Een der laatste transporten naar Westerbork 6 februai 1945

Het was een beschieting door een Engelse bommenwerper, die samen met nog 6 andere bommenwerpers in Overijssel op zoek waren naar transporten en lanceerinrichtingen van V1 en V2 raketten. Een hunner zag op de dijk bij Wijhe een grote vrachtauto richting Zwolle rijden. Na het afwerpen van lichtkogels zag de piloot dat het een grote Duitse militaire vrachtwagen was.
De bemanning besloot om het  aan te vallen, en beschoot in enkele duikvluchten de vrachtauto van voren als wel van achteren.
De gevolgen waren enorm, het was een der laatste transporten van Joodse gevangenen richting Westerbork. Bij die aanval zijn 7 hunner onmiddellijk dodelijk getroffen, 1 persoon Willy Polak geboren op 23-10-1915 overleed even later bij de fam. Witholt waar hij zwaar gewond naar binnen was gebracht. Hij werd later te Wijhe begraven en liet vrouw en een zoontje van bijna 2 jaar achter; 2 maand later beviel zij nog van een dochter.         
Op weg naar het ziekenhuis in Zwolle, overleden nog eens 3 personen aan hun verwondingen, Mozes Duis 50 jr, Benedictus Furth 55 jr, Samuel Kool 59 jr. Diezelfde dag stierven in het ziekenhuis nog eens 2 zwaargewonden, Simon de Vries 51 jr. Isidoor Polk 36 jr. en op 7 maart bezweek Rachel Leisen 27 jr. alsnog aan haar verwondingen. Andere gewonden, zeker 3 personen, werden na behandeling in Zwolle naar een ander noodhospitaal gebracht, de Dr. Fransenschool aan de Middelweg. Ook 2 kinderen kwamen daar voor behandeling terecht.

Eén van die kinderen, Ronnie Groenteman en nog geen 2 jaar, was door een kogel gewond geraakt aan zijn kleine teen, is na behandeling aan een toevallig passerend echtpaar, de fam. Van Alderen, in hun handen gedrukt en is daar gebleven tot het eind van de oorlog. Gezien de ernst van de toestand, noemden zij hem Ernst. In juni 1945 is hij weer herenigd met zijn ouders die de oorlog in onderdijk hebben overleefd.

Een niet met naam bekende vrouw werd op 7 maart 1945 uit het ziekenhuis ontslagen.
Mevr. Coronel werd ontslagen op 31 maart 1945, maar bleef haar leven lang aan geheugenverlies lijden. Zij hield haar verdere leven hinder van haar verwondingen. Zij herinnerde zich dat er ca. 25 a 30 personen in de vrachtauto zaten, maar een reconstructie van het voorval leerde dat er minstens 40 personen in de vrachtauto moeten hebben gezeten.
De meesten zaten in Amsterdam gevangen door verraad en zijn vanuit de Amsterdamse Schouwburg op transport gezet naar Westerbork.
Dit transport was een der laatste transporten naar Westerbork.

Ook onder de Grüne Polizei die het transport begeleidde zijn doden en gewonden gevallen, maar een juist aantal is niet bekend. Wel bleek dat de Duitsers, nadat zij bij het beschoten transport aankwamen, eerst hun eigen mensen hebben verzorgd en afgevoerd naar het ziekenhuis in Zwolle en zich daarna pas hebben bekommerd over de Joodse slachtoffers die niet konden vluchten.
Voor het vervoer van de gewonde Joden was men meer aangewezen op paard en wagen. Dat was niet geheel ongevaarlijk, want Engelse vliegtuigen schoten op het eind van de oorlog zo ongeveer op alles wat zich op de weg bevond. Rijdend op een dijk had men niet veel uitwijkmogelijkheden.

Andere gewonden en personen die geen verwondingen hadden opgelopen namen de kans waar om te vluchten. Ze probeerden zo snel als mogelijk een veilige plek te zoeken.

Verhalen daarover staan in het boek van Jan Veerman: “Wijhe voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog”, deel 3.

Een hunner, naar later bleek Johanna Kapp, was gewond aan haar been en schouder. Zij werd gevonden in het weiland van landbouwer Drosten aan de Zandwetering. Riek Drosten begeleidde haar op weg naar een veilige plek. Ze kwamen via de Gelder en de Hamelweg bij landbouwer Hoogeland nabij Langeveldslo, die haar met paard en wagen naar het evacuatiegebouw in Raalte bracht.
Van daaruit werd ze opgenomen in het Raalter ziekenhuis.
Daar is zij ca. 14 dagen verpleegd en verzorgd en had daar veelvuldig contact met Willem Albers van het plaatselijk verzet. Aan hem vertelde zij dat haar man was ondergedoken in Wageningen en zij graag wilde dat hij naar Raalte kwam. Haar werd ontraden om contact met haar man te zoeken. Men vond dat te gevaarlijk, maar desondanks kwam hij, Martijn Schatz, toch onverwachts in Raalte aan. Samen doken zij onder, via bemiddeling van het verzet in Raalte, op de boerderij van de fam. Rechterschot aan de Schoonhetenseweg waar zij overigens de beschikking kregen over een eigen slaapkamer. Op die boerderij waren overigens meerdere onderduikers, die vaak ’s avonds gezamenlijk in de keuken elkaars gezelschap zochten. Bij onraad zochten zij allen een plek in een schuilhut verborgen in een nabij gelegen bos, ondergronds en verstevigd met balken, takken, mos, gras- en heideplaggen. De fam. Rechterschot had natuurlijk wel een vermoeden dat er Joodse onderduikers bij zouden kunnen zitten, maar wisten niet alles van hun tijdelijke inwoners. De kinderen Rechterschot hebben goede herinneringen aan die tijd. Ze hadden een goed contact met o.a. Johanna Kapp, die vaak met de kinderen bezig was.
Maar Johanna Kapp werd ziek, zij kreeg difterie, een erg besmettelijke ziekte. Dr. Van der Werf uit Raalte is nog bij haar geweest, maar kon ook niets meer voor haar doen. Zij overleed op 29 maart 1945.

Martijn Schatz vroeg aan vader Rechterschot of hij samen met hem wilden bidden, bij en voor zijn vrouw. Toen wist hij zeker dat het Joden waren; hij vertelde: Martijn zette zijn petje op en ik deed mijn pet af. Na de oorlog heeft Martijn Schatz een boom laten planten in het Westerweelwoud op de helling van de Israëlische berg Efraïm in Galilei, uit dankbaarheid voor de hulp van de familie Rechterschot ontvangen. Maar toen had men een probleem, hoe kon je zonder problemen op een nette manier van een overleden Joodse onderduikster afkomen.In het geheim werd zij op een platte wagen afgevoerd naar de algemene begraafplaats in Raalte en begraven in graf nr. 1132 (zie artikel in de Stentor van 17 april 2007). Het Raalter verzet heeft hier ongetwijfeld een rol in gespeeld. Anno 2016 is het nog steeds naamloos aanwezig. Op haar graf staat enkel het nummer 1132.

De volgende dag doet Cornelis Evert Jan Peet (lid van het Raalter verzet) hoofd ener school aangifte van het overlijden van de Jong, Johanna oud twee en dertig jaren, zonder beroep, geboren te Worms, Duitsland, wonende te Renkum, echtgenote van Bledgen, Martijn, dochter van de Jong, Johan en van Kapp, Hendrika, beiden overleden. Spannend is het in huize Rechterschot uiteraard ook wel meer geweest. Veel geluk hebben zij ook gehad. Vlak voor het einde van de oorlog kwamen er Duitse soldaten bij hen ingekwartierd. Eén hunner ontdekte dat er Joodse onderduikers in huis woonden, maar omdat het einde van de oorlog aanstaande was en hun fanatisme geluwd was, maakten zij er geen werk meer van. Wanneer dat wel was gebeurd was het ongetwijfeld verkeerd afgelopen. Hiermee zou het leven van Johanna Kapp en haar verhaal ten einde zijn geweest, behalve in de herinnering van hen die haar gekend hebben, maar niets in minder waar.

Martijn Schatz die na de oorlog in s’Gravenhage woonde en daar als accountant werkzaam was, onderhield regelmatig contact met zijn helpers van weleer en kwam ook vele malen naar Schoonheten met zijn latere 2e echtgenote. Probleem voor hem was alleen dat hij niet een wettig huwelijk aan kon gaan, omdat de papieren van zijn overleden vrouw ontbraken. Voor haar was immers onder valse naam aangifte gedaan van haar overlijden.
In 1953 werd daarom een akte opgemaakt bij de Zutphense Arrondissement Rechtbank, waarin door getuigen werd verklaard dat de aangegeven Johanna de Jong in werkelijkheid Johanna Kapp was, geboren op 12-12-1912 te Worms Duitsland, dochter van Moritz Kapp veehandelaar en Selma Sara Marx.

In die opgemaakte akte staat ook dat zij te Amsterdam gehuwd is met Martijn Schatz op 13 augustus 1941 en zij eerder gehuwd geweest is met Martijn Spitz welk huwelijk ontbonden is. Het 1e huwelijk was een schijnhuwelijk. Zij kwam op 1 maart 1934 van Worms naar Amsterdam en verdiende de kost als dienstmeisje, maar studeerde daarnaast ook voor lerares lichamelijke opvoeding, welke studie zij met goed gevolg afsloot. Haar vader was al eerder overleden en haar moeder overleed op 31 oktober 1934 in Worms. Haar vertrek bij het begin van het Drittes Reich kwam enkel omdat zij toen al voorzag dat in Duitsland voor Joden geen of praktisch geen ontplooiingsmogelijkheden waren. Maar als zij dan werk zoekt in Nederland met haar diploma lichamelijke opvoeding, ondervindt zij als Duitse ook hier grote problemen met het vinden van een baan. Het wordt haar onmogelijk gemaakt. Een inmiddels goede Joodse Nederlandse vriend, Martijn Spitz, is bereid met haar een schijnhuwelijk aan te gaan, om haar zodoende de Nederlandse nationaliteit te verschaffen en mogelijk zo werk te kunnen vinden als lerares lichamelijke opvoeding.

Martijn Spitz is geboren op 22 maart 1912 te Amsterdam en overleden op 7 september 2004 te Jeruzalem. Hij was een zoon van Joachim Spitz en Rebecca Marchand. Martijn Spitz is na het ontbinden van zijn schijnhuwelijk opnieuw in het huwelijk getreden met Bernardina Elisabeth Glaser, geboren te Nijmegen op 16 maart 1919 en overleden op 27 februari 2000 te Jeruzalem. Samen kregen zij 3 kinderen, Dan Jochanan, Michal Hanna en Ada Rivka. Na de ontbinding van haar schijnhuwelijk met Martijn Spitz huwt zij dus met Martijn Schatz, maar duikt samen met hem en haar schoonmoeder nadien onder tijdens de Duitse bezetting, voor zover bekend in de omgeving van Ede Wageningen. Johanna Schatz-Kapp is dus op gegeven moment opgepakt, haar man en schoonmoeder niet. Waarom zij wel en de andere familieleden niet, geven de archieven niet prijs, werd op transport gezet naar Westerbork, waar zij dus zoals hierboven omschreven nimmer is aangekomen.

Bekend is wel dat nadien een zwangere vrouw gearresteerd is. Of er andere leden van de groep na de beschieting zijn opgepakt en alsnog naar Westerbork zijn afgevoerd, is niet bekend. Maar mocht het wel zo zijn, dan hebben zij mogelijk toch geluk gehad, want het laatste transport  uit Westerbork richting de vernietigingskampen was al op 13 september 1944.

Dat waren mevr. Jetje Gerritse – Aldewereld, haar dochter Regina Sonépouse – Gerritse en schoonzoon Sylvain Sonépouse. Uit deel 3 “Wijhe voor en tijdens de oorlog” van Jan Veerman, hieronder een uittreksel uit het verhaal van mevr. Regina Sonépouse-Gerritse.

Wij zaten met 5 familieleden in de oorlog al ondergedoken in Amsterdam, maar werden na verraad opgepakt op 6 januari 1945. Twee leden weten te ontkomen en wij drieën werden gevangen gezet op verschillende plaatsen in Amsterdam. In de nacht van 5 op 6 februari gingen wij met het laatste transport naar Westerbork, begeleid door leden van de Grüne Polizei in een dichte vrachtauto, zodat wij niet konden zien waar wij reden, urenlang. In de ochtend hoorden wij vliegtuigen en werden beschoten, gevolgd door gekerm van gewonden en geschreeuw van de begeleiders. Iedereen probeerde zo snel als mogelijk uit de stilstaande vrachtauto te komen en een veilig heenkomen te zoeken,  zo ook wij drieën. Mevr. Regina Sonépouse-Gerritse was gewond, had een schotwond opgelopen en granaatscherven in haar rug en het lopen ging dan ook erg moeilijk. Bij het uitstappen zagen ze dat bij een Duitser, een deel van zijn hoofd was weggeschoten, en mijn moeder legde er een doek over, hij was weliswaar een vijand, maar toch ook een mens. Moeder en mijn man waren niet gewond, maar wel zwak. Bij het dichtstbijzijnde huis werd op herhaald bonzen niet opengedaan. Wij zijn toen verder gekropen door sloten, over prikkeldraad en kwamen bij een boerderij aan. Mevr. Coronel die bij ons was kon niet verder en mocht bij de boer achterblijven. Hij zorgde ervoor dat zij in Zwolle in het ziekenhuis terechtkwam. Wij moesten verder, want de Duitsers gingen zeker op zoek naar gevluchte Joden. Wij kwamen op een volgende boerderij terecht, waar wij volop te eten kregen van de twee bewoonsters, in een kamer met veel antiek. Na een verdere vermoeiende tocht, bereikten wij de kerk van Broekland. Via de koster kwamen wij bij de fam. Jansen terecht. Mevr. Jansen belde meteen dr. Goedhart uit Raalte, want ik was volkomen uitgeput en had het bloed in mijn schoenen staan. Ik kreeg een behandeling in het ziekenhuis van Raalte en keerde daarna weer terug naar de fam. Jansen in Broekland. Na enkele weken gingen wij naar een gebouw in Raalte waar veel evacués opgevangen werden. Omdat de omstandigheden niet hygiënisch waren met ook veel ongedierte, zijn wij toch op zoek gegaan naar een privé-adres waar wij mogelijk het einde van de oorlog af mochten wachten. Wij vonden  bij de fam. Johan van Noorel in de Grotestraat een veilig en gastvrij, kortom een geweldig onderkomen.

Tussen de families Jansen, van Noorel en Sonépouse, zijn jarenlange vriendschapsbanden onderhouden, met bezoeken over en weer.
Helaas heeft mevr. Jetje Gerritse-Aldewereld de gevolgen van de oorlog niet kunnen verwerken. Zij verkoos in mei 1956 op haar eigen wijze uit het leven te stappen.

Bij een reconstructie na de oorlog bleek dat er minstens tussen 30-40 personen in de vrachtauto moeten hebben gezeten. Er zijn er dus meer ontkomen, maar van hun avonturen is weinig of niets bekend geworden. Enkele namen zijn na intensief speurwerk in 2019 bekend geworden.

1 Willy Polak dodelijk getroffen, (23-10-1915 Amsterdam-6-2-1945 Wijhe) begraven Algemene begraafplaats Wijhe.
2 Mozes Duis dodelijk getroffen, begraven 10-2-1945 Kranenburg Zwolle, graf is inmiddels geruimd. (3-1-1895 Amsterdam-6-2-1945 Wijhe)
3 Benedictus Furth dodelijk getroffen begraven 10-2-1945 Kranenburg Zwolle, herbegraven Ereveld Loenen (11-4-1889 Amsterdam-6-2-1945 Wijhe)
4 Samuel Kool dodelijk getroffen begraven 10-2-1945 Kranenburg Zwolle, herbegraven Joodse begraafplaats Muiden (1-7-1885-6-2-1945 Wijhe)
5 Rebecca Berta Kool-Groen is gevlucht en ondergedoken (8-6-1884 Amsterdam-21-4-1976 Amsterdam)6 Julie Kool-Schatz is gevlucht en ondergedoken mogelijk Apeldoorn.  (10-11-1916 Amsterdam-25-5-2010 Groningen) Haar man Rudolf Kool (2-3-1915 Amsterdam-2-3-2002 Beer Yaakof Isr)zat ondergedoken in Overijssel en zwom op het eind van de oorlog de Regge over naar de Canadezen.
7 Simon de Vries dodelijk getroffen begraven Kranenburg Zwolle, graf is inmiddels geruimd. (8-9-1893 Amsterdam-6-2-1945 Zwolle)
8 Isidor Polk dodelijk getroffen begraven Kranenburg Zwolle, graf is inmiddels geruimd. (15-4-1908 Amsterdam-6-2-1945 Zwolle)
9 Rachel Leisen zwaar gewond overleden 7-3-1945 Zwolle begraven 15-3-1945 Kranenburg Zwolle, graf is inmiddels geruimd. (16-12-1918 Amstrdam-7-3-1945 Zwolle)
10 Johanna Schatz-Kapp (schoonzus nr.6) licht gewond gevlucht ondergedoken fam. Rechterschot Schoonheeten. Kort voor het einde van de oorlog in onderduik overleden en stiekem begraven door de ondergrondse op de algemene begraafplaats Raalte onder valse naam. (12-12-1912 Worms D-29-3-1945 Raalte) Haar man Martijn Pinchas Schatz werd met een groep naar verluid vastgehouden in Apeldoorn en kon niet op transport gesteld worden. In 2017 is in Raalte een klein gedenksteentje geplaatst met haar eigen naam, en in 2018 is een foto bekend geworden van het echtpaar Schatz-Kapp.     
11 Ronnie (Aron) Groenteman jong kind lichtgewond ondergedoken fam. Van Alderen Zwolle (27-5-1943 Amsterdam)De Fam. v. Aalderen bood hulp bij het passeren bij het noodziekenhuis van Zwolle, en hielden daar bij toeval Ronnie Groenteman aan over, die zij de naam van Ernst gaven gezien de moeilijke tijden. In juni 1945 werd Ronnie weer met zijn ouders herenigd, die de oorlog hadden overleeft in onderduik.
12 Rika Coronel-(Salstman of Salomons) gewond en ontslagen ziekenhuis Zwolle 31 maart 1945
13 Vrouw met onbekende naam gewond en ontslagen uit ziekenhuis Zwolle 7 maart 1945
14 Jetje Gerritse-Aldewereld ondergedoken bij fam. Van Noorel-Hutterd in de Grotestraat Raalte.(29-6-1894 Amsterdam-8-5-1956 Amsterdam)
15 Regina Sonepouse-Gerritse ondergedoken bij fam. Van Noorel-Hutterd in de Grotestraat Raalte (6-9-1916 Amsterdam- 23-6-2000 Amsterdam)
16 Silvain Sonepouse ondergedoken bij fam. Van Noorel-Hutterd in de Grotestraat Raalte (6-8-1913 Amsterdam-5-2-1987 Amsterdam)
17 Paul Mayer, licht gewond geraakt, bleef tot de dood van Willy Polak bij hem, is nadien gevlucht. Hij is geboren op 6-11-1880 onbekend waar en overleden op 28-3-1967 te Amsterdam. Hij was gehuwd met Lotte Heidorn geboren 5-8-1886 onbekend waar, die overleed op 9-4-1969 te Amsterdam. Het echtpaar had geen kinderen en zij waren gemengd gehuwd, hij Joods en zij Evangelisch. Op 13-8-1942 werd melding gemaakt van hun huwelijk door “Der Reichscommissar fur die besetzten Niederlandische gebiete” Hans Albin Rauter met de vermelding “lebt in Mischehe mit”.

Colofoon:
Wijhe voor en tijdens WOII – G.J.Veerman
Mevr. Chaja Meir-Kool, Israël
Hr. Itamar Kool, Groningen
Mevr. Ineke van Noorel, Amerika
Hr. Frank Polak, Amsterdam
H.C.O. Zwolle


Anton G.M. Heijmerikx
anton@heijmerikx.nl
www: heijmerikx.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: