De laatste vlucht van een Boeing bommenwerper.

Op 11 januari 1944 stijgen op het Engelse vliegveld te Podington 663 bommenwerpers op, om op pad te gaan naar de A.G.O vliegtuigfabrieken in Ochserleben nabij Braunschweig, opgericht in 1911 door Gustav Otto een pionier vlieger, wiens vader de Nikolaus Otte de uitvinder was van de viertaktmotor. Dit bedrijf was al meerdere keren gebombardeerd, maar met behulp van dwangarbeiders steeds weer opnieuw productief, en waar o.a. de Focke Wulff FW190 een Duitse jager werd gebouwd.

Een der leidende bommenwerper was de Boeing 17G met serienummer 42-31175, die eenmaal boven het doel, al snel werd geraakt door afweergeschut, waarbij een brandstoftank in de linkervleugel werd geraakt, en daardoor brandstof verloor. Toch zag het kans zijn bommen te laten vallen, en keerde vervolgens om de terugreis te aanvaarden met een lagere snelheid om zodoende brandstof te besparen. Onderweg werd het ook nog beschoten door Duitse jagers, maar het bleef desondanks toch in de lucht, maar werd wel door de lekkende brandstof in de linkervleugel in brand geschoten.
Dat was het teken voor de 10 koppige bemanning, om het vliegtuig te verlaten, welk inmiddels al wel boven Nederland vloog, in de omgeving van Raalte. Het vliegtuig moet brandend op klaarlichte dag over Raalte-Wijhe-Olst gevlogen zijn, gezien de landingsplaatsen van de piloten en de uiteindelijke crash van het vliegtuig in de buurtschap Markluiden ten zuiden van Heerde.
De bemanning bestond uit:
1e Lt. William B. Lock eerste piloot
1e Lt. Richard H. Sperry tweede piloot
1e Lt. Milton Cohen navigator
1e Lt. Sol H. Greenberg bommenrichter
T/Sgt. Raymond F.Pencek boordwerktuigkundige
T/Sgt. Vernon P. Brubaker radio-operator
S/Sgt. Charlie H. Mullins linkerrompschutter
S/Sgt. Jack J. Wilhoit rechterrompschutter
S/Sgt. James B. Farrell buikkoepelschutter
S/Sgt. Charles H. Scot staatschutter

Lock, Pencek en Mullins verlieten als eersten het toestel, Lock kwam in Wesepe aan de grond, Pencek aan de Boerlestraat en Mullins over de IJssel in Terwolde. Lock en Mullins troffen elkaar bij toeval op een onderduikadres in Olst, en zijn samengebleven tot hun ontsnapping via het kanaal vanuit Frankrijk naar Engeland.
Greenberg sprong boven de IJssel en kwam tussen IJssel en de Grote Wetering in een weiland aan de grond, sloeg op de vlucht, hield zich een tijdlang verborgen in een droge sloot, en werd tenslotte geholpen door inwoners uit Veessen om over de IJssel te geraken en kwam in Wijhe terecht en werd daar ’s avonds gearresteerd volgens niet bevestigde berichten, bewijs heb ik daarvan niet gevonden.
Cohen, Wilhoit, Schott en Brubaker verlieten het toestel kort voor de explosie van het toestel en zijn ter plaatse gearresteerd door de Duitsers in de buurtschap Markluiden. Het was aan de tweede piloot Sperry te danken dat zij veilig aan de grond kwamen in de buurtschap Markluiden ten zuiden van Heerde, hij bracht het toestel wat op dat moment te laag vloog om veilig uit het vliegtuig te stappen naar een grotere hoogte zodat zij veilig er uit konden springen. Vrijwel onmiddellijk daarna rond de klok van 14.00 uur, volgens het rapport van de opperwachtmeester van de Marechaussee H. van Huffelen van het rayon Veessen, was er de explosie op ca. 600 meter hoogte die het toestel in een grote hoeveelheid brokstukken over grote afstand in Markluiden deed neerkomen. Tussen de brokstukken vond men naderhand het lichaam van de held Richard H. Sperry, die zich opofferde en in het staartstuk met de daaraan verbonden buikkoepel vond met het stoffelijk overschot van James B. Farrell, die mogelijk al tijdens de beschieting van een Duitse jager getroffen was en daardoor niet uit het toestel kon komen. Beiden zijn tijdelijk begraven geweest op het kerkhof aan de Mr. Nijhoffstraat.
Sperry is in januari 1946 overgebracht naar het ereveld Margraten in Limburg, en Farrell is op verzoek van de familie overgebracht naar zijn woonplaats Muskogee Oklahoma U.S.A.

William B. Lock.
Op een koude zondag op 15 januari 1944 liep Hans Mensink van 3,5 met zijn moeder Gerritjen Mensink-van den Noord van 31 jaar een stukje rond het bietenland waar zij wat suikerbieten gerooid had, langs een bosje aan de rand van dat bouwland, en waar middenin een oude schuur stond. Plotseling verscheen er een manspersoon die er wat sjofeltjes uitzag wel in militaire kleding, maar had zich zichtbaar dagenlang niet geschoren. Hij leek wat zenuwachtig en keek wat vertwijfeld naar moeder en zoon die behoorlijk geschrokken waren. Hij had zich kennelijk in dat schuurtje verborgen gehouden.
Tenslotte was het nog steeds oorlogstijd, en je kon maar nooit weten wat je tegenkwam.

De man begon voorzichtig en zachtjes te praten, maar moeder en zoon konden er geen touw aan vastknopen. Een ding kon hij hun wel aan het verstand brengen, hij wreef over zijn buik en maakte etensgebaren, ten teken dat hij behoorlijk honger had, en te zien was ook dat hij het erg koud had.Moeder gebaarde hem mee te gaan naar hun boerderij een paar honderd meter verderop, waar hij te eten kreeg en een andere broek, de broek die hij aanhad was kapot en erg vies. Na dat hij gegeten had, bracht men hem naar een slaapplaats in de boerderij en kon daar van zijn zichtbare vermoeidheid een beetje bijkomen.

Inmiddels was Antonij van den Noord, een broer van Gerritje erbij gekomen, en kwamen tot de ontdekking dat het wel om een Amerikaanse piloot moest gaan, maar verstond ook geen Engels.
Zij spraken af, dat als de man wat uitgerust was, en het wat donkerder begon te worden dat Antonij met hem naar wijkzuster Johanna Hendrika Smolders (3-6-1889 Harderwijk- 22-2-1961 Wesepe) zou gaan, zij woonde enkele kilometers verderop in een huis midden in het  bos in de buurtschap Middel met haar vriendin Johanna Bartha Henriette Bake (30-11-1885 Amsterdam-16-4-1956 Wesepe), en die spraken in elk geval Engels, en dat gaf misschien opheldering.

En inderdaad, de man sprak in het Engels met de dames Smolders en Bake, en gaf aan dat hij graag geholpen wilde worden om vanuit Wesepe naar Engeland te kunnen komen via hulp van de ondergrondse.
Antonij aanhoorde het geheel, zonder dat hij begreep waar het over ging, maar hoorde wel van zuster Smolders dat de piloot naar Olst gebracht moest worden en van daar eventueel over de IJssel verder geholpen moest worden.
Dat was voor Antonij van de Noord geen probleem, hij sprak af dat hij de volgende dag met paard en wagen langs zou komen om de piloot naar Olst te brengen zodat hij van daaruit mogelijk over de IJssel gebracht zou kunnen worden.                                    

Na een goede nachtrust bij de dames Smolders en Bake in een schuilplaats, kwam Antonij van den Noord de volgende dag met paard en wagen naar Middel beladen met een vrachtje hooi. De piloot had inmiddels zijn militaire kleding, en alles wat hij bij zich had en hem zou kunnen verraden bij de dames achtergelaten, en zich in gewone burgerkleding gehesen. De piloot kreeg opdracht op de wagen en onder het hooi zich te verstoppen en zich stil te houden, en zo begon een toch wel wat angstig ritje via binnenwegen naar Olst waar de ondergrondse inmiddels gewaarschuwd door zuster Smolders die gezien haar beroep heel veel goede en juiste personen kende die zich over de piloot zouden ontfermen en zorg zouden dragen dat hij ongezien over de IJssel in Welsum zou worden afgeleverd.

Nadat de piloot afgeleverd was in Olst, ging Antonij toch wel wat opgelucht naar huis, en alsof het paard wist wat er gebeurt was, liep die met gezwinde spoed weer naar huis.
Antonij van den Noord heeft eigenlijk nooit precies geweten hoe de piloot bij hun boerderij is gekomen, wist ook niet zijn naam en had tot ruim na de oorlog geen idee hoe als het die piloot was vergaan, en wist ook zijn naam niet.
Totdat er door de post in het voorjaar van 1946 een brief werd bezorgd vanuit Engeland met zijn naam op het adres Wesepe F 10. De inhoud was onduidelijk, was in het Engels opgesteld bleek later, dus maar weer naar zuster Smolders, en die vertelde hem dat Antonij werd bedankt voor zijn hulp aan een piloot, die kennelijk terug in Engeland zijn verhaal heeft gedaan van zijn ontsnapping uit Wesepe naar Engeland.

Jammer was wel, dat de naam van de piloot niet genoemd werd op dat certificaat met als kenmerk nr.22647, en Antonij heeft zelf nooit geweten wie als hij geholpen had.
Het certificaat kreeg nadien toch een ingelijste ereplaats in de boerderij.
Na het overlijden van Antonij en zijn ouders, kwam het in handen van Hans Mensink, het toen 3,5 jarig jongetje die het al die tijd heeft bewaart. Hans (Johan Antonij 30-8-1940 Wesepe) Mensink trouwde op 30 november 1962 in Olst, met Johanna Egberdina Nijland (27-2-1941 Wesepe).
Zij had haar vader verloren in de oorlog door splinterbommen afgegooid door Engelse vliegtuigen, en haar vader Gerrit Dorus Nijland had de pech door scherven geraakt dodelijk om te komen, terwijl haar moeder zwaar gewond werd, maar het uiteindelijk wel overleefde. De kinderen werden toen ondergebracht bij verschillende gezinnen, totdat de moeder weer in staat was voor hun te zorgen.            

Deze verhalen kreeg ik mee, toen ik bezig was om te proberen om alle namen te achterhalen van alle oorlogsslachtoffers die uit of in Olst en Wijhe waren omgekomen. Het doel was toen om al die namen geplaatst te krijgen bij de twee monumenten die in de gemeente Olst-Wijhe staan. Al die 147 namen zijn op 4 mei 2017 onthult. 73 in Wijhe en 74 in Olst waaronder die van Gerrit Dorus Nijland. Zijn dochter en kleindochter hebben in Olst de namen onthult van de Olster slachtoffers.

Het certificaat verdween op gegeven moment in de la van een kast, en kwam weer tevoorschijn bij mijn onderzoek naar de oorlogsslachtoffers. De familie heeft het certificaat aan mij geschonken, en daarna ben ik op zoek gegaan naar de naam van de piloot.
Uiteindelijk is niet veel bekend geworden over hem, maar de archieven in Engeland welke ik had aangeschreven stuurden na een lange, vooraf medegedeelde periode, dat zijn naam B. Lock was, neergeschoten was in januari 1944 en diende bij de R.C.A.F. (Royal Canadien Air Force) hij kwam uiteindelijk in Wesepe terecht en werd daar dus geholpen door de fam. van den Noord.
Bij verder navragen, bleek dat ook de wijkzuster Smolders en Johanna Bake meerdere piloten moeten hebben geholpen, omdat zij meerdere certificaten ontvangen zouden hebben.
Na de oorlog, toen hun huis hen te groot werd, zijn ze gaan wonen aan de Mengerweg in Wesepe, bijna op de plek waar de piloot uit het schuurtje kwam. Johanna Bake overleed op 16 april 1956 te Wesepe en is elders begraven, en Wijkzuster Smolders overleed op 22 februari 1961te Wesepe adres 48a en werd op 25 februari 1961 te Wesepe begraven in een graf waar door een dankbare Wesepenaar enkele Buxusplanten zijn gepland en dat jarenlang heeft bijgehouden tot een 20 jaar terug toen de laatste persoon die het bijhield overleed.                

En op de plek van dat schuurtje hebben Hans Mensink en Jo Nijland later hun huis gebouwd.
Maar het was onbevredigend, dat er niet meer bekend was over die piloot, waar was hij terechtgekomen en hoe was zijn tocht terug naar Engeland. Dus bleef ik zoeken en overal kontakten leggen.
Ik kwam in contact met Robert Jan Leerink, die ik al eens had gesproken in Wijhe rond 4 mei herdenking in Wijhe, waar wij voor elkaar allerlei vragen hadden over verschillende onderwerpen WOII aangaande. Hem vroeg ik op gegeven moment heb jij wel eens gehoord van een neergehaald vliegtuig in de omgeving van Wesepe, en piloot met de naam B.Lock uitgesprongen zou zijn. Via zijn uitgebreid netwerk, kreeg ik antwoord, dat B.Lock, mogelijk dezelfde was als William B. Lock die als piloot door luchtafweergeschut boven de buurtschap Markluiden in de gemeente Heerde, uit de lucht was geschoten, en in Wesepe aan de grond is gekomen.

Na de oorlog is er een vereniging opgericht om de geschiedenis van pilotenhulp in kaart te brengen en er over te publiceren “The Escape”. Via leden van die vereniging kreeg ik veel informatie binnen, maar het ultieme bewijs zat er voor alsnog niet tussen. The Escape heeft vele contacten gehad en briefwisselingen met vele piloten over de gehele wereld en een van die contacten was met William B.Lock die in een uitvoerige brief zijn herinnering op papier had gezet. Een passage nadat hij in Wesepe was terechtgekomen nadat hij uit zijn vliegruig was gesprongen, trok mijn aandacht, hij schrijft: “I saw a woman pulling sugarbeets”.
Hans Mensink zoals boven al geschreven liep daar met zijn moeder, en als hij zich kon herinneren dat zijn moeder suikerbieten aan het rooien was, dan was het verhaal compleet, Dus op naar Hans Mensink om hem te vragen, wat deed jouw moeder daar op dat bouwland, en hij zei zonder na te denken suikerbieten trekken. Wat later binnen de familie verteld werd dat hij over de IJssel gezet zou zijn is dus niet juist.

Zuster Smolders had door haar beroep als wijkzuster een brede kennis van wat er in de omgeving speelde, en zij had contact gelegd met de plaatselijke ondergrondse die William B. Lock tijdelijk onderbracht op een onderduikadres. Daar kwam ook Charlie Mullins terecht, die ook uit datzelfde vliegtuig was gesprongen en net over de IJssel in Terwolde terecht was gekomen. Samen zijn zij door de ondergrondse in verschillende plaatsen ondergebracht in Nederland allereerst in Deventer bij het bekende onderduikadres B.J. van der Dool, Van der Dool is op 25 april 1944 gearresteerd en in december 1944 omgekomen in Neuengamme. Daarna waarschijnlijk naar Koeslag in Laren en nadien met de trein via Zutpen, Arnhem, Nijmegen, Venlo naar Roermond. Van Roermond naar Maastricht gebracht door de groep van Jacques Vrij en door gidsen van die groep bij Caberg of Smeermaes  over de grens gezet en overgedragen aan de Belgische passeurs Souren of Beckers die hen verder hebben geholpen.

Eenmaal in België zijn zij met de trein naar Brussel gereisd waarin ook Duitse soldaten zaten. Via Brussel zouden ze naar Parijs gaan met valse persoonsbewijzen, met papieren waaruit zou blijken dat zij daar voor de Duitsers zouden gaan werken. In Parijs zijn ze met de ondergrondse naar het centrum gereisd en in een katholieke kerk opgevangen en verstopt in de toren voor enkele dagen. Een Nederlander die ontsnapt was uit Duits gevangenschap, en de priester van de kerk gingen dagelijks op pad om eten te regelen, wat een gevaarlijke bezigheid was. In de kerk zaten meerdere personen die wachten op het moment om met gidsen richting Spanje te vertrekken.
Maar op een dag werden de priester en de Hollander gesnapt door de Gestapo en gearresteerd, dat betekende dat alle ondergedoken personen de kerk hals over kop moesten verlaten voor hun eigen en voor de leden van de ondergrondse beweging. William B.Lock en Scharlie Mullins sloegen samen op de vlucht en liepen een dag en nacht en sliepen hier en daar in een hooiberg. Op gegeven moment op een namiddag spraken zij een boer aan in het veld en vroegen om hulp. Hij vertrouwde ons niet erg, maar mochten in de hooiberg slapen, en zei dat hij hulp ging halen. Die hulp kwam, maar wij moesten eerst bewijzen dat wij echt op de vlucht zijnde piloten waren en geen geïnfiltreerde Duitsers die zich als piloten voordeden.
Zij waren van een andere hulporganisatie, en brachten ons terug naar Parijs. Wij hadden toch tussen 25-35 km gelopen, maar waren dus weer terug bij af. Hier werden wij ondergebracht in een huis met de schuilnaam Charlie, en kregen daar sinds de vlucht uit Holland genoeg te eten. In dat huis zaten wij 21 dagen, en heb ik een boek welke daar lag, 3 maal uitgelezen, en keken wij via ons raam uit op de Eifeltoren.
Na 21 dagen gingen ze vanuit Parijs per trein naar Guingamp een stad ca. 8 km van de kust en vandaar met een vrachtwagen naar een nieuw onderduikadres huis Alphonse in Plouha ca. 3 km van de kust.

Na enkele dagen in dat huis doorgebracht te hebben, gingen we in de nacht van 22 maart 1944 3 km. lopend naar een klif boven aan het strand (mogelijk het strand van Le Palus welk strand omgeven is door steile rotsformaties), vandaar klimmend en glibberend naar beneden van die steile klif naar het strand, en daar wachten op Engelse zeelieden. De top van het klif werd door de Duitse wachters gecontroleerd, zodat we tussen hun rondes door moesten klauteren, een zenuwachtig gebeuren. We stonden klaar op het strand rond middernacht om opgehaald te worden maar de kanonneerboot had een kleine schermutseling met de Duitsers gehad, en kwam pas om ongeveer 4 uur ’s ochtends naar het strand. We waren erg bezorgd.

Een rubberboot bracht ons naar een kanonneerboot ca. 120 feet 35 meter lang met een bemanning van 36 koppen die enkele mijlen uit de kust lag.
Wij waren met 18 personen, zodat de roeiboot twee maal naar het strand moest. Het begon al licht te worden toen iedereen aan boord was, ze begonnen de motoren te starten en gingen heel langzaam varen om niet door het lawaai van de motoren ontdekt te worden, en geleidelijk aan te versnellen hoe verder we van de kust kwamen, tot uiteindelijk op volle snelheid van ca 50 km/u.
Op 23 maart 1944 waren we eindelijk terug in Engeland. Het hadden Charlie en ik 72 dagen gekost om te ontsnappen van de Duitse bezetters in Europa, met behulp van twee ondergrondse organisaties, “Shelbourne” en “Operation Bonaparte”, zij alleen al waren verantwoordelijk voor de veilige terugkeer van 135 geheim agenten en vliegeniers.

Raymond F.Pencek.
Raymond F. Pencek kwam met zijn parachute op de middag van 11 januari 1944 terecht aan de Boerlestraat op de Boerhaar in de gemeente Wijhe, waar in die tijd de fam. Bruggeman woonde.
Bij die landing, verstuikte hij zijn enkel, hij probeerde weg te lopen, maar een buurtbewoner zag hem en hielp hem naar een boerderij in de omgeving.
Ze gaven hem daar te eten, maar de gedachte dat er te veel mensen rond hem waren benauwde hem, dus ging hij er weer vandoor om zo te proberen zich te verbergen. Een 16 jarige jongen uit de buurt (Antoon Freriks) nam hem vervolgens mee naar de boerderij van Jans Beumer waar hem een blauwe overal werd aangemeten. Toen de politie arriveerde, was hij natuurlijk al gevlogen en konden zij enkel zijn vliegerjas, pistool en zwemvest in beslag nemen.
Daarna ging Pencek met twee begeleiders op de fiets naar Broekland, Pencek als boerenarbeider in overal en inmiddels in het bezit van een hooivork, terwijl onderweg verschillende Duitsers gepasseerd werden. In Broekland werd hij tijdelijk verborgen in de dorpsschool, en later die middag naar het huis van een lid van de ondergrondse. Diezelfde avond nog, gingen zij op de fiets via Raalte naar Mariënheem, waar hij twee dagen bij de ondergrondse werd ondergebracht. Genaamd oom Herman (Ben Doppen lid Raalter ondergrondse). Na 2 dagen ging hij naar Lichtenvoorde, de geboorteplaats van Ben Doppen (2-12-1914), en waardoor hij op de hoogte was van de plaatselijke ondergrondse, ca 60 kilometer naar het zuiden. ’s Nachts sliep hij in de buitenlucht en ging vervolgens naar het gezin van Martin Lelivelt, (Martinus Antonius Lelivelt geboren 17-1-1896 Lichtenvoorde gefusilleerd 25-7-1944 Rhijnauwen, hij was gehuwd met de Duitse Johanna Clara Maria Ludmilla Hund, geboren op 24-8-1896 Hamm en overleden 10-5-1973 Lichtenvoorde) het gezin bestond uit het echtpaar en  twee zonen en een dochter Mia. Hier verbleef hij de volgende vijf weken, in een vernuftig onderkomen op zolder, waar Martin Lelivelt, als timmerman,  een dubbele zolder had gemaakt.

Lt. Ford Wade Babcock, een andere Amerikaanse piloot was hier ook ondergedoken.
Ongeveer op 17 februari, bracht een jonge Hollandse verzetsman hen per trein via Zutphen, Nijmegen naar Echt in Limburg. Op de laatstgenoemde plaats verbleven zij bij twee marechaussees, leden van de ondergrondse. Er waren daar ook drie Franse vluchtelingen.
Een priester en een marechaussee namen hen mee voor een rit van ca. 15 – 20 minuten naar de Maas, maar ze konden er geen boot vinden voor de oversteek van de Maas en wij moesten toen blijven wachten op een onderduikplek bij de andere marechaussee.
De volgende nacht roeiden ze ons over de Maas en ontmoeten wij aan de overkant enkele Belgen. De Amerikanen en Fransen werden daar van elkaar gescheiden. Een gids bracht ons naar een klein dorp in de buurt van Lanklaar waar we bij een oudere dame kort zouden verblijven. De volgende dag bracht onze gids Albert Bigelow ons naar het klooster van de Zusters van Voorzienigheid waar we zes dagen bleven. We ontmoetten daar Mickey een luitenant vlieger die op 9 februari was neergeschoten door een Duitse jager.

Wij gingen met de fiets naar Hasselt en verbleven bij een ingenieur die voor de Belgische overheid werkte, M. de Bergniot, een veteraan uit de laatste oorlog die een volwassen zoon en dochter had. De volgende dag namen een onbekende man en vrouw ons mee naar Brussel. Daar aangekomen, bleek er aanvankelijk geen plaats voor ons te zijn, maar dat werd opgelost door een dunne, lange, donkerharige onbekende man met een snor en een bril. Het klonk alsof hij het hoofd was van de Nederlandse/Parijzenaars in Brussel, later hoorden wij, dat deze man rond 25 februari 1944 werd gevangen genomen, samen met nog 13 bemanningsleden van vliegtuigen en een Rus. Deze informatie hadden we van de inwoners uit Hasselt verkregen. Wij gingen met een onbekende Nederlandse jongen naar de slagerij van Emile Moens, Rue de President 67, Brussel, en bleven daar vijf weken. We ontmoetten daar Theo Moens, de broer van onze gastheer.
Na vier weken vertrekt Lt. Ford Wade Babcock en leek te worden overgedragen aan een andere organisatie. Hij werd overgedragen, omdat hij erg ontevreden was met de gang van zaken, na de oorlog heeft hij daar zijn excuus voor gemaakt bij een bezoek aan Nederland.
Ene Victor kwam, en die nam Pencek mee naar zijn huis. Daarna ging Pincek één nacht naar de gendarme Marcel, die hem naar de fam. Wemel bracht, adres Herman Chatelaine 282 Chaussee de Bruxelles bracht, waar hij 18 dagen verbleef. Marcel nam hem daarna dan weer terug mee naar zijn eigen huis en daarna ondergebracht bij Victor’s huis waar wij de bevrijders Bib en Ro ontmoetten, die leefden daar met een man genaamd Bill, beiden gingen ongeveer 29 maart naar Charleroi, diezelfde dag ging Pencek naar een oudere vrouw, Bertha Fille, in de Reu de Boer, en bleef daar een week, maar de plek was zo vies dat hij vroeg om te mogen verhuizen. Hij ontmoette een Belg, die één Amerikaan, Max (Gottlieb) en één Engelsman Louis in huis had. Vervolgens ging hij naar Molenbeek waar hij ongeveer acht dagen verbleef bij een weduwe van ongeveer 33 jaar. Hij ontmoette John Meredith, Bob Hersch en Jim Brown, allemaal leden van een vliegtuigbemanning.
Van deze plaats verhuisde hij naar 758 Chausee d ‘Almsberg en verbleef bij een weduwe en haar dochter, Marcelle Martens. Hij moest hier plots weg, omdat er iemand gearresteerd werd, Victor, Henri, Simone, allemaal vertrokken ze van dit adres. Zo ongeveer 1 juni ging hij naar 1 Charles Bernaetz, Louis Rosatiyon, en verbleef daar tot 13 augustus. Op deze datum bracht Simone en een andere vrouw hem naar een klooster op 314 Reu Leopold I waar hij bleef totdat de stad op 5 september werd bevrijd. Op dit moment ontmoette hij Mevr. Anne Brusselmans, die het hoofd van de ondergrondse organisatie moest zijn.
Ene Germaine bracht hem naar haar toe, en zij nam hem vervolgens mee naar het Hotel Metropole waar hij Lt. Woods of WEA en een aantal andere Amerikanen zag. Deze mensen regelden vrachtwagens om naar Parijs te rijden met de onderduikers, maar er was niet genoeg ruimte voor alle onderduikers, dus Pencek bleef twee dagen langer in Brussel en hapte vervolgens toe om terug te kunnen gaan naar de RCAF (Royal Canadiën Air Force) op de vliegbasis Podington in Engeland als een gelukkig man.                                                                  
Met dank aan de Hr.en Mevr. Mensink-Nijland en hun dochter Gerda Tijhaar-Mensink.
Robert Jan Leerink, Wolter Noordman, Wim Willemsen, Huub van Sabben, en hen die ik aangesproken heb op mijn speurtocht in Middel en Wesepe, zonder hun naam te kennen. Historische Vereniging Heerde: Heerde 1940-1945.Edwin Kleijn van het NOB (Netwerk Oorlogs Bronnen) die mij van advies diende .

Diverse internetsites.

Anton Heijmerikx
anton@heijmerikx.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: