Krupp ’s landbouwbedrijven

Krupp, een voormalige staalfabriek, die in 1997 is samengegaan met Thyssen na vele jaren van onderhandelingen, onder de naam Thyssekrupp, en die in vele oorlogen een bedenkelijke rol heeft gespeeld, en daarvoor ook is veroordeeld, bezat ook vele landbouwbedrijven.

Een beetje verwonderlijk lijkt dat wel, maar in de 1e en 2e wereldoorlog hebben verschillende van die grondgebieden dienst gedaan als schiet en oefenterrein voor de ontwikkeling van wapens voor de oorlogsindustrie.

Maar voor dat daar sprake van was, had men al grote grondgebieden aangekocht, zonder dat er ook nog maar sprake was van het stichten van schietterreinen.

Waarom Krupp zulke grote grondgebieden aangekocht heeft, is niet meer terug te vinden, bewijzen en eventuele archiefstukken ontbreken daarover.

Wel zou Arndt Krupp een van de oudste generatie, in 1587 al eens geopperd hebben, dat in slechte economische en onzekere tijden men zijn geld het beste in grondstukken kon beleggen, misschien ligt daar door overlevering de reden van de aankopen.

Ook een veelvuldige terugkerend verhaal, zonder bewijzen, is dat Bertha Krupp, enige dochter en erfgenaam en gehuwd met de in Nederland geboren Gustav von Bohlen und Halbach, begaan was met het armere deel van de bevolking, en mede daardoor grote grondaankopen zou hebben gedaan om velen daarmee werk en inkomen te kunnen verschaffen.

Zij zal dat beslist niet enkel gedaan hebben om enkel anderen voort te helpen, maar gezien het goede sociale beleid van Krupp, ook in generaties voor haar, zou deze handelswijze best wel eens een kern van waarheid in zich kunnen hebben.

Therese Krupp-Wilhelmi, gehuwd met Alfred Krupp, een van haar voorouders, leefde rond 1826 uiterst sober op vrijwel dezelfde wijze als de werknemers van haar man.

Speculatief is er wel het e.e.a. geschreven en gezegd over de grondaankopen van Krupp, maar nogmaals bewijzen ontbreken.

Wel stond Krupp bekend als een firma met een sterke sociale structuur, streng maar rechtvaardig, maar steeds op de bres voor zijn medewerkers.

Krupp was zijn tijd ver vooruit, al in 1836 had hij een eigen Krupp’s bedrijfsziektekostenverzekering, die zelfs al een voorganger gehad had in een soort sociaal zorg systeem voor zieke werknemers van Krupp.

Ook in de hongerjaren en strenge winter van 1812-1813, waarbij Napoleon naar Rusland optrok, en de Volkerenslag bij Leipzig plaats vond, en ook in de jaren daarna en in 1817 en 1846 gaf de firma Krupp graan voor het bakken van brood aan zijn medewerkers, en betaalde de doktersrekeningen voor de gezinnen van zijn arbeiders welke dat niet konden betalen.

In latere jaren heeft Krupp zijn bijdrage voor de ziektekostenverzekering met de helft verhoogt, om zodoende er ook een soort pensioenvoorziening aan vast te kunnen koppelen voor zijn arbeiders.

Ook bouwde hij in de onmiddellijke nabijheid van de fabriek 2 grote wooneenheden waar zijn arbeiders onderdak konden vinden, en in de directe omgeving liet hij ook een bakkerij neerzetten.

In 1860 ontstonden de eerste arbeiderswoningen van Krupp, en in 1863 bouwde hij een woonwijk met maar liefst 1863 woningen, Westend genaamd.

Kortom, Krupp was goed voor zijn werknemers, en zij op hun beurt waren goed voor hun werkgever.

Ook diende het bezit van gronden en landbouwgebieden, als zekerheidsstelling voor de arbeiders.

Het waren de bouwstenen voor toekomstige sociale zekerheden voor de arbeiders van Krupp.

Goede sociale voorzieningen, goede kleding, gezond wonen, dat waren zaken die Krupp voor zijn mensen belangrijk vond. Men kan zo ongeveer stellen, dat wanneer men bij Krupp in dienst was, men verzekert was van zekerheden, van wieg tot graf.

Krupp vertaalde het zelf wel eens, “Wat zouden wij zelf zijn, zonder onze mensen�?.

Gut Gildehaus .

Al op 7 juli 1910, koopt Bertha Krupp von Bohlen und Halbach via een makelaar een groot grondgebied tussen Nordhorn en Elbergen Gut Gildehaus,.

Wilhelm Schulte-Mammann uit Winnersdorf nabij Wesel, was de eigenaar, van wie gekocht werd, en omvatte ca. 75 ha.

In datzelfde jaar verwerft men nog eens 75 ha, in bezit van de gemeente Nordhorn.

Tussen 1911 en 1917 worden nog meerdere percelen gekocht en toegevoegd aan het bestaande landgoed, zodat uiteindelijk een landbouwgebied ontstaan is van 229 ha.

In 1948, als men het grondstuk nogmaals opmeet, komt men zelfs tot een oppervlakte van 259.19 ha.

Het landbouwgebied werd verpacht aan Emil Schirminski, voor hoelang is niet bekend.

Na WOII, kwam het hele gebied in aanmerking voor bodemhervorming, maar werd in juni 1946 door de geallieerde bezetters afgesloten en in gebruik genomen.

In februari 1947 werd al een begin gemaakt met de onteigeningsprocedure tegen de bezitter, Bertha Krupp von Bohlen Halbach, maar uiteindelijk komt men niet tot een definitief besluit.

Als dan in begin 1953 het beslag op het vermogen van de fam. Krupp wordt opgeheven, volgt daarmee ook de teruggave van het grondgebied aan Bertha Krupp waar zij in 1951 om verzocht had bij de rechtbank.

Nadat in juli 1951 het Hannoversche Siedlungsgesellschafft 43 ha kocht voor woninguitbreiding, is het restant van 215 ha verkocht aan de stad Nordhorn in 1960.

Op 3 februari 1965 draagt de stad Nordhorn het grondstuk over aan de landbouwer Rigterink, die zijn landerijen in de stadskern van Nordhorn op zijn beurt had overgedragen aan de stad Nordhorn.

Gut Klausheide.

Bertha Krupp von Bohlen und Halbach, koopt in 1913 een gebied van 4000 ha groot, bestaande uit heide en woeste gronden.

Zij koopt deze gronden van verschillende eigenaren uit Altendorf, Bakelde, Hesepe, Lohne en Elbergen, met de bedoeling om hier een groot landbouwgebied tot ontwikkeling te brengen.

In 1914 wordt ook daadwerkelijk met de bewerking en het in cultuur brengen van de gronden begonnen, en in 1916 wordt de eerste oogst binnengehaald.

Tussendoor, worden er in 1915 landbouwschuren en gebouwen gebouwd, komt er een herenhuis in 1916, en worden er 36 woningen gebouwd voor de arbeiders in 1919.

Het noordelijk grondstuk, wordt dus tot landbouwgebied ingericht, het zuidelijk gebied blijft voorlopig ongebruikt en brak liggen, de scheiding is het Ems-Vechte-kanaal.

Het Gut Klausheide, is vernoemd naar de oudste zoon van het echtpaar Krupp von Bohlen und Halbach, die aan het begin van de 2e wereldoorlog als gevechtspiloot sneuvelt aan het front.

Voor andere in dienst zijnde medewerkers van het landbouwbedrijf, ontstaat in de directe nabijheid het gehucht Klausheide, welk gehucht in de loop der tijd uit zou groeien tot een redelijk dorp met ca 750 inwoners (2007), behorende tot de gemeente Hövelhof.

Na WOII, komt ook dit bedrijf onder bezetting van de geallieerde troepen te vallen.

Nadat het beslag op het vermogen en de eigendommen van de fam.Krupp is opgeheven in de beginjaren 50 van de vorige eeuw, komt men tot verkoop van delen van het bezit.

Zo koopt in juni 1951 de fa. Lochow-Petkus Gesellschaft uit Celle 1.128 ha, om daarmee hun verloren gegaan zaadveredelingsbedrijf bedrijf opnieuw te kunnen opzetten, en de koop en verkoop werd goedgekeurd door het Niedersaksisch Kulturamtes te Meppen.

Andere delen werden verkocht aan het al eerder genoemde Hannoversche Siedlungsgesellschaft voor uitbreiding van en het stichten van kleine bedrijven.

Ook de stad Nordhorn kocht delen, om tot ruiling te kunnen komen met bedrijven die in uitbreidingsgebieden van de stad lagen, en de gemeente Nordhorn, om de zich dan sterk uitbreidende textielindustrie van grondstukken te kunnen voorzien.

Overgebleven woeste gronden onder Nordhorn in het Graafschap Bentheim.

Het zuidelijk gedeelte, nog altijd ruim 2200 ha groot na afscheiding van het al bestaande Gut Gildehaus en de stichting van nieuwe Gut Klausheide, wat nog steeds als woeste en onontgonnen gebied in eigendom bezeten wordt, bied men aan, aan de Wehrmacht, om eventueel als oefengebied te kunnen dienen.

Wel heeft men in de loop van de volgende jaren, zo rond 1928, er een noodlandingsplaats aangelegd voor vliegtuigen, welke noodvliegveld in WOII door de nazi’s werd uitgebouwd tot een heus zij het klein vliegveld.

Dat Krupp dit grondgebied aan de Wehrmacht aanbied, was niet vreemd, omdat de Fa.Krupp die voor de oorlogsindustrie vele wapens maakt, zelf inmiddels een oefenterrein had aangeschaft in de omgeving van Meppen, en dit gebied dus zelf niet nodig had.

Aan het begin van de 2e wereldoorlog, dient een deel van dit grondstuk ook als oefen en afwerpgebied voor bommen, en luchtdoelgeschut, voor de Duits luchtmacht de Luftwaffe, zij hadden uiteindelijk een noodvliegveldje in de directe nabijheid tot hun beschikking.

Zo ontstaat uiteindelijk een groot oefengebied, maar zonder structuur.

Er worden wel enkele onderkomens gebouwd voor veiligheidsmensen en andere werknemers, alsmede een klein administratiekantoortje.

Bijzonder was wel, dat er een groot slagschip van hout nagebouwd werd, om als oefendoel te dienen voor de bommenwerpers, en voor de jachtvliegtuigen als de opvarenden van militaire eenheden overboord gesprongen waren, en probeerden al zwemmend een goed heenkomen te zoeken.

Op het eind van de 2e wereldoorlog, waren er weinig of geen activiteiten van de geallieerden op dit oefenterrein, er was weinig belangrijks te vinden, direct na de oorlog werd het door de Britse militairen bezet, en was het vanaf juli 1947 in gebruik bij de Royal Airforce alsoefenterrein voor het afwerpen van bommen.

Door aankopen en pacht is het gebied vergroot tot ca. 2200 ha, 1500 ha als oefengebied en 700 ha als landbouwgrond.

Bezitter van de meeste gronden, is de deelstaat Niedersaksen, die het grotendeels heeft verpacht onder voorwaarden.

Begin jaren 50 van de vorige eeuw, waren de oefeningen veelvuldig, de wereldwijde onlusten, maar ook omdat de Engelsen hun activiteiten van het eiland Helgoland in 1952 verplaatsten naar Klausheide.

In 1954 kwam de bevolking in de omgeving in opstand, door de veelvuldige en zeer luidruchtige oefeningen, ook omdat er nogal wat bommen verkeerd neerkwamen, en ook verschillende vliegtuigen zijn neergestort.

Desondanks, richt het Engelse leger toch een kleine kazerne in voor RAF personeel in Nordhorn, en gingen de oefeningen gewoon verder.

Sterker nog in NATO verband zijn vanaf 1963 door meerdere landen oefeningen gehouden op het dan geheten “Nordland Range�? , en nam de geluidsoverlast meer en meer toe, zeker ook in vergelijk met de eerste straaljagers in vergelijk met de Starfighter, en Phantoms nu.

De bevolking komt steeds meer in opstand, en de weerstand neemt toe, op 8 juli 1971 komt het tot een bezetting van het oefenterrein door omwonenden, en is het terrein voor 24 uur gesloten.

Geholpen door dit succes, wordt een actiecomité opgericht, Notgemeinschaft gegen den Bombenabwurfplatz Nordhorn-Range, het eerste burgerinitiatief in het naoorlogse Duitsland.

Verdere actie ‘s, bezettingen en demonstraties volgen, sommige door de politie gewelddadig uiteen geslagen. Op de politiek kwam mede daardoor onder druk, om tot een oplossing te komen, en alternatieven te zoeken voor nieuwe oefenterreinen die minder belastend waren.

Alternatieven kwamen voorbij, Westermoor bij Ramsloh, Teufelsberg bij Worpsede, en het eiland Knechtsand in de Wesermonding, maar alle plannen werden door tegenstand van de plaatselijke en regionale bevolking verworpen.

Voor Nordhorn-Range, verandert er daarom niet wezenlijk iets, en wordt het oefengebied in bedrijf gehouden. In 1985 zelfs werden op staatskosten inwoners van het gehucht Im Erdbrand, 41 woningen in de straat en 5 in de omgeving, afgebroken en verhuisden zij naar een nieuwe woonomgeving, omdat medische rapporten hadden aangetoond dat zij onder een aanvliegroute wonende, blijvend lichamelijke schade zouden kunnen oplopen.

Begin jaren 90 van de vorige eeuw, met zijn ontspanning en beëindigen van de koude oorlog,

was men nog niet van plan het oefenterrein op te geven, in 1995 nog werden grote investeringen gedaan in de controle en leidingsystemen.

Maar in 1996 kondigt de Royal Air Force onverwachts aan, dat zij het oefenterrein zullen opgeven en verlaten.

In 2001 komt het dan daadwerkelijk tot een overdracht aan de Duitse Bundeswehr, maar blijft als oefenterrein in gebruik maar nu bij het Duitse leger.

Wel zal er hopelijk voor omwonenden enige verlichting plaatsvinden, als het nieuw geplande oefenterrein in Wittstock voor een betere verdeling van de overlast zal zorgen.

Het begin van de landbouwgebieden in het bereik van de schietplaats Meppen.

In 1877 ondertekend de door de fa. Krupp aangewezen vertegenwoordiger en de Pruisische notaris de koopakte van gronden, nabij de stad Meppen, ook sluit hij gelijktijdig pachtcontracten af met zo’n 120 grondeigenaren, met een looptijd van 30 jaar, voor een gebied van 564 ha.

In totaal kan Krupp dan over een groot oefengebied beschikken van ca. 10.200 ha, met een lengte van ca. 23 kilometer, weliswaar niet alles in eigendom, maar waarbij de eigenaren hun grond wel kunnen gebruiken, zij het onder voorwaarden overeengekomen in het pachtcontract.

Na afloop van de pachtcontracten in 1906, werden nieuwe contracten en voorwaarden afgesloten.

Wel blijkt al tijdens WOI, dat de lengte van het schietterrein onvoldoende is, al in 1914 blijkt dat de dan ontwikkelde kanonnen een schietbereik hebben van 38 km, en die kanonnen zullen uiteindelijk een bereik krijgen van 128 km.

Ook komen er inslagen op plekken waar zij zouden moeten komen, en daarvoor moet Krupp schadeloosstelling betalen.

Op het eind van WOI, probeert Krupp tot een vergelijk te komen met grondeigenaren, om hele gebieden te onteigenen en huizen af te breken, die dan elders weer nieuw gebouwd zouden kunnen worden, maar hij stuit in zijn plannen op grote weerstand van de bevolking, die zich in Lathen op 29 maart 1918 verenigen om zich tegen de geplande onteigening te verzetten, en uiteindelijk met succes.

Het einde van WOI, en de plicht om het schietterrein te sluiten in de vredesbesluiten van Versailles, hebben daartoe zeker bijgedragen.

Na WOI, waarbij het oefenterrein niet meer gebruikt mocht worden en gebouwen ontmanteld moeten worden, volgens de verdragen van Versailles, bleven ca. 70 arbeiders toch in dienst van Krupp, om de gebouwen af te breken en het schietterrein te demilitariseren, en ook om de dan vrijkomende woeste gronden in cultuur te brengen.

Grote gebieden zijn omgeploegd door ploegen van de fa. Ottomeyer Pyrmont, met 2 paarden per ploeg, die ca. 35 cm diep door de heide ploegden, gevolgd door arbeiders van Krupp, om handmatig het geploegde af te werken. Rond 210 ha is zo bewerkt.

Wel verontschuldigt zich de oud beheerder van het schietterrein majoor Wesener, zich bij de gemeente Borken op wiens grondgebied geploegd is, dat de ploegen een schoolweg per ongeluk hebben omgeploegd, en dat hij de weg zal herstellen.

Ook dat hij een stuk grond, 2 morgen groot ter beschikking zal stellen voor verbouwing van wintervoer, voor de schapen.

En dat hij ook een stuk omploegen zal welke voor grasland gebruikt kan worden, als weide voor schapen en koeien.

Als de ploegers een schoolweg omploegen, zonder dat zij dat in de gaten gehad hebben, mag men aannemen, dat die weg niet meer geweest zal zijn als een zandpaadje over de hei, welke door schoolkinderen gebruikt, maar evenzeer zullen er de schapen overheen gedreven zijn.

Bij de vredesbesluiten van Versailles, werd nog wel toegestaan, dat summier en dan maar enkele dagen per jaar, er toch nog schietproeven gedaan mochten worden.

Veel hebben die vredesverdragen niet geholpen, want bij de opmars van Hitler, kwam al binnen 10 jaar na het einde van WOI het oefengebied al weer in bedrijf.

Weliswaar werden er, op papier, wagens beproeft, maar in werkelijkheid waren die wagens onderstellen voor kanonnen.

Ook werden er pantserwagens beproefd onder de noemer van tractoren.

De intussen in bedrijf zijnde landbouwbedrijven, hebben vele arbeiders in dienst genomen, die van het oefenterrein afkomstig waren.

Na WOII, waren het de Engelse bezettingsautoriteiten, die erop toezagen dat de overeengekomen vredesbesluiten van na WOII, uitgevoerd werden.

Zo kwam op 1 augustus 1957 in Meppen het koopcontract tot stand tussen de fa. Krupp in Essen en de afgevaardigde van de Bondsrepubliek Duitsland, waarbij het schietterrein Meppen na 80 jaar in eigendom van Krupp geweest te zijn, overgaat in andere handen.

Voor 37 miljoen D.M. wordt de Bondsrepubliek Duitsland de bezitter, over een stuk land van 7.913 ha 99 are en 85 ca. groot.

De Duitse Bundeswehr gebruikt het terrein nog steeds als oefenterrein, maar veel hinder ondervindt men daar niet van, enkele dagen per jaar is het terrein in gebruik, en soms is de doorgaande weg tussen Lathen en Sögel afgesloten voor korte periodes.

De landbouwbedrijven zijn alle gelegen rondom het schietterrein, een enkele is nog in bedrijf, van velen zijn de gebouwen in slechte staat, en niet meer als zodanig in gebruik, anderen zijn verkocht en is de bestemming ervan gewijzigd. Maar een ding hebben alle voormalige Krupp’s landbouwbedrijven gemeen, zij zijn alle opgebouwd vanuit dezelfde bouwstijl, met in de directe omgeving huisjes voor de arbeiders die er allemaal eender uitzien, enkel de opzichter woonde iets groter.

 Gut Cuntzhof.

Gut Cuntzhof, gesticht in juli 1940, genoemd naar de gevolmachtigde in grondstukvragen voor de fa. Friedrich Krupp AG, de geheimrat Dr.Cuntz.

De grondslag voor dit landbouwgebied, werd al gelegd in 1920, de fa. Krupp had voor de redding van het toenmalige schietterrein, welke ontmanteld diende te worden door het verdrag van Versailles na WOI, de gebouwen in gebruik van het schietoefenterrein, omgebouwd tot veestallen, en de gronden in cultuur gebracht, door het om te ploegen en allerlei gewassen te laten verbouwen. De voorbereidingen om het landbouwbedrijf op te starten, waren al in juli 1939 begonnen, met het vrijmaken van de gebouwen die in gebruik genomen waren door het schietoefenterrein.

De gebouwen werden ingericht als veestal, en mede voor verwerking van zaaigoed. Door het pachten van de erven Brümmer in Sprakel, en Oosthuus in Lathen, werd het landbouwbedrijf 345 ha groot, het later afgescheiden landbouwbedrijf Sandheim behoort aanvankelijk ook tot dit landbouwbedrijf.

Ook na WOII hebben verschillende instanties zich hier gevestigd, om onteigening etc. te voorkomen. Zo was hier een onderzoeksinstituut gevestigd voor de aardappelen met als hoofdstation te Keulen, een voor de tabaksindustrie, een aardappelproefveld, en een proefveld voor landbouwgewassen, deze laatsten behoorden bij het landbouwschap Weser-Ems.

Dit bedrijf heeft zich nu gespecialiseerd in de teelt van en onderzoek naar aardappelen, en de voormalige veestallen zijn omgebouwd tot een vorstvrije bewaarplaats voor pootaardappelen.

Gut Kellerberg.

Gut Kellerberg, gesticht in juli 1941, de voorbereidingen waren al begonnen in de jaren 1939/40. Het bedrijf was ca. 600 ha groot, 246 ha. Akkerland, 84 ha weidegrond, 139 ha heide, 86 ha woeste grond, 6 ha erf en woon en gebouwen, 2 ha tuin, 5 ha water en 23 ha wegen.

Na WOII, is op Gut Kellerberg een onderzoeksinstituut gevestigd voor bodemonderzoek, om de waarde van het landbouwbedrijf voor de wetenschap te documenteren, en om gelijktijdig daarmee alle pogingen tegen te werken om het landbouwbedrijf te ontmantelen.

Bij het in werking treden van nieuwe landbouwhervormingen in 1993, is het landbouwbedrijf stilgelegd, en daarmee de productie stopgezet. Het landbouwbedrijf is in een verzorgingsgebied omgezet, 130 ha is toegevoegd en teruggegeven aan de natuur, de gebouwen zijn verkocht aan bouwondernemer Knoll uit Haren.

Sinds 1990 lopen er op een 60 ha groot terrein, Prewalski paarden, om dat bijna uitgestorven ras weer levensvatbaar te maken en eventueel weer terug te laten keren naar hun oorspronkelijk leefgebied, Mongolië.

De merries komen uit Nederland, en de hengsten uit Amerika, en de eerste nakomelingen zijn inmiddels naar Mongolië geëxporteerd.

De kleine woonhuizen van de voormalige medewerkers, zijn inmiddels door anderen bewoont.

Gut Rupennest/Schwartenberg.

Gut Rupennest, gesticht in juli 1941, bestaat voor het grootste deel uit het grondgebied van de voormalige gemeente Wahn gronden die hoofdzakelijk onteigend waren, en delen van Sprakel. Voor de arbeiders van Rupennest en hun gezinnen, werden 12 woningen gebouwd. Het gebied van het voormalige landbouwbedrijf Schwartenberg, met ca. 167 ha, werd toegevoegd aan Rupennest.

Oorspronkelijk bestond bij het landbouwbedrijf ook een fokkerij, voor paarden, varkens en koeien, hoofdzakelijk voor melkvee.

In WOII werkten er 18 personen in loondienst, hoofdzakelijk uit de directe omgeving, maar ook 16 Franse krijgsgevangenen, met moge duidelijk zijn, dat de laatste niet vrijwillig hier hun werk verrichten.

Direct na de oorlog zijn ook hier maatregelen getroffen in samenwerking met het landbouwschap Weser-Ems, om onteigening e.d. te voorkomen, en de werkgelegenheid te behouden door er een melkschool in te richten, die tot ver over de landsgrenzen heen, als zeer goed bekend stond.

Door wijzigingen en verbetering van de waterhuishouding van de Melstruper beek in 1960, werd het grondoppervlak omgebouwd tot een zaadveredeling en zaadvermeerderingsbedrijf, wat het tot op heden nog steeds is.

In de voormalige veestallen, is dan ook een modern geoutilleerd machinepark geïnstalleerd.

Momenteel heeft het met delen van Renkenberge, een oppervlakte van 1.126 ha, waarvan 900 ha akkerland, 147 ha moeras, bos en woeste heidegronden en ca. 80 ha aan wegen etc.

Gut Renkenberge, gesticht in juli 1942

In 1942, een jaar na het begin, werkten er 5 personen in loondienst, en 20 Franse krijgsgevangenen, waren de stallen nog niet volledig benut, en ontbrak er nog een kippenhok waarvan de opbrengst voor het personeel bedoeld was, volgens een bericht van de toenmalige beheerder Wirtz.

Het bedrijfsgrondgebied, ligt in het stroomgebied van de Melstruper beek, en door goed beheer door de toenmalige beheerder Wirtz en een verantwoorde ontwatering, onder leiding van de landbouwingenieur Warning, is een goed gebruik van het landbouwgebied mogelijk geworden.

Het veebedrijf van Gut Rupennest werd opgeheven, en overgeplaatst naar gut Renkenberge.

In 1973 werden de woon en bedrijfsgebouwen verkocht door de Duitse staat aan landbouwer Lüken-Klassen

Gut Hohenheide.

Gut Hohenheide, gesticht in oktober 1941, ligt aan beide zijden van de weg van Lathen naar Sögel, en was in 1945 931 ha. groot. Het gebouwencomplex bestond uit een distilleerderij, 2 veldschuren, kippenhokken voor het bedrijf en medewerkers, en 12 woningen voor de medewerkers. Omdat de eigen mensen onder de wapenen werden geroepen gedurende de oorlog, werden zij vervangen door krijgsgevangenen, 46 Russen en 24 Belgen. Deze krijgsgevangenen hebben veel arbeid moeten verrichten, omdat ook de Melstruperbeek die door dit gebied stroomt, ingedamd moest worden.

Maar pas in de 60er jaren van de vorige eeuw, werd pas de ideale omstandigheden bereikt, betreffende de waterhuishouding in dit gebied.

Na 1945 werd onder druk van de verplichte landhervormingen voor de Krupp’s bedrijven, verpacht aan de fa. C.Raddatz uit Pommeren, die daar door de Russen verdreven waren, die het in gebruik nam als zaadveredelingsbedrijf. Momenteel is het landbouwbedrijf samen met Gut Sprakel, goed voor een oppervlakte van ca. 1262 ha. En in gebruik voor hoofdzakelijk pootaardappelen, alhoewel als men door het gebied komt, er toch ook heel veel mais staat.

Gut Sprakel of Sprakelerwald.

Gut Sprakelerwald, gesticht in 1942, en gereed in juli 1943. Het is gelegen aan de rand van het schietterrein, tussen Groot Stavern en Sögel. Het bruikbare deel van het landbouwbedrijf was aanvankelijk beperkt, omdat er nog veel woeste en onontgonnen grond daartoe behoorde.

Het landbouwbedrijf, werd uit de boerenbedrijven Brümmer en Schlöter, alsmede van 17 bewoners van Groot Stavern gesticht. De bruikbare landbouwgebieden van Sprakel of Sprakelerwald met een totaal oppervlak van 280 ha. zijn na beëindiging van het daar gevestigde veebedrijf, overgeheveld naar het landbouwbedrijf van Hohenheide.

De gebouwen die vanaf dan niet meer nodig waren, zijn verkocht aan veehandelaar Grünberg uit Sögel.

Gut Sandheim.

Gut Sandheim, gesticht in juli 1943. Dit landbouwbedrijf, in het gebied van Apeldorn, maakte eerder deel uit van het landbouwgebied van Gut Cuntzhof, en werd dus pas in 1943 afgescheiden. Buiten de bedrijfsgebouwen, maakten 6 woningen aan de rand van het gebied voor de medewerkers deel uit van dat Landbouwbedrijf.

Bij dat landbouwbedrijf was ook een tuinderij ondergebracht, welke tuinderij ook de bloemen en planten verzorgde van en voor het gastenverblijf van Krupp in de Herzogstrasse in Meppen, waar Krupp zijn buitenlandse gasten, die het schietterrein bezochten onderbracht.

Het bedrijfsgrondstuk was 238 ha groot, en werd in het begin onder leiding van een inspecteur bewerkt door 35 Russische krijgsgevangenen.

Na WOII, werden in de bedrijfsgebouwen een rundveebedrijf, een varkenshouderij gerund, en werd de mest gebruikt voor de ontginning van de woeste gronden, en werd een deel van de landerijen gebruikt als proefveld voor tabaksplanten, in samenwerking met het landbouwschap Weser-Ems.

Na het beëindigen van de veehouderij in de jaren 70 van de vorige eeuw, werd het grondgebied weer terug ondergebracht bij het landbouwgebied van Gut Cuntzhof.

Om de kosten te drukken van de omvangrijke bedrijfsgebouwen, werden die verkocht voor een stierhouderij aan landbouwer Leo Schulte-Himmelpforten, en ook de 6 arbeiderswoningen werden verkocht aan privé personen.

Gur Surwold.

Gut Surwold heft een ondergeschikte rol gespeeld, in vergelijking met de andere landbouwgebieden van Krupp.

Zijn de andere bedrijven ontworpen en bebouwd naar de inzichten van die tijd, Gut Surwold bestond al, en werd verworven bij al die aankopen.

In de jaren 1941/42 werden de gronden bewerkt door 5 landarbeiders, en 3 Franse krijgsgevangenen.

De geringe betekenis, werd mede veroorzaakt door het grote moerasgebied wat deel uitmaakte van dat bedrijf, en de ontwatering stond nog maar in de kinderschoenen.

In latere jaren is de ontwatering ter hand genomen door het water- grondbedrijf “Bergmoor�?.

In 1954 werd het gebied verkocht aan de Duitse Boerenbond, die het op zijn beurt weer doorverkocht in kleinere delen.

Hoe groot het oppervlak was, ben ik niet tegengekomen.

Moorgut Ramsloh.

Moorgut Ramsloh werd bij de uitbreiding van het schietterrein Meppen, aangekocht in 1941 van het Oldenburger Moorkulturgesellschaft Berlin, ter grootte van 202 ha. Naast de aankoop van het grondstuk, werden ook de kantoor en bedrijfsgebouwen gekocht, alsmede de fabriek voor de verwerking van turfstrooisel.

De door Berlijn vastgestelde hoeveelheid bedroeg bij de overname, 42.000 m2 geperst witturf, en 215.000 balen turfstrooisel jaarlijks.

Gelijktijdig werd een gebied van 202 ha. aangekocht in Ostrhauderfehn, voor de winning van zwartturf, welk gebied voorheen in pacht was bij de fa. Strenge uit Ocholt.

De productie heeft tijdens de oorlog geen of noemenswaardige vertraging opgelopen, en zo werd tussen april 1941 en september 1942 in totaal 17.000 ton turf gewonnen en verhandeld.

Het bedrijf werd geleid door een beheerder, een opzichter, 3 machinisten, 3 arbeiders en 12 voerlieden met paard en wagen, en dat alles onder toezicht van een inspecteur.

In 1959 is het bedrijf Moorgut uit de samenwerking met de andere landbouwgebieden gestapt, en is het verpacht door de eigenaar, het Duitse landsvermogensbeheer afdeling Hannover, aan de zoon van de toenmalige beheerder.

Anton G.M.Heijmerikx, Lathen

Colofoon diverse internetsites

Die entstehung der ehem. Kruppschen Gutsbetriebe im bereich des Schiessplatzes Meppen, von Walter Bien 1995.

Die olde Waohn Erstdruck 1941, herausgabe von Emil Goldschmidt 1981

Die Geschichte des Kruppschen Schissplatzes und der Wehrtechischen Dienststelle in Meppen, von Hans Altmeppen-Többen 1988

Zie ook het artikel onder het kopje Emsland:

Wahn, het bijna verdwenen dorp.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: