiding.

Maar Krupp had in Rusland wel vele kanonnen geleverd, en daar waren geen problemen ontstaan, dus gaat hij via Berlijn naar St.Petersburg om te proberen de strijd tussen zijn en de Engelse Amstrong kanonnen te winnen. Met krachtige hulp van de Russische marine, weet hij de koning van Pruisen te overtuigen van zijn gelijk, en worden zijn kanonnen geïnstalleerd op de marineschepen.

Als in 1868 in Berlijn-Tegel het tot een vergelijking komt tussen de Duitse Krupp en de Engelse Amstrong kanonnen, verliezen de kanonnen van Krupp die wedstrijd.

Alfred Krupp is onthutst, en vertrekt aanstonds weer naar Rusland om uit te zoeken hoe dat kon.

In Rusland heeft hij geen problemen met zijn kanonnen, hij komt zelfs met een nieuwe Russische order terug voor 62 nieuwe kanonnen.

De Pruisische koning keurt een nieuwe wedstrijd tussen beide partijen goed, en ditmaal wint Krupp overtuigend, het is de combinatie van Russisch kruit en de Krupp’s kanonnen de doorslag geven.

In 1870 bied Krupp de Pruisische minister van Oorlog voor 1 miljoen Taler aan kanonnen als geschenk voor Pruisen, maar hij wordt vriendelijk bedankt, en Krupp belooft kanonnen in reserve te houden voor als zij zich mochten bedenken.

Als Pruisen in oorlog geraakt met Frankrijk in 1870/1871, blijken de Krupp’s kanonnen duidelijk beter te zijn. En als dan uit het belegerde Parijs heteluchtballonnen opstijgen, die boodschappen overbrengen naar de verderop gelegen Franse troepen, heeft Krupp daar wel een antwoord op, hij ontwikkelt razend snel een klein kaliber wapen, en schenkt die aan het Pruisische leger, dat leger is dan in staat om die heteluchtballonnen gemakkelijk en eenvoudig uit de lucht te halen, vanaf die tijd is de Flak geboren.

Na de gewonnen oorlog wil Krupp graag de nieuwste kanonnen verkopen aan Pruisen, maar het worden zeer lange onderhandelingen.

Intussen kopen Turkije 178 kanonnen, en zelfs de keizer van China koopt 300 kanonnen terwijl de keizer van Brazilië hoogstpersoonlijk bij Krupp komt kijken.

Maar de ontwikkelingen stonden niet stil, en Krupp ervoer pijnlijk dat zij geen eigen schietterrein hadden, om hun producten uit te proberen, Krupp zoekt en verzoekt ondertussen om dat probleem op te lossen. Hij zoekt een terrein wat onbewoond moet zijn, 2 mijlen lang, 1 mijl breed, ongecultiveerd en niet door wegen doorkruist moet zijn, terwijl er wel graag een spoorwegverbinding moet zijn voor vervoer, en mogelijk in de omgeving van zijn fabrieken.

Brieven van Krupp aan verschillende instanties, werden niet ontvankelijk verklaart, voor velen was het te hoog gegrepen, en te avontuurlijk, en ook vonden de militair verantwoordelijken, dat zij hierbij gepasseerd werden. Zij antwoorden dan ook aan Krupp, dat zo’n onderneming te kostbaar was voor een particulier, en hij het maar moest overlaten aan de Pruisische regering, en zich tevreden moest stellen met de dan beschikbare militaire terreinen. Ook schreven zij, dat hij maar beter aan zijn eigen familie kon denken, omdat die hem het naaste stond.

Maar Krupp liet zich niet uit het veld slaan, en liet, getuige zijn nagelaten aantekeningen, al in 1872 zijn oog vallen op een terrein nabij Meppen 6 kwadraatmijlen groot, slechte bodem, die ontwatert moet worden, in de toekomst bos moet worden, met een mogelijke schietbaan van 3 mijl zonder wegen, en geschikt voor alle experimenten. Een experiment met de duizend ponder, betaalt dat terrein in weinig jaren terug. In 1876 is Eduard Schöningh bereid het terrein te verkopen, en tevens een deel van zijn woonhuis in de Hasestrasse in Meppen te delen met de fa.Krupp, zodat die daar zijn gasten kan laten logeren en ontvangen.

Eduard Schöningh, treed hierbij dan op als gastheer, hij kan de gasten in verschillende talen verwelkomen, omdat hij die spreekt.

Ook gaat Krupp langdurige 30 jarige pachtcontracten aan met eigenaren van een nog veel groter gebied ten noorden van Meppen, met een totale grote van ca.10.200 ha, en een lengte van 23 kilometer. Voor de vestiging van een nieuw schietterrein.

Het succes van het schietterrein was overweldigend, en de militairen wilden hierin ook delen, en proberen er de Artillerie onderzoek Commissie te stationeren, wat door Alfred Krupp persoonlijk verhinderd is.

Tussen 1870-1873 bouwt hij een nieuw door hem ontworpen woonhuis, voortaan

“Villa Hügel� genaamd, een huis met 220 ramen, waarvan er geen een geopend kan worden, gebouwd uit steen en staal, en waar een ingenieus systeem zorgde voor frisse lucht.

Een huis waar schilderijen, wandtapijten en beelden niet te vinden zijn, hij had namelijk een grote angst voor vuur, terwijl hij daar toch dagelijks mee omging, getuige het smelten van staal, en de exploderende granaten. Ook had hij grote zorgen omtrent zijn zoon Friedrich Alfred in 1854 geboren, en of die hem wel zou willen opvolgen.

Alfred Krupp, de koning van de spoorwegen en de kanonnen, witte haardos, die omgaat met alle groten der aarde, maar met ziekelijk wantrouwen vervuld is, is niet de gemakkelijkste persoon om mee te leven.

Wel is hij voor zijn personeel erg sociaal, bouwt tegelijk met de bouw van zijn villa, voor 3000 arbeiders en hun gezinnen woningen, en voor 3000 alleenstaande arbeiders onderkomens in barakken. De huur bedraagt voor een 2 kamerwoning ca. 8 DM in de maand, en voor een 5 kamerwoning rond 18 DM. Ook laat hij er veel bomen en struiken planten, laat tuinen met bloemen en gras aanleggen, laat fonteinen ontspringen, zodat met rustig in de schaduw zitten kan en het een lust is om hierheen te komen.

In 1871 richt en betaald Krupp de 1e volksschool op, in 1872 sticht en financiert hij een ziekenhuis, later een arbeidersherstellingsoord, spaarbanken, coöperatieve winkels, een stoommolen, een koffiebranderij, een slachthuis, een spuitwaterfabriek en zelfs een brouwerij.

Sociale daadkracht en daarmee goede sociale voorzieningen en hard werken en discipline, zijn onlosmakelijk verbonden met Alfred Krupp.

Maar zijn vrouw Bertha Krupp-Eichhoff verlaat hem in 1882 na een huiselijke twist, en zij vestigt zich blijvend in Leipzig, ver bij hem vandaan, hij voelt zich daarna niet meer zo thuis in zijn eigen “Villa Hügel�.

Maar ondanks zijn eigen zorgen, kwakkelende gezondheid en een rusteloos leven in een pompeuze en ongezellige gevangenis zoals zijn villa wordt genoemd, blijft hij bezorgd om zijn medewerkers.

Als op 5 september 1877 het eerste schot valt op het Krupp’s schietterrein, schrijft Alfred Krupp over zich zelf: “Ik ben zeer moe, nerveus, kapot en kan zo niet verder�.

Desondanks werkt hij toch verder, dag en nacht, schrijft en maakt vele aantekeningen, werkt zijn ideeën uit, kortom hij noemt zichzelf op het eind van zijn leven, een oude eenzame arbeider.

Een man die door keizer Wilhelm I in de adelstand verheven zou worden, maar ervoor bedankt met de woorden, ik heet Krupp dat is voldoende, een man wars van werelds vertoon, enkel levend voor zijn fabriek en zijn medewerkers.

Alfred Krupp sterft op 14 juli 1887 in de armen van zijn kamerdienaar, 75 jaar oud en 61 jaar in dienst van zijn fabriek.

De fabriek die hij van zijn vader overnam, en die hij in de beginfase staande op klompen achter de smeltovens samen met 6 oude getrouwen heeft opgebouwd tot wat het nu is, een bedrijf waar in totaal 22.200 mensen werk hebben gevonden.

Op zijn begrafenis, is de militaire top, alsmede de autoriteiten van heel het Rührgebied aanwezig, en 12.000 Kruperianen omzomen de weg bij zijn laatste gang.

Twee dagen na de dood van zijn vader Alfred, komt de 33 jarige zoon Friedrich Alfred zijn opwachting maken, en doet een zeer dringend beroep op de procuratiehouders, om hem te helpen het werk van zijn vader naar eer en geweten verder te voeren.

Onder Friedrich Alfred Krupp, is uit de dan verschillende procuratiehouders, de Krupps Direktie gevormd, met als voorzitter Hanns Jencke.

Alfred Krupp kende zijn bedrijf in de praktijk vanaf de onderste tree van de ladder, theorie was en bleef hem vreemd, hij trad naar buiten als een vorst, wetende waarover hij sprak, en spreken deed hij gemakkelijk.

Zijn opvolger, sprak niet gemakkelijk uit de losse hand, en trad ook niet zo representatief naar buiten als zijn vader, maar discipline was hem niet vreemd, dat was hem met de paplepel ingegoten.

Friedrich Alfred leek in weinig op zijn vader, was ook van kinds af aan behept met een zwakke gezondheid, astma en reuma plaagden hem dusdanig, dat hij door een huisleraar onderricht had genoten.

Na de dood van zijn vader, renoveerde hij “Villa Hügel�, en toverde het trieste huis om in een modernere woonomgeving, liet de ramen vervangen door ramen die open konden, liet het ingenieuze systeem van luchtverversing eruit slopen, en kleedde het huis aan met schilderijen, tapijten en houten lambriseringen.

Friedrich Alfred, wachtte ook niet af of de verschillende heersers in Europa bij hem kwamen, maar ging zelf op groot kennismakingsbezoek bij o.a. de Duitse keizer Wilhelm II, koningen van Sachsen, België en Roemenië, en bij de Turkse Sultan.

Door de bewapeningspolitiek van de Duitse keizer, en de opbouw van een grote marinevloot, waarbij Krupp behalve de kanonnen, ook pantserplaten van bijzonder goede kwaliteit kon leveren, bloeide de firma als nooit tevoren.

Zijn concurrent de Gruson werke in Magdenburg kocht Friedrich Albert Krupp in 1893 op.

In 1893 had Frierich Alfred zich ook kandidaat gesteld voor een zetel in de Rijksdag op aandringen van de Duitse Nationale Partij in Essen. Met 3000 stemmen meer dan zijn tegenstander, werd hij gekozen, maar in 1887 komt het niet tot een herverkiezing.

De schietplaats Meppen, heeft zijn diensten al bewezen, gezien de vele bezoeken vanuit de hele wereld, zelf de vice koning uit China komt in juli 1896 op bezoek, dat heeft nog wel wat voeten in aarde. Hij was gewent om in China rondgedragen te worden in een draagstoel, maar die hebben ze bij Krupp uiteraard niet voorhanden, en in uiterste nood halen zij een rolstoel uit het Ludmilla ziekenhuis in Meppen, en rijden zo hun hoge gast rond, ook over zeer moeilijk terrein, het zal de nodige hilariteit wel hebben veroorzaakt alsmede menige zweetdruppels.

De expansiedrang van de Duitse Keizer Wilhelm II, die de wereldzeeën op de Engelsen wilde overnemen, bracht Krupp geen windeieren.

De geschuttorens voor o.a. de Slachtschepen “de Kaiser Wilhelm der Grosse (1899)�, “Deutschland (1904)�, �Posen (1908)� en vele anderen werden in Meppen beproeft.

De Engelsen zagen dat met angst en lede ogen aan.

En in 1897 richt Friedrich Albert Krupp de Friedrich Albert Hütte op in Rheinhausen, Europa’s grootste installatie voor staalwinning.

Uit het huwelijk van Friedrich Albert Krupp en Margaretha Freiin von Ende, wordt in 1886 1 dochter Bertha geboren, meerdere kinderen worden er niet geboren.

Bij een dreigende grote staking in 1902, waarbij dalende lonen en andere pesterijen voor de arbeiders door de machtige werkgevers, nam Friedrich Alfred Krupp een buitengewone en ongebruikelijke maatregel, hij liet de arbeidersvertegenwoordiging bij hem komen, en besprak de problemen het hen, en zegde onderzoek en hulp toe om de problemen te helpen oplossen. Dit verbreide zich als een lopend vuurtje door het hele industriegebied bij mensen die van Krupp afhankelijk waren, andere werkgevers waren minder gelukkig.

Vreugdevuren werden ontstoken voor een man die de dreigende stakingen had voorkomen, en mede daardoor inkomen voor arbeiders bleef garanderen.

Op 22 november 1902 komt Friedrich Alfred Krupp zeer plotseling te overlijden, nog maar 48 jaar oud, hij is dan werkgever voor 43.000 werknemers, een verdubbeling in de 15 jaar dat hij aan de macht is. Alle schoolkinderen in Essen kregen die dag vrij van school.

Vlak voor zijn dood, hadden kranten nog uitgebreid aandacht geschonken aan geruchten, alsof hij als homoseksueel op Capri het middelpunt zou zijn van een homogroep, Capri overigens, waar hij sinds 1898 meerdere maanden per jaar vertoefde vanwege zijn zwakke gezondheid. Mogelijk zijn deze geruchten verspreid door tegenstanders, vanwege zijn rol in het voorkomen van de arbeidsonlusten eerder dat jaar, en het afbrokkelen van de macht van werkgevers.

Deze geruchten spoedden hem terug naar Essen, waar hij zijn vrouw die een zenuwinzinking nabij was, in een sanatorium liet opnemen, en een audiëntie aanvroeg bij de Duitse keizer Wilhelm II.

Maar voor dat het zover kwam, komt hij plotseling te overlijden, en wederom was dat voer voor de toen ook al aanwezige roddelpers.

Volgens de artsen had hij een hersenbloeding gehad, de roddelpers schreef van een zelfmoord.

Andere kranten namen het voor hem op, Rheinisch Westfälische schreef: “men heeft een zieke en zwakke man tot de dood gepijnigd�, de Berliner Zeitung: “Friedrich Krupp heeft het loodje gelegd, hij heeft nooit een mens iets aangedaan, maar was een der rijkste mensen ter wereld, hij heeft 10 duizenden tegen werkloosheid, honger en armoede beschermd, maar was de grootste industrieel van Duitsland, daarom was het tegen hem toegestaan, wat bij anderen als schurkenstreek zou gelden�.

Friedrich Alfred Krupp, was de laatste Kanonnenkoning, hij liet enkel een dochter na.

Friedrich Alfred Krupp, had bij testament in 1902 bepaald, dat de firma Krupp omgezet moest worden naar een naamloze vennootschap, hetgeen in 1903 dan ook doorgevoerd werd.

Zijn dochter behoud het vaste aandelenkapitaal, en voert de directie, maar wordt bijgestaan door een raad van toezicht met 4 leden.

In het najaar van 1906 huwt Bertha Krupp met Gustav von Bohlen und Halbach, die in 1870 geboren is in Den Haag, wederom iemand met Nederlands bloed in zijn aderen.

Hij verzoekt de Pruisische koning, om de naam Krupp voor zijn eigen naam te mogen voeren, en dat wordt hem toegestaan, zo blijft de naam Krupp toch voor het nageslacht bewaard, zei het als Krupp von Bohlen und Halbach.

In 1906 na zijn huwelijk, wordt bij plaatsvervangend voorzitter van de raad van bestuur, en in 1909 neemt hij het voorzitterschap over van Gustav Hartman, die in 1910 komt te overlijden.

In 1911 als Krupp 100 jaar bestaat, vind er een groot jubileumfeest plaats, waarbij zelfs keizer Wilhelm II, de rijkskanselier en vele ministers op villa Hügel aanwezig zijn.

In 1912 doet de stad Meppen een verzoek aan de familie, om ter ere van de festiviteiten, een standbeeld op te richten voor Alfred Krupp, maar de familie verzoekt om daarvan af te zien.

Het buitenland, en ook velen in Duitsland zelf, zagen de firma Krupp als verpersoonlijking van het militarisme in Duitsland.

De 1e wereldoorlog was voor Krupp een lange strijd om arbeidskrachten, grondstoffen, bouwmaterialen, levensmiddelen en transportmiddelen, om aan de vraag naar hun producten te kunnen blijven voldoen.

In 1914 word op de Meppener schietplaats een kanon beproefd, Lange Max genaamd, die het bereik heeft van maar liefst 49 kilometer, 11 meer dan zijn voorganger.

Dat dat niet zonder gevaar is, ondervinden de fam Ortmann in Ostrhauderfehn, zei krijgen als schadevergoeding aan hun landerijen en gewassen een stuk grond naast het schietterrein. Ook op andere plaatsen slaan kanonskogels in, zoals in Rahmslo en Burglage, waar landbouwer Dierkes 90 jaar oud bij de haard zat, en ondanks de waarschuwing zijn woning te verlaten, wat hij niet had gedaan. Een granaat raakt de top van de gevel, en een deel stort in, waarbij de landbouwer zijn leven heeft verloren.

De reikwijdte van de granaten uit de kanonlopen, overtroffen de randen van het schietterrein.

Maar ook andere kanonnen door Krupp geconstrueerd waren berucht, zo ook de Dikke Bertha genoemd naar zijn dochter Bertha Krupp, die overigens zelf slank was, Dikke Bertha heeft op 12 augustus 1914 de stad Luik in België mede in puin geschoten.

In 1915 produceert Krupp 7.6 miljoen stuks artilleriegeschut, en in 1918 waren er kanonnen die een schietbereik hadden van 128 kilometer, hun lopen waren 34 meter lang.

Deze kanonnen hebben in Parijs ruim 1.000 burgers gedood, en de haat tegen Duitsland en tegen Krupp neemt hand over hand toe.

Op 9 en 10 september was keizer Wilhelm II voor de laatste maal in Essen, en sprak daar 1.000 zorgvuldig uitgekozen medewerkers van Krupp toe, en vroeg hun, jullie aan het aambeeld, en ik op de troon, om tot het laatst te vechten met de hulp van God, een luid Ja was ieders antwoord, maar 2 maanden later werd er een wapenstilstand getekend in het bos van Compiegne bij Parijs in een spoorwegwagon, en werd de keizer gedwongen afstand van zijn troon te doen, en verdwijnt naar Nederland, naar huize Doorn waar hij in ballingschap verblijft en overlijd, en momenteel nog steeds ligt opgebaard voor terugkeer naar Duitsland, wat mogelijk nooit zal plaatsvinden.

Bij zijn vertrek breekt de revolutie uit, door bewapening van de afgelopen jaren, was het personeelsbestand rond 100.000 man gestegen, Krupp heeft door het beschikbaar stellen van vervoersbewijzen, en ook uitbetaling van pensioenpremies geprobeerd, zijn arbeiders te helpen. En ook de uit de oorlog teruggekeerde Kruperianen werden weer in dienst genomen zo goed en kwaad als dat ging.

Maar op 1 april 1919 stelt de Rijksregering een staat van beleg over het Ruhrgebied, om de stakingen de baas te worden, en vrijkorpsen marcheren ook Essen binnen.

In juni 1919 treed het Versailles verdrag in, en Essen en ook Krupp behoren daarmee tot het gebied wat gedemilitariseerd moet worden.

In de daarop volgende jaren gaat er veel verloren in het Ruhrtgebied, communistische groeperingen trekken door het land, en in Essen richtten de communisten aan de Steelerstrasse en in de hoofdpost een bloedbad aan, honger, armoe en ellende heersen in het gebied.

Op 20 mei 1920 treed een internationale kommissie aan, die het toezicht houd op de demontage van de wapenfabriek van Krupp, en die tevens het Kruppschen schietterrein bij Meppen onder handen neemt.

Krupp mag door de verdragen in Versailles afgesloten, nog maar enkele kanonnen per jaar vervaardigen en beproeven, dus worden i.p.v. kanonnen, nu grasmachines, registerkasten, stalen assen en wielen, locomotieven en andere voertuigen vervaardigd.

Op 10 maart 1923 marcheren 100.000 Franse en Belgische militairen het Saar- en Ruhrgebied binnen, hun regeringen zijn ontevreden over de herstelbetalingen, en komen hun geld halen door de industriegebieden te bezetten. Krupp maant zijn mensen om aan het werk te blijven, en de bezetters met rust en kalmte tegemoet te treden.

Franse militairen bezetten ook de Krupp’s fabrieken, en terwijl de Kruperianen met een stil protest beginnen, en bedrijfsraadsleden voor rust zorgen, schieten de Fransen toch 13 arbeiders neer, en verwonden ca. 30 arbeiders.

Gustav Krupp von Bohlen und Halbach werd door een Frans militair gerechtshof tot 15 jaar gevangenisstraf veroordeelt, en tot een boete van 100 miljoen rijksmark veroordeeld.

Zijn mede directeuren ieder tot 10-12 jaar gevangenisstraf, en ook ieder tot een hoge geldboete.

Door tussenkomst van paus Pius XII en de koning van Spanje, werden zij uit de gevangenis van Düsseldorf vrijgelaten in oktober 1923, zijn arbeiders hadden de Fransen o.a. gedreigd, om met bloedige aanslagen hun directeur uit de gevangenis te bevrijden.

Een maand later op 9 november 1923, marcheert Hitler en zijn trawanten naar de Feldherrenhalle in Munchen, en begint dan min of meer aan zijn politieke opmars in Duitsland.

De Fransen vertrekken in juli 1925 weer uit het Ruhrgebied, en bij het verdrag van Locarno in datzelfde jaar, worden de westgrenzen van Duitsland vastgesteld, en verbied het Franse en Duitse troepen in het Rijnland te stationeren.

Bij Krupp gaat het weer bergopwaarts na de demilitarisering, de bewapening maakt noch maar 0.5 % uit van de omzet, en werken er al weer 92.000 arbeiders aan voornamelijk vredesproducten, van roestvrij staal het zogenaamde Nirosta (nicht rostender stahl).

De schietplaats Meppen, is omgebouwd tot een landbouwgebied, waar van de 165 oefendagen vanuit het verleden er nog maar 6 dagen per jaar over zijn gebleven.

Gustav Krupp von Bohlen und Halbach, is in 1921 lid geworden van de Pruisische staatsraad, en in 1931 tot voorzitter van het Rijksverbond der Duitse industrie gekozen.

Op het einde van de Weimar republiek, had hij zich uitgesproken voor Hindenburg, en uitdrukkelijk tegen Hitler, wiens ster reizende was.

Nadat Hindenburg afgetreden was, en Hitler tot nieuwe Rijkskanselier was gekozen op 30 januari 1933, was hij echter loyaal tegenover de nieuwe regering.

Essen had in 1933 68.000 werklozen binnen zijn grenzen, en als leider van het Krupp concern, was hij voorstander van de herintreding van de werklozen in het arbeidsproces.

De NSDAP was voor openbare orde, en leden van die organisatie kwamen binnen in het bestuur van het Rijksverband der Duitse industrie, waar Krupp von Bohlen und Halbach voorzitter was, tot 1934.

Gustav Krupp von Bohlen und Halbach was goed bevriend met de Leipziger burgemeester Goerdeler, een der leidende figuren van de tegenstanders van Adolf Hitler, Krupp von Bohlen und Halbach was mede financier van de reizen van Goerdeler naar o.a. België, Nederland, Frankrijk, Engeland, Canada en de USA in 1937/38.

Vast staat echter ook, dat Krupp von Bohlen und Halbach na de machtsovername, eerst als tegenstander bekend stond, maar later erg gewillig voldeed aan de bewapeningsleveranties voor de Nationaal Socialisten van Hitler.

Daarover bestaat geen twijfel, al in 1934 brengt Hitler een bezoek aan Krupp in Essen, en in 1936 brengt hij ook een bezoek aan het schietterrein in Meppen.

Kort daarop schrijft Gustav Krupp von Bohlen und Halbach, dat Krupp na de machtsovername van Hitler, hij de Führer met genoegen kan mededelen, dat Krupp na een korte aanlooptijd voor de weerbaarheid van het Duitse volk zonder terughoudendheid en met zijn ervaringen weer klaarstaat, indien dat nodig mocht zijn.

De firma Krupp, maakt weer kanonnen, scheepsartillerie, pantservoertuigen, kruisers, slachtschepen en onderzeeërs zoals in de tijd onder keizer Wilhelm II, ondanks het verbod in het verdrag van Versaille vastgelegd..

Was in 1925 de omzet voor de bewapeningsindustrie maar 0,5 %, in 1938/39 was die inmiddels opgelopen tot 10 %.

Hitler riep op een Rijkspartijdag in Neurenberg tot de Duitse jeugd: “Der Deutsche Junge muss schlank und rank sein, flink wie die Windhunde, zäh wie Leder, hart wie Kruppstahl�.

In 1936 geeft Hitler opdracht aan chef constructeur Erich Müller van de fa. Krupp, om een zwaar geschut te construeren, vergelijkbaar als Dikke Bertha uit WOI, maar dan krachtiger. Zijn bedoeling daarvan was, om de Franse Maginotlinie daarmee te kunnen veroveren.

In de zomer van 1940 was hij klaar, had een bereik van 37 km, maar woog maar even 1465 ton, en was daardoor erg moeilijk verplaatsbaar.

Voor het veroveren van de Maginotlinie in Frankrijk is hij nimmer ingezet.

Begin 1942 werd een der zwaarste geschutten die ontwikkelt was, op een speciale geconstrueerde goederenwagon richting Oostfront gedirigeerd, die kreeg de naam van “DikkeGustav�, maar de artilleristen noemden hem liever “Dora�, een vrouwennaam, en zo bleef hij heten.

Hij kon door 10 meter dik bewapend beton schieten, en door 1,5 mtr dikke staal bewapening.

De Russische vesting Sebastopol, werd mede hierdoor verslagen en ingenomen op 2 juli 1942, de Russen waren sprakeloos.

Dat kwam, omdat zij volkomen onverwachts door Duitsland werden overvallen, en omdat zij bij Krupp zoveel wapens hadden gekocht, zelfs kortelings nog op het schietterrein in Meppen waren geweest, en nu door een volkomen voor hun totaal onbekend wapen van Krupp werden verslagen.

Gustav Krupp von Bohlen und Halbach schreef aan Hitler op 24 juli 1942, dat dank zij Dora, welke op verzoek van Hitler persoonlijk was ontwikkeld, er een grote overwinning was behaalt. Uit later onderzoek bleek echter dat aan Dora meer verwoestende kracht was toegeschreven dan nodig, slechts elk 5e schot had de Russen bereikt, en de verwoestingen toegeschreven aan Dora, waren in werkelijkheid veroorzaakt door de 50.000 brand en springbommen die waren afgegooid boven Sebastopol.

De werkelijke veroveraars waren de infanteristen, die met gasmasker op, en daardoor tegen de afgrijselijke lijkenlucht beschermd, de stad hebben ingenomen. Wel werd door Krupp, voor elk nieuw kanon met de naam Dora een bedrag werd gevraagd van 7 miljoen mark.

Ook het schietterrein in Meppen, waar de pacht in 1936 afliep, en die opnieuw voor 30 jaar werden afgesloten, en vergroot van 24 tot 30 kilometer.

In 1937 ging het overigens mis, en vielen er enkele gebouwen in bewoonde gebieden ten offer aan afzwaaiers.

Al in 1917 toen een granaat insloeg vlak achter de school in Temmen in de gemeente Wahn, gingen er stemmen op bij Krupp, om gebieden te onteigenen, en diende daarvoor verzoeken in bij de regering.

Maar zo kort voor het einde van WO1, kwam het niet meer tot uitvoering van onteigening van de gemeente Wahn.

Maar hetzelfde probleem deed zich voor in de jaren vanaf 1937, en nu werden de plannen wel doorgevoerd, en 1000 inwoners van Wahn moesten hun huizen verlaten, evenals van kleine gehuchten in de directe omgeving, zoals Schägbrucken, Sandheim, Raddefeld, Tinnen-Emmeln en Sprakel, evenals inwoners van boerderijen in de omgeving van Börger, Surwold en Esterwegen.

Zo had Krupp door onteigening goedkoop een gebied verkregen van 50 km lang en 5 km breed in eigendom 8.900 ha, en verder werden pachtverdragen afgesloten.

Voor de nodige voedselvoorziening in Duitsland, was Krupp wel verplicht om er landbouwgebieden te ontwikkelen.

Zo ontstonden er aan de randen van het schietterrein in Kreis Meppen 4 Gutshofe (landgoederen) en in Kreis Asschendorf-Hümmling 3 van die Gutshofe.

Op het schietterrein werden in 1939 648 beambten en arbeiders aangesteld, tijdens het verder verloop van de oorlog werden velen voor militaire dienst opgeroepen, en werden vervangen door krijgsgevangenen. Eind 1944 kwam het schietterrein stil te liggen.

In 1943 legt Gustav Krupp von Bohlen und Halbach zijn leiding neer op 73 jarige leeftijd, oorlogsgebeurtenissen, zijn slechte gezondheid en het wankelend vertrouwen in zijn leiding, droegen daartoe bij. Zijn laatste jaren van zijn leven brengt hij noodgedwongen door op zijn landgoed slot Blühnbach nabij Salzburg, waar hij na een lang ziekbed op 16 januari 1950 is overleden.

Het echtpaar Krupp von Bohlen und Halbach en Krupp had 8 kinderen, 6 zonen waarvan er 1 op jonge leeftijd komt te overlijden, en Claus aan het begin van de 2e wereldoorlog als piloot van een gevechtsvliegtuig om het leven komt. Claus Krupp von Bohlen und Halbach, was voorbestemd om de Berndorfer Metaalwarenfabriek over te nemen.

Welke fabriek Krupp in 1938 door een meerderheidsbelang verworven had.

Als eerbetoon aan hun zoon, is het in 1914 aangekochte landbouwgebied tussen Lingen en Nordhorn naar hun zoon genoemd, “Gutshof Clausheide�.

In 1943 volgt Alfried Krupp von Bohlen und Halbach 36 jaar oud zijn vader op als eigenaar van het Krupp concern. Hij had de technische hogeschool in Munchen doorlopen, in Aken zich geschoold en bekwaamt in IJzergietprocessen, en een Bankstage voltooid bij de Dresdener Bank.

In 1936 was hij plaatsvervangend directeur, in 1938 lid van de hoofddirectie van Krupp.

Daarvoor had Hitler via zijn mensen over Krupp heen bevolen en leiding gegeven.

In 1944 had Krupp 277.000 mensen in dienst, daaronder waren 55.000 verplicht tewerkgestelde waaronder vele buitenlanders, waaronder ook Nederlanders.

In Essen, hadden zware bombardementen van de fabrieken, waaronder begrijpelijkerwijze ook Krupp’s fabrieken, de stad veranderd in troosteloze pijnhopen. Vooral in het laatste oorlogsjaar, had men meer gerepareerd dan geproduceerd.

Op 11 maart 1945, werd Essen getroffen door een der zwaarste bombardementen van de 2e werldoorlog. Ca. 1.100 bommenwerpers wierpen meer dan 8.000 bommen af boven de stad, sommigen hadden een kracht van 11 ton, ongelooflijk zware bommen. Als men in huidige tijd een onontplofte bom vindt van 1000 pond, die men ruimen moet, dan spreekt men al van een zware bom.

In de stad vielen 897 doden te betreuren, ondanks dat de bevolking de afgelopen jaren al massaal de stad had verlaten. De Krupp’s fabrieken waren dusdanig zwaar beschadigd, dat het tot een onherkenbare stenen massa was geworden.

Alfried Krupp von Bohlen und Halbach, werd op 11 april 1945 in zijn villa “Hügel� door de Amerikaanse militairen die het Ruhrgebied waren binnengetrokken, gevangen genomen. In november 1945 verklaarde de Engelse militaire controleofficier overste Douglas Fowles aan de directie van Krupp, daarbuiten zal nooit meer een schoorsteen roken, waar eenmaal het fabrieksterrein was, zullen enkel nog gras en stuiken groeien, het Britse militaire bezettingsregering hadden besloten om eens en voor altijd met Krupp af te rekenen.

Alfried Krupp, had bij zijn gevangenneming aan de Amerikaanse ondervragers geantwoord op hun vraag, wat hij van plan was met Krupp te doen, geantwoord: ik ben een zakenman, en geen politicus, dus zal ik Krupp weer opbouwen.

Hij werd daarbij gesteund door regeringen vanuit verschillende landen, niet om opnieuw de bewapeningswedloop ter hand te nemen, maar wel om de productie van stansmachines, locomotieven en andere vredelievende producten weer te produceren.

Een voordeel had het liquiditeitsplan van de Engelsen wel, duidelijk werd aangegeven wat men mocht behouden, en afstoten, en wat men mocht produceren.

Voor de af te breken gebouwen of wat daarvan over was, kon men proberen kopers te vinden of huurders. In Essen, waar 70 % van de Krupp’s gebouwen vernietigd of zwaar beschadigd was, kwamen in de tijd verschillende productieprocessen weer of gedeeltelijk op gang.

De locomotieffabriek was in 1949 weer in productie, evenals de Widia fabriek voor gehard staal, Elektriciteitswerkplaatsen, een machinebouwbedrijf, de kolenmijn en enkele neven en hulpbedrijven, in totaal ca. 9.800 arbeiders waren uit de oorlog teruggekeerd, en wachten op het fabrieksterrein op werk en herintreding.

Ca, 2.300 arbeiders waren weer voor Krupp aan het werk, en ruim 5.000 arbeiders waren tegen Krupp aan het werk, hoofdzakelijk bij de demontage van zijn bewapeningsfabrieken.

Ook op het Krupp Schietterrein waren arbeiders aan het werk, hoofdzakelijk voor demontage.

Meppen werd op 8 april 1945 door de Canadese militairen bezet, en mede daardoor ook het Krupp’s schietterrein. Er ging zwaar artillerievuur aan vooraf, alvorens de Canadezen de rivier de Ems konden oversteken, bij die beschietingen, kwam ook het schietterrein onder vuur te liggen, en verschillende munitiedepots vlogen daarbij in de lucht.

Het schietterrein werd door oprukkende troepen bezet, en een geordende overname afgewezen. Engelse troepen vormen nadien het bezettingsleger, en zij vertrekken in 1948, maar Britse troepen bleven en bewaken de gedemilitariseerde zone, het vernietigen van machines en apparaten tot schroot, demontage van beddingen, en het in de lucht blazen van schuilplaatsen en munitiegebouwen op het schietterrein.

Alfried Krupp von Bohlen und Halbach, werd door een Amerikaans militair gerechtshof onder leiding van president Anderson in Nürnberg op 31 juli 1945 wegens plundering en slavenarbeid tot 12 jaar veroordeeld, en zijn gehele vermogen werd geconfisqueerd.

Zijn vader Gustav Krupp von Bohlen und Halbach werd in het Neurenberger hoofdstrafproces voor oorlogsmisdadigers naast Konstantin von Neurath, Franz von Papen, Erich Raeder, Alfred Rosenberg, Frits Sauckel, Hjalmar Schacht, Walter Funk, Rudolf Hess, Ernst Kaltenbrunner, Hans Fritsche, Walther Funk,, Robert Ley, Albert Speer, Julius Streichner, Wilhelm Frick, Baldur von Schirach, Joachim von Ribbentrop, Alfred Jodl, Wilhelm Keitel, Hermann Göring, Martin Bormann, Hans Frank, Karl Dönitz en Arthur Seuss Inquart aangeklaagd, maar door een beroerte getroffen werd zijn proces opgeschort.

Na een ziekbed van 5 jaar, komt hij te overlijden zonder dat het voor hem tot een proces is gekomen, zoals eerder gemeld in zijn buiten nabij Salzburg op 16 januari 1950.

Met Alfried Krupp, stonden 10 mededirecteuren terecht op 31 augustus 1947, in een proces dat 8 maanden duurde. Van de aanklacht dat zij voorbereiding hadden getroffen tot een aanvalsoorlog, werden zij vrijgesproken, maar van tenlastelegging tot plundering vanwege aankopen van firma’s in Nederland en Frankrijk, en mede daardoor tot bevordering van slavernij, daarvoor werden zij wel veroordeeld. Ook tot het mishandelen van buitenlandse arbeidskrachten, en mishandeling van Concentratiekampgevangenen, die onder andere waren ingezet bij de Berthawerken van Krupp in Silesië.

Na zijn veroordeling, schrijft Alfried Krupp von Bohlen und Halbach aan de Amerikaanse generaal Clay, dat hij niets begrepen heeft van zijn veroordeling, omdat hij eigenlijk voor zijn vader in de beklaagdenbank gezeten had, hij had zelf pas kort de leiding van Krupp van zijn vader overgenomen..

Onverschillig, of nu Gustav de vader, of Alfried de zoon in de beklaagdenbank gezeten heeft zo zei de hoofdaanklager Sir Hartley Shawcross, het gerechtshof heeft willen laten zien aan de wereld, hoe als de groot industriëlen zich hebben gedragen bij de voorbereidingen en bij de leiding van de uiteindelijke oorlogsvoering, door leveren van oorlogsgoederen en uitbuiten van mensen.

De Amerikaanse generaal Clat bevestigd de straf voor Alfried Krupp, doch de Amerikaanse hoge commissaris Mc.Cloy heeft Alfried Krupp op 31 januari 1951 door zijn gratiebesluit, en het intrekken van het confisqueren van Krupp’s vermogen in het voorschreven vonnis van april 1948, overigens gold het gratiebesluit voor alle veroordeelden, die in januari 1951 hun straf nog niet hadden uitgezeten, de straffen kwijtgescholden.

Dit besluit had een meer politieke betekenis, als het bezit en het vermogen van Krupp geconfisqueerd was, dan hadden alle de 4 bezettingsmachten daarvan geprofiteerd, maar de Amerikanen gunden dat de Russen het allerminst, de Russen hadden dan bezittingen aan de Ruhr gehad, en omdat dat zij Oost Duitsland bezet hielden, was al erg genoeg, men wilde de Russen niet aan de Ruhr zien, en ook niet op het schietterrein in Meppen.

Essens burgemeester Gustev Heineman, later was hij Duits Bondspresident, had zich al in soortgelijke bewoordingen uitgelaten, maar hij had dan ook een meer dan vriendschappelijke betrekkingen met de Fam Krupp en met hun Krupp fabrieken.

De Russen hebben overigens wel de Gruson fabrieken nabij Magdeburg eigendom van Krupp in beslag genomen, en onder een andere naam voortgezet.

In februari 1951 komt dus Alfried Krupp von Bohlen und Halbach vrij, en mag hij de Vesting Landsberg (gevangenis) verlaten.

Hij heeft ca. 6 jaar in gevangenschap doorgebracht, en vertrekt naar zijn moeder Bertha Krupp op haar landgoed Slot Blühnbach bij Salzburg, waar zijn vader 1 jaar eerder was overleden.

Tot 1953 moet hij geduld hebben, alvorens hij zijn fabrieken in Essen opnieuw kan betreden, tot dan hebben de Engelse militairen daar de volledige controle.

Het schietterrein in Meppen, is eind 1950 al vrijgegeven, daar is ontmanteld wat ontmanteld moest worden, en het terrein is in gebruik voor de voedselproductie.

Daar waar koningen, keizers, dictators en alle belangrijke hoge militairen van over de hele wereld hebben rondgelopen, staan enkel buiten de Boerenbedrijven, nog enkele gebouwen die gediend hebben als onderdak voor vluchtelingen.

Na een beschikking van de militairregering eind 1949 welke de landhervorming in Niedersaksen voorschrijft, scheen het einde van het Kruppschen landbouwgebieden (Gutshofen) aangebroken te zijn.

In 1953 wordt Alfried Krupp von Bohlen und Halbach weer eigenaar van zijn fabrieken, maar met de duidelijke verplichting die te moeten verkopen.

In maart 1953 benoemd Krupp, Bertold Beitz als zijn gevolmachtigde Generaaldirecteur, met bevoegdheden, die niemand in deze omvang ooit bezeten had.

Van 1955-1957 gebruikte de Engelse Royal Air Force delen van het Meppener schietterrein in de omgeving van Tinnen, als straaljager schietplaats. Zij waren gelegerd in Sögel.

In 1956 begroet Bondskanselier Konrad Adenauwer (burgemeester van Keulen in WOII) de 1e vrijwilligers van het hernieuwde Duitse leger, en in 1957 wordt generaal Speidel (een van Rommels generaals in WOII) bevelhebber van de geallieerde strijdkrachten in Midden Europa.

Op 1 augustus 1957 komt in Meppen het koopcontract tot stand tussen de fa. Krupp in Essen en de afgevaardigde van de Bondsrepubliek Duitsland, waarbij het schietterrein Meppen na 80 jaar overgaat in andere handen, voor 37 miljoen D.M. wordt de Bondsrepubliek Duitsland de bezitter, over een stuk land van 7.913 ha 99 are en 85 ca.groot.

Op 20 november 1961 wordt in Essen herdacht, dat voor 150 jaar terug, de dan 24 jarige Friedrich Krupp met enkele van zijn arbeiders zijn werkplaats voor het vervaardigen van Engels gietstaal begonnen is.

Alfried Krupp von Bohlen und Halbach kon daarbij o.a. oud-bondspresident Theodor Heuss en rijkskanselier D.Luther begroeten.

Bij die gelegenheid verkreeg Alfried Krupp von Bohlen und Halbach de erering van de stad Essen, die zijn vader overigens op het eind van de oorlog in 1945 afgenomen was.

Zes jaar later, verkondigd Alfried Krupp von Bohlen und Halbach dat Krupp in een naamloze vennootschap omgezet gaat worden en in een stichting ondergebracht.

Bij deze nieuw opgezette fa. Krupp GmbH, zijn de aandelen van Alfried Krupp bij testament van april 1967, ondergebracht voor gemeenschappelijk gebruik, bij de “Alfried Krupp von Bohlen und Halbach stichting�.

Friedrich Krupp von Bohlen und Halbach overlijd op 30 juli 1967.

Uitvoerder van deze wilsbeschikking, is Bertold Beitz, die in juni 1970 voorzitter is van de raad van toezicht bij Krupp.

In 1968, is Krupp de ellende van na de oorlog te boven, en in 1978 heeft het weer een omzet van 11.2 miljard en 86.500 mensen in dienst, en heeft 5 afdelingen.

De firma bouwt complete staalwerken, fabricage van stalen hoepels en wielen, fabriceert suiker, heeft een cementfabriek, en is werkzaam in de chemie.

In 1976 heeft Iran een belang van 25.1 % verworven, en daarmee is de Alfried Krupp von Bohlen und Halbach stichting niet meer de enige bezitter van Krupp.

Arndt Krupp von Bohlen und Halbach, een zoon van Friedrich, geboren in 1938 stierf in 1986 na een ongeneeslijke ziekte.

Of Krupp blijft bestaan, is onzeker, in Europa wordt teveel staal geproduceerd, en zijn teveel mensen werkzaam in de staalindustrie, en zal er een herstructurering noodzakelijk zijn, om te overleven, ook voor Krupp GmbH in welke vorm dan ook.

Momenteel is het onder de naam van Thyssenkrupp een leidinggevend staalbedrijf in de wereld. Thyssen en Krupp zijn samengegaan, om de concurrentie in de staalindustrie samen het hoofd te bieden, het Thyssenkrupp concern, duikt ook regelmatig op, als het over overname’s gaat, zo ook bij het Britse bedrijf van de Corus groep waar Hoogovens onderdeel van is.

Anton G.M.Heijmerikx, Lathen

Colofoon: Geschichte der Familie und der Firma Krupp, Hans Altmeppen-Többen, 1988

Wikepedia

3 gedachten over “Krupp, de spoorweg en kanonnenkoning.

  1. L.S.,

    Bestaan er (film)opnamen van de werkzaamheden in de Krupp fabrieken?
    Documentatie van de gebruikte machines en/of van de toegepaste produktietechnieken?

    Like

Laat een reactie achter op Charles Destrée Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: