Konzentrationslager Herzogenbusch, beter bekend als kamp Vught.

Een van de concentratiekampen die gelegen waren in Nederland tijdens WOII, andere kampen waren Amersfoort, Schoorl, Ommen en Westerbork. Kamp Vught stond rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de SS in Berlijn.
Het kamp lag enkele kilometers buiten het dorp Vught en was gelegen naast recreatieoord de IJzeren man, dit recreatiegebied ontstond al door zandafgraving al in 1890, en werd genoemd naar de stoommachine van ie naam.
het kamp bezat 36 woon-slaapbarakken, 23 werkbarakken, gevangenis met 150 cellen, ziekenhuis, keuken en een crematorium. In totaal konden ruim 8600 personen hier gevangen gezet worden, maar soms waren het er beduidend meer. Het bouwen van het kamp van 1000 mtr. lengte en 350 mtr. breed heeft ca 15 miljoen gulden gekost, welk bedrag afkomstig was van geroofd Joods geld.

Kampcommandanten

 De 1e kampcommandant was Karl Walter Chmielewski,(geboren 16-7-1903 Frankfurth am Mein overleden 1-12-1991 Bernau am Chiemsee) Hij was kampcommandant van januari 1943 tot oktober 1943 hij werd vervangen na klachten over zijn losbandig leven, seksfeestjes en uitgebreide corruptie en o.a. het verduisteren van gelden, Hij zou ook Philips producten in kamp Vught gemaakt op de zwarte markt in Duitsland verhandeld hebben. Hij is daarvoor berecht en kreeg 15 jaar tuchthuisstraf. Hij weet in 1945 te ontvluchten, pas in 1961 is hij opnieuw opgepakt en tot levenslang veroordeelt o.a. voor de moord op 282 gevallen. Na de oorlog werd hij in 1961 in Oosterrijk gearresteerd en kreeg levenslang. In maart 1979 werd hij alsnog vrijgelaten vanwege geestelijke gezondheid en bracht de laatste jaren van zijn leven door in een zorgcentrum.

Zijn opvolger Adam Grünewald (Frickenhausen am Maim 20-10-1902-Veszprem Hongarije 22-1-1945) hij werd kampcommandant in oktober 1943, hij was betrokken bij het bunkerdrama in januari 1944, en werd al in februari 1944 al vervangen, Grünewald moet voor een Nederlandse SS rechter verschijnen, en is veroordeelt tot drie en een half jaar gevangenisstraf,  Wicklein een mede SS officier werd tot 6 maanden veroordeelt, echter Himmler herroept dat vonnis en degradeert Grünewald en zorgt ervoor dat hij weer bij zijn oude SS divisie terecht komt die dan aan het oostfront vecht, hij sneuvelt in januari 1945 in Hongarije.
Himmler vond dat als Grünewald voor dit incident veroordeelt zou worden, elke SS er in Duitsland wel veroordeelt zou kunnen worden.
Een derde SS officier die hierbij betrokken was, was Arnold Strippel, hij is overgeplaatst naar Neuengamme. Na de oorlog heeft men geprobeerd hem te berechten, maar zijn betrokkenheid was niet aan te toen, hooguit nalatigheid hij overleed in vrijheid in mei 1994 in Frankfurth. Voor zijn moorden en martelingen in andere concentratiekampen van zeker tientallen personen kreeg hij 3 ½ jaar gevangenisstraf en een schadevergoeding van 121.500  Deutsche Mark- vergoeding voor het verlies van inkomsten en zijn sociale zekerheid, bijdragen die hij gebruikte om een ​​flat in Frankfurt te kopen, die hij tot zijn dood bezette. 

Hans Hüttig (Dresden 5-4-1894—Wachenheim an der Weinstrasse 23-2-1980)  die hem opvolgde, kreeg na de oorlog de doodstraf opgelegd door een Franse rechter, maar die werd niet voltrokken en omgezet in levenslang maar hij kwam in 1956 al vervroegd vrij.

Kamp Vught

De eerste gevangenen bevolkten kamp Vught begin 1943, toen het kamp nog maar amper gereed was, ramen, douches en goed drinkwater waren nog niet aanwezig, en de keuken functioneerde ook nog niet naar behoren, matrassen en dekens ontbraken ook nog, en onder winterse omstandigheden waren zij gedwongen het kamp af te bouwen, velen stierven dan ook door ontberingen.
Nadat het kamp klaar was, waren de omstandigheden duidelijk beter, het kamp was opgezet als modelkamp, dat betekende een minder streng regime dan in andere kampen zoals kamp Amersfoort en kamp Erica. Het sterftecijfer lag beneden de 1 %, dat in tegenstelling met Duitse kampen waar het cijfer aanmerkelijk hoger was dan 50 %.
In kamp Vught, was men natuurlijk zijn vrijheid kwijt, en moest er hard gewerkt worden maar door de meesten werd er geen honger geleden.
In kamp Vught was een barak waar het Philips Kommando werkzaam was, opgezet om zoveel mogelijk gevangenen te vrijwaren van deportatie naar Duitse kampen, en waar de gevangenen per dag een warme maaltijd kregen. Ook het Rode Kruis verzorgde wekelijks voedselpakketten, en in het dorp Vught waren inwoners doende om voedselpakketten in het kamp bezorgen.

Tussen januari 1943 en september 1944 waren circa 31.000 personen gevangen in kamp Vught. De meesten waren Nederlanders, waaronder vele verzetsstrijders of gegijzelde familieleden. Ook ca. 12.000 Joden, van hen zijn uiteindelijk allen gedeporteerd naar de vernietigingskampen in het oosten.

In kamp Vught verbleven zowel mannen als vrouwen, alsmede kinderen. Mannen en vrouwen gescheiden in aparte delen, en kinderen in een aparte kinderbarak. Gevangenen bestonden uit Joodse mannen en vrouwen alsmede hun eventuele kinderen, politieke gevangenen en gijzelaars, Jehova’s getuigen, zigeuners en homoseksuelen. Vrouwen werden onder toezicht van S.S. aufseherinnen bewaakt, op een vrouw na waren dat allemaal Nederlandse vrouwen.
Het eerste hoofdaufseherin was de Duitse Margaretha Gallinat, bijgenaamd “de Knoll” zij kwam in 1943 als 49 jarige van Ravensbrück naar Vugt, in mei 1944 vroeg en kreeg zij ontslag om gezondheidsredenen, en werd opgevolgd door de veel jongere Gertrud Weniger ca. 25 jaar oud, ook uit Ravensbrück afkomsteg.

De meesten kwamen uit gebroken gezinnen, hadden een slechte verstandhouding met de naaste familie, hadden genoeg van de vaak slechte levensomstandigheden, en werden gelokt door goede verdiensten in die tijd, en hadden vaak banden met NSB en of Duitse militairen. Hun verdiensten in kamp Vught bedroeg ca. f 100,- p/maand met kost en inwoning, en daarbij een uniform waar sommigen bijzonder trots op waren. Zij werden ondergebracht in een van de gebouwen waar de SS staf ook woonden, en verschillende vrouwen begonnen een verhouding met hun medebewoners en raakte zwanger van een SS er.

Deze aufseherinnen hadden nadat zij zich gemeld hadden een korte opleiding in het vrouwenkamp Ravensbrück, waar zij getraind werden, en aanwezig waren als vrouwen aldaar hardhandig en gruwelijk werden behandeld, door hardhandig onderzoek in alle lichaamsholten op verborgen juwelen, geld etc. ook moesten zij toezien bij medische experimenten op vrouwen die meestal onverdoofd plaats vonden. Als zij deze training goed hadden doorstaan, waren zij gereed om als aufseherin aan het werk te gaan in kamp Vught.

Als mannen en vrouwen gescheiden gevangen zitten in hetzelfde kamp, is het niet vreemd als zij contact zoeken met elkaar, zeker ook als het getrouwde stellen zijn. Er ontstonden dan ook vele kontakten, en ondanks de prikkeldraadversperring bleken de mannen toch in staat om bij hun of andere vrouwen te komen. Niet enkel gevangenen lukte dat, ook SSers maakten gebruik van gevangen vrouwen al dan niet vrijwillig.
In september 1943 was er een feestje in kamp Vught, waarbij gevangenen werden ingeschakeld om te helpen. Er werd een feestkrantje gemaakt met daarin een afbeelding van een aufseherin met de tekst “Voor een nacht vol zaligheid en jenever bied ik volledige overgave aan”. Nu had Rauter al vaker klachten gehoord over de kampcommandant Chmielewski, over o.a. verduisteren van geld, en het aannemen van diamanten waardoor gevangenen niet op transport hoefden. Maar dit krantje met zijn inhoud was de druppel die de emmer deed overlopen, en werd Chmielewski ontslagen. Hij werd opgevolgd door SS Sturmbahnfuhrer Grünewald. Hij nam maatregelen, om kontakten tussen mannen en vrouwen te beperken. Een deel van de auseherinnen werd vervangen, en de regels worden strakker aangehaald, maar in de praktijk trok niemand zich daar iets van aan.
Suze Arts, een Nederlandse aufseherin wordt niet vervangen ondanks dat Grünewald een hekel aan haar heeft, en haar niet vertrouwt.

Bunkerdrama

In januari 1944 voltrok zich het bunkerdrama, waarbij elf vrouwen jammerlijk omkwamen.
een vrouwelijke gevangene de Duitse Jetzini, gehuwd met een hoge PTT ambtenaar, schreef aan Grünewald dat zij gehoord had dat enkele vrouwen vrijgelaten waren, die onderduikers hadden geholpen, en dat zij na hun vrijlating opnieuw zouden helpen. Jetzini noemde daarbij de namen van die vrouwen, de vrouwen in de barak waar zij samenwoonden kregen dat te horen, en verbanden haar uit hun slaapgedeelte, zodat Jetzini de nacht doorbracht in de eetzaal. Daarover deed zij opnieuw beklag bij Grünewald, maar die stuurde haar terug zonder maatregelen te nemen. Een der gevangen vrouwen Non Versteegen nam wraak, en knipte samen met Thea Breman haar vlechten af. Daardoor voelde zij zich dusdanig bedreigt, dat zij ’s nachts onder de prikkeldraad versperring kroop en zich wilde melden bij de SS. Zij werd gesnapt door een bewaker, die twee waarschuwingsschoten loste, waarop zij niet reageerde en de bewaker schoot haar gericht neer waardoor zij zwaar gewond bleef liggen. Enkele dagen later overlijd zij aan haar verwondingen.
Non Versteegen neemt de verantwoordelijkheid op zich, en wordt als een van de eerste gevangenen in een van de nieuwe bunkers opgesloten. In barak 23 besluiten 89 vrouwen samen om zich solidair te verklaren, en overhandigen die lijst aan de kampleiding.

Op 15 januari 1944 fietst Suze Arts op weg naar haar zoontje, maar werd bij de poort door Grünewald tegengehouden, die overhandigd haar de lijst met 89 namen en verzoekt haar al die vrouwen te verzamelen en naar de bunker te brengen. Daar aangekomen krijgt iedereen de kans om naar het toilet te gaan, en Grünewald en zijn staf arriveren daar inmiddels ook. De vrouwen worden in cal 115 opgesloten een cel van negen vierkante meter, 74 vrouwen onder wie Non Versteegen worden in cel 115 geperst, aufseherin Katja Schot klimt op een bankje om te kijken of er nog meer ruimte is, de overige 17 vrouwen worden in cel 117 gestopt. De temperatuur buiten moet enkele graden boven nul geweest zijn, in cel 115 was het snikheet, was er gebrek aan zuurstof, en wat toevoer van zuurstof totaal ontoereikend. Er was enkel ruimte om te staan in die overvolle cel, paniek brak uit bij deze en gene, er werd gehuild, gebeden en geschreeuwd. Sommigen probeerden hun kleren uit te trekken om toch maar een beetje aan de hitte te kunnen ontsnappen, maar transpiratie en staande tegen de muren met kalk bracht een chemische reactie teweeg die brandplekken veroorzaakte op hun lichamen. Anderen werden krankzinnig, en verwonden weer hun naast hun staande buurvrouw.

Op zondag 16 januari, rond 8.00 uur is de deur geopend en buitelen vrouwen over elkaar naar buiten, ca 34 vrouwen blijven op een hoop in de cel liggen, een van hun Tineke Guilonard die als verzetsstrijder in kamp Vught vastzat, een der jongsten probeert nog enkele vrouwen naar buiten te slepen, maar moet dat opgeven. Kort nadien komen Grünewald en kamparts Wolters ter plaatse, en vloekend en tierend geeft Grünewald, chef-arts Wolters opdracht de vrouwen uit de cel te halen. De vrouwen worden op de gang gelegd, en sommigen probeert men bij te brengen, Wolters zorgt voor eten en drinken, voordat zij opnieuw in de cel opgesloten worden. In plaats daarvan worden ze in groepjes van 5 over de lege cellen verdeeld, krijgen matrassen en dekens, maar dat alles zeer tegen de zin van Grünewald, die met volle overtuiging heeft geprobeerd om het bunkerdrama uit de publiciteit te houden, wat hem gelukkig dus niet is gelukt.

Uiteindelijk hebben 11 vrouwen in cel 115 die nacht en de gruwelijkheden niet overleeft.
Bagmeier-Krant, Helena zij is geboren op 26-10-1903 te Utrecht, gehuwd op 17-5-1922 te Amsterdam met de niet Joodse man Hermanus Gagmeijer geboren ca. 1898 te Amsterdam, zij  kregen samen 4 kinderen, zij is overleden op 16-1-1944 te Vught. Haar man en kinderen hebben de oorlog overleefd.
Bode, Nelly Adriana Jeannette de geboren 7-9-1905 te Heer en Keer en overleden 16-1-1944 te Vught, aangifte is gedaan op 1-1-1946 te Rotterdam.
Braber, Maartje den
geboren 1-11-1894 te Rotterdam, overleden op 16-1-1944 te Vught, aangifte is gedaan op 1-1-1946 te Rotterdam.Buiteman-Huijsmans, Lamberta Antonia Maria geboren 4-7-1904 Gorinchem gehuwd met Nicolaas Bernardus Gerardus Johannes Buiteman. Zij is overleden 16-1-1944 te Vught, aangifte is gedaan op 18-12-1947 te Gorinchem.
Gooszen, Anna Maria Frederika
geboren op 20-4-1888 te Amsterdam verpleegster, overleden 16-1-1944 Vught.
Hartogs-Samson, Mina
zij is geboren op 2-8-1885 te Harderwijk en gehuwd op 5-3-1919 te Amsterdam met Philippus Hartog directeur en arts van het Israelisch Oudeliedengesticht te Rotterdam geboren 18-8-1896 Rotterdam en overleden 23-3-1944 Auschwitz, die gedwongen werd als arts werkzaam te zijn in Auschwitz II Birkenau, zij is overleden op 16-1-1945 te Vught. Het echtpaar had 1 kind wat de oorlog overleeft heeft.
Hoek, Johanna Catharina Adriana van den
geboren 24-6-1900 Rotterdam en overleden op 16-1-1944 te Vught, aangifte is gedaan op 1-1-1946 te Rotterdam.
Holst, Lammerdina Elisabeth
geboren op 8-11-1887 te Amsterdam, overleden op 16-1-1944 Vught, aangifte op 16-10-1946 de Driebergen-Rijsenburg.
Janssen, Antoinette A. geboren 26-11-1904 Ruhrort (D) en overleden 16-1-1944 Vught, zij was verloofd met een Joodse man, wiens hele familie is uitgemoord, zij behartigde zijn familiebelangen maar is verraden en zo in kamp Vught terechtgekomen.
Witte-Verhagen, Huiberdina Adriana geboren 30-12-1901 te Harderwijk, gehuwd 27-7-1922 te Eindhoven met Job Adriaan Witte geboren 27-1-1899 te Goes, zij is overleden 16-1-1944 bij aangifte op 26-11-1946 te Breda, is als overlijdensplaats opgegeven Breda.
Leijen-Kalus, Emma geboren  op 22-8-1914 te Osterfeld (D) zij overleed op 25 mei 1944 in het revier van kamp Vught aan de gevolgen van het bunkerdrama.

Cel 117 is pas rond een uur ’s middags geopend, en pas dan krijgen ze te horen wat er zich heeft afgespeeld in cel 115.
Pas zondagavond komen alle vrouwen vrij uit hun cel, en worden voorgeleid aan Grünewald die hun beschuldigd van muiterij en eist dat zij een verklaring tekenen dat zij de schuld op zich nemen, alleen Non Verstegen weigert te tekenen, en gaat opnieuw de cel in. De volgende dag tekent zij alsnog op advies van enkele medegevangenen en noemt zij ook de naam van Thea Breman, die overigens vrij was gelaten net voor het bunkerdrama plaats vond, volgens de planning. Zij heeft daar nimmer enig probleem van ondervonden.
Suze Arts moet zich melden bij de SD in ’s Hertogenbosch, en enkele dagen later bij de SD in ’s Gravenhage bij de adjudant van Rauter, unterscharffuhrer Hoeker, waarna zij na het verhoor onder begeleiding in een dienstauto teruggebracht is naar Vught.
De Duitse chef kamparts Wolters schrijft een brief naar Berlijn, en is niet veel later weggepromoveerd, ook de telefoniste Eva Grijsseels moet naar ’s Gravenhage om haar relaas te vertellen. Zij is kort daarna ontslagen als telefoniste, maar is na de oorlog in augustus 1946 veroordeelt tot 8 maand internering vanwege haar vrijwillige indiensttreding in kamp Vught.
Het Rode Kruis heeft scherp geprotesteerd, en vele honderden protestbrieven bereiken de SD in ’s Gravenhage.

Aufseherin, kampbewaaksters.

Aufseherin, Nederlandse bewaaksters die na een korte opleiding in Ravensbrück bewaaksters werden in Kamp Vught.
Waarom nam men dienst als aufseherin, de meest voorkomende reden was, dat die functie beter betaald werd, tussen 70-100 gulden per maand, minus 1.20 per maand voor kost en inwoning, en men verkreeg ook een uniform, waar vrijwel allen trots op waren.
Een andere reden was dat velen uit gebroken gezinnen kwamen, waar een van de ouders overleden en er opnieuw getrouwd werd.
Ook hadden sommigen een verhouding met een Duitse of Nederlandse SS er, en mede daardoor soms niet meer welkom thuis of was het thuisfront aanhanger van de N.S.B.
Ook werkloosheid dreef sommigen in de armen van de bezetter.
Admiraal, Aart. Geboren 16-10-1922 Haarlem overleden 26-1-1998 Haarlem. Opzichter Vught en Auschwitz. Zij kwam in Vught terecht toen zij werd opgepakt na spertijd, haar moeder maakt een afspraak met de kampcommandant en zegt dat het een vergissing is, dat haar dochter net zo fanatiek was als zijzelf. Daarop is Aart gevraagd of zij auseherin wil worden, waarin zij toestemt. Haar ouders waren gescheiden.
Arts, Suze. Geboren 10-11-1916 Tilburg. Als kind werd zij naar verschillende kostscholen gestuurd in Nederland, Engeland Frankrijk en Duitsland. Zij kende de tweede lagerfuhrer Franz Ettlinger al vanaf haar lagere schooltijd in Duitsland, en was altijd blijven corresponderen met hem.  Zij had verschillende vriendjes, maar haar vader was altijd tegen. Deed een opleiding tot apothekersassistente en toen zij omgang kreeg met een apotheker, was haar vader wederom tegen.  Ze beland als doktersassistente bij een huisarts in Nistelrode, met kost en inwoning, tevens genoot zij aldaar de lijfelijke liefde. Toen zij in verwachting raakte moest zij opstappen, en kwam op een kleine kamer in Amsterdam terecht met haar in 1941 geboren zoon Hans. Zij werd daar onderhouden met een kleine toelage van haar vader, maar toen die in 1942 overleed stopte die toelage. In 1943 is zij werkloos en Franz Ettlinger schrijft haar dat in Vught waar hijzelf werkzaam was, dat daar wel een baan te vinden was. En na het overlijden van haar vader, en de slechte verstandhouding met haar stiefmoeder, waren de reden dat zij dan liever dicht bij haar correspondentievriend was, ondanks dat die getrouwd en 4 kinderen had. In juli 1943 meld zij zich in Vught. En daar omarmt zij opnieuw de lijfelijke liefde, nu met Franz Ettlinger, en in maart 1944 werd hun dochtertje geboren Joanne Claudette Arts. Na de oorlog is zij door het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam veroordeelt tot 15 jaar gevangenisstraf, het actief en passief kiesrecht is haar ontnomen, en in 1952 wordt haar straf met drie jaar verminderd, en komt in 1953 vrij.
Braake, Wilhelmina (Winny). ter werkzaam geweest in Vught en Auschwitz-Birkenau
Drunen, Jo van
. Haar ouders waren gescheiden, in kamp Vught raakt zij zwanger van de Nederlandse SS er Harm Oterdoom.
Jorink, Ria. Haar moeder komt te overlijden kort na het laatst geboren kind op30-3-1934. En zij is als 14 jarige en een der oudste kinderen aangewezen om voor het grote gezin van 13 kinderen en haar vader te zorgen. Bij haar spelen de druk voor de zorg van een groot gezin als jong meisje, de slechte contacten met haar vader en latere stiefmoeder een rol. Toen zij vaste verkering kreeg met een Duitse militair, en weigerde deze te verbreken, werd zij uit huis gezet, en trok in bij een vriendin die zij kende van de Nationaal Socialistische Vrouwenorganisatie. Haar verkering raakte overigens wel uit, maar zij bleef het zwarte schaap van de familie. Zij komt als 23 jarige in kamp Vught dankzij haar contacten met een Nederlandse SS er, september 1943 schreef zij aan Jan Thier lid van het Nationaalsocialistische Kraftfahrkorps, dat zij een week eerder zich had aangemeld in Vught en direct was aangenomen. Tenslotte schrijft zij trots te zijn op haar uniform, een kepie op en een jasje met adelaar op de linkermouw, een broekrok en lange laarzen, gewoon sjiek. Haar vriend de Nederlandse ss er Bernard Becker heeft haar overgehaald naar Vught te komen. Zij gaat aan het werk als aufseherin in de Philips barakken om toezicht te houden, en krijgt al snel haar bijnaam “Sprotje”. Al na een paar mand, en tussentijds ook nog een operatie ondergaan in een ziekenhuis, voordat het bunkerdrama zich voltrekt, worden Ria Jorink en Coby Roelofs vanwege overtolligheid overgeplaatst op 8-12-1943 naar Auschwitz-Birkenau en moeten daar werken in het frauenlager. Jorink moet toezicht houden in de keuken waar Poolse vrouwen werken, en Roelofs moet toezicht houden in het badhuis en bij een aardappelveld. Jorink begint een verhoudeng met de Duitse SS’er Walther Janszen. In maart 1944 wordt Jorink beschuldigd van ruilhandel, zij nam kousen en zeep aan van een gevangene, en daarmee beschuldigd van intieme omgang met gevangenen, en ze wordt vastgezet in de gevangenisbunker van Auschwitz waar de onderofficier Walther Janszen haar dagelijks bezoekt, en dan blijkt dat zij zwanger is van hem.
Het kriegsgerecht veroordeelt haar na zes weken in de bunker te hebben doorgebracht, tot drie-en-een-half jaar voorwaardelijke gevangenis en overplaatsing naar het Joodse getto van Kaunus (Litouwen) waar zij op 23 mei 1944 aankomt. Volgens haar eigen zeggen heeft zij daar niet gewerkt en is vrij kort na haar aankomst gevlucht voor de in aantocht zijnde Russen, en reist met de trein via Gdansk naar Berlijn waar zij aan het werk kan in een vliegtuigfabriek. Ook daar vertrekt zij half januari omdat het haar te gevaarlijk is geworden in Berlijn.
In de trein op weg naar Wiesbaden, beginnen haar weeën, en zij wordt uit de trein gezet. In een weiland naast het spoor, bevalt zij zonder hulp van een dochter. Daarna met haar dochter toch in Berlijn aangekomen, gaat zij op zoek naar Walther Janszen, die zij wonderwel na drie weken vind, en die zorgt ervoor dat zij naar Beieren evacueert. Op 1-5-1945 is zij gearresteerd door de Amerikanen, maar laten haar na 4 dagen toch maar weer gaan.
Uiteindelijk is zij door de geallieerden in Bamberg opnieuw gearresteerd en uitgeleverd aan de Nederlandse autoriteiten.
Via de gevangenis in Maastricht komt zij terecht in kamp de Roskam in Weesp waar zij haar vriendin Coby Roelofs wederom tegenkomt.
Haar dochtertje is bij een pleeggezin in Maastricht ondergebracht. Na drie jaar gevangenschap in “de Roskam” in Weesp, moet zij op 21 april 1948 voor het tribunaal in Zwolle verschijnen, en wordt beschuldigd van hulpverlening aan de vijand, omdat zij gewerkt heeft bij Duitse bedrijven en als bewaakster in Vught, Auschwitz en Kaunus. Zij heeft geluk dat zij een goede advocaat toegewezen kreeg, die voor een karige vergoeding zich voor haar heeft ingezet.
Er waren drie zware beschuldigingen van 3 Joodse vrouwen, maar dat was een persoonsverwisseling, ten tijde van die beschuldiging zat zij gevangen in een cel in de bunker in Auschwitz. Wegens bewijs aan belastende verklaringen en een sterk verweer was haar straf licht, achttien maanden hechtenis, die zij uit zou moeten zitten als zij de komende drie jaar zich niet als een goede Nederlander zou gedragen. Zij wordt dan ook onmiddellijk in vrijheid gesteld. Op 28-8-1949 verloofd zij zich en in 1952 trouwt zij alsnog met Bernhard Becker, uit hun huwelijk is een zoon geboren, die kort voor de dood van zijn moeder krijgt te horen dat hij ook nog een halfzus heeft. Zij komt in 1998 te overlijden.
Koch, Liesl. Geboren in Rotterdam Haar ouders waren gescheiden, haar vader was arts. Haar moeder kwam oorspronkelijk uit Duitsland.
Kohle, Dora. geboren in Eindhoven, werkzaam geweest in Vught, Auschwitz en Leipzig.
Kooren, Liesel.
Dijs-Mol, Johanna.
Geboren 13-8-1905 te Amsterdam, gehuwd 17-11-1927 te Amsterdam met Lambertus Dijs.
Mullenders, Maria Jos. Geboren op 6-6-1924 te Vaals werkzaam geweest in Vught overleden 3-3-2008 Vaals
Roelofs, Coby. Geboren  op 21-4-1924 te Utrecht in de Plataanstraat. Zij groeide op in een gezin van 8 kinderen. Haar vader was oliehandelaar en was in staat zijn gezin goed te onderhouden. Coby mocht o.a. naar de Mulo. Nadien had zij verschillende baantjes als administratief mede werkster. Zij meld zich op 15-10-1943 als bewaakster in Vught, met als reden dat zij verkering kreeg met een Duitse militair en samen met hem wilde verhuizen naar Duitsland. Omdat zij daarvoor toestemming van haar ouders moest krijgen, die overigens die toestemming weigerden. De gemakkelijkste weg was om voor de Duitsers te gaan werken, dan had je die toestemming niet nodig. Zij werkte overigens maar kort in kamp Vught, en werd samen met haar vriendin Ria Jorink wegens overtolligheid overgeplaatst naar Auswitsch-Birkenau. Zij werkte overigens in een van de vele werkkampen in de omgeving van Auschwitz. Daar slaat begin 1945 op de vlucht voor de naderende Russische troepen, zij trekt naar Frankrijk, maar daar herkennen voormalige kampbewoners haar, en zij wordt op 1 juli 1945 gearresteerd. Na negen maanden Franse detentie wordt zij uitgeleverd naar Nederland en komt in kamp de Roskam in Weesp terecht waar zij haar vriendin Ria Jorink weer tegenkomt.
In het strafproces tegen Roelofs op 10-7-1947 voor het Bijzonder Gerechtshof, zijn de getuigen aardig mild voor haar, geen kan zich herinneren dat zij treiterde of mishandelde. Maar de drie die getuigen tegen Jorink wat dus ging om een persoonswisseling, getuigen ook tegen Roelofs dat zij wreed en gewelddadig heeft opgetreden, wat bevestigd wordt door een derde getuige die is getrouwd met een getuige a charge in de zaak Jorink. Haar advocaat doet geen moeite om te onderzoeken of het ook hier niet om een persoonswisseling zou kunnen gaan, ook een brief van Ria Jorink dat het om een persoonswisseling zou kunnen gaan is genegeerd. Roelofs spreekt haar beschuldigingen tegen en blijft altijd ontkennen, maar kiest in de rechtszaal er voor om te zwijgen, en haar advocaten steken weinig energie in haar zaak, sterker nog het proces moest zelfs worden aangehouden omdat haar advocaat niet kwam opdagen. Zij is door onwilligheid van haar verdediging veroordeelt tot 10 jaar hechtenis, en het vonnis was onherroepelijk, zij kan enkel om gratie vragen. Door een ruimhartig gratiebeleid komt zij medio 1953 vrij. Zij trouwt kort na haar vrijlating met Hermannus Jorink, een broer van Ria Jorink, die als militair in de Koreaoorlog zwaar gewond is geraakt, hun huwelijk blijft kinderloos Coby Roelofs overlijd op 12 november 1998.
Schot, Katja. Geboren in Amsterdam als Catharina Maria Schot op 15-3-1925, was werkzaam in kamp Vught en Ravensbrück. Zij raakt in Vught zwanger van Friedrich Meyerhoff.
Sedlacek, Editha. In Oostenrijk geboren, maar kwam als 18 jarige naar Nederland om hier als huishoudster te werken, huwde in 1931 met een Nederlander en zij kregen 2 kinderen. Het huwelijk eindigde op 17-2-1944 te ’s Gravenhage.
Thijssen, Petronella Maria.
Haar ouders waren gescheiden
Vaessen, Elisabeth Wilhelmina.
Geboren 19-12-1923 Vught werkzaam geweest Vught  overleden 14-2-1991 Ameide.

Dat de aufseherinnen in kamp Vught niet bepaald geliefd zijn moge duidelijk zijn, ook zijn hun namen vaak niet bekend, maar als men het heeft over SSmatras of soldatenhoer weet iedereen wie bedoelt werden, sommigen hadden een eigen bijnaam, Loopeend, Sprotje en Sierkan. Van de ca. 20 auseherinnen in kamp Vught, kregen na de oorlog acht vrouwen een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar, en vijf kregen een voorwaardelijke straf. Zes kregen straffen van tussen tien en twintig jaar
Er zullen er ongetwijfeld meer geweest zijn, die allen onder de radar bleven.
enkele initialen zijn wel bekend, Petra van E. en Hannie W.

Wat zeker ook niet vergeten mag worden, is dat in kamp Vught 329 mannen zijn gefusilleerd. Zij werden vaak vanuit andere gevangenissen naar Vught gebracht om gefusilleerd te worden.
Voor hen is op de fusilladeplaats een indrukwekkend monument geplaatst.
Op loopafstand van het Nationaal Monument Kamp Vught is het monument voor de 329 mannen opgericht, op de voormalige schietbaan van het Nederlandse leger. Het pad is helaas voor moeilijk ter been zijnde personen slecht toegankelijk evenals voor rolstoelgebruikers.
In juni 1944 werd de eerste gevangene hier gefusilleerd, hij werd beschuldigd van sabotage bij het Philips commando. Massale executies vinden plaats in augustus en september 1944, gevangenen worden uit verschillende gevangenissen uit heel Nederland naar Vught overgebracht, vooral ook vanuit de strafgevangenis “het Oranhehotel” van Scheveningen.
Zij worden op grond van het Niedermachungsbefehl van Hitler  van 30 juli 1944, waarbij alle saboteurs in Duitse ogen, zonder vorm van proces ter dood mogen worden gebracht. Zij blijven meestal kort in de bunker van kamp Vught, alvorens zij voor een executiepeloton bestaande uit hoofdzakelijk Nederlandse SS’ers belast met de buitenbewaking van kamp Vught. Gevangenen in kamp Vught, kunnen de schoten horen. De laatste geëxecuteerden zijn 4 mannen uit de gevangenis van ’s Hertogenbosch op 16 september 1944.
Na de ontruiming van kamp Vught, is bij een herdenking in 1945, is door omwonenden een houten kruis opgericht waarbij koningin Wilhelmina aanwezig was.
Het stenen monument met de namen van alle slachtoffers is op 20 december 1947 onthult door toen nog prinses Juliana. In 1995 en 1997 is het monument beklad en werd onherstelbaar beschadigd, de daders zijn nooit gevonden.
De beschadigde panelen zijn opgenomen in het herinneringscentrum van kamp Vught.

Anton G.M.Heijmerikx

Colofoon. Diverse internetsites.
Bezoek aan kamp Vught, Bezoek Auschwitz-Birkenau.
N.I.O.D.
Vrouwen van Vught- Hans Olink
Archief kamp Vught
Mensen, macht en mentaliteiten achter prikkeldraad: een historisch-sociologische studie van concentratiekamp Vught (1943-1944) – Meeuwenoord, A.M.B.
Licht in het donker, het Philips-Kommando in kamp Vught.
In dienst van de nazi’s – Paul van de Water.

One thought on “Konzentrationslager Herzogenbusch, beter bekend als kamp Vught.

  1. Indrukwekkend relaas. Samen met mijn vrouw Kamp Vught bezocht we waren zwaar onder de indruk. Dit verhaal is een “mooie” aanvulling. Dank daarvoor.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: