De Belgische Boerenkrijg, ook Beloken of Gesloten tijd genaamd.

Deze boerenopstand of oorlog, net zoals u wilt, was er de oorzaak van dat vele Belgische familie’s hun toevlucht zochten richting Nederland, om mede daardoor de dienstplicht voor de Fransen te ontlopen. zoals de gebroeders op de Weegh, later ook van der Weegh genaamd.

De boerenkrijg vond haar oorzaak in het algemene misnoegen over de anti godsdienstige politiek en de plundering van het land door de Franse overheersers (Sansculotten)

De maatregelen tegen de geestelijkheid, waarbij godsdienstvrijheid nog verder werd beknot, stuitten op groot verzet. De wet van 5 september 1798 waarbij de algemene dienstplicht werd ingesteld, deed de vlam in de pan slaan. Het begin van de opstand, welke door geheime comités voorbereid was voor 25 oktober, barste door een incident al op 12 oktober los te Overmere. De boeren openden de kerken, haalden de ondergedoken pastoors weer terug, en vernietigden de lijsten van dienstplichtigen en die der belastingbetalers.

Nam men vroeger aan, dat de boerenkrijg zich hoofdzakelijk tot de Antwerpse Kempen beperkte, recenter onderzoek heeft de onjuistheid van dit gegeven aangetoond.

In een zeer groot gedeelte van België nam de plaatselijke bevolking de wapens op, het werd een strijd van de “brigands�?, welke dus in oktober 1798 uitbrak.

Aanvankelijk in het land van Waas, vervolgens in West Vlaanderen, en zeer heftig in de Antwerpse Kempen, in de Rupelstreek, in het Hageland en het gehele gebied van de Nedermaas.

Er werd fel tot zeer fel gestreden te Turnhout, Geel, Herentals, Mechelen en Diest.

Op 5 december 1798 werd het tot dan sterkste boerenleger te Hasselt verslagen.

Daarmee was de opstand ten einde, officieel althans, het verzet sluimerde voort, maar leidde tot geen resultaat. De Franse legers werden aangevoerd door de generaals, Chabert, Jardon en Collaud, welke laatste de uiteindelijke bevoegdheid had.

Deze generaals kenden geen pardon, en hun bedwingen van de opstand ging gepaard met gruwelijke bestraffingen. De boerenleiders Constant, Corbeels en Meulemans werden terechtgesteld, 3000 aanhoudingen, honderden deportaties, en een uitermate strenge toepassing van de wet op de dienstplicht.

Een leider, van Gansen genaamd, slaagde erin om onder te duiken anders was ook hij terechtgesteld.

De hoofdzakelijk boerenleiders, hoopten dat de Engelse troepen hun te hulp zouden schieten, maar dat bleek ijdele hoop, evenals buitenlandse hulp van anderen.

Die strenge wet op de dienstplicht, zorgde ervoor dat vele inwoners de wijk namen naar het buitenland. Zeker als je de leeftijd bereikte dat men een oproep voor de dienstplicht kon verwachtten om dienst te doen in het bezettingsleger van de Fransen, en daar totaal geen zin in had. Niet iedereen was daartoe in staat, maar teuten, die als handelaren veel op pad waren ook in Nederland, konden op die manier natuurlijk wel in hun onderhoud voorzien, en kwamen dan ook vaak niet meer terug naar hun geboortedorp, maar bleven wonen en werken waar het hun voor de wind ging, en zo de dienstplicht konden ontlopen.

De gebroeders Leonardus en Arnoldus Opdeweegh waren zo twee Belgen uit het opstandige en onderdrukte gebied van de Kempen, die zich in Nederland vestigden, en hier voor talrijke nakomelingen zorgden. Gebeurtenissen in het 5 kilometer verderop gelegen Eksel hebben ongetwijfeld bijgedragen tot hun besluit om later als zij de leeftijd hadden, te vertrekken, ook al waren zij toen pas 14 en 12 jaar oud

Na de beëindiging op 5 december 1798 van de Belgische boerenopstand, ging zoals gezegd het verzet tegen de Franse overheersing nog een tijdje door. De Fransen namen 3 leden van de Brigands gevangen in Kerkhoven, en dat zette kwaad bloed. Het verzet van leden van de Brigands namen onder leiding van Jan Pieter Cranincx uit Diest wraak. Zij kwamen naar Eksel en vermoorden daar op 21 december 1798, 4 leden van de Franse Douane.

Jan Pieter Cranincx werd later aangehouden in de Bataafse republiek (Nederland), en werd te Brussel in de Hallepoort opgesloten en gevangen gezet, Eksel kreeg een geldboete Æ’ 7.200,-.

Deze gebeurtenis is de Franse geschiedenis ingegaan als de “L’Affaire d’Exel�?.

In Eksel is natuurlijk aangifte gedaan van het overlijden van deze douaniers, en is een officiële akte opgemaakt in het Frans (met dank voor de vertaling van J.J.Cuyvers uit Kleine Brogel) over die gebeurtenis, welke begint met de woorden.

LIBERTÉ VRIJHEID EGALITÉ GELIJKHEID

In het zevende jaar van de ene en onverdeelbare Franse Republiek, op de tweede dag van de maand nivôse (22 december 1798), wij, Jean Morren, vrederechter van het kanton Peer, departement Neder Maas, bijgestaan door de burgers Pierre Wilsens en Adrien Cryns, onze bijzitters, en Paul Theodoor Brouwers, onze griffier, naar een verslag ons gedaan op de 2e nivôse door burger Daniëls, burgemeester van de gemeente Eksel, kanton Peer, om 8 uur s’morgens, dat wezenlijk hierop neerkomt dat gisteren de 1e nivôse (21 december 1798), rond negen uur s’avonds een troep beschonken Brigands naar Eksel zijn gekomen en dat een van de beambten van de Nationale Douane, die zich op de post van Eksel bevond, door de Brigands werd vermoord, en dat de drie bedienden van dezelfde post door genoemde Brigands werden ontvoerd en door deze misdadigers meegenomen, niemand weet waarheen.

Wij hebben ons begeven naar de gemeente Eksel, en er aangekomen, hebben wij ons gewend tot burger Daniëls, burgemeester van de genoemde gemeente, en hebben wij burger Daniëls gesommeerd om ons de plaats te wijzen waar deze droevige moord werd bedreven. Genoemde burger Daniëls heeft ons gezegd dat hij een man naar Peer heeft gezonden, toen hij bemerkte dat de Brigands in Eksel waren aangekomen, om dat nieuws te melden aan de gestelde overheden, eraan toevoegende dat die man (die Michel Brusten heet) werd gevangen genomen door de Brigands en door hen werd meegenomen. Vervolgens heeft voornoemde burger Daniëls ons de plaats aangewezen (dicht bij zijn huis) waar hij het lijk van de vermoorde had gevonden en ons verklaard dat het lijk helemaal ontkleed was en dat hij het heeft laten overbrengen naar het naburige huis.

Vervolgens hebben wij, vrederechter, bijgestaan door bovengenoemde burgers, burger Jean Joseph Nys en burger Pierre Henri Reynen, gezondheidsambtenaren, beide verblijvende te Eksel, verzocht om ons te vergezellen naar het huis waarheen het lijk van de vermoorse werd overgebracht. Vervolgens zijn wij voornoemd huis binnengegaan, waar wij het lijk hebben aangetroffen, en terstond zijn wij overgegaan tot het onderzoek.

Na het onderzoek in onze aanwezigheid te hebben uitgevoerd, hebben bovengenoemde gezondheidsambtenaren ons verklaard, te hebben vastgesteld dat voornoemd lijk werd doorstoken met zeven dolk- of bajonetsteken in de rug en de dijen, van welke wonden er een, aan de rechterzijde, dodelijk was, die de lever en de ingewanden doorboorde, en zij hebben ons verklaard vier dodelijke slagen te hebben gevonden op de schedel en twee aan de slapen, die alle sabelslagen leken te zijn, en dat hun gezicht helemaal was kapotgeslagen als met zware voorwerpen of geweerkolven, en dat de pink van de linkerhand was afgesneden.

Na het onderzoek hebben wij de beambten van de Nationale Douane van Eksel en Hechtel, die getuige zijn geweest van deze ellendige en verontrustende misdaad gevraagd of zij voornoemd lijk herkenden, en zij hebben ons eensgezind verklaard dat het Legros was, de bereden ambtenaar van de Nationale Douane van de post Eksel. En daarna hebben wij verklaard dat er niets op tegen was dat genoemd lijk werd begraven op de gewone manier.

En aan de van al hierboven vermelde gegevens hebben wij het huidige proces verbaal opgesteld op de dag, de maand en het jaar zoals hierboven, dat de gezondheidsambtenaren samen met mij hebben ondertekend.

(was getekend) J.Morren, vrederechter, A.Crijns, bijzitter, P.Wilsens, bijzitter, J.J.Nys, gezondheidsambtenaar, P.H.Reynen, gezondheidsambtenaar, P.T.Brouwers, griffier.

Na het onderzoek door het vredegerecht van het kanton Peer, gedaan op de tweede nivôse van het jaar zeven, hebben wij, Paul Theodoor Brouwer, griffier van het vredegerecht van het kanton Peer, en de burger Antoine Daniëls, burgemeester van de gemeente Eksel, en burger J.M.Creysens en de burger Herri Verwimp, deurwaarder van het vredegerecht van voornoemd kanton een kwartier na voornoemd onderzoek, na de plaats te hebben verlaten waar het lijk van wijlen ambtenaar Legros werd neergelegd, een ontmoeting gehad met burger Michel Brusten, inwoner van de gemeente Eksel, die ons heeft verteld dat hij door de Brigands werd gevangen genomen en door hen naar de gemeente Lommel werd gebracht, en dat er nog drie andere lijken in de heide aan de kant van Brabant achter het gehucht de Locht lagen, en dat hij heeft gezien dat de Brigands de drie beambten van de Nationale Douane van de post van Eksel hebben vermoord, waarvan de lijken in de heide liggen, eraan toevoegende dat hij nog had gesproken en voor hen om vergiffenis had gevraagd, vooral voor de luitenant, en hij heeft ons verklaard dat hij had horen zeggen door de Brigands dat zij moesten sterven omdat de douanebeambten drie Brabantse jongens hadden gevangen genomen. Wij hebben de genoemde Michel Brusten in de naam van de wet gesommeerd om ons te vergezellen en ons de plaats aan te wijzen waar de lijken zich bevonden.

Onmiddellijk heb ik, ondergetekende griffier, mij gewend tot burger Gieret, luitenant van de beambten van de Nationale Douane, en na hem dit droevig verslag te hebben uitgebracht, heb ik hem een escorte van twintig douanebeambten gevraagd om het nodige onderzoek te doen en de lijken weg te halen.

Terstond hebben wij ons naar de heide begeven, bijgestaan door Pierre Henri Reynen, gezondheidsambtenaar, wonende in de gemeente Eksel.

Burger Michel Brusten heeft ons ongeveer de plaats aangewezen waar de andere lijken lagen, en wij hebben ze er gevonden met koorden aan elkaar gebonden, waarvan het eerste ontkleed was, de twee andere gekleed, en wij hebben aan de beambten die ons escorteerden gevraagd of zij de lijken nog herkenden, en zij hebben ons ja geantwoord, en dat het eerste dat bekeken werd, werd herkend als burger Sauvet, luitenant van de bereden douanebeambten van de post van Eksel, en van de twee andere, de ene als burger Robin, luitenant van de voornoemde beambten van de Nationale Douane te voet, en de andere als burger Legros, eveneens beambte van de Nationale Douane van de post van Eksel.

Vervolgens hebben wij de lijken weggehaald en vervoerd naar het gemeentehuis van Eksel, waar wij zijn overgegaan tot het onderzoek. De burgers Jean Joseph Nys en Pierre Henri Reynen, gezondheidsambtenaren, hebben ons na het onderzoek van de voornoemde lijken verklaard, te hebben vastgesteld dat ieder van hen drie dodelijke slagen op het hoofd heeft gekregen, zo hard dat de hersenen eruit kwamen, en ieder van hen ook drie sabelslagen in de nek, zodat bij een van hen bijna het hoofd was afgeslagen en bij de anderen de haardot in de nek afgesneden, en dat een van hen een wonde had in de rug.

Nadien hebben wij gezien dat er niets op tegen was dat de lijken werden begraven op de gewone wijze, en hebben wij voornoemde lijken laten begraven op het kerkhof van de gemeente Eksel.

En van het hierboven vermelde gegevens hebben wij het huidige proces verbaal opgesteld en afgesloten op heden den tweeden nivôse van het zevende jaar van de Franse Republiek, ter staving waarvan de gezondheidsambtenaren samen met ons op de datum als hierboven, hebben ondertekend.

(was getekend) Jean Joseph Nys, gezondheidsambtenaar, P.H.Reunen, gezondheidsambtenaar, P.T.Brouwers, griffier; gezien door mij, vrederechter, (get) J.Morren

Eensluidend afschrift van de huidige akte door mij gericht aan burger Paul Theodoor Brouwers, griffier van de vrederechter van hetv kanton Peer, departement Neder-Maas, in deze maand nivôse van het zevende jaar van de ene en onverdeelbare Franse Republiek.

A.Daniëls, burgemeester

Boerenopstanden tegen het wettige gezag zijn er altijd geweest.

Dit kan sociale, economische, politieke of godsdienstige redenen hebben.

Deze opstanden hebben eigenlijk praktisch nimmer als reden, dat de plattelandsbevolking door honger gedreven zijn tot opstand, behalve misschien in Ierland waar door jarenlange aardappel misoogsten grote delen van de bevolking op de vlucht sloeg richting Amerika. Aardappelen waren in die dagen volksvoedsel nummer een.

Politieke opstanden waren er ook, de Drentse boeren in 1272 tegen de belastingpolitiek van de Utrechtse bisschop, in de kop van Noord Holland in 1273, op het Vlaamse platteland 1323, de Veluwese boeren in 1354.

Sociale opstanden van groot belang waren de boerenopstanden in de 14e eeuw in Frankrijk de Jacquerie genaamd en Engeland de opstand van Wat Tyler, deze twee opstanden richtten zich vooral tegen de bevoorrechtte positie en het grootgrondbezit van de adel, de leus was toen gelijkheid van alle mensen.

Grote godsdienstige beroering in het begin van de 16e eeuw in Duitsland, beginnend in Zuid Duitsland. De boeren eisten sociale hervormingen, en richtten zich tegen de kerk die zich aan de kant van de tegenstanders schaarde. De Hervorming vond op die manier grote aanhang onder de boerenbevolking. Doordat de boeren nogal rigoureus tewerk gingen, en er vele excessen plaats vonden, werden zij krachtig bestreden en dat leidde tot hun nederlaag in 1525.

Bloediger en veel massaler waren de boerenopstanden in Rusland, welke veelal een economisch en politiek karakter hadden. In 1604 en 1608 werden zij door een avonturier aangevoerd.

Deze Dimitri gaf zich uit als zoon van de op geheimzinnige wijze gestorven troonopvolger, en bracht het uiteindelijk tot Tsaar.

Stenjka Razin was in 1670 nog populairder, en plunderde en brandstichtte grote delen van Rusland, en verdeelde dat onder de arme plattelandsbevolking, die zich dan ook massaal aansloten. Maar zijn leger werd op gegeven moment te groot, en gedroegen zich bandeloos en waren uiteindelijk slecht bewapend. Russische legers versloegen hun uiteindelijk, en Razin werd gedood. Heden ten dage worden zijn heldendaden nog bezongen in balladen.

Emeljan Poegatsjev was zo mogelijk in 1773 net zo populair als Razin. Hij was het die de boerenopstand tegen Tsarina Catharina II leidde met als leus, dat hij alle volken van Rusland zou bevrijden van onrecht en onderdrukking. Zijn missie eindigde bij de stad Tsaritzyn, waar zijn legers werden verslagen. Ook Spanje had zijn boerenopstand, in 1808 de bedelaarsopstand genoemd. En ook China heeft ontelbare boerenopstanden gekend.

Terwijl de Boerenopstand in Transvaal (Zuid Afrika) waarbij Paul Kruger de vrijheidsstrijd aanvoerde tegen de Engelse overheersing, velen nog tot de verbeelding spreekt.

Maar ook in het recente verleden, weliswaar niet een oorlog, maar wel tot strijd de opstand onder leiding van de vrije boeren Koekkoek en Harmsen in Hollandsche Veld in Drente, of nog recenter tijdens de MKZ crisis in Kootwijkerbroek.

Anton G.M.Heijmerikx, Lathen

Colofoon:

de Bevolking van Eksel door J.C.Cuyvers

Standaard Encyclopedie Winkler Prins

5 gedachten over “De Belgische Boerenkrijg, ook Beloken of Gesloten tijd genaamd.

  1. Gegroet. Graag had ik vernomen of het mogelijk is een kopie van de originele (Franse) tekst van de akte m.b.t. “l’Affaire d’Exel” te bekomen. Michel Brusten was een grootnonkel van mij.

    Like

  2. Ik ben West-Vlaming. Sinds meer dan een jaar onderzoek ik deze tijd. Gaandeweg mijn opzoekingen ben ik tot de conclusie gekomen dat men niet kan spreken over een “Boerenkrijg” maar wel van een “Vlaamse revolte”, daar maar weinig boeren aan deze revolte hebben deelgenomen. Integendeel de meeste boeren hadden in de toenmalige municipaliteiten een voornaam postje zoals “adjoint” of “veldwachter”. In die tijd hebben vele West-Vlamingen de dood gevonden doordat een groot deel van het Franse leger zich op West-Vlaams grondgebied bevond uit schrik dat de Engelsen zich aan land zouden begeven. Na het neerslaan van de Vlaamse revolte waren de Fransen in het Leiedepartement zo gefrustreerd dat hun wraak eindigde in de Bende van Baeckelandt.
    Dit durf ik schrijven als nazaat van één van de bestuurders van het Leiedepartement die belast was met de uitvoering van de genomen besluiten.

    Like

  3. Zou het niet zo kunnen zijn dat de Fransen alle Vlamingen “boeren” noemden, zoals Amsterdammers en ook soms andere stedelingen iedereen, die niet uit de stad komt, een “boer” noemen? De oude Grieken noemden niet-Grieken “barbaren”. Dat werden later soms “Geuzen”namen, zelf ook al een woord om alle tegenstanders te kleineren.

    “de meeste boeren hadden … een voornaam postje…”, lijkt me zeer onwaarschijnlijk: het Franse Rijk werd, zelfs in Vlaanderen, niet bestuurd door boeren!

    Like

  4. Aan Carlos Acx
    beste Carlos ik wil graag in contact met jou komen. Echter ik heb geen adres telefoonnummer noch emailadres.
    Kun je me dit doorsturen. Alvast bedankt.
    Nicole

    Like

  5. Lei Coolen heeft gelijk. De term boer slaat op plattelandsbewoner. De steden bleven achter, maar Antoine Constant uit Waals-Brabant maakt dat we niet volledig van een Nederlandstalige revolte kunnen spreken. En zeker niet van een ‘Belgische’, zoals Nederlanders gemakkelijkshalve doen. Wij waren toen (Zuid)-Nederlanders en gelukkig is dat op de wikipedia reeds overgenomen. Zelfs de Franse bestuurders hadden de term ‘Belgisch’ in het verdomhoekje geplaatst: de negen verenigde departementen.

    Like

Laat een reactie achter op Nicole Acx Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: