Een bezoek aan het Hongaarse Staatsarchief.

Op vakantie in Hongarije, in een vakantiehuisje in de heuvels met een schitterend uitzicht op het Velence meer, zijn wij uiteraard meerdere keren naar Budapest geweest, met de trein voor 412 forint, ca. €.2,-. Doordat wij 50 kilometer in een overvolle stoptrein moesten staan met zo’n 10 tal kleine stationnetjes met onuitsprekelijke namen voor ons, namen wij de volgende keer een retourtje 1e klas voor ca. €.3,-. Op de heen en terugreis konden wij dan ook zitten, maar op de terugreis was de 1e klas afgekoppeld, daar werd te weinig gebruik van gemaakt.

In Budapest zijn ook door ons de bekende plekken en gebouwen bezocht, en al wandelend in stadsdeel Buda van de Burcht via Vissersbastion en de Matthiaskerk, daarover later meer, kwamen wij plotseling te staan voor de deur van het Hongaarse Staats­archief, welk archief gehuisvest is in een groot en statig gebouw van neoromaanse bouwstijl uit 1917.

En zoals zoveel gebouwen in Budapest, is dit gebouw ook rijkelijk versierd, en met veel ruimte binnen, maar de staat van het onderhoud laat enigszins te wensen over, financieel zal dat ook allemaal wel moeilijk op te brengen zijn, met zoveel gebouwen met achter­stallig onderhoud.

Alhoewel, het parlementsgebouw uit 1902 ziet er schitterend uit, en ook al is het in de 2e wereldoor­log zwaar gebombardeerd door de Amerikanen, het is weer hele­maal in oude luister hersteld. Aan bladgoud is er 40 kilogram in verwerkt, en dat zijn heel wat blaadjes bladgoud, zeker als men bedenkt dat zo’n velletje ca. 10 x 10 cm. is, en 1/10.000e mm. dun.

Maar staande voor het Hongaarse Staatsarchief, kwam toch een nieuwsgierige belangstelling naar boven, om te proberen een blik te werpen bij de collega’s in het restauratieatelier.

Dus de stoute schoenen aangetrokken, en naar binnengelopen door een enorm grote zware, maar schitterend versierde eiken deur.

Binnengekomen in een hal met voor ons een trap, knalt de deur onverwachts met een harde knal dicht. De trap naar boven opkijkende, zien wij daar een bewaker staan bewapend met pi­stool en al, die ons opwacht en te woord staat.

Hongaars is voor ons onuitsprekelijk, en Duits en Engels ken­nelijk voor de bewaker. Na wat handen en voetenwerk, wijst hij ons op 2 deuren, die wij uitproberen, maar zij zitten beiden op slot. Na een telefoontje, komt na enkele minuten een man naar ons toe, die wenkt om mee te gaan. Hij opent een van de twee deuren met een opschrift wat mij doet denken aan een ad­junct-archivaris, hij gaat zitten achter een groot bureau, en kijkt ons vragend aan.

Wij beginnen met ons voor te stellen in het Duits, en zeggen uiteraard dat wij uit Nederland komen, en leggen uit wat de bedoeling is van ons bezoek. Kennelijk heeft hij het begrepen, want hij wenkt ons mee te komen.

Wij achter hem aan, de hal door, een trap af, en vervolgens door een gro­te dubbele deur door, het restauratieatelier binnen waar 2 dames aan het werk zijn, die door hem worden aangesproken. Na een kort onverstaanbaar gesprekje wenkt hij ons opnieuw, en spreekt 1 woord, mitkommen.

Terug in de centrale hal wijst hij ons op een bankje, en zegt, ein halbe stunde warten bitte.

Hij draait zich om, en wij hebben hem vervolgens niet meer gezien. Daar zit je dan, in een grote hal, met aan de overkant een gewapende bewaker, die daar de krant zit te lezen met af en toe een blik onze richting op, met achter zich een enorm groot Coca Cola automaat in schrille kleuren en totaal in disharmo­nie met de hal.

Ondertussen komt steeds een mevrouw met archiefstukken een enorme trap afgelopen, om vervolgens te verdwijnen achter een van de vele deuren. Ook zijn er enkele 10 tallen mensen op en neer door de hal komen lopen, en ons was beslist niet duide­lijk of het om bezoekers, dan wel om nieuwsgierige ambtenaren ging.

Inmiddels is de bewaker afgelost, en de nieuwkomer is ook be­wapend zien wij.

Na ca. 45 minuten komen er 2 dames door de buitendeur binnen en de trap op, zij worden onmiddellijk door de bewaker aange­sproken, en hij wijst daarbij naar ons, enigzins verbaast komt een hunner naar ons toe gelopen, en wenkt ons mee te gaan. Binnen in het restauratieatelier, blijkt zij zich in het Duits redelijk verstaanbaar te kunnen maken, en wij leggen haar de reden van ons bezoek uit. Na onverstaanbaar overleg tussen de dan 4 aanwezige dames, waarvan er een duidelijk veel ouder is, krijgen wij tekst en uitleg over hun werk als restauratrices, voorbeelden worden erbij gehaald, en dat verduidelijkt veel als je beiden hetzelfde vak uitoefent.

Ook in Hongarije is de verzuring van archieven aan de orde, zeker door het verkeer met zijn nog steeds in grote getale aanwezige Trabantjes en Wartburgs, en zeker ook in een stad als Budapest met 2 miljoen inwoners. De eisen voor het milieu zijn erg ruim in Hongarije, als voorbeeld noem ik, dat toen wij in een restaurant zaten te eten, er een sproeivliegtuigje op geringe hoogte overvloog, om de muggenplaag te bestrijden.

Maar ook in dit archief verpakken zij archieven in zuurvrije dozen, maar alleen de gerestaureerde stukken.

Dat verpakken wel een hoge prioriteit heeft, maar dat financiën daarvoor ontbreken, daardoor is het tempo van verpakken erg laag, dat moge duidelijk zijn. Op verschillende vragen mijnerzijds, wil­den de dames best een antwoord geven hadden wij de indruk, maar vele vragen bleven onbeantwoord, omdat zij het gewoon niet wisten.

Hoeveel bij hun een zuurvrije doos kostte, kwam als antwoord, erg duur, en een verwijzing naar de afdeling financiën. Hoeveel kilometer archief, hoeveel charters en ze­gels, hoeveel mensen er in dit archief werkten, steeds een schouderophalen en een verwijzing, maar geen duidelijk ant­woord.

Wel wisten zij, dat er in heel Hongarije maar 4 restau­ratrices waren binnen de archieven, en dat er uitwisseling van kennis op vakgebied was met de bibliotheken en musea in hoofd­zakelijk Budapest, en ook dat er gezamenlijk werd ingekocht wat materialen betrof, maar dat deed weer een andere afdeling.

De indruk van mijn vrouw en mij was dan ook, dat het systeem van verdeel en heers hier duidelijk nog steeds erg gangbaar is. De outillage was overigens sober maar degelijk, en goed onderhouden. Een gescheiden droog en nat atelier was er niet, maar zij beschikten wel over een goed werkende aanvezelmachi­ne.

Ook het getoonde en gerestaureerde materiaal zag er goed uit, charter en zegelrestauratie werd veel ter hand genomen, al wisten zij niet hoeveel charters er waren.

Ook restauratie van boeken, die uit een brand gekomen waren werd voortvarend ter hand genomen, en dat kon je ook ruiken.

In een redelijk korte tijd, kregen wij een aardige indruk van de restauratieafdeling en van de 4 dames van het Hongaarse Staatsarchief. Na een hartelijk afscheid, waarbij de dames zichtbaar verheugd waren over de belangstelling voor hun vak van een Nederlandse collega en zijn vrouw, zijn wij door de wederom hard dichtvallende deur naar buiten gegaan.

Graag had­den wij meer willen zien, maar de taalbarrière en gewapende bewakers, hielden ons een beetje tegen.

Tot slot de Matthiaskerk die ik al noemde, ook de Onze Lieve Vrouwekerk genaamd.

Binnen liepen vele orde bewakers, die de toeristen maanden tot stilte en eerbied, veel hielp dat niet, vele toeristen denken kennelijk ach wat scheelt het, ze kennen mij toch niet, en verstaan kan ik ze niet.

Er liep zelfs een mevrouw in een doorkijkblouse, die zelfs in de donkere kerk niets te raden overliet, niet dat het geen fraai gezicht was, maar zo gekleed ga je toch niet een kerk bezichtigen.

Bij dat bezoek aan die kerk, bezochten wij ook de schatkamer, waar veel beelden, kazuifels en andere voorwerpen uit de ka­tholieke eredienst tentoongesteld waren. Veel gouden voorwer­pen waren er niet, die zijn veelal geroofd in de vele oorlogen en overheersingen die de Hongaren hebben gekend, in musea in andere landen kan men die voorwerpen wel zien.

Wel was er een schitterende kopie van de Hongaarse Stefanskroon, het origi­neel is in het Hongaars Nationaal Museum te zien, en bijna 1000 jaar oud. Ook tentoongesteld, en dat was voor mij verbazing­wekkend en ongelooflijk, een origineel Baptizatorum oftewel doopboek van de Matthiaskerk uit 1686. Het geheel lag welis­waar achter glas, maar met spotjes erboven om het toch maar goed te kunnen zien, en wat men zag, is voor elke restaurator het schrikbeeld. Een boek vol met allerlei soorten plakband, papier dat vlossig en broos is en met een wegkwijnende tekst. Als dat doopboek daar blijft liggen, dan is het geen lang le­ven meer beschoren.

Restauratie zal zelfs een heidense klus zijn voor dat katholieke doopboek.

Terugkomende in de kerk zelf, werd mijn aandacht getroffen door een kapelletje, voor­stellende de Heilige Heimeriks, en verdomd, toen ik aan de duisternis gewend was, leken wij als twee druppels water op elkaar.

Anton G.M. Heijmerikx , Lathen

One thought on “Een bezoek aan het Hongaarse Staatsarchief.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: