Nederlandse Arbeids Dienst N.A.D.

Oorlogsperiode

Na de capitulatie van Nederland zijn er ca. 280.000 militairen werkeloos. Alhoewel de meeste dienstplichtigen weer terugkeerden naar huis zijn er ca. 25.000 daadwerkelijk krijgsgevangen gemaakt en afgevoerd naar Duitse kampen. Luckenwalde (ca.4.000) en Neu-Brandenburg (ca.6.000) waren de bekendste kampen. Na juni 1945 mogen ook zij weer terugkeren naar Nederland.
Waaronder ook Johan Horstman, Piet Greeve, Bernard van der Horst en Willem Visser uit Wijhe en Willem Boerkamp, Roelof Jansen en Jan Schoterman uit Olst, Bertus Ruiter, Gerrard Kreileman, Broekgerrits, Herman Tepperik, Anton Kortenhorst, Jan Mol, Arnold Neplenbroek, Gerrit Jan Bolink, Bernardus Kortooms en Willem Overmars uit Raalte. Er zijn er veel en veel meer geweest, maar weinigen hebben er over gesproken, en zodoende zijn vele namen van krijgsgevangenen onbekend gebleven, ook al omdat er geen lijsten bestaan.
Voor die demobilisatie van de Nederlandse soldaten hadden de Duitsers spelregels opgesteld. Op 20 juni 1940 is onder meer bepaald dat de dienstplichtigen ontslagen moesten worden en voor diegenen onder hen die geen werk hadden, konden zich vrijwillig aanmelden voor werk in Duitsland. Daarvan is overigens weinig of geen gebruik gemaakt alhoewel er ca. 11.000 in Duitsland tewerk zijn gesteld.

Werkverschaffing en opbouwdienst

Ook was er de mogelijkheid om zich op te geven voor de net opgerichte zogeheten Opbouwdienst. Al hoewel politiek neutraal was, was het een soort van werkverschaffing maar dan wel op Duitse leest geschoold.
Die opbouwdienst was een vervanging van de opgerichte werkverruimingskampen uit de jaren 30 van de vorige eeuw, door de Nederlandse regering opgebouwd, om werkloze arbeiders samen te huisvesten.
Zij werden ondergebracht in de zo geheten werkverschaffingsprojecten.
De werkzaamheden bestonden hoofdzakelijk uit ontginningswerkzaamheden die voor de Nederlandse Heidemaatschappij werden verricht.

Kamp Schaarshoek is zo’n werkverruimingskamp, in 1933 gebouwd in opdracht van de Rijksdienst voor de Werkverruiming als werkgelegenheidsproject in de crisistijd. Het kamp bevond zich dichtbij de spoorlijn Enschede-Zwolle, net buiten het dorp Heino, maar gelegen in de gemeente Wijhe. In 1939 ging het kamp over naar de Rijksdienst voor de Werkverruiming.

Joodse werkkampen, ca. 40 kampen

Begin 1942 zijn Rijkswerkkamp Schaarshoek en andere kampen in opdracht van de Duitse bezetter ontruimd. De werkeloze mannen en het lokale personeel werden naar huis gestuurd, of men kon naar Duitsland om aldaar tewerkgesteld te worden. Alleen Gerrit Gerardus Akkerman, de kok/beheerder en Hendrikus F. Lamers, de kantinebeheerder mochten in kamp Schaarhoek blijven.
De vrijgekomen kampen werden al snel opnieuw bevolkt maar nu met werkloze Nederlandse Joden uit geheel het land. Vanaf januari 1942 moesten zij zich melden in de verschillende daarvoor vrijgemaakte voormalige werkverschaffingskampen. De Amsterdamse Joodse Raad werd onder druk gezet en werd verplicht om 1402 Joodse werklozen te leveren. Uiteindelijk werden er 1075 Joodse werklozen aangewezen. Van hun verzamelden zich op 10 januari 1942 ca. 900 werklozen op het Amstelstation en werden zij hoofdzakelijk naar de noordelijke provincies gestuurd om ontginningswerk voor de Heidemij te verrichten. De meesten waren dan wel werkloos maar niet uit vrije wil omdat de Duitsers de Joden hadden uitgesloten van hun reguliere banen. Hierdoor werden Joodse gezinnen gescheiden van huis en haard. Het was een vooropgezet plan en een volgende stap in de isolatie en uiteindelijke vernietiging van het Joodse volk. Veel van die kampen lagen in Drenthe, 13 in totaal. Anderen lagen verspreid over heel Nederland. Al vanaf juli 1942 werden al Joodse werkkampen ontruimd en de bewoners naar Westerbork overgebracht. Van deze personen werden daarbij ook hun vrouwen en kinderen naar Westerbork overgebracht onder de noemer van gezinshereniging.
In kamp Westerbork werd daarvoor overigens ook al ruimte gemaakt. Vanaf 15 juli 1942 t/m 28 sept. 1942 waren al bijna 19.000 personen overgebracht naar Auschwitz. Op vrijdag 2 oktober 1942 werden alle Joodse mannen in alle in Nederland nog verspreid liggende kampen in één actie overgebracht naar kamp Westerbork. Tevens werden vrouwen en kinderen uit geheel Nederland ook zoveel mogelijk naar Westerbork overgebracht onder het mom van familiehereniging. Ook de familie Aussen uit Wijhe kwam weer samen in Westerbork.
De moeder overigens pas in april 1943 vanuit het Joods ziekenhuisje van Zwolle waar de Joodse dokter Lezer als voormalig huisarts van Wijhe noodgedwongen de scepter zwaaide.
In de maand oktober van 1942 volgden nog 9 transporten met nog eens 11.965 personen naar het vernietigingskamp Auschwitz. Alleen al van juni t/m oktober 1942 zijn dan al ca 31.000 Joden vervoerd en vermoord in Auschwitz, én Nederland wist van niets.
Over de Joodse werkkampen is in doorsnee weinig bekend. Westerbork kent iedereen maar van andere Joodse kampen is bij de doorsnee Nederlander niet veel bekend. Zij bestonden van januari 1942 tot oktober 1942. Zelfs bij de deskundigen ontbreekt nog veel over het dagelijks leven en organisatie in de afzonderlijke kampen. Zelfs het exacte aantal Joodse werkkampen en hun juiste locatie is nog niet veel bekend. Van ca. 40 is dat wel bekend, maar onlangs zijn er in 2020 nog sporen gevonden van nog een Joods werkkamp nabij Staphorst dat tot dan nog niet bekend was.
Het aantal Joodse dwangarbeiders verschilde nogal per locatie en ook de tijd wanneer zij werden bewoond. Op basis van foto’s en getuigenverklaringen van omwonenden en brieven die vanuit die kampen geschreven waren, kwam naar voren dat in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland ca. 40 dag en nachtkampen aanwezig waren alwaar zij 24 uur zonder verlof werkzaam en aanwezig waren. Bekend is wel, dat nabij grote steden er dag kampen bestonden waarbij de dwangarbeiders ’s avonds naar huis mochten.
Voor de eerste dwangarbeiders die in januari 1942 in de kampen terechtkwamen, was weinig te doen. De grond was hard bevroren, een kaartje leggen, brieven naar huis sturen en sneeuwruimen, al snel sloeg de verveling toe. En toen het weer het toeliet, was grondarbeid met een schop voor velen zwaar en onbekend werk. Het thuisfront moest zorgen voor gepaste kleding, eten en geld. De bevolking uit de omgeving regelde ook wel voor de nodige aanvulling, maar dat was helaas voor sommigen ook vaak uit winstoogmerk.

Opbouwdienst.

Nadat de Joodse werkkampen na 2 oktober 1942 leeg kwamen werden zij in beslag genomen door de Opbouwdienst. Een op Duitse leest geschoeide organisatie die als doel had om de schade te herstellen die de oorlog had aangericht. Tevens was het een voortzetting van het werkverschaffingsbeleid van voor de oorlog. Die Opbouwdienst was overigens al in juli 1940 aangevangen voor de vele werkloze militairen en dat was op basis van vrijwilligheid.
Eind 1942 was het nog steeds bedoeld voor de werkloze militairen, maar nu niet meer vrijwillig. Zij werden in de leeftijd van 16-23 jaar in 1942 opgeroepen voor een sociale dienstplicht van 6 maanden en niet enkel militairen, maar alle mannen in die leeftijdscategorie.
Veel mensen hadden zich aangemeld voor die opbouw Dienst, tenslotte ging het om een goede zaak, de opbouw van het land. Generaal Winkelman had dat bedongen conform de conventie van Geneve; “Geenerlei rechtstreeks verband mogen houden met de krijgsverrichtingen.” Tevens mocht men tijdens die diensttijd geen lid zijn van een politieke partij en moesten religieuze activiteiten achterwege blijven. Dat men moest tekenen voor een niet Jood verklaring zag men aanvankelijk niet als een bezwaar aangezien de Duitse bedoelingen met de Joden toen in Nederland nog niet erg bekend en zichtbaar waren.

Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.)

“Ick Dien” De lijfspreuk voor de N.A.D. (Nederlandse Arbeids Dienst).

Voor de Opbouwdienst kon men zich vrijwillig aanmelden, maar zoals gezegd, het animo was niet overweldigend. Op 15 oktober 1940 werd de Opbouwdienst en de N.A.D. (Nederlandse Arbeids Dienst door Duitsers opgezet) samengevoegd. Het motief was herstel van de oorlogsschade. Men kon zich vrijwillig aanmelden bij één van de ruim 1.000 aanmeldkantoren, maar het liep wederom geen storm. De illegale Nederlandse pers geloofde dat niet en terecht achteraf. Het bleek de bedoeling van de Duitse bezetter om een soort van arbeidsbemiddelingsbureau voor dienst in Duitsland, waar een schromelijk tekort was aan arbeidskrachten omdat de Duitse mannen zelf onder de wapenen waren geroepen.
Op 1 januari 1942 werd voor iedere Nederlander zowel vrouwen als mannen tussen 18-23 jaar een sociale dienstplicht ingevoerd van 6 maanden en was er van vrijwilligheid geen sprake meer. Veel vrouwen werden ingezet voor o.a. aardappels schillen of andere  keukenwerkzaamheden, vaak dicht bij hun woonstede.

Voor mannen werden er werkkampen gesticht veelal ver van hun woonplaats. Zij werden aan het werk gezet voor het graven van tankwallen, wegen, sloten, kanalen en of werkzaamheden in de landbouw.
Op Duitse leest geschoeid leerde men ook exerceren, niet met een geweer aan de schouder maar met een schop. Zelfs de wacht aan de poort stond komisch genoeg, op wacht met een schop aan zijn schouder.
Op het eind van het 6 maanden contract werd men bij de kampcommandant geroepen en werd gevraagd om een contract te tekenen die hun verbond aan een verder dienstverband wat vaak inhield dat je in Duitsland tewerk werd gesteld. Bijna iedereen weigerde te tekenen en na meestal wat ferme en rake klappen geïncasseerd te hebben mocht je dan als weigeraar toch vertrekken.

N.A.D. (Nederlandse Arbeids Dienst) diensttijd was 5.5 maanden
Commandant. Commandant en staf zetelen in Den Haag Gevers Deynootweg 59
ook de administratie valt hieronder.

Werkkampen
De N.A.D. heeft een wisselend aantal werkkampen of afdelingen
Hoofdkorpsen 1, 2, 3, 4. die een uitgebreide voorziening hebben.
Korpsen 5, 6, 7, 8. hebben een kleinere voorziening en kunnen een beroep doen op een hoofdkorps. Gekoppeld zijn 1 en 5, 2 en 6, 3 en 7, 4 en 8.
Deze werkwijze is na mei 1943 gewijzigd in korpsen 1 t/m 8 met gelijke voorzieningen.
Alle kampen hebben leiders die afdelingscommandanten worden genoemd en een behoorlijke vrijheid van handelen hebben.
De scholen voor het middenkader stond te Doorn, en school voor het lager kader te Huizen (N.H.), de school voor het administratief kader te Doorn vallen ook onder de staf en administratie.
Staf: algemene secretarie en acht afdelingen.
afdeling I         algemene zaken, organisatie en staforkest
afdeling II       kaderaangelegenheden, arbeidscontracten
afdeling III      arbeidsleiding voor werkobjecten
afdeling IV      onderwijs, opvoeding, lichamelijke opvoeding
afdeling V       veterinaire dienst, opleiding ziekenverzorger
afdeling VI      personeel paardenverzorging
afdeling VII    werving Nederlanders tussen 17-23 jaar
afdeling VIII   arbeidsbemiddeling en deels sociale zaken, pers en propaganda.
Administratie
A         Juridische zaken
B         personele zaken, kostwinnersvergoeding
C         Kleding en uitrusting
D         levensmiddelen voorziening en kantinebeheer, distributie
E          begroting algemene betalingen buitenwaarts
F          comptabiliteit naar binnen toe
G         vervoer en legering
centraal magazijn voor kleding en uitrusting, schoenmakerij en kleermakerij – Amsterdam
centraal levensmiddelen magazijn – Amsterdam
centrale slachterij – Poeldijk
centraal kantine magazijn – Deventer
centrale vaardienst – Leidschendam (16 boten)
centrale werkplaats motordienst en onderhoud rijdend vervoer o.a.ca. 15-20 personenauto’s in gebruik bij de staven, Arbeidsleiding, Rijksgebouwendienst, geneeskundige dienst en inspectie. – Leidschendam
centrale vervoersdienst – Ede (26 trailers met opleggers, 10-12 bestelauto’s)
centraal magazijn van de arbeidsdienst – Wijhe (van hier kwamen alle benodigdheden  voor werken in de kampen, en de benodigde gereedschappen o.a. kiepkarretjes voor grondverplaatsing) hier hebben tussen 2-3.00 personen gewerkt.
Elk kamp heeft de beschikking over 3 paarden en de benodigde wagens, of men huurde die in de omgeving van het kamp. Ook zijn ca. 500 fietsen verdeeld over alle verschillende plaatsen waar de arbeidsdienst werkzaam is.

A.D.M. Arbeid Dienst Meisjes Diensttijd was 6 maanden
Staf zetelde tot mei 1942 in de Brugschestraat 17 ’s-Gravenhage.
Afdeling Opvoeding en opleiding
Afdeling Personeelszaken en registratie
Afdeling Organisatie en propaganda
Afdeling Administratie A.D.M.
Er waren 8 meisjeskampen met elk 4 kernen en elke kern had 12 meisjes o.a. Diepenheim en Doorn. De meisjes leidersschool stond in Wassenaar

Er waren ca. 100 werkkampen, waaronder ca. 40 voormalige Joodse werkkampen.

De N.A.D. had voor zijn propaganda een figuur opgevoerd van een echte Hollandse jongen, netjes opgevoed, rechtschapen, dapper en bereid te werken. Hij werd Koenraad genoemd en vaak afgebeeld met een schop aan de schouder. Die propaganda was al weer snel uitgewerkt. Dappere Koenraad werd in de volksmond al snel “Dollefie Sallefie” genoemd wat zijn einde betekende.
De N.A.D. kampen waren allen volgens hetzelfde type gebouw. Rond een appelplaats stonden meestal vier barakken van elk drie kamers voor 16 personen. 16 Personen werd een werkploeg genoemd en de drie werkploegen van 16 personen, achtenveertig dus, vormden een groep.
Alle bewoners van de vier barakken samen werd een afdeling genoemd. Elke ploeg had een ploegcommandant. Er waren vier groepscommandanten en een afdelingscommandant. Deze commandanten waren apart gehuisvest of waren ingekwartierd in de nabijheid. Naast de woonbarakken had men een keuken tevens kantinebarak, fietsenbarak, werkplaats en stalbarak. Behalve de kolenberging die van steen en met pannen bedekt was, waren alle andere gebouwen gebouwd van geïmporteerd Lariks of Douglas hout opgetrokken.

De Arbeidsdienst had zo zijn eigen regels, getuige de vele uitgaven over Tuchtrecht, Dienstvoorschriften, Lichamelijke oefeningen enz.   
Ook beschikte de N.A.D. over eigen serviesgoed en bestek, met uiteraard het eigen logo.
Weliswaar werd er in algemene zin in de kampen veel propaganda gemaakt voor het nationaalsocialisme, maar daar bezweken slechts weinigen voor. De opzet was oorspronkelijk ook dat politieke en godsdienstige activiteiten niet toegestaan waren.

In de meeste kampen werd de order dat er collectief geluisterd moest worden naar Max Blokzijls radiotoespraken genegeerd. Een andere reden was dat de radio’s door medewerkers van het N.A.D. onder leiding van Herman Sybrand de Jong in het magazijn vanuit Wijhe vaak werden gesaboteerd en dus dienst weigerden. Ook films en filmapparatuur werden gesaboteerd zodat ze slecht of helemaal niet functioneerden.
De stemming in de kampen werd zo, ondanks de pogingen daartoe van de bezetter, niet of nauwelijks beïnvloed door de politiek. Eventuele activiteiten van nazigezinde kaderleden werden door die van andersdenkende kaderleden meestal geneutraliseerd. Al met al was de Arbeidsdienst voor veel afzwaaiende verplichte arbeidsmannen niet louter een slechte ervaring geweest. De Arbeidsdienst had zelfs enkele punten van aantrekkelijkheid, het bood de gelegenheid om aan de Arbeidsinzet in Duitsland te ontkomen en verder was, bij de voortdurende verslechtering van de levensmiddelendistributie, het goede eten in de arbeidskampen van grote betekenis, tevens was de werkkleding gratis evenals de huisvesting.
Als nationaalsocialistisch vormingsinstituut is de Arbeidsdienst dus mislukt. Dit blijkt ook uit het feit dat slechts een klein aantal vrijwilligers zich in het verband van de Arbeidsdienst voor de Oostinzet melde: 300 man in de zomer van 1942. In 1943 werden 25.000 man voor de Arbeidsdienst opgeroepen; slechts 600 van hen melden zich nu aan voor de Oostinzet.

Nederlandse Oost-Compagnie

Via meldingen voor de N.A.D. zijn er een kleine duizend arbeiders werkzaam geweest voor de Nederlandse Oost Compagnie. Echter in het totaal zijn het er enkele duizenden geweest die op andere wijze betrokken waren bij uitzending naar o.a. de Oekraïne als landbouwer, bouwvakker, baggeraar, turfsteker of grondwerker. Onder hen waren ca. 80 vrouwen.

De meesten van hen hadden een N.S.B. achtergrond of op zijn minst waren zij pro Duits. Maar ook waren er die als dwangarbeiders waren gestuurd als zogenaamde SS-Frontarbeiders vanuit de Arbeitseinsatz. Een groot succes werd de N.O.C. uiteindelijk niet. De oprichter en bedenker Rost van Tonningen had zich dat anders voorgesteld.
De Duitse nazi’s gedoogden de initiatieven in de hoop dat zij er beter van konden worden. Ook werd de N.O.C. tegengewerkt omdat de goederenstroom vanuit Nederland en de verstrekking van de uitvoervergunningen in de door de Nazi’s bezette gebieden moeizaam werden verstrekt.
Ook administratief was het niet bepaald vlekkeloos op het hoofdkantoor van de N.O.C. in     ’s-Gravenhage. Vele particuliere investeerders haakten daardoor ook af. Toen Duitsland zich in het najaar van 1943 terugtrok uit de Oekraïne, werden activiteiten verplaatst richting de Baltische staten. Toen ook daar in de loop van 1944 Duitsland zich terugtrok en die gebieden door de Russen werden heroverd trokken velen noodgedwongen richting Duitsland.
Rost van Tonningen was president van de N.O.C., tevens voorzitter van de Raad van Commissarissen. Algemeen directeur was de N.S.B.’er Daniel Krantz. Pieter Schelte Heeringa was enige tijd mede directeur. De organisatie werd gefinancierd door de Nederlandse bank en de Nederlandse staat maar ook steden als Amsterdam en Rotterdam gaven een bijdrage.
De N.O.C. had ook vele dochterondernemingen zoals:

  • De Nederlandsche Oostbouw (N.O.B.) waar Pieter Schelte Heeringa eerst de leiding had, Ir. R.A.Brusse was daar commissaris, hij was de organisator van o.a. de klokkenroof in Nederland.
  • De Nederlandsche Oostvisscherij, die vissers naar het Peipusmeer stuurde om vis voor de Kriegsmarine in te maken.
  • Nederlandsche Oostbagger, die op de rivier de Dnjepper baggerwerkzaamheden uitvoerde.
  • De Nederlandsche Oostbaksteen, de Nederlandsche  Oostrederij en de Nederlandsche Oost Handelsmaatschappij.

Al deze ondernemingen werden door het oprukken van de Russische troepen ontmanteld en op 28 december 1944 werd Rost van Tonningen door Mussert ontslagen.
Na de bevrijding van Nederland, werd de N.O.C. geliquideerd en werden processen gevoerd tegen een aantal van de belangrijkste medewerkers van de N.O.C.
Pieter Schelte Heeringa, ontsprong vervolging, alhoewel er in 1981 overwogen werd om hem alsnog te vervolgen omdat hij met het idee kwam om dwangarbeiders te gebruiken bij de N.O.C., wat ook daadwerkelijk het geval was geweest, maar hij overleed voordat het proces plaatsvond.
Nog eenmaal kwam zijn naam in het nieuws. Zijn naam werd genoemd om een kraanschip te noemen naar een Nederlandse Nazi Pieter Schelte Heeringa, maar na vele protesten is het kraanschip voor het ontmantelen van boorplatforms genoemd als Pioneering Spirit, een verdekte verwijzing toch naar Pieter Schelte (P.S.). Pieter Schelte Heerema was na de oorlog als scheepsbouwer actief eerst in Venezuela en later o.a. in Nederland. 

General Arbeitsfuhrer Walter Ludwig Bethmann van de Reichsarbeitsdienst was gedurende de hele oorlog hoofd van de N.A.D.  Zijn plaatsvervanger in Nederland was aanvankelijk Jaap Breunese, die op 1 augustus 1941 ontslag nam, of kreeg dat is niet helemaal duidelijk omdat hij zich verzette tegen het voorstel voor het invoeren en verplicht brengen van de Hitlergroet.

Jaap Breunese leider Nederlandse Arbeids Dienst.

Zijn vader was dominee te Valburg, Heino en in Raalte van 1890 tot 1907.
Jaap Breunese was een Nederlandse militair die vooral bekendheid genoot als marsleider van de Nijmeegse vierdaagse al vanaf 1922.
In november 1939 werd hij bevorderd tot de rang van majoor. Als militair bewoog hij zich in het gezelschap van Arthur Seyss-Inquart (Rijkscommissaris namens Hitler), Walter Ludwig Bethmann (de Duitse vertegenwoordiger van de Reichs Arbeids Dienst in Nederland), Konstantin Hierl (hoofd van de Reichs Arbeits Dienst) en hij ontving regelmatig Duitse officieren bij hem thuis. Hij werd in juli 1940, na daarvoor te zijn uitgenodigd, benoemd tot commandant van de Opbouwdienst, nadat Hitler hiermee persoonlijk had ingestemd. De Opbouwdienst diende om werkloze Nederlandse militairen op te vangen. Het werk zou bestaan uit de opbouw van vernielde dorpen en steden, dijkverzwaring, aanleg van wegen etc.
De Opbouwdienst is de voorloper van de Nederlandse Arbeidsdienst. De bedoeling van de Duitsers was om de N.A.D. te laten overvloeien naar eenwording met het Duitse Rijk.

Zo werd er in de kampen veel propaganda gemaakt voor het Nationaal Socialisme, maar daar bezweken gelukkig slechts weinigen voor. In de meeste kampen werd de order dat er collectief geluisterd moest worden naar Max Blokzijls radiotoespraken genegeerd. Nog afgezien, of die radio het wel deed. Die radio’s werden door de N.A.D. in Wijhe geleverd en daar was de afdeling van Herman De Jonge verantwoordelijk voor het goed laten functioneren van die toestellen. Hij heeft al de tijd dat hij daar verantwoordelijk voor was, steeds zoveel mogelijk slechte toestellen beschikbaar gesteld. Wel had hij zelf een goed functionerend toestel tot zijn beschikking om Engelse zenders te ontvangen en die boodschappen door te geven. Maar in de verschillende werkkampen waren de Engelse zenders zoveel mogelijk uitgeschakeld. De stemming in de kampen werd zo, ondanks de pogingen daartoe van de bezetter, niet of nauwelijks beïnvloed door de politiek.
Eventuele activiteiten van nazigezinde kaderleden werden door die van andersdenkende kaderleden meestal geneutraliseerd of men probeerde om van die personen af te komen door overplaatsing. Als nationaalsocialistisch vormingsinstituut is de Arbeidsdienst dus mislukt. Jaap Breunese doorzag de politieke boodschap niet. Het ging hem om de saamhorigheid en gemeenschapsband. Ook dacht hij aanvankelijk dat de N.A.D. het zonder geestelijke verzorging, dus de kerk, kon stellen. Hem was niet verteld, dat de Duitsers op deze wijze mogelijk de beschikking kreeg over een extra arsenaal van arbeidskrachten, die in Duitsland ingezet zouden kunnen worden doordat eigen mensen in het leger waren opgeroepen en er dus een chronisch tekort was aan arbeiders in Duitsland.
Een moeilijk verzoek voor de in Heino geboren domineeszoon. Hij zocht dan ook contact met Generaal Henri Winkelman, die overigens niet onwelwillend was tegen dit initiatief, mits er geen direct of indirect verband was met de Duitse oorlogsvoering. Hij ging dus akkoord om de leiding in Nederland op zich te nemen maar was wel verantwoording schuldig aan Walter Ludwig Bethmann van de Reichs Arbeits Dienst.
Hij ging ook akkoord met de samenvoeging van de Opbouwdienst met de N.A.D. in oktober 1940, waarbij geen ruimte was voor Joden en mensen met Indische gelaatstrekken.
Breunese had wel bewondering voor het een partijsysteem zoals die in Duitsland in gebruik was. Hij verbood dan ook alle andere politieke propaganda binnen de N.A.D., dat ook aanvankelijk gold voor kerkelijke activiteiten, maar stelde dat laatste bij door toe te staan dat leden de kerkdiensten mochten bezoeken, maar dan wel buiten de werkkampen.
Toen Bethmann aan Breunese aandrong om 500 werkloze arbeiders uit N.S.B. gelederen aan te nemen voor werk bij de N.A.D., weigerde hij, hij had een grenzeloze afkeer van de N.S.B.
Maar toen Duitsland Rusland binnenviel, juichte hij dit toe omdat hij ook fel anticommunist was. Hij stond zelfs toe dat propaganda gemaakt mocht worden in de N.A.D. kampen voor werving van vrijwilligers voor de Nederlandsche tak van de Waffen-SS die wilden vechten tegen het communisme. Ook botste Breunese met Bethmann toen de laatste de Germaanse groet zonder de roep van Heil Hitler wilde invoeren. Breunese vond die teveel lijken op de groet van de N.S.B.’ers. Ook het ontslag van een aantal N.S.B.’ers binnen de N.A.D. viel bij Bethmann niet in goede aarde. Dat betekende het einde van Breunese bij de N.A.D. Op 15 augustus 1941 vertrok hij. Niet duidelijk is geworden of hij ontslag nam, of ontslagen werd.
In mei 1942 arresteerden de Duitsers een groep Nederlandse officieren die werden overgebracht naar Stanislau in Polen. Jaap Breunese was daar niet bij, maar uit solidariteit besloot hij zich ook aan te melden en zat voor de rest van de oorlog in Langwasser, Stanislau, Neubrandenburg en Tittmoning. Hij keerde in juni 1945 terug in Nederland. Hij moest zich natuurlijk verantwoorden voor zijn werkzaamheden voor de N.A.D. en daarmee de samenwerking met de Duitsers. Het werd een moeizame en slepende procedure. Voor hem pleitte het dat hij niet overal in was meegegaan met Duitse bevelen en ook duidelijk bevelen had geweigerd. Uiteindelijk besluit de minister van oorlog A.H.J.L. (Alexander) Fiévez in 1947 om ongevraagd Breunese eervol ontslag uit militaire dienst te verlenen.
Na zijn vertrek uit militaire dienst nam hij de draad weer op als marsleider van de Nijmeegse vierdaagse tot aan zijn dood in 1963. Jaap Breunese was gehuwd met de op 27-9-1892 in Bern geboren Therese Küng, het echtpaar had geen kinderen. 
(Zijn broer Marinus Theodorus Breunese geboren 9-4-1885 was ambtenaar in Ned.Indie, en keerde in 1935 terug naar Nederland. Als evacué werd o.a. hij gedwongen vanuit ‘s -Gravenhage naar Bathmen te vertrekken omdat hij in het spergebied aan de kust woonde. In Bathmen was hij lid van de ondergrondse, gearresteerd op 26 april 1944 en via de koepelgevangenis in Arnhem en kamp Vught kwam hij in concentratiekamp Oranienburg terecht, waar hij is omgekomen op 29 november 1944 samen met 2 andere Bathmeners.)

De opvolger van Jaap Breunese was luitenant kolonel Lodewijk Alexander Cornelis de Bock, geboren op 14 september1884 te ’s-Gravenhage en overleden te Nijmegen op 16 november1960. Hij was gehuwd op 4 mei1909 te Ginneken en Bavel met Sofia Henriette Frederike Bode.
Het echtpaar kreeg 2 kinderen. Hun dochter Caroline M.S. de Bock trouwde met Reinier van Houten. Hij was lid van de N.S.B met lidnummer 54 en een Nederlands nationaalsocialistisch uitgever die voor de N.S.B. werkte.
De N.A.D. kampen liepen na Dolle Dinsdag 5 september 1944 vrijwel allemaal leeg. Van het kader was nog maar ca. een kwart aanwezig. Op 6 september 1944 werd luitenant kolonel Lodewijk Alexander Cornelis de Bock door General Arbeitsfuhrer Walter Ludwig Bethmann afgezet en op 10 september 1944 werd de N.A.D. geheel opgeheven. Diegenen die hun periode van 6 maanden nog niet hadden voltooid moesten die wel uitdienen en werden o.a. ingezet om voor de Duitse Wehrmacht te werken. De laatste actieve arbeidsleider was de NSB-er W.A. Almekinders, die 5 dagen de baas mocht zijn.

Wijhe en de N.A.D.

Ook Wijhe kreeg te maken met de Opbouwdienst. In september 1940 arriveerden ca. 400 ex militairen van het 81e Korps Opbouwdienst, later het 10e en 11e korps in Wijhe. De 2e afdeling werd tijdelijk in de dorpsschool aan de Kerkstraat ondergebracht, de leerlingen werden naar huis gestuurd. De 3e afdeling ging direct naar de vloerzeilfabriek aan de Enkstraat. De leiding van de Wijhese afdeling was in handen van de kapiteins H.J. Krap (Amsterdam 1922) en W. Witteveen. Nadien werden de kapiteins Stas en Recourt toegevoegd, alsmede de 1e luitenant J.J. van der Meer. De vloerzeilfabriek werd dus omgevormd als legeringsgebouw voor de ca. 400 ex militairen. Ook kwam er een uitgebreide keuken, een kantine en een kantoor. Er werden paardenstallen en een wagenremise ingericht voor de paarden en wagens van de Opbouwdienst. Tevens werd het gebouw van de wijkverpleging ingericht als ziekenhuis en telde ca 12 bedden, terwijl de tandarts en de dokter hier ook hun spreekuur hielden.
Voor de ex militairen was het verschil met hun diensttijd niet zo heel groot. Zij kregen echter geen geweer als zij die tenminste ooit hadden gehad, daar was in het begin van de oorlog een groot gebrek aan, maar een schop. En ook met die schop aan de schouder moest geëxerceerd worden en zelfs stond de wacht aan de ingang met een schop aan de schouder.
Archieven over de Opbouwdienst en later de N.A.D. in Wijhe, zijn er wel maar nog steeds niet openbaar, zodat men de geschiedenis heeft moeten horen van personen die het daadwerkelijk aan den lijve hebben ondervonden.

Eén hunner was de heer Hendrikus Tabak, beter bekend als Rinus Tabak, geboren in Hilversum, en in 1943 in Wijhe gehuwd met Geertje Liefers.
Rinus vertelde:
Na de reveille om 7.00 uur en het ontbijt volgde het appél op de binnenplaats. Daarna begonnen de werkzaamheden die bestonden uit het opruimen van versperringen, het dichten van loopgraven en mitrailleursnesten aan de Gelderse IJsseloever. Waren ze aan de Gelderse kant werkzaam, dan werden de maaltijden met paard en wagen aangevoerd. In de winter ook het ijsvrij maken van de Wijhese loswal en hier en daar sneeuwruimen. Hard werken was niet nodig, vaak waren wij ’s middags al weer vroeg terug in de fabriek. Af en toe werden er ook marsen gehouden, en een geliefd rustpunt was café Weijs aan de Heinoseweg (nu Kappeweg). Wekelijks werd er ook gezwommen in het Zwolse Stilobad aan de Turfmarkt, waar Rinus later vanwege zijn gezondheid nog jaren gebruik van heeft moeten maken. Zelfs zingen stond op het programma. ’s-Avonds waren zij vrij om in de kantine zich te vermaken of in de plaatselijke cafe’s, waar kaarten en biljarten een geliefde bezigheid was. Ook werden er ontspanningsavonden georganiseerd.

In een goed bewaard gebleven overnachtingscahier van Hotel Klein Veldink aan de Dijk 5 te Wijhe, nu Chinees restaurant “Golden Duck” staan tientallen overnachtingen geboekt van conferenciers, toneelspelers en muzikanten die één of meerdere optredens in Wijhe hebben verzorgd. Ook diverse leden van de N.A.D. hebben hier voor korte of langere periode hier hun intrek genoten.
Behalve Rinus Tabak, zijn ook andere Wijhenaren bij de opbouwdienst werkzaam geweest zoals Lindhout, Halfwerk, Ras en van Voorst. Een andere naam was de Ruiter, schilder van beroep, die veel glas heeft vervangen nadat een V2 op de Gelder was neergekomen en veel glasschade in het dorp had veroorzaakt.
Deze Wijhenaren konden in de weekenden nog wel eens een zakcentje bijverdienen door wachtdiensten over te nemen van hen die liever naar huis wilden.
Ook dames waren betrokken bij de Opbouwdienst zoals J. van Nieuwenhoven-Koopman,  J. de Ruiter-Wienholt en M. van der Sluis-Rook die in de keuken hielpen o.a. met aardappels schillen.
En zelfs kapper Zomerhuis uit de Kerkstraat had er plotseling ca. 400 klanten bij als officiële Opbouwkapper.

Maar in de ogen van de Duitse bezetter was de Opbouwdienst niet wat zij beoogden. Er heerste teveel een Hollandse sfeer en dat moest veranderen. De Opbouwdienst werd dan ook in het najaar van 1940 ingrijpend gereorganiseerd. Korporaals en manschappen onder de 25  en onderofficieren onder 35 jaar kregen ontslag en ook vele officieren lieten het voor gezien.
Daarvoor kwam de N.A.D. (Nederlandse Arbeids Dienst) in de plaats die meer militaristisch op Duitse leest geschoeid was. Men hoopte zo meer jongeren te kunnen verleiden om toe te treden maar het liep bepaald geen storm. Maatregelen om meer aanmeldingen te krijgen waren bijv. als men wilde studeren men eerst zijn arbeidsdienstplicht moest hebben vervuld. Maar ook dat hielp niet. Was het eerst toetreding op basis van vrijwilligheid, vanaf het najaar van 1942 was men verplicht om voor 6 maanden bij de N.A.D. in dienst te treden en kregen jongemannen daarvoor een oproep zich te melden. In Wijhe zijn geen exacte aantallen bekend maar het zijn er zeker meer dan 150 opgeroepen die in Wijhe geboren en of woonden, die niet alleen in Wijhe terechtkwamen, maar her en der in Nederland werden geplaatst. Er waren er bij, die vermoedelijk nooit verder waren geweest dan de Volksfeesten in de omgeving van Wijhe, Herxen, Elshof, Boerhaar of de veemarkt in Zwolle.

Herman Spithoven uit Wijhe moest zich in juli 1943 melden in het Groningse Sellingen en hij verteld daarover: Het was een streng regiem, ’s morgens om 5 uur je bed uit en direct een veldloop van 6 km. Daarna douchen en ontbijten en om 7 uur klaar staan voor appel. Eerst de Nederlandse vlag en daarna de Duitse vlag gehesen. Daarna aan het werk met de schop, aanleggen van wegen voor 50 cent per dag, aardappels rooien voor 75 cent per dag, maar N.S.B. boeren kregen altijd voorrang. Exerceren was ook verplicht met de schop aan de schouder en ojee als dat niet gelijk ging. En aan het eind van de opleiding leerden wij ook de Hitlergroet te brengen. Bij slecht weer, was het tot 3 uur verplicht rusten op bed en op zulke dagen kreeg je ook zangles, een der liederen die wij moesten zingen was:
Ginds in het oosten
Staat nu de gloed
Heel Moskou staat in brand
Zo gaat-ie goed.
Een paar lolbroeken zongen Berlijn in plaats van Moskou, je begrijpt dat daarna behoorlijk gestraft werd.
Alles ging in die werkkampen in looppas en ik moest eens die rode balken uit het grind halen, daarmee werden luciferhoutjes bedoeld. Het eten was wel goed, maar veel te weinig, en men moest met mes en vork eten. Op woensdagavond mocht je de poort uit en was je vrij, en ook in het weekend was je vrij. Wilde je naar de kerk, dan moest je 10 km lopen naar de kerk in ter Apel.

In Wijhe werd de N.A.D. dus in een deel van de leegstaande vloerzeilfabriek gehuisvest, o.a. met een bouwgroep onder leiding van hopman H.M.A.L. Schroeder, die allerlei werkzaamheden verrichtte voor verschillende werkkampen. Ook een timmer- en schilders werkplaats werden daar ingericht, een smederij en magazijnen. Vele personen die een oproep hadden gekregen voor de Arbeitseinsatz in Duitsland kregen hier in Wijhe bij de N.A.D. werk en werden door verschillende Nederlands gezinden dan onmisbaar verklaard voor uitzending naar Duitsland.
Volksfeesten werden voor en door de N.A.D. ook georganiseerd, veelal op een braak terrein aan het Havenpad.
In 1942 kwam kapitein Julius Theodorus Walta bij de N.A.D. en kreeg de leiding voor Wijhe. Hij was dan wel in dienst bij de op Duitse leest geschoeide N.A.D., maar gebruikte zijn functie als dekmantel voor zijn ondergrondse activiteiten en werkzaamheden en onderhield goede contacten met het plaatselijke verzet. Walta had grote invloed bij de N.A.D. en was erg bevriend met leden van de personeelsdienst. Hij benoemde vaak personen die hij vertrouwde en zorgde dat leden van de N.S.B. weer verdwenen naar andere vestingen. Ook kreeg hij het voor elkaar om de in Scheveningen gevestigde Radio foto-film en telefoondienst in zijn geheel over geplaatst te krijgen naar Wijhe en mede daardoor ook het hoofd van die dienst Hermanus Sybrand de Jong die net als Walta ook een oud militair was.      
Of zij elkaar uit hun diensttijd kenden is niet duidelijk, wel dat zij goed bevriend waren in de Wijhese periode. Na de oorlog, moest hij net als ieder ander, zich melden ingevolge de aanmeldingsplicht beroeps, reserve en dienstplichtig personeel. Ook zij die bij de N.A.D. een leidinggevende functie hadden, of hadden gehad.

Hermanus Sybrand de Jong, die weliswaar op 9 november 1944 ontslagen was uit N.A.D. dienst heeft zich nadien schuil gehouden.
Hij heeft zich na de oorlog op 22 mei 1945 aangemeld bij het hoofd aanmeldingsbureau Zwolle bij kapitein H.J. Pascal Souren. Bij zijn aanmelding overlegt hij een bewijs van goed Nederlanderschap afgegeven op 20 mei 1945 door de waarnemend burgemeester van Wijhe de heer K. (Karel) Nijland en van zijn baas de voormalig commandant van het centraal magazijn en werkplaatsen van den Nederlandschen Arbeids Dienst (N.A.D.) in Wijhe, Julius Theodorus Walta. Walta was destijds chef van den staf van het gewest Overijssel der Nederlandse Binnenlandsche Strijdkrachten. In het schrijven, afgegeven op 20 mei 1945, gaf Walta aan dat Hermanus Sybrand de Jong als gunstig, uitermate eerlijk en politiek volkomen betrouwbaar persoon was. Uit een schrijven van 28 augustus 1945, met als onderwerp; Zuivering personeel N.A.D., blijkt dat door de minister van Binnenlandse zaken een adviescommissie voor zuivering van het personeel van den voormalige Nederlandsche Arbeidsdienst was samengesteld. Die commissie werd verzocht om advies uit te brengen voor het nemen van zuiveringsmaatregelen ten opzichte van hen, die behoord hebben tot het personeel van bovengenoemde dienst en daarmee gelijk te stellen instellingen. In de brief zijn allerlei voorwaarden gesteld en konden maatregelen getroffen worden die nodig geacht werden.
Was getekend, de chef staf Militair gezag de Luitenant Kolonel Mr. H.P. Linthorst Homan.

Hermanus Sybrand de Jong heeft op 3 december 1945 een vragenlijst ingevuld en opgestuurd naar de adviescommissie van het Departement Binnenlandse Zaken te ’s-Gravenhage, met een verklaring van de reserve kapitein der Artillerie voormalig chef N.B.S. Overijssel en N.O.P. hoofd bureau C.A.B. der N.B.S bureau 14 Julius Theodorus Walta. Walta verklaart hierin dat Hermanus Sybrand de Jong onder zijn leiding bij de N.A.D. zeer goed werk heeft verricht en zoveel als mogelijk sabotage heeft gepleegd aan radio, foto, film en filmtoestellen.

Op 12 juni 1946 is hem verzocht voor de Documentatie Commissie te Zwolle om ten stadhuize in Zwolle te verschijnen, teneinde de Commissie gewenste inlichtingen  te verstrekken. Daar krijgt hij het verzoek, na mondelinge toelichting, om het geheel op papier te stellen. In een uitvoerig getypt rapport van 5 pagina’s heeft hij dat al op 26 juni 1946 die commissie doen toekomen waarin hij uitvoerig verteld over de ondergrondse activiteiten.
Tot slot een schrijven op 22 oktober 1946, waarin de Secretaris Generaal (onleesbare handtekening) namens de Minister van Binnenlandse Zaken betreffende zuivering van personeel van de voormalige N.A.D. Onder verwijzing naar de neven vermelde brieven deel ik u mede, dat ik met Uw voorstel t.a.v. H.S. de Jong geen zuiveringsmaatregelen te treffen, verenig.

Een andere militair sergeant F.J. Bakker heeft in mei 1940 gevochten als sergeant stuks commandant zware mortieren bij het 28e Regiment Compagnie Mortieren nabij de Moerdijkbruggen. Na de capitulatie kwam hij al op 15 juni 1940 bij de Nederlandse Opbouw Dienst terecht, en nadien ca. maart 1941 bij opheffing van de N.O.D. naar de N.A.D. hij heeft gezien de vele getuigschriften o.a. gewerkt als garage chef in Tiel en ‘s Gravenhage, promotie maakte hij ook tot hoofdopzichter begin 1942 zijn standplaats werd uiteindelijk eind 1943 Wijhe, waar hij inwonend was bij de N.A.D. Zijn gezin was genoodzaakt, om naar Wijhe te vertrekken, omdat de Duitsers de dijken doorgebroken hadden, en hun woonplaats Strijen in de Hoeksewaard onder water kwam te staan, op de Oranjelaan 7 te Wijhe. Het gezin heeft eerst van 1juni 1944 t/m 26 juni gewoond in “Hotel Veerman” van J.M. Peet, daarna aan de Oranjelaan tot 17 december 1945, vervolgens tot 21-5-1949 Raalterweg 19 (D 27), en tot slot Enkweg 8 (32) tot 11 december 1950, en vertrokken naar Apeldoorn.
Nadat kapitein Walta, waar hij een goede vertrouwensband mee had, ontslag nam bij de N.A.D. na invoering in oktober 1943, was de periode daarna moeizaam. Sabotagewerkzaamheden die onder Walta aan de orde van de dag waren, voor vertrouwde personen waren lastiger uit te voeren, nieuwe arbeidsleiders waren op een enkeling na nogal Duits gezind. Het werd gevaarlijk, niet enkel voor Bakker, maar ook voor de Jong welke laatste door Walta was gevraagd om bij de N.A.D. aan te blijven. De Jong overigens die in september 1944 alsnog ontslag nam en onderdook. Bakker bleef bij de N.A.D. en dat is hem uiteindelijk opgebroken, ondanks dat hij met Walta in contact bleef na het ontslag van Walta, om samen gegevens uit te wisselden. Nadat op 13 april 1945 Wijhe bevrijd was, kwam ’s middags een deputatie van de N.B.S. onder leiding van de heer Schoenaker, die hem en zijn gezin verzocht mee te gaan.
Daaruit bleek dat hij en zijn gezin gearresteerd werden. Onmiddellijk verzocht Bakker een onderhoud met Walta, die kon verklaren hoe e.e.a. in elkaar stak, maar Walta was niet in Wijhe. Zo gauw hij terug was zou contact opgenomen worden, er zat dus niets anders op dan mee te gaan. Wapen en sleutels moesten afgegeven worden, en het gezin werd opgesloten in de fabriek, waar hij nota bene met Walta geheime besprekingen had gevoerd, hoe te handelen na de capitulatie met de gearresteerde N.S.B. ers. Nu zat Bakker met zijn gezin, enkel in bezit van een laag stro als bed, in afwachting van Walta, die inmiddels lid was van het gewestelijk Commando der N.B.S. Overijssel-N.O.P. Zijn vrouw en 2 kinderen mochten de volgende dag gelukkig vertrekken, maar kwamen vervolgens in een grote puinhoop terecht omdat huiszoeking op de Oranjelaan 7 nu niet bepaald zachtzinnig was gedaan ondanks duidelijke afspraken met de nieuwe commandant Jan Boschker van de N.B.S. als opvolger van Julius Th. Walta.
Uiteindelijk moest zij met 2 kinderen vertrekken naar een “kokhuus”, dat naast een in brand geschoten boerderij stond aan de Raalterweg. (Een derde kind werd daar geboren op 5 september 1947) Bakker zelf, moest tenslotte nadat Walta toch een keer langsgekomen was, en allerlei beloften had gedaan, die niet nagekomen zijn, verschijnen voor de Commissie van Onderzoek. Hij mocht zijn mondeling verslag toelichten met een schriftelijk verslag met bijlagen Bakker werd in afwachting van een proces opgesloten in interneringskampen te Luttelgeest van 18-6-1945 t/m 14-1-1946, en van 14-1-1946 t/m 4-9-1946 in Wezep, waar nota bene de N.S.B. burgemeester van Wijhe Harry Bouwens ook geïnterneerd was.
Op 4-9-1946 is Bakker onvoorwaardelijk in vrijheid gesteld. Dat hem e.e.a. hoog zat was begrijpelijk, want hij voelde zich verraden en in de steek gelaten door, wat voordien zijn vrienden en medestrijders waren. Hij had dan ook al op 12 september een onderhoud met kapitein Walta om ’s morgens 9 uur bij Walta thuis. Dat zal geen prettig gesprek geweest zijn mag men aannemen.
Dat het lang duurde voordat de rechtbank tot een uitspraak kwam, is niet zo verwonderlijk maar voor betrokkenen wel heel vervelend, omdat na de capitulatie meer dan 150.000 mensen waren opgepakt soms terecht maar vaak ook geheel onterecht, volgend onderzoeker Lou de Jong. Uiteindelijk komt op 3-7-1947 de brief met vermelding van Onvoorwaardelijk buiten vervolging gesteld.

De N.A.D. in Wijhe had dus aanvankelijk een kleine personeelsbezetting. Onder kapitein J.Th. Walta groeide die uit tot ca. 365 personen waarvan ruim 100 man in de buitendienst werkzaam waren. Aan kaderleden waren er tussen 12-15 man werkzaam. Het overige was burgerpersoneel. Velen van hen hadden al een oproep voor de Arbeitseinzatz verkregen, maar werden in Wijhe bij de N.A.D. als onmisbaar aangegeven, zoals de Wijhenaar
G. Kleinheerenbrink die dus bij de N.A.D. kon onderduiken, na de oorlog ging hij naar Nederlands Indië, waar hij sneuvelde. Ook J.J. van Vuuren gevlucht uit Duitsland, H.W.C. Boom die als krijgsgevangene naar Duitsland zou moeten,  J. Landkroon, A. Sanders en Bijmans die allen richting Duitsland hadden gemoeten, maar bij de N.A.D. een veilige plaats hadden verkregen. Wijhenaren werkzaam bij de N.A.D. waren o.a. B. Kamphuis, M. Feith, B.  Meijboom en A. Grave.

Julius Theodorus Walta, is geboren op 8 januari 1906 te Amsterdam, als zoon van Douwe Walta en Juliana Boersma. Zijn vader had een bouwonderneming, en zijn ouders zijn regelmatig verhuisd van Amsterdam naar Hilversum en Utrecht. De broer van Douwe Walta, Herman Walta, beproeft zijn geluk in 1907 in Amerika en Douwe volgt hem in 1908, maar keert weer terug in 1915.
Julius Theodorus Walta, trouwt op 28 oktober 1931 te Utrecht met Alida Johanna Lisman. De eerste drie kinderen worden in Utrecht geboren. Hij is in het Nederlandse leger opgeklommen tot de rang van kapitein. Eind jaren dertig is hij uit het leger, en heeft in de voetsporen van zijn vader een bouwonderneming in Haarlem, waar in mei 1941 hun dochter Marga geboren wordt. Maar hij is opnieuw opgeroepen bij de mobilisatie in augustus 1939 en is dan reserve kapitein opgeroepen voor de vesting Holland, derde divisie zesde regiment artillerie, en was daar bevelvoerder. De afdelingscommandant was ondergebracht aan de Driehuizerkerkweg 132 in Driehuis.
Na de capitulatie, werden grote aantallen militairen krijgsgevangen en afgevoerd naar verschillende kampen in Duitsland. Zij mochten overigens allen weer terugkeren naar Nederland in juli 1945. Zij werden wel geacht om geen activiteiten te ondernemen treffen de bezettende macht en moesten daarvoor tekenen. Zij die dat niet deden weden opnieuw gevangen gezet in Duitsland, het betrof meestal officieren die meestal in Colditz gevangen gezet werden.

Het gezin is eind 1941 verhuisd naar Wijhe, waar hij een functie bij de N.A.D. (Nederlandse Arbeids Dienst) krijgt te vervullen. Het gezin betrok in de Langstraat een bovenwoning, boven de winkel van manufacturen en stoffenwinkel van Elferink. 
Julius Theodorus Walta heeft in Wijhe in de vloerzeilfabriek waar de N.A.D. was ondergebracht, van een klein magazijn een grote onderneming gemaakt met een personeelsbezetting van ca 365 personen, waarvan ca 100 personen in de buitendienst. Hij heeft kans gezien om alles wat maar enigszins met bouwactiviteiten te maken had naar Wijhe over te hevelen. Maar ook de Radio, Telefoon, Foto en Filmdienst die vanuit de staf in Scheveningen door zijn toedoen naar Wijhe kwam. Met die dienst kwam Hermanus Sybrand de Jong mee naar Wijhe. De afdeling Wijhe, verschilde dan ook van andere N.A.D. onderdelen. Hier heeft hij in de voormalige vloerzeilfabriek met behulp van anderen een goed georganiseerd bedrijf gemaakt dat min of meer zich aan het gezag van de landelijke N.A.D. had onttrokken. Hij is in staat geweest door zijn goede connecties met de personeelsafdeling, om ongewenste personen die onbetrouwbaar leken terug te sturen en die werden vervangen door personen die door hem werden uitgezocht. Vele personen kregen een functie in Wijhe, die anders naar Duitsland zouden worden uitgezonden. Bewijs daarvan was, dat de fam. Walta elk weekend een taart kreeg van bakker van Dam, omdat hun zoon door bemiddeling van Walta bij de N.A.D. kwam werken en onmisbaar geacht werd, zodat hij niet naar Duitsland hoefde. Binnen de afdeling Wijhe, zijn vele sabotagewerkzaamheden uitgevoerd, wat overigens niet ongevaarlijk was. De vorige beheerder was alleen al voor het luisteren naar verboden zenders ontslagen. Dat blijkt ook, als een collega van Walta de reserve 1e luitenant J.C.L.K. van Welij ook bij de N.A.D. in dienst is getreden maar die, evenals Walta in oktober 1943 ontslag nam bij de N.A.D. omdat zij de Germaanse groet niet wilden accepteren en brengen. Beiden doken onafhankelijk van elkaar onder en verrichten bij de ondergrondse vele activiteiten. Van Welij had de pech gesnapt te worden en heeft dat met zijn leven moeten bekopen. Hij werd op 8 maart 1945 gefusilleerd met 274 anderen op meerdere plaatsen vanwege de mislukte aanslag op Rauter bij de Woeste Hoeve omgeving Apeldoorn.
Maar toch was men in Wijhe in staat om naar de Engelse zenders te luisteren en de boodschappen door te geven aan de betreffende personen die in ondergrondse organisaties betrokken waren.
De N.A.D. Wijhe moest 64 verschillende werkkampen voorzien van radio’s en het spreekt vanzelf dat verkeerde kampen geen Engelse zenders konden ontvangen,  in tegenstelling tot goede kampen. Ook filmprojectie apparaten en de bijbehorende films moesten richting de werkkampen. Deze films gingen als zij propaganda toonden nogal eens stuk, of de apparaten of de films, en moesten dan weer terug naar Wijhe voor reparatie. Ook telefoon aansluitingen haperden nog al eens bij onbetrouwbare kamp of afdelingshoofden.
Ook apparatuur die vanuit Wijhe voor de Oost Compagnie geleverd moesten worden, daarvan was de kwaliteit dusdanig dat daar weinig gebruik van kon worden gemaakt. Toen de Germaanse groet door Generaal arbeidsfuhrer Bethmann in oktober 1943 toch werd ingevoerd, nadat het al besproken werd in 1941, maar door veler tegenwerking steeds werd opgeschoven, nam kapitein Julius Theodorus Walta ontslag bij de N.A.D.
Wel vroeg hij aan Hermanus Sybrand de Jong om aan te blijven, onder duidelijk moeizamere omstandigheden. Hij heeft kans gezien om goede radiotoestellen in Wijhe te houden, zodat meldingen van Radio Oranje in Wijhe te beluisteren bleven. Kort na de invoering van de Germaanse groet, nam ca. 25 % van het kader ontslag, en dat leidde tot een puinhoop in de organisatie. Bij de oproep voor de N.A.D. in januari 1944 kwam 20 % niet opdagen en moesten van de 64 kampen er 16 gesloten worden. En hiermee was zo ongeveer de ondergang van de N.A.D. in gang gezet. Ook een bevel om arbeidskrachten in te zetten voor de Oost Compagnie, hiervoor werd flink geronseld tot groot ongenoegen van het overgebleven kader, leverde niet het gewenste resultaat op. Ook het inzetten van arbeidskrachten voor het maken van verdedigingswerkzaamheden was omstreden en een soort gecoördineerde actie onder de kaderleden om de N.A.D. te verlaten. Op 5 september 1944, “Dolle Dinsdag”, liepen de arbeidskampen vrijwel leeg en op 12 september 1944 werd de N.A.D. opgeheven door de Duitsers.
Op gegeven moment kwam het de Jong ter ore dat er een poging tot onderzoek gedaan zou worden naar het gevoerde commando van Julius Th. Walta, de Jong heeft direct Walta hierover ingelicht. In september 1944 kreeg de Jong opdracht van Walta om te verdwijnen, maar om te proberen zoveel mogelijk radio’s onbruikbaar te maken of te laten verdwijnen, voordat die naar Duitsland zouden worden overgebracht. Zo zijn er velen onbruikbaar gemaakt, en andere toestellen doken onder. Ook andere materialen zoals projectielampen en filmtoestellen gingen dezelfde weg en zijn na de oorlog weer opgedoken. Deze gegeven zijn alle doorgegeven aan het Bureau Afwikkeling Nederlandse Arbeids Dienst B.A.N.A.D. die daarmee alles kon opsporen. Na zijn ontslag is Hendrikus de Jong meestentijds ondergedoken geweest, tot aan de bevrijding.

Kapitein Julius Theodorus Walta is na zijn ontslag bij de N.A.D. in oktober 1943 ondergronds verder gegaan met zijn ondergrondse werkzaamheden. Ongeveer diezelfde tijd werd Jan Frederik Dalemans door de Duitsers gearresteerd, en dat zal ook voor Walta spannend geweest zijn, want als Dalemans tijdens verhoren in het “Oranjehotel” in Scheveningen door zou slaan bij verhoren zou er ook jacht op hem gemaakt worden.
Om onder de radar te blijven, was hij voorzien van een vervalst persoonsbewijs onder de naam van Johannes Bernardus Winkelman geboren te Eindhoven 25 juni 1903.
Vermoedelijk is die vervalsing gemaakt in Wijhe, daar had hij goede contacten opgebouwd en waren er vakmensen voorhanden die zo’n klus vaker hadden uitgevoerd.
Medewerking kan hij gehad hebben van de gemeentesecretaris Hendrik Huiberts, fotograaf Willy Albering en enkele ambtenaren ter secretarie.

Ca. september 1944 heeft Walta contact via het ondergrondse verzet met de Canadezen in de regio Nijmegen, dat moet een onderdeel geweest zijn van Scottisch Canadien Regiment, want bij de bevrijding van Olst en Wijhe komt Julius Walta in Canadees uniform gezeten op een Canadese tank van dat regiment Wijhe binnenrijden.Die stopt in de Langstraat voor zijn woonhuis waar moeder en zoon verbaasd hem met moeite herkennen door zijn weelderige baardgroei. Als de Canadezen verder trekken, mag de zoon een ritje meerijden tot buiten het dorp, een van zijn mooiste jeugdherinneringen.

Na de oorlog heeft Julius Theodorus Walta een actieve rol gespeelt bij de B.S. Binnenlandse Strijdkrachten en was werkzaam in Overijssel N.O.P. Veel gegevens zijn daarvan niet te vinden, na de oorlog heeft hijzelf er niet of nauwelijks over gesproken en zijn er geen dagboekjes of andere geschreven documenten na gelaten. Archieven zijn ook nog niet openbaar, zodat het van mondelinge vertellingen of documenten van anderen moet komen.

Dat hij binnen het gewestelijk Commando van de N.B.S een rol van betekenis heeft gespeeld getuigt een document, dat is gebruikt bij de herbegrafenis van H.J. Brinkgreve die tijdens een overval op 5 maart 1945 is omgekomen en zijn herbegrafenis op 12 juni 1945.
Kort na de oorlog op 1 juli 1945, betrok het gezin Walta “Villa Spoorzicht” en vertrokken zij op 27 februari 1947 naar Nieuw Milligen waar hij een functie bij defensie betrok.

Jan Frederik Dalemans

Dat het gevaarlijk kon zijn om bij de N.A.D. te werken, moge duidelijk zijn, zeker als men werkzaamheden deed die niet pasten in de ogen van de Duitse bezetters. Dat heeft Jan Frederik Dalemans ondervonden. Hij was een oud militair en lid van de Amsterdamse ondergrondse. Hij heeft meerdere keren Joden aan een onderduikadres geholpen en heeft soms bij gebrek aan adressen Joden zelf in huis genomen. Hij kwam door zijn werk ook wel eens in Wijhe en daar had hij in 1942 kapitein Walta een oude dienstmakker van voor de oorlog ontmoet. Deze hernieuwde kennismaking resulteerde in een plan om de bewoners van Amsterdamse bejaardentehuizen aan wat extra voedsel te helpen, voedsel dat in de omgeving van Wijhe door kapitein Walta wel te verkrijgen was. Zo reed Dalemans regelmatig met een auto van de N.A.D. tussen Wijhe en Amsterdam op en neer, een auto van de N.A.D. werd namelijk zelden gecontroleerd. Als hij weer eens in Wijhe kwam bracht hij verschillende illegale kranten, zoals Vrij Nederland mee, die gretig aftrek vonden in hotel Veerman.  Op 15 oktober 1943, werd Jan Frederik Dalemans gearresteerd. Hij ondernam een actie om Joden die op een fout adres in Haarlem waren terechtgekomen te bevrijden. Door verraad waren de Duitsers op de hoogte van zijn bevrijdingsactie, maar ook dat hij daarbij van een vuurwapen gebruik had gemaakt.

Toen hij werd aangehouden had hij een aantal exemplaren van Vrij Nederland en distributiebescheiden bij zich had. Zijn vrouw ook betrokken bij ondergronds werk, had nog kans gezien om al het belastend materiaal te vernietigen, maar het gebruik van een vuurwapen werd hem zwaar aangerekend. Hij werd overgebracht naar de Scheveningse gevangenis, in de volksmond het Oranjehotel genaamd. Op 11 december 1943 moest hij voor het Obergericht verschijnen, en werd tot de doodstraf veroordeeld, zijn straf werd op 30 maart 1944 op de Waalsdorpervlakte voltrokken, waar hij werd gefusilleerd.

Tijdens zijn gevangenschap heeft hij nimmer zijn werkzaamheden in Wijhe genoemd. Had hij dat wel gedaan dan waren er zeker represailles gevolgd in Wijhe. Wel had hij de wens geuit, om hotel Veerman in Wijhe, waar hij bijzondere herinneringen had, na de bevrijding de naam zou krijgen van Oranjehotel, iets wat al op 5 september 1945 officieus in gebruik werd genomen. Officieel werd in augustus 1946 de naam van “Hotel Veerman” omgezet tot “Oranjehotel”. Daarbij waren vele gasten aanwezig, waaronder mevr. Dalemans- van Overheem en haar beide kinderen Hannie en Pim.

Hotel Veerman zoals het tijdens WOII bekend stond, was overgenomen in mei 1940 door het echtpaar Peet-van Ommen, maar kreeg zijn beslag pas eind 1940 door allerlei stroef verlopen onderhandelingen. Het was moedig van het echtpaar om in deze moeilijke tijden een hotel te beginnen. Voor het uitbreken van de WOII was het al wel een ontmoetingsplaats van vele Wijhenaren en verenigingen. Toen de Opbouwdienst in de voormalige vloerzeilfabriek begon, kwamen vele leidinggevende officieren hotel Veerman bezoeken. Ook toen de Opbouwdienst overging naar de N.A.D. bleven zij naar hotel Veerman komen. Ook andere gasten waren welkom, zoals Duitse officieren, Jhr. Sandberg kringleider van de N.S.B. kwam hier graag dineren op doorreis. De N.S.B. burgemeester van Wijhe, Harry Bouwens, verbleef hier ook enkele maanden tot dat hij huisvesting in het dorp kreeg. Maar ook Joden kwamen hier binnen, zij het illegaal en verbleven soms voor langere tijd in hotel Veerman, zoals mej. van Inghen die op voorspraak van Walta hier binnen kwam. Na de oorlog bleek zij Jodin te zijn met de naam Mona Cohen. Zij had tijdens haar verblijf een schortje geleend van Bastiaantje Rietveld hoofd van de Fröbelschool in Wijhe. Na de oorlog kwam zij tot ontdekking dat zij dat schortje niet teruggegeven had en schrijft aan haar, via Walta omdat zij haar adres niet weet, met excuus dat zij het schortje hierbij terugstuurt. Vreemd is dan wel, dat die brief gesierd is met het briefhoofd van de Germaanse SS in Nederland. Bastiaantje Rietveld verklaard, dat zij haar wel kende, maar dan onder een andere naam, juffrouw van Inghen dus.
Het is nu anno 2020 niet na te gaan hoe zij aan het briefpapier kwam van een foute organisatie. Vreemd ook dat zij het briefhoofd er niet af geknipt heeft, als zij het bijv. heeft gebruikt omdat er papierschaarste was. Wel blijkt dat zij ca. september 1946 naar Groningen is uitgeweken.

Ook leden van ondergrondse bewegingen van elders zochten hier soms een toevlucht. Maar ook Mussert en enkele trouwe volgelingen zijn hier te gast geweest. Wethouder Nijland heeft de familie Peet meermaals gewaarschuwd om voorzichtig te zijn. Een veelgehoorde kreet was: “Bij Peet kan schijnbaar alles”. Clandestien slachten hoorde daar ook bij en het mag bijzonder genoemd worden, dat het altijd goed is gegaan.

En dan breekt een keerpunt aan. Tussen 6 juni en 30 augustus 1944 landen geallieerde troepen op de stranden van Normandië Frankrijk. Zware gevechten en zware verliezen aan manschappen waren het gevolg, maar langzaam maar zeker werden de Duitsers teruggedreven en vochten geallieerde troepen zich een weg naar de overwinning van bezet Europa.

Dat die weg naar bevrijding moeizaam was en ging zag men aan de vooruitgang in de opmars. Het zuiden van Nederland werd bevrijd in het najaar van 1944 door de geallieerden, een samenwerking tussen Amerikaanse, Engelse, Canadese en Poolse legers. Met een gewaagde maar mislukte poging werd een sprong over de rivieren bekend als operatie Market Garden uitgevoerd tussen 17 t/m 25 september 1944. Het gevolg was een stagnatie in de bevrijding van Nederland boven de rivieren en had tot gevolg dat het noorden en in het bijzonder het westen van Nederland te maken kreeg met een grote hongersnood door gebrek aan alles.
Het heeft zeker ca. 20.000 mensenlevens gekost. Pas in het voorjaar van 1945 slaagden de geallieerden er in om de grote rivieren over te steken en de Duitse defensie te breken.
Op 5 mei 1945 gaf het Duitse leger zich over met uitzondering van enkele Waddeneilanden zoals o.a. Texel. Maar ook op 7 mei werd er rondom Veenendaal nog gevochten tussen de Binnenlandse Strijdkrachten en de SS waarbij 3 leden van de BS sneuvelden. Enkele dagen later kwamen de geallieerde tanks Veenendaal binnen en was ook daar de bevrijding daar.

Het originele artikel bevat 87 pagina’s met vele foto’s en bijlagen, en was bedoeld als onderdeel van een uit te geven boek, wat door Covid 19 niet doorgegaan is. Het boek zou meerdere onbekende verhalen en uitgebreide artikelen bevatten van deels al bekende verhalen, aangevuld met nieuwe onbekende aanvullingen, en 260 pagina’s beslaan.

colofoon:
Wijhe tijdens WOII deel 1/2/3/- Jan Veerman
Ick Dien- J.L.de Bock onderhopman N.A.D.
archief Historische vereniging Wijhe.
archief gemeente Wijhe
Archief F.J.Bakker- Yvonne Bakker
Archief J.S.de Jong- Hetty Terpstra-de Jong
Archief H.Huiberts- Kitty Vos-Huiberts
Historisch Centrum Overijssel
Archief A.G.M.Heijmerikx

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: