Het concentratiekamp Flossenburg.

v:* {behavior:url(#default#VML);}
o:* {behavior:url(#default#VML);}
w:* {behavior:url(#default#VML);}
.shape {behavior:url(#default#VML);}

Normal
0

21

false
false
false

NL
X-NONE
X-NONE

/* Style Definitions */
table.MsoNormalTable
{mso-style-name:Standaardtabel;
mso-tstyle-rowband-size:0;
mso-tstyle-colband-size:0;
mso-style-noshow:yes;
mso-style-priority:99;
mso-style-parent:””;
mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt;
mso-para-margin:0cm;
mso-para-margin-bottom:.0001pt;
mso-pagination:widow-orphan;
font-size:10.0pt;
font-family:”Calibri”,”sans-serif”;}

Gevangenen uit concentratiekamp Dachau, werden overgeplaatst naar Flossenburg, en die moesten het kamp opbouwen en inrichten. Al in april/mei 1938 werd Flossenburg geopend, dan enkel nog voor Duitsers die tegen het nazi regiem waren, het was oorspronkelijk voor 1.600 gevangenen bedoelt. In juni 1939 was de capaciteit al uitgegroeid tot 3.000 gevangenen en werd nadien nog eens uitgebreid naar 5.000 gevangenen. Het lag in een groot bosgebied, waar de bevolking dun gezaaid was, en er daarom niet teveel pottenkijkers waren, dicht bij het dorpje Weiden gemeente Flossenburg. Nog voor de oorlog uitbrak, was Flossenburg na Dachau op dat moment het grootste concentratiekamp, enkel bedoelt voor Duitsers.

Ook in Emsland direct gelegen tegen de Nederlandse grens met Drenthe en Groningen waren al vanaf 1933/34, 15 gevangenkampen gebouwd ook enkel voor tegenstanders van de nazi’s.

De nazi’s hadden wel de plannen, om in alle dun bevolkte gebieden meerdere kampen op te richten, zo ook in het veroverde Oostenrijk en geannexeerde Tsjecho-Slowakije.

In totaal zijn er in Flossenburg ca. 100.000 gevangenen geweest, uit meer dan 30 verschillende nationaliteiten, en waarvan er tot aan de bevrijding op 23 april 1945 door de Amerikanen ca. 30.000 waren omgekomen, niet enkel in het hoofdconcentratiekamp, maar ook in de ruim 100 zogenaamde buitenkampen, die overigens wel onder bevel stonden van het hoofdkamp Flossenburg.

Die buitenkampen werden in de jaren 1942/43 gebouwd in Beieren, Sachsen en Bohemen, en daar werden dwangarbeiders ingezet voor o.a. Flick staalindustrie, Siemens electronicaconcern, Osram lampenindustrie en Junker vliegtuigbouw.

Vanaf februari 1943 werden in Flossenburg meer dan 5.000 dwangarbeiders ingezet voor de bouw van de Messerschmitt Jachtvliegtuigen de ME 109.

Flossenburg was aanvankelijk een concentratiekamp voor tegenstanders van nazi Duitsland, na het uitbreken van de oorlog, kwamen ook de leden van de ondergrondse uit verschillende landen waaronder Frankrijk, België en Nederland naar hier, die de Duitsers hadden tegengewerkt.

Ook grote groepen tegenstanders uit Polen, Rusland en Tsjechen werden hier ondergebracht.

Bij de inval van Duitsland in Rusland, en de daarbij haperende opmars, zijn op bevel van Hitler met het zogenaamde Kommisarbefehl van 6 juni 1941, 1.000 Russische krijgsgevangenen doodgeschoten.

De gevangenen in Flossenburg moesten in de nabij gelegen steengroeve, waar graniet gedolven werd onder onmenselijke omstandigheden dwangarbeid verrichten.

Deze arbeid was systematisch vernederend, en eindigde meestal met de dood, men hield dit werk ongeveer 3 maanden vol, het werd door de nazi’s dan ook Vernichtung durch arbeit genoemd.  

Wanneer gevangenen niet snel of hard genoeg hun arbeid deden, moesten zij als straf beladen met stenen, in het onderste deel van de steengroeve urenlang door de tot kniehoogte reikende modder strafexercitie lopen, aangespoord door lachende SSers die de zweep hanteerden.

Dit graniet is o.a. gebruikt voor het Reichsparteitagsgelande in Nurnberg.

Later kwamen daar nog de productie van onderdelen voor jachtvliegtuigen bij, maar die werden vaak in de buitenkampen verricht zoals bijv. Lengenfeld.

Het concentratiekamp Flossenburg was constant overvol, bedoeld voor 5.000 gevangenen, bevonden er zich eind 1944 ruim 8.000 gevangenen en vlak voor de bevrijding ruim 15.000 gevangenen.

Op 14 april 1945 kwam de SS bij een telling van Flossenburg inclusief de buitenkampen op een aantal van 45.813 personen, waaronder ca. 1.600 vrouwen. De leefomstandigheden waren abominabel, met z’n drieën moesten zij een bed delen en samen hadden zij een deken delen.

Dit kwam o.a. door de aankomst van gevangenen die de dodenmarsen uit Auschwitz en Gross-Rosen overleeft hadden.

Op het einde van de oorlog werd Flossenburg ook gebruikt, om prominente tegenstanders van nazi Duitsland om te brengen. Hier werden in april 1945 o.a. opgehangen Dietrich Bonhoffer Evangelisch theoloog en lid van de Bekennenden Kirche, die vanwege zijn aanhoudende oppositie tegen de Nationaal Socialistische politiek gevangen zat in Berlijn in de Tegelgevangenis, Wilhelm Canaris admiraal en voormalig Abwehrcommandant en zijn medestander Hans Oster, Dr.Theodor Strunck jurist, generaal Friedrich von Rabenau, die een tegenstander van Hitler was, maar zijn katholieke geloof weerhield hem ervan om zich aan te sluiten bij een complot om Hitler te vermoorden.

Zij allen kregen een snelrechtprocedure, en werden de dag erna allen doodgeschoten of opgehangen.

Na de oorlog werd de rechter die dit snelrecht had voorgezeten Dr.Otto Thorbecke en de SS Standartfuhrer Walter Huppenkothen voor moord vrijgesproken maar kregen 6 jaar gevangenisstraf voor hulp en medeplichtigheid aan moord.  

Na de opheffing van Flossenburg, werden de overgebleven ruim over de 10.000 gevangenen op dodenmarsen gestuurd naar concentratiekampen welke nog niet bevrijd waren, in het geval Flossenburg was dat het 200 kilometer verder gelegen Dachau in de nabijheid van Munchen. In meerdere kolonnes werden zij voortgedreven, en die niet meer kon, werd eenvoudig doodgeschoten. Voor de meesten was dat voor de tweede maal dat zij op dodenmars gestuurd werden. Onderweg werden duizenden letterlijk de dood ingedreven door ondervoeding en totale uitputting, zij werden door de SS geexecuteerd, en aan de rand van de weg achtergelaten. Ongeveer 2.800 gevangenen kwamen meer dood dan levend in Dachau aan, en toen de Amerikanen nadien de weg terug volgde, vonden zij meer dan 5.000 doden langs de weg die gegaan was.

Na de bevrijding door de Amerikanen op 23 april 1945, stierven nog ruim 100 gevangenen aan uitputting en doorstane ontberingen, ondanks de goede hulp en verpleging die aan hun werd gegeven.

In concentratiekamp Flossenburg waren nog 1.526 gevangenen aanwezig toen de Amerikanen daar aankwamen, tot eind mei werden die daar verpleegd totdat zij in staat waren naar hun woonplaatsen terug te keren.

Van juli tot april 1946 werd Flossenburg gebruikt voor Duitse krijgsgevangenen, daarna was het een woonplaats voor Displaced Persons, ontheemden die niet terug konden naar hun plaats van herkomst, waaronder veel mensen die niet terug konden omdat Rusland hun geboortegrond bezet had, of niet terug konden zoals Russische militairen, die als zij terug gingen hun leven niet zeker was, en opsluiting in de Goelag een zekerheid was.

Want in de ogen van Stalin had men zich nooit mogen overgeven of krijgsgevangen laten maken, maar had men zich dood moeten vechten. Een Rus, die als militair de oorlog had overleefd als krijgsgevangen, had volgens Stalin geen rechten meer. Zelfs de zoon van Stalin die krijgsgevangen zat in Duitsland, en die men wilde uitwisselen met een Duitse generaal, daarvan zij hij doodleuk ik heb geen zoon, en de uitwisseling ging niet door.

Ook kwamen na de bezetting van Rusland van de voormalige Duitse gebieden zoals Silezie, Oost Pruissen en Sudetenland, vele Duitsers naar Flossenburg omdat zij voorlopig hier onderdak konden vinden.

Na het einde van de oorlog, kwamen naar schatting tussen 14 en 15 miljoen Duitsers als vluchteling uit de oostelijke gebieden over de grenzen Duitsland weer binnen, de meesten uit angst voor de als gewelddadig bekend staande Russische militairen.

Die angst was niet ongegrond, en ook niet onverklaarbaar. Het stond de Russen nog in hun geheugen gegrift, hoe als de Duitse nazi’s de Russische bevolking en krijgsgevangenen had behandeld. Weinigen konden die behandeling doorvertellen. En zoals meestal het geval is in een oorlog, zijn de burgers van beide partijen meestal onschuldig maar wel slachtoffer.

Anton Heijmerikx 

anton@heijmerikx.nl

www.heijmerikx.nl

Westerbork.

Toen Hitler de verkiezingen won in Duitsland, en Hindenburg opvolgde als Rijkskanselier van Duitsland, werden de leefomstandigheden voor Duitse joden alsmaar slechter in een Duitsland, wat zich toch al in een economische crisis bevond, evenals de rest van de wereld.                      Door steeds meer onderdrukkende en vernederende wetten vooral voor joden, ontvluchten steeds meer Duitse joden naar gebieden buiten Duitsland waar zij dachten welkom te zijn. Het was voor hen gemakkelijk uit te wijken naar Nederland, omdat de enige eis om toegelaten te worden, zij over voldoende middelen van bestaan en over geldige papieren moesten beschikken volgens een wet uit 1849.                                       De Nederlandse regering was overigens bang, gezien de verontruste ontwikkeling in Duitsland, dat zij al op 16 mei 1934 een nieuwe wet aannamen, waarin werkvergunningen aan immigranten aan een vergunningenstelsel was verbonden, en op 30 mei 1934 deelde de Nederlandse regering mede, dat vluchtelingen met de Duitse nationaliteit zoveel als mogelijk geweerd dienden te worden.

Ondanks deze maatregelen, waren er tussen 1933-1938 ca. 25.000 Duitse joodse vluchtelingen Nederland binnen gekomen, en na de aansluiting van Oostenrijk bij Duitsland op  13 maart 1938, probeerden nog meer joodse vluchtelingen Nederland binnen te komen. Overigens waren de meeste vluchtelingen van plan, om Nederland op een zo kort mogelijke termijn weer te verlaten, op doorreis naar een definitieve bestemming.

Op 7 mei 1938 werd door de regering bepaald, dat er geen enkele vluchteling meer binnen mocht komen. Maar toen de Kristalnacht in Duitsland had plaatsgevonden in de nacht van 9-10 november 1938, probeerden ca. 40.000 joden een inreis vergunning te verkrijgen, wat uiteindelijk voor ca. 7.000 joden, en op een later moment nog eens 2.000 joden toch nog werd verleent op humanitaire gronden. De vluchtelingen werden opgevangen in vele verschillende opvangkampen en opvangtehuizen, sommigen in werkdorpen, zoals Wieringermeer en Nieuwe sluis.

Maar dat was uiteindelijk een onhoudbare toestand. Deze vluchtelingenhulp, werd hoofdzakelijk georganiseerd en betaald uit het Comité voor Joodse Vluchtelingen, een organisatie bestaande uit verschillende joodse organisaties, die gezamenlijk probeerden een oplossing te zoeken.

In februari 1939 besloot de toenmalige regering onder Colijn, om alle joodse vluchtelingen onder te brengen in een groot opvangkamp.

Als plaats van vestiging werd een stuk Veluwe aangewezen nabij Elspeet, reden was dat het redelijk ver van de bewoonde wereld was, zodat vluchtelingen minder snel zouden integreren. Protesten waren er natuurlijk ook, omwonenden protesteerden, en ook de ANWB liet zich niet onbetuigd, zij waren bang voor de aantasting van het natuurschoon op de Veluwe. Al deze protesten hadden niet geholpen, als er niet een brief was binnengekomen van de secretaris van koningin Wilhelmina, zij deelde mede aan het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat zij het betreurde dat de plek zo dicht bij haar zomerverblijf gelegen was, notabene 12 km van paleis het Loo verwijderd.

Toen deze locatie dus afviel, moest gekeken worden naar een nieuw terrein, en die werd gevonden op de toen nog immense heidevelden in Drenthe in de buurt van het plaatsje Westerbork.

Een lid van de tweede kamer die in 1938 de plek bezocht, vond het een barre troosteloze vlakte, een der meest deprimerende stukken land wat in Nederland te vinden was. Inwoners van Westerbork waren ook niet enthousiast, maar dachten door de vele nieuwe bewoners daar financieel een graantje mee te kunnen pikken. Ook de joodse gemeenschap was niet bijzonder te spreken, zonder inspraak en opdraaiende voor de kosten van ca. 1.2 miljoen gulden.

Zij stelden als eis, dat jonge kinderen en ouderen hier niet mochten worden ondergebracht, maar meer voor jonge en vitale joden die in staat waren om de grond te bewerken met als doel om de woeste heidegronden in cultuur te brengen, en daar land en tuinbouw te bedrijven in afwachting  en als voorbereiding op hun eventueel vertrek naar Palestina.

Arbeiders uit de werkverschaffing begonnen in de zomer van 1939 met de bouw van de woonbarakken voor het kamp, en al  op 9 oktober 1939 arriveerden de eerste Duitse joodse vluchtelingen het kamp. Volgens de toenmalige kampdirecteur was het er uitstekend, alles was uitstekend voor elkaar, barakken waren ingericht, soep stond klaar, prima bedden en prachtige dekens. Maar de nieuwe bewoners waren minder positief. In de winter had de wind vrij spel, was het enorm koud, s ’zomers bloedheet, was het vergeven van de vliegen en waren er zandstormen, en de centrale keuken lag zo ver weg, dat men moeite had het eten een beetje warm bij de barakken te krijgen.

Buiten dat moesten ze allemaal hard werken om de heidegrond te ontginnen, zodat de bewoners in staat zouden zijn om in hun eigen voedselvoorziening te voorzien. Ondanks alle beloften waren de barakken sober of soms nog niet ingericht, en waren ze  enkel  centraal verwarmd. Over scholing, ontspanning en een synagoge zoals beloofd, nog maar niet te spreken.

Tot eind april 1940 was het kamp dan ook niet erg dicht bevolkt, er bevonden zich 749 personen in het kamp, en daar waren ook kinderen en ouden van dagen bij, die eigenlijk elders ondergebracht hadden moeten worden.

Maar dan valt Nazi Duitsland op 10 mei 1940 Nederland, België en Luxemburg binnen, en dan treed het evacuatieplan wat Westerbork opgesteld had in werking. De bedoeling was het om via Zeeland naar Engeland te vluchten. Maar men moet eerst naar het station Hooghalen lopen, vervolgens moet er een trein ter beschikking zijn voor vervoer, die komt er ook wel, en men vertrekt richting Zwolle, maar verder dan station Zwolle komt men niet, de IJsselbrug over de IJssel was opgeblazen, dan maar weer terug nu richting afsluitdijk via Leeuwarden, maar ook hier kan men niet verder. Na eerst een tijdje te zijn opgevangen bij gezinnen in Leeuwarden, blijkt die toestand onhoudbaar, en besluiten de autoriteiten iedereen maar weer terug te sturen naar Westerbork. Op 15 mei 1940 gaf Nederland zich over, en veranderde er ook iets in Westerbork.

Dat viel nu onder het ministerie van Justitie, en de directeur Syswerda werd vervangen door de reserve kapitein J. Schol, die de touwtjes strak aanhaalde. Was men eerst nog vrij om te gaan en staan, vanaf nu had men toestemming nodig om het kamp te verlaten, en werd  verplichte arbeid ingevoerd.

Werd eerst de bewaking door enkele veldwachters uitgevoerd, nu waren het 15 marechaussees, Schol werd dan ondersteund door een ondercommandant, een boekhouder en 30 andere medewerkers. Het was op militaire leest geschoeid, met 2 maal daags appel, regelmatige controle in de barakken, en of de bedden wel waren opgemaakt, briefcensuur werd toegepast, dichtgeplakte brieven werden geweigerd, en zelfs gesprekken tijdens de werkzaamheden werden verboden, en dat terwijl de Duitsers zich nog niet of nauwelijks met Westerbork hadden bemoeid.

De strenge winter van 1941-42 was door brandstof en voedseltekort, verre van aangenaam, en vanaf februari werd er in opdracht van de Duitse bezetter druk gebouwd door Nederlandse aannemers die gebruik maakten van de dan joodse bewoners. 24 nieuwe barakken werden er bijgebouwd, die plek boden aan 250-300 inwoners. Er waren toen nog maar ca. 1.100 bewoners, en het maximum van 1.800 was nog niet bereikt, en toch vroegen de bewoners zich niet af, waarvoor de uitbreiding  nodig was voor tussen 6.000-7.200 bewoners.

In januari 1941 moesten zich alle in Nederland zich bevindende joden zich laten registreren, onder het mom, om later eventuele emigratie te kunnen bespoedigen.

Er bevonden zich ca. 160.000 joden in Nederland, waarvan ca. 137.000 met de Nederlandse nationaliteit. 157.000 joden werden geregistreerd door de Zentralstelle für jüdische Auswanderung, het centrale bureau voor joodse emigratie, waaronder ook half en kwart joden, met resp. twee of een joodse grootouder.

Deze gegevens werden uiteindelijk gebruikt voor de oproep en vertrek vanuit Westerbork en deportatie naar de concentratiekampen, maar dat wist men toen nog niet. Maar er kwamen wel steeds meer maatregelen, die het de joden steeds onaangenamer maakten. Vanaf 1 juli 1940 mochten joden geen deel meer uitmaken van de luchtbescherming. Met ingang van 5 augustus 1940 was ritueel slachten verboden. Ambtenaren moesten  op 5 oktober 1940 een ariërverklaring tekenen, daarop volgend werden alle joden in overheidsdienst ontslagen omdat zij zo’n verklaring niet konden overleggen. Op 7 januari 1941 mochten zij geen bioscopen meer bezoeken, vanaf 31 mei 1942 geen zwembaden en openbare parken meer bezoeken, en vanaf 1 september 1941 moesten joodse kinderen naar aparte scholen. In Amsterdam werden de joden samen gebracht tussen 1941-1943 in de zogenaamde jodenbuurt.

Op 13 februari werd de Joodse Raad opgericht onder leiding van David Cohen en Abraham Asscher, zei werden door de Duitsers misleid en misbruikt, om de vervolging van hun lotgenoten te coördineren, wat uiteindelijk de vernietiging van de Nederlandse joden  betekende.                In Berlijn vond de Wannsee conferentie plaats op 20 januari 1942, en daar werd besloten om alle Europese joden uit te roeien, en werden daarvoor in dun bevolkte gebieden in o.a. Polen speciale vernietigingskampen gebouwd. Voor Nederland werd daar een aantal van 160.000 joden genoemd, die geregistreerd stonden met behulp van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung.

Maar al voordat de Wannsee conferentie plaatsvond, was er al sprake van uitroeiing van joden. Sinds de operatie Barbarossa, de inval in de Sovjet Unie was er al sprake van vernietiging en uitroeiing door de Einsatzgruppen.

En ook was al in de zomer van 1941 in het geheim besloten, om alle joden in Nederland via Westerbork naar werkkampen in het oosten te vervoeren, in werkelijkheid werden dat hoofdzakelijk de vernietigingskampen in Polen. De leiding van Westerbork ging over in Duitse handen op 1 juni 1942 werd Schutzstaffel  (SS) verantwoordelijk, en kwam achtereenvolgens in handen van Dr. Wilhelm Harster, Erich Neumann, Karl Eberhard Schöngard, die weer verantwoording moesten afleggen aan Hanns Albin Rauter Generalkommissar für das Sicherheitswesen en  Höhere SS- und Polizeiführer.

Westerbork was dan nu ook geen officieel opvangkamp meer, maar het Polizeiliches Juden Durchgangslager Westerbork.                    Commandant Schol was nog wel in functie tot december 1942, maar zijn invloed was minimaal geworden, omdat er ook een Duitse commandant was aangesteld, SS-Sturmbahnführer Dr. Erich Deppner, die vervangen werd door  SS- Obersturmführer Josef Hugo Dischner, en hij op zijn beurt door Inspecteur Bohrmann, en tot slot kwam SS-Obersturmführer Albert Konrad Gemmeker op 12 oktober 1942 tot 11 april 1945 toen hij Westerbork achter zich liet.

Een beleefde man, die nooit schreeuwde of gevangenen uitschold, maar wel zeer gevaarlijk, dat in tegenstelling tot Frau Elisabeth Helena Hassel-Mullender, secretaresse in Westerbork, en net gescheiden, van Gemmekers beste vriend de SS Untersturmführer Hassel,  met wiens vrouw Albert Gemmeker dus een verhouding had, ondanks dat hij zelf gehuwd was. Zij schold, maar mishandelde zelf niet, omdat Gemmeker het haar had verboden, maar regelde wel opsluiting in de strafcel, als haar iets niet aanstond.

Na de oorlog werd zij aangehouden, om in een strafproces tegen Gemmeker te getuigen. Gemmeker kreeg de belachelijk lage straf van 10 jaar, en Frau Hassel kon als vrije vrouw terugkeren naar Dusseldorf. Ook Gemmeker keerde terug naar Dusseldorf na het uitzitten van zijn straf in 1951.

Zij hebben nadien geen contact meer met elkaar gehad, alhoewel dat moeilijk te bewijzen valt, wel waren zij beiden bij een en dezelfde huisarts ingeschreven, en ironisch genoeg de Joodse huisarts Fritz Marcus Spanier. Deze Dr. Fritz Marcus Spanier was voor de oorlog ook al huisarts van Frau Hassel en Gemmeker in Düsseldorf, en in de oorlog was hij arts in Westerbork, mede daardoor is hij mogelijk ontkomen aan deportatie. Bekend is dat meerdere gevangenen door Frau Hassel op de transportlijsten zijn gezet.

Vanaf 23 januari 1942 werd een J in de persoonsbewijzen gezet, vanaf 2 mei 1942 moest iedere jood een gele Davidster op zijn kleding dragen, dit om de herkenbaarheid van joden te vergroten, en daarmede hun pakkans.

Dit was nodig, omdat vanaf 26 juni aangekondigd, en al op 4 juli de eerste oproepen de deur uitgingen, en in de nacht van 14-15 juli werden de eerste twee treinen met joden van Amsterdam naar Westerbork, onder het mom van Arbeitseinsatz in Duitsland.

Om druk uit te oefenen, was een razzia uitgevoerd, waarbij 700 joden waren daarbij opgepakt, en die zouden naar Mauthausen weggevoerd worden als dreigement, als men zich bij een volgende oproep niet zou melden. Ondanks dit dreigement kwam bij een volgende oproep maar 2/3 zich melden op het station.

Dit viel niet goed bij de Duitsers, en zij organiseerden een 2e razzia op 6 augustus 1942, pakten daarbij ca. 1.600 joden op en stuurden daarvan ca. 700 naar Westerbork. Hierbij was de toon duidelijk gezet, en de Joodse Raad had geen invloed op die deportaties, enkel konden zij invloed uitoefenen voor die personen die node gemist konden worden, maar dat was uiteindelijk ook maar uitstel. In de loop van 1942-1943 werden overal in Nederland razzia’s gehouden, om joden op te pakken en af te voeren. En Nederland, keek toe.

Enkel de Februaristaking op 25 en 26 februari 1941 die in Amsterdam begon, en zich uitbreidde tot de omgeving zoals Haarlem, Velsen, Zaanstreek, Hilversum en Utrecht, was een protest tegen de Nazi’s, en speciaal tegen de onderdrukking en vervolging van de joden. Het was voor Nederland het enige massale grote en openbaar protest, sterker nog het enige van zijn soort in Europa.

Met meedogenloos geweld, werd de staking gebroken door de Duitsers, daarbij kwamen negen personen om het leven en vielen er 24 zwaargewonden te betreuren, en werden velen opgepakt en gevangen gezet. Ook kregen de steden die aan die staking en demonstraties hadden meegedaan hoge geldboetes opgelegd. Na twee dagen was het voorbij, en niet enkel door Duits ingrijpen, omdat het de communistische partij was die die staking organiseerden, en in hun reglementen stond, dat een staking niet langer dan twee dagen mocht duren. Wel werd er nadien jacht gemaakt op leden van de communistische partij door de nazi’s.

Het standbeeld van de Dokwerker in Amsterdam herinnert aan die gebeurtenis.

Westerbork was inmiddels uitgebreid tot 107 barakken, elk bedoeld voor 300 personen elk, en toch was het daarmee overvol, de hygiënische omstandigheden waren slecht, en het eten was onvoldoende, en enige privacy was er niet. De discipline was overdreven streng, bij de minste overtreding zat je zomaar in een strafbarak en moest je zwaar werk verrichten, en had je eerder kans om gedeporteerd te worden.

Mannen werden daarbij kaalgeknipt en kregen speciale werkkleding om de herkenbaarheid te vergroten. Ook joden die waren ondergedoken en gepakt, kwamen rechtstreeks in de strafbarak. En ook de censuur op uit en inkomende post was streng.

Wel kon men met het in het kamp verdiende geld, spullen kopen in het Lagerwarenhuis (LaWa), en in de Lagerkantine kon met hetzelfde speciale Westerborkgeld iets kopen. Gewoon geld was verboden, en moest omgewisseld worden voor Westerborkgeld, zo kregen de nazi’s ook joods geld in handen, om het voor eigen doeleinden te gebruiken.

Kinderen in Westerbork werden redelijk behandeld, ze werden opgevangen in een crèche, of gingen naar de kleuterschool, en de ouderen tussen 6-14 jaar kregen onderwijs op de kampschool. Zelfs kregen ze een rapport, ook al werden ze soms enkele dagen later op transport gesteld, weliswaar in het Duits. Ook de leerkrachten ontkwamen niet aan deportatie, zodat er wel eens lessen uitvielen omdat er geen bevoegde leerkrachten voorhanden waren.

De medische zorg was uitstekend, men beschikte op gegeven moment over 120 artsen, ruim 1.000 verplegend personeel en 1.725 ziekenhuisbedden, en dat onder leiding van de joodse arts Frits Marcus Spanier, maar dat was toch niet toereikend, materiaal ontbrak, borden en bestek ontbraken, het eten was onvoldoende en warm water was er ook niet, ook lakens en dekens waren er onvoldoende. En al waren er voldoende doctoren en verplegers joods personeel, als de meest elementaire voorzieningen ontbreken, komen de eerste sterfgevallen snel.          In Westerbork stierven 751 mensen, relatief een klein aantal, als men de cijfers in andere concentratiekampen in ogenschouw neemt.       Enerzijds het “humaner beleid” maar ook de gemiddelde verblijfsduur was van korte duur.

Binnen Westerbork, waren de joden zoals in andere kampen ook gebruikelijk, meestal zelf verantwoordelijk voor de organisatie, Lagerinsassen van de O.D. hadden de leiding, meestal joden uit Duitsland en of Oostenrijk omdat zij de Duitse taal beheersten en vaak al lang in Westerbork verbleven, bezaten ook vaak de beste baantjes. Zij werden spottend de adel van Westerbork genoemd, Kurt Schlesinger stond aan het hoofd, en werd spottend de burgemeester van Westerbork genoemd. Feit was, dat Albert Gemmeker uiterst tevreden was met de wijze waarop Schlesinger zijn bevelen opvolgde en organiseerde. Geliefd waren zij over het algemeen niet bij de joodse medegevangenen, omdat zij de bevelen gaven en zelf meestal buiten schot bleven, en hun omstandigheden beduidend veel beter waren.

In Westerbork waren vele afdelingen of Dienstbereiche, zo waren er zes afdelingen in Westerbork.

Dienstbereiche D.B.III was de Ordnungsdienst, O.D. genaamd. Deze O.D.ers waren zoals gezegd niet geliefd, werden niet alleen in Westerbork ingezet, maar zijn bijv. ook ingezet bij de ontruiming van het Apeldoornse Bosch op 21 januari 1943, en bij enkele grote razzia’s in Amsterdam. Voor die Amsterdammers was het een hele schok, gepakt te worden door geloofsgenoten, en er is jaren overheen gegaan voor hen om daar enigszins begrip voor op te kunnen brengen. Zij hadden immers enkel de keus, om mee te werken, of op transport gezet te worden.                  Deze opdracht was een van de meest gruwelijke wreedheden van de SS’ers.

Binnen Westerbork werd er ook veel aan amusement en sport gedaan, dat was ook nodig om de mensen een beetje afleiding te bezorgen. Voetbal en boksen waren populair, andere sporten waren handbal, atletiek en schaken. Een kamporkest was er ook, en ondanks dat er geen muziek van joodse componisten ten gehore gebracht mocht worden in opdracht van nazi Duitsland, had Gemmeker daar geen bezwaar tegen, integendeel hij genoot daarvan. Hij zat dan ook altijd op de eerste rij, maar applaudisseerde nooit voor joodse artiesten, maar zijn gezicht sprak boekdelen. Deze bonte avonden waren altijd op de Dinsdagavond, de dag dat de treinen naar de vernietigingskampen onderweg waren.

Vele joden kregen uitstel, maar zeer weinigen afstel van deportatie naar de concentratie of vernietigingskampen. 93 grote transporten vertrokken naar het oosten, ook enkele kleinere transporten. Gemmeker kreeg dan wel de opdracht om die transporten te organiseren, maar liet het invullen van de namen over aan zijn handlangers in hoofdzaak aan Kurt Schlesinger  en zijn medewerkers. Het vervoer was erbarmelijk, 2 tonnetjes stonden er in de wagon, een voor drinkwater en een voor toiletgebruik, plaats om te zitten of te liggen was er niet of nauwelijks, de bodem was spaarzaam bedekt met wat stro, en dat was het.

Vluchten was onmogelijk, de deuren waren afgesloten, en een raampje met tralies voorzien, en de bewaking werd verzorgd door de Grüne Polizei, die hun vingers erg los hadden zitten. En van buiten hoefde men ook niets te verwachten, nimmer is door het verzet een poging ondernomen om een trein met joden te saboteren. En ook al zijn door geallieerden wel spoorlijnen gebombardeerd, nooit zo dichtbij Westerbork dat transporten niet konden plaatsvinden.

Het laatste transport vanuit Westerbork op 13 september 1944 was naar Sobibor, daarna waren er nog enkele honderden joden in het kamp, tot aan de bevrijding werden nog enkele tientallen joden naar Westerbork gebracht, meest ondergedoken en opgepakte joden.

Ook de kampleiding bleef nog in Westerbork, maar toen de geallieerden steeds dichterbij kwamen, vertrok Albert Gemmeker op 11 april 1945, en droeg de leiding over aan Kurt Schlesinger, die op zijn beurt het overdroeg aan Aad van As een Nederlands burger, werkzaam in Westerbork.

Op 12 april 1945 stonden de Canadezen aan de poort, en zonder slag of stoot werd Westerbork bevrijd, niet zo verwonderlijk, alle Duitsers waren verdwenen. Er waren nog ca. 500 joden in Westerbork, en ca. 370 opgepakte onderduikers, en onder de gehesen Nederlandse driekleur en het zingen van het Wilhelmus, waren dat de mooiste herinneringen van de aanwezigen.

In de zomer van 1945 was Westerbork geheel leeg van joden, men moest voor velen onderdak regelen omdat zij vaak niets meer bezaten dan dat wat zij aanhadden en in hun koffertje zat, terwijl hun huizen vaak door anderen bezet waren.

Daarna heeft Westerbork nog dienst gedaan als interneringskamp voor N.S.B. ers tot aan 1948, waarbij zij voor de rechter stonden of gratie verkregen. Dan heeft het nog korte tijd dienst gedaan voor het Nederlandse leger, en daarna als opvang voor Indische Nederlanders die in de problemen kwamen na de onafhankelijkheid van Indonesië onder de naam “Schattenberg”. Vanaf 1951 arriveerden er de K.N.I.L. militairen, veelal afkomstig van de Zuid-Molukken, die ook niet meer welkom waren in Indonesië.

Plannen om Westerbork tot monument te maken, hadden aanvankelijk geen succes, de overgebleven joodse gemeenschap had er geen behoefte aan, en hadden ook wel iets anders aan hun hoofd. Maar de jongere generatie na hun, hadden meer behoefte om hun voorouders te gedenken, en zo kon het gebeuren dat de toenmalige koningin Juliana in 1970 het Nationaal Monument Westerbork onthulde. Nadien is er veel werk verzet, om te komen tot het herinnering’s en informatiecentrum zoals het er nu staat, en waar in het recordjaar 2005 120.000 bezoekers Westerbork bezochten.

Colofoon:       GO2war2.nl

Drittes Reich-Atlas Verlag

Wikipedia.nl

Diverse internetsites

Anton Heijmerikx.

De meest gezochte nazi misdadigers.

De meest gezochte nazi misdadigers.

Ruim 65 jaar na het einde van de 2e wereldoorlog, is men nog steeds op zoek naar oorlogsmisdadigers uit die periode.
Het Simon Wiesenthal centrum heeft zich daar erg mee bezig gehouden, maar ook andere instanties, zoals Serge en Beate Klarsfeld, en niet te vergeten de Israëlische geheime dienst de Mossad.
De beruchtste personen die door Simon Wiesenthal centrum zijn opgespoord zijn o.a. Adolf Eichman in 1961, waarna de Israëlische geheime dienst het overnam, Officier van de Gestapo Karl Silberbauer die werkzaam was na de oorlog bij de politie van Wenen en verantwoordelijk was voor de arrestatie van o.a. de fam Frank, Frank Stangl oud commandant van Sobibor en Treblinka, Hermine Ryan-Braunsteiner bewaakster die in kamp Majdanek toegezien heeft bij de moord op honderden kinderen zonder in te grijpen, zij werd in 1973 door de Verenigde Staten aan Duitsland uitgeleverd. Oud kampcommandant Dinko Sakic van kamp Jasenovac in Kroatië, uitgeleverd in 1998 door Argentinië aan Kroatië.
Verder heeft het Simon Wiesenthal centrum tot aanhouding arrestatie en berechting meegewerkt van ca. 1100 gevluchte en ondergedoken oorlogsmisdadigers.
Ook zullen er altijd personen zijn die om welke redenen dan ook ongestraft zullen blijven, maar of zij een rustig leven hebben gehad tot aan hun dood, blijft altijd een open vraag.
Waar zij altijd naar gezocht hebben en nimmer gevonden hebben, maar soms wel gevonden hebben maar er geen vervolging plaats vond om verschillende soms politieke redenen, zijn o.a.
Jozef Mengele , kamparts in Auschwitz en daar vreselijke experimenten op veelal joodse gevangenen heeft uitgevoerd, met als bijnaam de engel des doods, die naar later bleek al in 1979 was overleden tijdens het zwemmen, mogelijk aan een hartstilstand. In 1992 werd door DNA testen definitief bewezen dat hij de dode zwemmer was die als Wolfgang Gerhard in Brazilië was begraven.
Direct na de oorlog werkte Jozef Mengele als boerenknecht tot 1949 in Mangolding een gehucht nabij Rosenheim in Beieren, en ontsnapte toen in 1949 via Italië naar Argentinië, waar hij financieel werd ondersteund door zijn familie. In 1954 scheidde hij van zijn vrouw, en bracht in 1956 met de weduwe van zijn broer Karl zijn zoon en neef een vakantie door in Zwitserland, vroeg daar een nieuwe pas aan op zijn eigen naam en verkreeg die wonderlijk genoeg ook. In 1957 was hij illegaal als arts verbonden aan ondergrondse abortusklinieken en werd gearresteerd door de Argentijnse politie op verdenking van honderdvoudige illegale abortussen en van het overlijden van een jonge vrouw tijdens een abortus. In 1958 trouwt hij met zijn schoonzus in Montevideo Uruguay. Tegen hem werd een aangifte gedaan door de schrijver Ernst Schnabel op 3 augustus 1958, en dat leidde tot een arrestatiebevel in februari 1959, en week hij uit naar Paraguay en verkreeg daar de Paraguayaanse nationaliteit. Nadat de Israëlische geheime dienst Adolf Eichman had ontvoerd, week hij opnieuw uit, nu naar Brazilië in 1960.
Alois Brunner, een Oostenrijkse nazi misdadiger, die in 1938 assistent werd van Adolf Eichman. Hij was van 1943-1944 commandant van gevangenkamp Drancy bij Parijs en tijdens de 2e wereldoorlog verantwoordelijk voor de dood van minstens 130.000 joden. Na de oorlog kreeg hij de kans naar Syrië te vluchten en woonde daar onder de schuilnaam Dr. Georg Fischer. Hij werkte in Syrië voor de geheime dienst. In 1954 en 1956 werd hij bij verstek door een Franse rechtbank ter dood veroordeeld, maar uitlevering door Syrië vond nimmer plaats. In 1961 en 1980 verloor hij door bombrieven, door de Israëlische geheime dienst de Mossad verstuurd, een oog en enkele vingers. In 1987 verklaarde hij bij een telefonisch interview geen spijt te hebben van zijn daden.
In 1989 stond Syrië op het punt hem uit te leveren, maar de val van de muur in november 1989 verhinderde dat. Over hem doen nog steeds allerlei geruchten, volgens zeggen zou hij in Syrië ondergedoken zitten in een lux hotel en bescherming genieten van de Syrische regering, hij zou in Brazilië wonen sinds 1989, op vakantie geweest zijn in Zwitserland in 2005, maar bewijs dat hij nog in leven is en eventueel waar ontbreken. Wel heeft de Oostenrijkse regering nog steeds een bedrag van 50.000 op zijn hoofd staan, en zijn zij nog steeds naar hem op zoek.
Aribert Heim, het proces tegen deze nazi arts bijgenaamd dokter dood is stopgezet. Op 21 september 2012 heeft de rechtbank in Baden-Baden uit onderzoek vastgesteld, dat Aribert Heim in 1992 in Egypte aan kanker zou zijn overleden op 78 jarige leeftijd. In 1941 was hij als arts verbonden aan het concentratiekamp Mauthausen, waar hij verschrikkelijke experimenten toepaste op gevangenen. Hij onderzocht het pijngevoel bij mensen. Hij amputeerde bijv. ledematen zonder verdoving toe te passen. Men hoeft weinig voorstellingsvermogen te bezitten, hoe dit ervaren werd. Na de oorlog zag hij kans om als vrouwenarts werkzaam te zijn in Bad Nauheim en Baden-Baden. Begin jaren 60 van de vorige eeuw verhuist hij naar Egypte, en woont daar ca. 30 jaar onder de naam Tarek Hussein Farid en zou zich tot de islam bekeerd hebben.
Nazi jagers hebben vraagtekens gezet over de jarenlange geruchten over zijn dood, en hebben samen met de Duitse recherche in Egypte onderzoek gedaan, die o.a. getuigenverklaringen en biologisch materiaal hebben meegenomen en onderzocht.

Sandor Kepiro, geboren in Hongarije op 18 februari 1914, was kapitein in het Hongaarse leger tijdens WOII. Al in januari 1944 werd hij door een militaire rechtbank in Hongarije met 13 anderen veroordeeld voor hun aandeel in het bloedbad van Novi Sad tussen 21 en 23 januari 1942 waarbij meer dan 1300 personen in koelen bloede aan de oevers van de Donau werden gedood. De Hongaren toentertijd handlangers van de nazies hadden patrouilles in de stad rondlopen, die Serviërs, zigeuners en joden moesten oppakken voor controle zogenaamd, maar in werkelijkheid werden zij naar de rivier geloosd om neergemaaid te worden, en vervolgens in de wakken van de Donau gegooid te worden. Door de lange rijen, en de tijd die het met zich meebracht, moesten slachtoffers wachten op hun beurt. Onbeschrijfelijke taferelen hebben zich daar afgespeeld.
Sandor Kepiro en de 13 medeverdachten kregen tussen 10 en 15 jaar gevangenisstraf opgelegd. Toen later in 1945 Duitsers Hongarije binnenvielen, werd hij in vrijheid gesteld. Na de oorlog vestigde hij zich in Oostenrijk, waar hij bij afwezigheid opnieuw veroordeeld zou zijn, maar de papieren gingen verloren. In 1948 vlucht hij met andere nazies naar Argentinië waar hij in het huwelijk treed en een andere identiteit aanneemt. Na 50 jaar werd hem strafvrijheid verzekerd, en komt hij terug naar Hongarije. Het Simon Wiesenthal Centrum heeft nog vele pogingen gedaan om hem zijn straf niet te laten ontlopen, Hongaarse militaire aanklagers verklaarden in 2009 dat de voorgaande vonnissen niet meer rechtsgeldig waren, en dat hernieuwd onderzoek geopend mocht worden.
Op 14 september 2009 wordt hij opnieuw voorgeleid maar wegens gebrek aan bewijs mag hij als vrij man de rechtbank verlaten, en in juli 2011 wordt hij vrijgesproken van oorlogsmisdaden. Hij heeft toegegeven deel te hebben genomen aan oorlogsmisdaden, maar niet op de hoogte te zijn geweest van het vermoorden van mensen. Op 3 september 2011 overleed hij op 97 jarige leeftijd.

Laslo Csatary, geboren in Many in de Oostenrijks-Hongaarse dynastie op 4 maart 1915. Hij was politiecommandant van de Hongaarse stad Kassa, nu Kosice die verantwoordelijk wordt gehouden voor de deportatie van ca.15.700 joden naar Auswitsch. Ook bekend is, volgens overlevenden, om zijn grenzeloze sadisme en wreedheden bij de uitvoering van die deportaties. Na de Duitse capitulatie verdween hij van de aardbodem. In Tsjechië is Csatary in 1948 bij verstek veroordeeld tot de doodstraf. Pas naar later bleek, is hij in 1955 naar Canada vertrokken en is daar met valse gegevens binnengekomen. In 1997 werd hem het Canadese staatsburgerschap ontnomen op grond van de valse gegevens uit 1955, hij vertrekt en gaat terug naar Hongarije. In juli 2012 is hij na een tip van het Wiesenthal centrum in Israël met behulp van het Engelse blad The Sun in Boedapest opgespoord. De Hongaarse autoriteiten hebben hem op 18 juli 2012 aangehouden voor verhoor, maar voorzien problemen bij hun onderzoek, de gebeurtenissen zijn meer dan 65 jaar geleden gepleegd in een gebied wat nu niet tot Hongarije behoort. Maar hij zal niet meer voor de rechter verschijnen, hij is zaterdag 10 juli 2013 in een ziekenhuis te Boedapest aan de gevolgen van een longontsteking overleden.

John Demjanjuk, geboren nabij Kiev op 3 april 1920 en overleden op 17 maart 2012 in een verzorgingshuis te Bad Feilnbach in Beieren. Zelf heeft hij altijd volgehouden verwisselt te zijn geworden en heeft altijd ontkend. Bij zijn veroordeling op 12 mei 2011 tot 5 jaar, heeft hij dan ook hoger beroep aangetekend, maar tot een nieuw proces is het niet gekomen door zijn overlijden. John Demjanjuk was bewaker tijdens de 2ewereldoorlog in het vernietigingskamp Sobibor. In 1952 emigreert hij naar Amerika en verdient daar de kost als automonteur in Cleveland.
Rond 1975 werd hij beschuldigd de beul van Treblinka te zijn geweest, Iwan de verschrikkelijke genaamd. De Amerikanen spannen een procedure aan om hem het staatsburgerschap te ontnemen wat in 1987 ook daadwerkelijk gebeurde, en hij wordt aan Israël uitgeleverd. Daar werd hij bij zijn proces door verschillende oud gevangenen van Treblinka herkend, en wordt hij in 1988 ter dood veroordeeld, de 2e ter dood veroordeelde door een Israelische rechtbank na Adolf Eichman.
In 1991 doken er uit de archieven van de KGB getuigenverklaringen op dat Iwan de verschrikkelijke niet Demjanjuk was, maar een zekere Iwan Martsjenko. Op 29 juli 1993 werd Demjanjuk dan ook vrijgesproken van oorlogsmisdaden die Iwan de verschrikkelijke gepleegd zou hebben wegens gebrek aan bewijs. Ruim 50 jaar na dato, zijn getuigenverklaringen dan ook niet altijd betrouwbaar, hoe goed ook bedoeld.
In 1989 krijgt hij zijn Amerikaans staatsburgerschap dan ook weer terug, maar begint toch opnieuw een procedure om hem uit Amerika weg te krijgen. In 2004 concludeert een federaal hof in Ohio dat Demjanjuk wel degelijk als kampbewaarder in Sobibor gewerkt heeft, maar dit aan de autoriteiten verzwegen te hebben bij zijn emigratie in 1952, en daarom volgens dat hof, heeft hij het staatsburgerschap onrechtmatig verkregen, genoeg grond om hem het staatsburgerschap opnieuw te ontnemen.
In december 2005 beslist de immigratierechter in Cleveland dat Demjanjuk Amerika uitgezet moet worden, en teruggestuurd moet worden naar de Oekraïne, Demjanjuk gaat hiertegen in beroep, omdat hij vreest aldaar gemarteld te worden.
Na verschillende processen en opschortingen van uitspraken, wordt hij op 11 mei 2009 toch op een vliegtuig gezet en komt hij de volgende dag aan in München, hij verblijft daar in de Stadelheim gevangenis in afwachting van zijn proces in Duitsland.
Op 20 november 2009 begint het proces tegen Demjanjuk, ondanks dat hij hiertegen protest had aangetekend bij het constitutionele hof in Karlsruhe de hoogste Duitse instantie. Vele malen werd dat proces onderbroken al dan niet vanwege echte of geveinsde ziekte. Veel bewijs was er niet, dan enkel onbetrouwbare getuigen na zoveel jaren, dan enkel een identiteitskaart die voor echt werd verklaard. Na 84 zittingsdagen in 16 maanden, werd de eis 6 jaar gevangenisstraf, maar het uiteindelijke vonnis werd op 12 mei 2011 uitgesproken en werd 5 jaar celstraf, waarop hij tegen deze straf in beroep ging. In afwachting van dit hoger beroep mocht hij dit in vrijheid afwachten, omdat hij ziek en oud was, en als stateloos burger nergens heen kon. Het kwam de Duitse justitie wel goed uit, dat hij overleed op bijna 92 jarige leeftijd, voordat het hoger beroep voortgang kon vinden.

Ivan Marchenko zou geboren zijn in 1911 alias Iwan de Verschrikkelijke, hij zou een beruchte kampbewaarder zijn geweest in concentratie en vernietigingskamp Treblinka. Zijn daden werden in de jaren tachtig van de vorige eeuw nog toegeschreven zijn aan zijn landgenoot John Demjanjuk, maar volgens het Israëlisch Hooggerechtshof was wel degelijk Ivan Marchenko de beul uit Treblinka. Over zijn lot is niets bekend, sommige bronnen melden dat hij al is omgekomen in Treblinka in 1943, anderen beweren hem nadien nog te hebben gezien in Egypte. Zeker is intussen wel dat hij overleden moet zijn.

Gerhard Sommer, geboren in 1921 in Zwickau, werd al erg vroeg lid van de Hitlerjugend, en als 18 jarige werd hij lid van de NSDAP in september 1939, en 1 maand later al werd hij ingelijfd bij de Waffen SS.
Hij vocht in de 1e division Leibstandarte SS Adolf Hitler op de Balkan en in de Oekraïne, maakte snel carrière, werd meermalen gewond en werd veelvuldig gedecoreerd. Was betrokken in Italië bij het bloedbad van Santa Anna di Stazzema op 12 augustus 1944 waarbij 560 inwoners wreed werden vermoord, en verkreeg op 19 augustus het ijzerenkruis 1e klasse. Hij werd op het eind van de oorlog toegevoegd aan het 4evolunteer Panzergrenadier brigade Nederland, welk als onderdeel zou worden samengevoegd met de 11e SS vrijwilligers Panzergrenadier Division Nordland, maar na protesten vanuit de NSB zag men daarvan af.
Op 22 juni 2005 werden voor de Italiaanse militaire rechtbank in La Spezia Gerhard Sommer en negen andere voormalige SS leden voor voortdurende moord gepleegd met vele wreedheden gepaard gaande, veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf en tot betaling van schadeloosstelling. Sommer en nog 4 anderen gingen in beroep, maar het vonnis werd bevestigd in Rome in 2006.
Al in 2002 werd in Duitsland waar hij woonachtig was een onderzoek gestart naar de handel en wandel van Gerhard Sommer, maar een strafrechtelijke aanklacht is tot op heden nog niet ingebracht. Ook weer niet zo verwonderlijk, de advocaat Gabriela Heinecke die optreed voor de Italiaanse overlevenden of diens nabestaanden, krijgt tot op de dag van vandaag geen toegang tot de verslagen van het Duits Openbaar ministerie.
Sinds 2007 woont Sommer in een verpleeghuis in Hamburg-Volksdorf, beschermd kan men zeggen door de Duitse justitie. Maar hij lijdt ook aan verregaande dementie.

Vladimir Katriuk, geboren in 1921 in Luzhany welk dorp in 1921 deel uitmaakte van het toenmalige koninkrijk Roemenië. In 2012 stond hij als nummer 3 op de lijst van meestgezochte oorlogsmisdadigers van het Simon Wiesenthal Centrum, en werd verdacht betrokken te zijn bij het bloedbad van Kathyn, hij ontkent overigens elke betrokkenheid.
In 1951 is hij vanuit Frankrijk naar Canada geëmigreerd en vestigt zich met zijn vrouw in het Franstalige Quebec.
Vanaf 1959 woont hij in Ormstown, Quebec en oefent zijn beroep uit in de bijenteelt als imker. Hij woont op zijn terrein in een klein huisje samen met zijn vrouw.
In 1999 werd door het federaal hof van Canada geconcludeerd, dat Katriuk toen hij in 1951 Canada vanuit Frankrijk binnenkwam, een pseudoniem had gebruikt en zo de Canadese nationaliteit onder valse gegevens had verkregen. Tevens had het federale hof van Canada na onderzoek geen bewijzen gevonden over Katriuk dat hij had deelgenomen aan oorlogsmisdaden, en derhalve geen noodzaak zag hem zijn staatsburgerschap te ontnemen.
Katriuk banden met de nazi’s waren weliswaar bekend, maar details ontbraken en kwamen pas boven water bij een proces in 2008 tegen Grigory Vasiura, een van zijn bataljons-officieren.
Deze nieuwe papieren nog niet voor een groot publiek toegankelijk, beweren dat Katriuk direct betrokken zou zijn geweest bij het bloedbad van Khatyn. (Niet te verwarren met Katyn, waar de Poolse elite werd vermoord)Een getuige verklaarde dat Volodymyr Katriuk bijzonder actief was bij die gruweldaden, hij vuurde stationair met zijn machinegeweer in het rond, en vuurde op iedereen die aan de vuurzee probeerde te ontsnappen.
Aanleiding was een incidentele beschieting van het 118 Schutzmanschaft Bataljon op 6 km. van het dorp en waarbij 1 SS officier en 3 collaborateurs om het leven kwamen.
Als strafmaatregel werden alle inwoners en hun bezoekers op 22 maart 1943 in een schuur opgesloten, die vervolgens in brand werd gestoken waarbij bijna iedereen omkwam. 149 personen waaronder 75 kinderen onder 16 jaar. 2 meisjes werden meer dood dan levend gered, en in een naburig dorp opgevangen, helaas onderging dat dorp hetzelfde lot en kwamen de 2 alsnog om het leven. Alleen de dorpssmid en 2 andere kinderen overleefden de ramp.
In een ander Sovjet tribunaal voor oorlogsmisdaden in 1973 kwam aan het licht dat een groep Wit Russische houthakkers, waarvan men het vermoeden had dat het deel uitmaakte van een volksopstand, op 22 maart 1943 werden beschoten. Ene Ivankiv, Katriuk en Meleshko schoten op de mensen die gewond op de weg lagen. De getuige zegt dat Katriuk lid was van Schutzmannschaft Bataljon 118, die bezig waren voor de nazi’s dode zones te creëren, zodat de nazi’s gemakkelijker de partizanen kon uitroeien die hinderlagen hadden gelegd voor de Duitsers, zonder dat daar pottenkijkers bij waren.
In Canada zijn deze nieuwe beschuldigingen door het Wiesenthal Centrum voorgelegd aan het ministerie van immigratie, die heeft toegezegd in april 2012 het te onderzoeken.
Op het eind van de oorlog, zag Katriuk de nederlaag vermoedelijk aankomen, en loop met zijn hele bataljon over en is lid geworden van het Franse verzet om nu tegen de nazi’s te vechten.
Een jaar later meld hij zich bij het Franse vreemdelingenlegioen, waarschijnlijk omdat die geen vragen stellen. Na een vraag om vrijwilligers om de spits van de troepen te zijn die tegen de Duitsers te vechten, meld hij zich. Vervolgens is hij bij die gevechten zwaar gewond geraakt, en brengt 2 ½ maand in een Amerikaans ziekenhuis door in Frankrijk, om na herstel samen met de geallieerden in de omgeving van Monaco aan het Italiaanse front. Uiteindelijk is hem niets of zeer weinig in de weg gelegd. Eind mei 2015 komt het bericht naar buiten, dat Katriuk zou zijn overleden in Quebec op 93 jarige leeftijd.

Charles Zentai, oftewel Karoly Steiner geboren op 8 oktober 1921 in Hongarije. Hij staat hoog op de lijst van gezochte oorlogsmisdadigers, en wordt beschuldigd van de moord op de 18 jarige jood Péter Balázs in november 1944, omdat die geen Jodenster droeg. Een vergrijp en schending in het toenmalige Hongarije waar de doodstraf op stond.
Na de oorlog emigreerde hij 1950 naar Perth, Australie na in de bezette zones van Duitsland te hebben gewoond. In juni 2005 werd hij op aanwijzing door het Wiesenthal Centrum gearresteerd in afwachting van eventuele uitwijzing naar Hongarije.
Hij heeft steeds een beroep gedaan op zijn zwakke gezondheid, en heeft uitwijzing daardoor steeds kunnen voorkomen tot oktober 2009, de datum dat al zijn beroepen tegen uitwijzing werden afgewezen, hij meld zich dan bij de Australische politie.
Zentai ontkent de beschuldiging van het vermoorden van Péter Balázs, maar een getuige verklaart dat Zentai hem heeft meegenomen voor het niet dragen van een gele ster op zijn kleding, naar de kazerne en hem daar dood sloeg en zijn lichaam in de Donau heeft gegooid.
Het is een lange juridische strijd die gevoerd wordt tussen het Wiesenthal Centrum, de Australische, en de Hongaarse regering, die duurt van juli 2005 tot op heden. De uiteindelijke uitspraak is zeer verrassend, het hoogste hof in Australië oordeelt op 15 augustus 2012 dat de dan 90 jarige Zentai niet uitgeleverd kan worden, omdat de overtreding van oorlogsmisdaden in het Hongaarse recht van 1944 niet bestond en derhalve ook niet bestraft kan worden.

Soren Kam, geboren op 2 november 1921 te Kopenhagen Denemarken waar hij later lid was van de DNSDAP de Deense nazi partij. Hij is overleden op 23 maart 2015.
Later nam hij dienst bij de Waffen SS als vrijwilliger, en diende bij de SS Panzergrenadier Division Wiking, waar vele niet Duitsers als vrijwilliger dienst namen. Hij klom daar op tot Obersturmbahnfuhrer, 1e luitenant. Door zijn moed en inzet verkreeg hij vele Duitse onderscheidingen waaronder het ijzeren ridderkruis. In 1956 verkreeg hij de Duitse nationaliteit.
Overeenkomstig aan een Europees aanhoudingsbevel door Denemarken gedaan, wordt Kam aangehouden in Kempten, Beieren. Denemarken verzoekt Duitsland om uitlevering omdat Kam verdacht wordt van de moord op de Deense krantenredacteur Carl Henrik Clemmessen in Lyngby een voorstad van Kopenhagen op 30 augustus 1943.
In 1946 komt een van de drie verdachten voor een Deense rechtbank, Flemming Helweg-Larsen, die ter dood wordt veroordeeld, en ook ten uitvoer is gebracht later dat jaar. Volgens onderzoek werd Clemmensen door 8 kogels getroffen uit drie verschillende wapens, de drie verdachten werden alle drie ter dood veroordeeld, maar Soren Kam zit veilig in Duitsland, en de derde verdachte Jurgen Valdemar Bitsch is tot op heden van de aardbodem verdwenen.
In 1999 verzoekt Denemarken om uitlevering, maar de Duitse autoriteiten leveren geen Duitse staatsburgers uit, een volgende regering verzoekt nogmaals, maar ook die keer tevergeefs.
Ook in 2007 weigert Duitsland uitlevering, en een Duitse rechter beweerde dat het doden geen moord maar doodslag was, dus onder de verjaringstermijn was verstreken. Kam heeft wel toegegeven dat hij betrokken was bij de ontvoering en dood van Clemmensen betrokken was, maar dat diens dood een ongeval was.
De Daily Telegraph zegt bewijzen te hebben, dat Kam regelmatig heeft deelgenomen aan autorally’s voor veteranen van de SS. Hij zou ook nauwe banden hebben met Gudrun Burwitz-Himmler (8-8-1929 München), de dochter van Heinrich Himmler en haar netwerk Stille Hilfe opgericht ter ondersteuning van gearresteerde, veroordeelde en of vluchtige voormalige SS ers. Gudrun ook wel de nazi-prinses genoemd heeft na de oorlog samen met haar moeder 4 jaar gevangen gezeten in de Britse zone in Duitsland. Zij heeft nooit afstand genomen van het gedachtegoed van haar ouders. Integendeel, zij was het die zich ingespannen heeft met haar organisatie Stille Hilfe om de Nederlandse SSer Klaas Carel Faber uit handen van de Nederlandse justitie te houden. Zij onderhield ook nauwe contacten met de vrouw van Rost van Tonningen, en is een graag geziene gast bij bijeenkomsten van SS veteranen. Overigens heeft de zoon van Rost van Tonningen wel duidelijk afstand genomen van het gedachtegoed van zijn ouders.
Ivan Kalymon, Oekraïner van geboorte, die er van wordt verdacht mede verantwoordelijk te zijn voor het doden, opruimen en deporteren van ruim 4.000 joden uit het getto van Lemberg, nu Lviv geheten in de Oekraïne. Hij is na de oorlog op valse gronden de Verenigde Staten binnengekomen, maar daar is hij nu niet meer welkom en is door de rechter veroordeeld om het land te verlaten. De Amerikaanse justitie heeft Duitsland en de Oekraïne verzocht om hem binnen te laten, maar die hebben hem de toegang geweigerd. Elk ander land mag hem ook toelaten, maar er heeft zich nog niemand gemeld, en tot dat het zover is leeft hij als vrij man in Amerika.

Algimantas Dailide, 14 januari 2004 heeft het Amerikaanse gerechtshof bevolen, dat de 82 jarige Dailide, een gepensioneerde makelaar die woonachtig is in Gulfport, Florida het land permanent heeft moeten verlaten, en naar Duitsland is uitgewezen.
Geboren op 12-3-1921 in Kaunas Litouwen, diende tussen 1941 en 1944 de nazi’s, en toen hem het vuur te heet werd onder zijn voeten vluchtte hij in 1950 naar Amerika en vertelde daar dat hij boswachter van beroep was. In 1955 werd hij Amerikaans staatsburger, maar in februari 1997 is dat weer ingetrokken vanwege zijn betrokkenheid bij nazimisdaden. In 1999 verhuist hij naar Florida, en in 2001 oordeelt een rechtbank dat hij gedeporteerd moet worden naar Litouwen. De raad voor Immigration Appeals bevestigd het vonnis, maar het Amerikaanse hof van Beroep voor het elfde district weigerde het bevel tot uitzetting. Wel verliest hij het staatsburgerschap en reist daarop vrijwillig via Canada naar Duitsland. In 2006 reist hij vrijwillig naar Litouwen en staat daar terecht, hij werd daar veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf , maar hoeft niet de cel in omdat hij geen gevaar meer voor de samenleving was. Dailide heeft als lid van Saugumas een door de nazi’s gefinancierde opsporingsorganisatie deelgenomen aan het arresteren van joden die hebben geprobeerd uit het getto van Vilnius te ontsnappen. Saugumas beloofde joden tegen betaling te helpen bij het vluchten uit het getto, Dailide heeft daarbij daadwerkelijk meegeholpen om joden uit het getto te helpen smokkelen, eenmaal in de vrachtwagen die hen zou vervoeren, droeg Saugumas hen over aan de nazi’s. Op die manier zijn ca.50.000 joden in de bosrijke omgeving van Vilnius vermoord en in kuilen geworpen. Algimantas Dailide, de nummer 4 op de ranglijst van Saugumas, is de 60e nazimisdadiger die Amerika is binnengekomen, en die uiteindelijk is uitgewezen. In totaal zijn 73 oorlogsmisdadigers het Amerikaanse burgerschap ontnomen, maar niet iedereen kon worden uitgewezen omdat sommige landen hun oorspronkelijke bewoners niet terug willen hebben. 160 Personen zijn gelijk aan de grenzen tegengehouden en teruggestuurd naar het land van herkomst, omdat zij als oorlogsmisdadiger te boek stonden, en Amerika niet binnen mochten.
Aleksandras Lileikis, was de nummer 1, hij vluchtte in 1996 vanuit Amerika naar Litouwen, maar stierf in Litouwen in afwachting van zijn proces.
Kazys Gimzauskas, was de nummer 3, een voormalig inwoner van St.Petersburg, hij verhuisde terug naar Litouwen, terwijl zijn onderzoek naar zijn misdaden in 2001 gaande waren. Hij is in Litouwen veroordeeld voor zijn misdaden.
Adolph Milius, ook hoog geplaatst op de lijst vluchtte in 1998 ook terug naar Litouwen, maar overleed in 1999 zonder dat het tot een proces tegen hem kwam.
Mikhail Gorshkow, geboren in 1923 in Estland uit Russische ouders, is een voormalige tolk voor de Gestapo in Minsk, en mogelijk betrokken bij de moord op ca. 3000 personen, mannen vrouwen en kinderen uit het getto van Slutsk in Wit Rusland in 1943. Na de oorlog uitgeweken naar Amerika en heeft daar het Amerikaanse staatsburgerschap verkregen in 1963, maar dat werd hem weer ontnomen in 2002 nadat zijn vermeende oorlogsverleden aan het licht kwam, en werd uitgewezen naar Estland. Bewijsmateriaal over zijn oorlogsverleden werden mede aan de Estlandse autoriteiten overhandigd, die vervolgens zijn zaak openden. In 2011 werd dat afgesloten, met als uitslag, dat mogelijk meerdere personen met de naam Gorshkow hadden samengewerkt met de nazi’s, en dat overtuigend bewijs mede daardoor niet kan worden bewezen zonder redelijke twijfel. Het Simon Wiesenthal Center heeft desalniettemin hem nog steeds op de lijst staan van meest gezochte oorlogsmisdadigers.

Helmut Oberlander, in de Oekraine geboren in 1924 uit Duitse ouders. Hij was als tolk werkzaam voor de nazi’s. Als 17 jarige werd hij door de Duitsers ontdekt en hij zou, volgens eigen zeggen, Russische boodschappen hebben moeten vertalen voor de Duitsers.
Deze Duitsers waren een bijzondere mobiele eenheid, belast met de uitroeiing en massamoord van 10.000den joden, zigeuners, de Roma’s en de Sinti. Hij heeft altijd volgehouden, gedwongen te zijn, zijn werkzaamheden als tolk te moeten vervullen
Bij het verzamelen van bewijsmateriaal zijn echter nazi-documenten opgedoken, waaruit blijkt dat hij het ijzerenkruis 2e klas heeft verkregen in januari 1943 voor zijn rol in de Einsatzgruppen. Zijn eenheid werd in 1943 ontbonden en opgenomen binnen het Duitse leger, en verliet mede daardoor de Oekraïne.
Na de oorlog werd hij een Britse gevangene, en was in Duitsland een stateloos inwoner. Hij trouwt in Stuttgart, is daar werkzaam in de bouw en emigreert in 1953 naar Canada, waar hij in 1960 het Canadese staatsburgerschap verkrijgt, en inmiddels een florerend bouwbedrijf heeft opgericht in Kitchener Ontario. In Canada werden processen gevoerd om hem het staatsburgerschap te ontnemen, in 2006 lukt dat, maar in hoger beroep verkrijgt hij dat terug in 2009, omdat harde bewijzen van oorlogsmisdaden ontbreken.
Het Simon Wiesenthal Centrum heeft hem nog steeds op hun lijst staan, waar hij zelfs hoger geklommen is. Niet omdat zij anderen hebben gepakt, maar simpelweg omdat anderen hoger op de lijst zijn overleden.
Op die lijsten van het Simon Wiesenthal Centrum stonden ook vele personen die of zijn overleden, niet schuldig werden bevonden of inmiddels zijn overleden of het gerede vermoeden bestaat dat zij inmiddels zijn overleden.

Elfriede Rinkel, geboren op 14 juli 1922 in Leipzig was opzichter in het concentratiekamp Ravensbruck, na de oorlog huwt zij een Joodse man en zij emigreren in 1959 naar Amerika. In 2004 ondervraagt de Amerikaanse justitie haar over haar oorlogsverleden, en zij geeft toe kampbewaakster te zijn geweest in Ravensbruck. Haar werkvergunning werd daarna ingenomen en werd uitgewezen. Zij reist in september 2006 terug naar Duitsland, en mogelijk doorreisde naar Zwitserland. Tot nu toe is zij nimmer aangeklaagd. Zij heeft haar Joodse echtgenoot nimmer van haar verleden verteld, en hij ligt begraven op de Joodse Begraafplaats van San Francisco onwetend van haar geheim.
Hans Lipschis of Anatis Lipsys, geboren op 7 november 1919 te Kretenga (Litouwen) werkte in het concentratie en vernietigingskamp Auschwitz. Volgens het Simon Wiesenthal Centrum als kampbewaker, maar volgens eigen zeggen als kok. In de jaren 50 van de vorige eeuw ziet hij ook kans naar Amerika te ontkomen, maar toen zijn nazi verleden aan het licht kwam moest hij Amerika verlaten in de jaren 80. In Duitsland is hij in mei 2013 gearresteerd en voor de rechtbank gebracht, maar die beslist op 6 december 2013 dat door dementie zijn rechtszaak stopt, en geen verdere stappen zullen worden ondernomen.

Ook Nederlanders kwamen op die lijsten voor, lijsten die elk jaar worden aangepast indien nodig.

Klaas Carel Faber, geboren op 20 januari 1922 en overleden op 24 mei 2012 (90 jaar) Hij is berucht vanwege zijn werk voor de Sicherheitsdienst, lid van de Waffen-SS en het Sonderkommando Feldmeijer (Silbertannenmoorden) lid van Musserts lijfwacht. Maakte samen met zijn broer deel uit van het executiepeloton in Kamp Westerbork. Hij werd niet meer strafrechtelijk vervolgd en woonde tot zijn dood in Duitsland. Zijn broer Pieter Johan Faber geboren in 1920, was opperwachtmeester bij de Sicherheitsdienst en werd na de oorlog ter dood veroordeeld en geëxecuteerd door een vuurpeloton op 10-7-1948.

Heinrich Boere, geboren 27-9-1921, kreeg in Nederland levenslang in 1947, ontsnapte in 1952 uit de Bredase koepelgevangenis, en zit na veroordeeld te zijn door een Duitse rechtbank, sinds 14 december 2011 levenslang in een Duitse gevangenis. Heinrich Boere stierf op zondag 1 december 2013 in het gevangenisziekenhuis van Frondenberg. Hij wist lang uit handen van justitie te blijven maar op 28 oktober 2009 begint er dan toch nog een proces tegen Boere. Zijn advocaten verzoeken de rechtbank om het proces te stoppen om hem niet twee maal voor hetzelfde vergrijp te vervolgen, maar de rechtbank van Aken verwerp dat verzoek van 2 november op 23 november 2009. Op 2 maart 2010 eist het Openbaar Ministerie levenslang tegen Heinrich Boere. Omdat hij zich vrijwillig had gemeld voor de Waffen SS, golden er geen verzachtende omstandigheden. Boere was verbonden aan het zogenaamde Feldmeijer moordcommando en gaf toe betrokken te zijn geweest bij drie moorden, te weten: Frans Kusters, Frits Bicknese en Teun de Groot. Op 23 maart 2010 veroordeelt de Rechtbank in Aken Boere tot levenslang, maar blijft nog even op vrije voeten vanwege het hoger beroep dat op 20 december door het Federale Hof in Karlsruhe is verworpen. Pas op 9 september 2011 moet hij de cel in, tot dan verbleef hij in een verzorgingstehuis. Hoj overlijd op 1 december 2013. Uiteindelijk heeft hij dus maar goed 2 jaar vast gezeten.

Heribertus Bikker, geboren in 15-7-1915 bekend als de beul van Ommen, ontsnapte in 1952 uit de koepelgevangenis in Breda, waar hij zijn straf van levenslang uitzat, en ontkwam naar Duitsland en overleed aldaar in vrijheid op 1 november 2008. Er zijn wel vele pogingen gedaan om hem in Duitsland voor de rechter te brengen of uitgeleverd te krijgen, maar dat is steeds mislukt.

Dirk Hoogendam, geboren 18-5-1922, bijnaam de Bokser, was als SSer werkzaam in het zuiden van Drente, waar hij joden en verdachten van verzetsorganisaties gruwelijk in elkaar sloeg. Werd veroordeeld tot levenslang, maar ontkwam door al in 1946 naar Duitsland te vluchten. Hij overleed op 8-8-2003 in Duitsland onder zijn nieuwe naam Dieter Hohendamm.

Toon Soetebier, geboren in 1921, hij pleegde als SS officier uit Coevorden vele oorlogsmisdaden. Later was hij bewaker in kamp Erica bij Ommen waar hij joden en onderduikers folterde.
Werd bij verstek veroordeeld tot de doodstraf, die in 1949 werd omgezet in levenslang. Hij werd later opgepakt en gevangen gezet in Breda waar hij in 1952 ontsnapte, hij overleed op 26-5-2006 in Duitsland

Sander Borgers, geboren op 13-9-1917 in Den Hulst (Nieuwleusen) en overleed in 1985 in Haren Duitsland. Hij groeide op, op een boerderij, maar economische motieven bracht het gezin naar de textielindustrie in Twente rond 1932.
Sander en zijn broer Johan (20-1-1922) werden in 1939 lid van de NSB, en in 1940 namen zij dienst bij de Nederlandse SS, om vervolgens in 1941 zich te melden bij de Waffen SS. Na een korte opleiding werden zij naar de Balkan gestuurd, waar Johan op 12-12-1941 omkomt bij gevechten bij Milofti-Kurakino. In 2010 is zijn lichaam door familie herbegraven. Sander raakt verschillende keren gewond, maar keert na herstel steeds terug naar het front. Na zware verwondingen in het voorjaar van 1943 is Sander afgekeurd, en hielp zijn vader bij zijn paardenhandel tot 1944.
Vanwege zijn ervaringen aan het oostfront werd Sander door de Landwacht opgeroepen en werd ingedeeld bij het Sondercommando onder leiding van Henk Feldmeijer, en betrokken bij verschillende liquidaties op onschuldige Nederlanders als represaillemaatregel. Na opheffing door de leiding van de SS, trad hij in Enschede in het huwelijk, om vervolgens vlak voor de bevrijding te vluchten naar de stad Leer in Duitsland, waar hij op een boerderij werkzaam was. Zijn vrouw heeft in 1947 echtscheiding aangevraagd en verkregen, omdat Borgers, zo leek het van de aardbodem verdwenen was.
Daar in Leer kreeg hij een nieuwe relatie, maar is daar niet mee in het huwelijk getreden. Hij werd in Nederland gezocht, maar niet gevonden en bij verstek ter dood veroordeelt. In 1949 werd hij toch aangehouden in Duitsland en uitgeleverd aan Nederland. Bij een nieuw proces werd hij tot levenslang veroordeeld met ontzetting uit alle rechten. In hoger beroep werd hij op 27-12-1950 tot 12 jaar veroordeeld door Procureur Fiscaal, maar een maand later werd het beroep op 31-1-951 door de Bijzondere Raad van Cassatie verworpen en in levenslang omgezet, omdat bewezen werd geacht bij minstens twee Silbertanner moorden betrokken te zijn geweest, en opgesloten in de koepelgevangenis in Breda. En ook hij ontsnapte op 26-12-1952 uit de streng bewaakte koepelgevangenis in Breda.
En leefde in vrijheid in Duitsland tot aan zijn dood in 1985.

Willem Albertus Polak, geboren te Amsterdam op 31-5-1915. Hij was lid van de Waffen SS en van het Sondercommando van Henk Feldmeijer, welk sondercommando onschuldige mensen doodschoot uit wraak voor daden van het verzet tegen de Duitsers gepleegd. Zijn naam welke nogal joods klonk, veranderde hij in de oorlog tot Polack.
Hij werd na de oorlog voor zijn aandeel tot levenslange gevangenisstraf, maar ontvluchte met 5 anderen in 1952 op 2e Kerstdag uit de koepelgevangenis in Breda.
Verzoeken van de Nederlandse justitie om hem uitgeleverd te krijgen zodat hij zijn straf uit kon zitten, werden door de Duitse autoriteiten steeds naast zich neergelegd, omdat hij bij zijn toetreding tot de Waffen SS de Duitse nationaliteit verkregen had, en Duitsland geen onderdanen uitlevert.
In 1989 werd hij opgespoord in Duitsland, waar hij zwaar ziek was, door kanker waren zijn maag en milt bij hem verwijderd, en ook al is er geen bewijs, men neemt aan dat hij inmiddels is overleden.

Antoine Touseul, geboren in Breda op 27-6-1921 en overleden te Aken op 26-7-1991. Zoon van een Franse vader en een Belgische moeder, die zich als 18 jarige in 1940 aanmeld bij de Duitse Wehrmacht om als chauffeur dienst te doen. Hij was lid van de Waffen SS en de SD, en in die functies mishandelde hij arrestanten en zorgde ervoor dat die werden doorgezonden naar de concentratiekampen waar zij meestal kwamen te overlijden.
Na de oorlog werd hij voor zijn misdaden door het Bijzonder Gerechtshof te Arnhem op 15-7-1949 tot de doodstraf veroordeeld. Het was koningin Juliana, zij was pertinent tegen de doodstraf, die hem gratie verleende, en zijn straf in levenslang werd omgezet. Hij was de leidende figuur die bij de ontsnapping uit de koepelgevangenis in Breda van 7 personen op 26-12-1952, waarbij zij met 2 auto’s naar Duitsland wisten te ontkomen. Hij heeft lange tijd bij een oud medewerkster gewoond, die hij nog kende uit zijn Antwerpse periode, en kwam als pompbediende aan de kost. Arnold Karskens, journalist op zoek naar verdwenen oorlogsmisdadigers, kwam hem op het spoor in 2009, maar hij bleek al op 26-6-1991 in Aken te zijn overleden.

Willem van der Neut, geboren in Nieuwkoop op 6-1-1919, kreeg als gevangenbewaarder in kamp Amersfoort de bijnaam de beul van Amersfoort. Hij was van september tot oktober 1944 lid van het vuurpeloton dat was belast met de executie van negen gevangenen in kamp Amersfoort op de Leusderheide.
Na de oorlog werd hij door het Bijzonder Gerechtshof te Utrecht voor zijn aandeel in oorlogsmisdaden veroordeeld tot de doodstraf. Zijn hoger beroep bij de Raad van Cassatie werd eind 1949 verworpen maar in juli 1950 kreeg hij ook gratie van koningin Juliana en werd zijn straf omgezet in levenslang. Lang heeft hij niet gezeten, want hij was een van de 7 personen die de gevangenis van Breda wisten te ontvluchten, en naar Duitsland wisten te ontkomen. De Nederlandse politie wist midden 1953 een brief van hem aan zijn moeder te onderscheppen, en zo kwamen zij achter zijn verblijfplaats Uslar in Duitsland. Hij werd vastgenomen, maar werd later toch weer vrijgelaten en bleef in Duitsland wonen, waar hij in 1983 onder de schuilnaam Karl-Heinz Braun is overleden

Abraham Kip, geboren te s’Gravenhage op 2-6-1917 en overleden te Buenos Aires op 6-7-1995. Hij was voor de oorlog Nederlands politieagent o.a. in Ede, Velsen en Leiden en sloot zich in 1935 aan bij de N.S.B. Nadat Nederland door de Duitsers was veroverd, sloot hij zich aan bij de Waffen SS en verrichtte hij werkzaamheden voor de Sicherheitsdienst. Kipp werd na de oorlog bij verstek ter dood veroordeeld in 1949, wegens het mishandelen en arresteren van joden en anderen waaronder mensen uit het verzet. Hij was inmiddels ontkomen naar wat later bleek Argentinië. In 1988 werd hij daar opgespoord, maar Argentiniëe heeft steeds geweigerd Kipp aan Nederland uit te leveren. Wederom kwam Arnold Karskens in 2009 met de mededeling, dat Kipp al op 6-7-1995 was overleden en begraven ligt op de Duitse begraafplaats in Buenos Aires.

Auke Bert Pattist, geboren op 9-10-1920 te Bilthoven en overleden in maart 2001 in Oviedo, Spanje. Hij was een oorlogsmisdadiger die de bijnaam kreeg vanwege zijn bruut optreden e beul van Drente. Hij was politieagent in Amsterdam bij het begin van de oorlog, waarbij hij actief meedeed aan de razzia’s op ondergedoken joden. Hij werd tijdens de oorlog lid van de SS, en vocht mee met de Duitsers aan het oostfront, en verkreeg daarmee de Duitse nationaliteit. Als officier van de Waffen SS kwam hij in 1944 terug in Nederland. In Drente, in Hollandscheveld werd hij actief in het opsporen van onderduikers en joden. Zijn bijnaam kreeg hij door zijn wreedheden tegen die gevangen genomen onderduikers vanwege lichamelijke en geestelijke mishandelingen. Bewijzen dat Pattist zelf daadwerkelijk gevangenen heeft omgebracht zijn er niet, maar hij werd wel mede verantwoordelijk gehouden voor de dood van veel van zijn gevangenen.
Na de oorlog gearresteerd en vastgezet in de gevangenis in Arnhem, en wist al in 1946 te ontsnappen en te ontkomen naar Duitsland. In 1956 kwam hij in Spanje terecht, en verkreeg daar van dictator Franco de Spaanse nationaliteit.
Ook hij verkreeg gratie, en werd de doodstraf omgezet in levenslang, dit alles bij verstek. Hij bleef lang voor de Nederlandse justitie onvindbaar, maar amateur-historicus Albert Metselaar uit Drente wist zijn verblijfplaats te achterhalen, mede daardoor werd hij op de lijst geplaatst van het Simon Wiesenthal Centrum, maar de Spaanse autoriteiten weigerden Pattist uit te leveren. In maart 2001 overleed Pattist in zijn dan huidige woonplaats Oviedo, nadien deden de Spaanse autoriteiten nog onderzoek naar de toedracht van zijn overlijden.
Jacob-Willem Munnikhuizen, in Velzen geboren ca. 1918, en overleden op 15-9-1997. Van november 1944 tot eind februari 1945 was hij lid van de Ordnungspolizei in Groningen. In die hoedanigheid nam hij deel aan een overval in Tijnje, bij die overval werden twee onschuldigen doodgeschoten. Door de rechtbank in Groningen werd hij op 20 maart 1950 veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, maar hij ontsnapte naar Duitsland en was woonachtig in Gelching. Jarenlang werd hij gezocht door de Nederlandse Justitie, maar hij werd niet gevonden. In 2002 kwam men tot de ontdekking, dat hij in 1997 was overleden.

Jacob Luitjens, geboren in het voormalige Ned. Indie in 1919. Hij was een zoon van een veearts te Roden, werd al voor de oorlog fanatiek lid van de NSB, die zich sterk maakte door anderen voor de NSB te winnen. Hij heeft geprobeerd bij de Waffen SS te komen, maar gehandicapt aan zijn hand voorkwam dat. Hij was een collaborateur tijdens de 2ewereldoorlog. In 1944 werd hij lid van de Landwacht, en zijn rol daarin was dusdanig dat het hem de bijnaam de schrik van Roden bezorgde.
Vele onderduikers, verzetsstrijders en joden wist hij op te sporen, en in twee gevallen was hij daadwerkelijk betrokken bij de liquidatie van gearresteerde slachtoffers. Direct na de oorlog gaf hij zich aan, om represailles van het verzet te voorkomen. Hij werd opgesloten in kamp Westerbork, maar wist daar in 1946 te ontsnappen naar Duitsland, waar Doopsgezinde geloofsgenoten hem hielpen.
Nadien kwam hij met behulp van Mennonieten terecht in Paraguay, hij werd overigens op 10 september 1948 bij verstek tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. In 1961 verhuisde hij naar Canada, waar hij in Vancouver een bestaan opbouwde tot lector in de plantkunde, en werd zelfs hoogleraar botanicus aan de universiteit van Vancouver.
In 1980 werd hij in Canada door particulieren opgespoord, en werd een uitleveringsverzoek gedaan die niet werd gehonoreerd. In 1988 start de Canadese regering een onderzoek naar Luitjes, het bleek dat Canada een vrijplaats was geworden voor oorlogsmisdadigers, en dat leverde veel internationale kritiek.
Jack Kooistra, de Friese Simon Wiesenthal genoemd, spoorde hem in 1992 opnieuw op, en mede daardoor verloor Luitjes de Canadese nationaliteit en werd uitgewezen naar Nederland.
Hij werd opnieuw voorgeleid voor de rechtbank in Assen die hem veroordeelde tot een gevangenisstraf van 28 maanden, die hij uitzat in Groningen tot maart 1995. Na het uitzitten van zijn straf, wilde Canada hem niet meer toelaten. Sindsdien is hij statenloos. Hij is er genadig vanaf gekomen, van levenslang tot 28 maanden, het verschil is erg groot.

Siert Bruins, geboren te Vlagtwedde op 2 maart 1921, zijn bijnaam was het beest van Appingedam. Als oorlogsmisdadiger heeft hij rond Appingedam-Delftzijl zich erg misdragen, hij was verantwoordelijk voor de dood van meerdere slachtoffers. Na de oorlog werd hij dan ook veroordeeld tot de doodstraf, zij het bij verstek, want hij was al gevlogen naar Duitsland.
Op 22 februari 1980 vervolgde en veroordeelde Bruins tot 7 jaar cel vanwege zijn betrokkenheid op de moord op 2 joodse broers en inwoners van Groningen. Hij heeft in Duitsland onder de naam Siegfried Bruns in het dorpje Breckerfeld nabij Hagen een bloeiend tuinbouwbedrijf opgericht.
Simon Wiesenthal heeft gezorgd dat hij in de jaren 80 van de vorige eeuw opnieuw voor de rechtbank moest verschijnen, en werd veroordeeld tot 5 jaar vanwege bewezen oorlogsmisdaden, onder groot protest van de inwoners van zijn woonplaats, waar hij inmiddels een gerespecteerd inwoner was. In 2003 deed Nederland een poging om Bruins uitgeleverd te krijgen, maar de Duitse justitie wees dat verzoek af
In januari 2007 deed justitie in Duitsland de mededeling dat zij de Nederlandse oorlogsmisdadigers niet meer strafrechtelijk zou vervolgen. Na een bezoek van een Nederlandse journalist aan Bruins en het openbaar ministerie te Dortmund, startte de Duitse justitie alsnog in maart 2012 een nieuw onderzoek naar het oorlogsverleden van Bruins, waarbij het zwaartepunt ligt bij de executie van enkele Groningse verzetsstrijders.
Jacob de Jonge, geboren in 1922 te Daarlerveen. Hij was kampbewaker in kamp Erica bij Ommen, en ging zich daar bijzonder te buiten aan mishandelingen en gruweldaden, dat rechters uit Amsterdam naar Ommen kwamen om dat te onderzoeken. Zij kwamen tot de conclusie dat het ontoelaatbaar was, en de Duitsers verzochten het kamp te sluiten. Na de oorlog werd hij veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, maar ontkwam die straf door vanuit de koepelgevangenis samen met 6 anderen te ontsnappen en uit te wijken naar Duitsland.
Hij kwam later terug naar Nederland, en heeft nog een tijdlang gevangen gezeten in de strafgevangenis te Scheveningen. Siert Bruins overleed op 28 september 2015 in Duitsland, en volgens zijn advocaat waren er maar weinig personen aanwezig bij zijn uitvaart.

Velen zijn de dans helaas ontsprongen.

Probleem daarbij is, dat de van oorlogsmisdaden verdachte personen ondergronds zijn gegaan al dan niet met behulp van regeringen. In het bijzonder de Duitse regering die categorisch weigert om personen van de Duitse nationaliteit uit te leveren als daar om verzocht wordt.
De schuld ligt niet enkel bij de Duitse regering, maar ook bij andere regeringen die hun inwoners, als die in Duitse dienst traden hun nationaliteit hebben ontnomen.
Zoals bij heel veel Nederlanders ca. 22.000 die tot de Waffen SS toetraden. Na de oorlog werd hun de toegang vaak ontzegd tot Nederland en hadden zij geen keus dan in Duitsland of Oostenrijk te blijven. Vaak stonden zij aan de grens die toen nog bewaakt werd en moesten rechtsomkeer maken. Later zijn er velen op hun verzoek toch toegelaten tot Nederland, maar het spreekt voor zich dat zij die misdaden hadden gepleegd zo’n verzoek niet deden en de Duitse nationaliteit aanhielden.
En ook waren er, die gevangen genomen waren, en veroordeeld waren, gevangen zaten in Nederlandse gevangenissen, maar de kans zagen te ontvluchten en de wijk namen naar Duitsland en daar tot op heden vrij leven, of in elk geval heel lang vrij hebben geleefd.
Ook het Vaticaan is behulpzaam geweest bij het vluchten naar landen als Argentinië en of andere Zuid Amerikaanse landen. Vaak al dan niet met behulp van de toenmalige KLM.
Ook organisaties van sympathiserende nazi groeperingen van over de hele wereld, die hulp boden en bieden aan oorlogsmisdadigers zoals bijv. Stille Hilfe.
En vergeet ook niet dat Duitse wetenschappers erg welkom waren na de oorlog in Rusland, Engeland en Amerika, er zijn er zelfs ontvoerd vanuit Duitsland.
Het meest succesvol waren de Amerikanen, en die legden hun geen strobreed in de weg, integendeel, het uitbreken van de koude oorlog, en het daarmee gepaard gaand eigen belang was daar debet aan.
Werner von Braun, was zo iemand, in mei 1945 gaf hij zich in Oostenrijk aan de Amerikanen over samen met een groep van 177 geleerden en technici uit zijn staf van Peenemunde , als raketdeskundige was hij zeer welkom in Amerika en speelde een zeer voorname rol in de ontwikkelingen van raketten naar de maan samen met o.a. ca 40 leden uit zijn voormalige staf.
In Duitsland ontwikkelde hij de verwoestende V1 en V2, en in Amerika de Saturnusraket die de mens naar de maan bracht in 1960. Werner von Braun geboortig in 1912 in Wirsitz als zoon van een adellijke familie in het huidig Polen, stierf in Alexandria aan kanker op 16 juni 1977.
Collaboratie met de Duitsers.
Alle personen, die tijdens de 2e wereldoorlog op een of andere manier vrijwillig gevochten hebben voor Duitsland, waren verraders, en werd hun het staatsburgerschap na de oorlog in veel gevallen ontnomen van het land van herkomst, of werd hun de toegang tot het land van herkomst ontzegd.
Tussen 1939 en 1945 waren er miljoenen vrouwen en mannen van niet Duitse oorsprong, die Nazi Duitsland gediend hadden. Het waren de geallieerden die na de oorlog met het probleem te maken kregen, omdat velen niet naar hun geboortegrond terug konden of wilden, bang voor represailles.
Hoewel de nazi top, Hitler, de inzet van bijvoorbeeld Russen voor de krijgsmacht uitdrukkelijk verboden had, werd dat verbod op grote schaal en cruciale schaal ontdoken. Zo zeer zelfs, dat de oorlog tegen Rusland langer geduurd heeft dan nodig. Het was nu ook weer niet zo uitzonderlijk dat Russen overliepen naar het Duitse leger, onder de knoet van Stalin was het leven in Rusland bijzonder hard en meedogenloos.
En ondanks dat de Russen als inferieure Slaven werden gezien door de superieure Ariërs, deserteerden er kort na de inval van Duitsland, massaal vanuit het Rode leger. Die overlopers werden vaak in de beginfase ingezet als gravers van loopgraven en latrines, het superioriteitsgevoel van de Duitsers werd hiermee bevestigd, als men de Hiwi’s, zo noemde men de overlopers, greppels en latrines zag graven.
Maar deze Hiwi’s verdienden respect van de Duitse militairen vanwege hun vastberadenheid en moed tijdens vuurgevechten, wat overigens niet zo verwonderlijk was, want vielen ze in Russische handen dan was hun lot bezegeld, en al vechtend had men tenminste nog enige kans om het te overleven.
Officiële cijfers zijn niet bekend, want registratie heeft nooit plaatsgevonden, men wilde uiteraard niet toegeven dat deze inferieure Slaven binnen het leger van superieure Ariërs een rol van betekenis heeft gespeeld.
Eind 1941 had de Wehrmacht ca 150.000 Russen in dienst, en dat was eind 1942 opgelopen tot ca. 500.000 personen, waarvan er ca. 200.000 in gevechtseenheden dienden. Dat aantal was eind 1943 zelfs verdubbeld, en een groot deel van dit reservoir aan manschappen werd later in de Waffen-SS opgenomen.
Dat de Russen vechtersbazen waren op hun eigen grondgebied, was niet verwonderlijk, zij wilden koste wat het kost de Bolsjewieken onder Stalin uit Rusland verdrijven, en wilden mede door dienst te nemen in het Duitse leger de soevereiniteit van Rusland nastreven, wat overigens tegen de wil van Nazi- Duitsland was.
Tijdens het verloop van WOII, werden veel Russen overgeplaatst naar eenheden buiten het Russische gebied, en daar zakte hun moreel beduidend in. Zij werden ingezet voor taken in de achterhoede en garnizoensdienst ver van hun vaderland.
Ook de strijd tegen het communisme had een grote aantrekkingskracht uit west Europa om dienst te nemen in het Duitse leger.
De divisies Nordland en Wiking, behoorden tot de beste divisies die ingezet zijn. Divisie Nordland was oorspronkelijk bedoeld om Scandinavische en Nederlandse vrijwilligers samen te brengen in een divisie, maar die opzet is uiteindelijk niet gelukt, Nordland werd hoofdzakelijk bevolkt door Volksduitsers, Duitsers uit omliggende gebieden, maar met Duitse voorouders.
Divisie Wiking daarentegen werd wel bevolkt door een contingent Nederlandse vrijwilligers die vanaf juni 1940 geworven werden voor de Waffen SS. Wiking bleef de gehele oorlog redelijk bewapend en bemand. Zij werden toegevoegd aan de Heeresgruppe S, en vochten in de Oekraïne en wisten tijdens het zomeroffensief van 1943 tot diep in de Kaukasus door te dringen. Ook wisten zij de omsingeling in november 1944 bij Tsjerkassy te doorbreken, en voorkwamen zo een 2e Stalingrad-drama. Duizenden Duitse soldaten ontsnapten mede daardoor aan een zekere dood.
In mei 1945 geraakten de meeste Wikingers in Oostenrijk in Amerikaans krijgsgevangenschap. Divisie Wiking heeft bekendheid verkregen tot op de dag van vandaag om hun gevechtskwaliteiten, maar of je als Nederlands vrijwilliger daar nu zo trots op zou moeten zijn, is de vraag.

Colofoon: diverse internetsites
De vijf concentratiekampen in Nederland 1940-1945- Binjamin Heyl
Wikipedia de vrije encyclopedie
Kamp Amersfoort-Geraldien von Freitag Drabbe Kunzel
Drittes Reich- Atlas Verlag

Anton Heijmerikx

Oradour sur Glane

Na een aanval van de Franse ondergrondse de Maquis, op 8 juni 1944 in St. Juniën waarbij de spoorbrug is opgeblazen en waarbij 2 Duitse militairen die als verkenners vooruit waren gestuurd omkwamen, waaronder de SS sturmbahnführer Helmut Kampfe een vriend van de latere ,,slachter,, van Oradour-sur-Glane de zeer gewelddadige  SS. sturmbannführer Adolf Otto Diekmann. De Duitsers gingen richting Normandië, omdat daar de geallieerden waren geland.

Op 9 juni 1 dag later bivakkeerde het SS regiment der führer, onderdeel van de 2e pantzer divisie in de nabijheid van St.Juniën.  Een dag later komen ca 160 Duitse SSers van het elitekorps das Reich bijeen om verschrikkelijk wraak te nemen in het gebied van de Perigod en met name in de stad Tulle en het dorp Oradur Sur Glane.

Allereerst hebben zij in de stad Tulle, 99 Fransen opgehangen in de leeftijd tussen 17 en 45 jaar, aan balkons, lantaarnpalen en telefoonmasten op commando van de SS brigadefuhrer  Heinz Bernard Lammerding als afschrikwekkend voorbeeld voor de aanvallen van de Maquis.

Dit weer in opdracht van de Generaal-veldmaarschalk Gerd von Rundsted en Wilhelm Keitel, die opdracht hadden gegeven om het verzet zonder mededogen keihard aan te pakken.

Op 10 juni 1944, een schitterend warme zomerdag, kwamen de Duitsers rond het middaguur Oradour sur Glane binnen. De bevolking was zich van geen kwaad bewust, en ging dan ook rustig verder met het middageten.

Zij hadden wel eens Duitse soldaten gezien, maar die waren normalerwijze enkel op doortocht, en dat zou nu ook wel zo zijn werd gedacht. Maar nu waren zij enkel gekomen, om te moorden.

Op bevel van sturmbahnfuhrer Adolf Otto Dieckmann onder leiding stond van de divisiecommandant Heinz Bernhard Lammerding, werden alle toegangswegen afgesloten, en alle inwoners samen gedreven op het marktplein.

Zij hadden daar nog geen uur voor nodig, de mannen werden daarna in 6 verschillende schuren opgesloten, vrouwen en kinderen werden in de kerk samengedreven en opgesloten.

Toen begonnen de gruweldaden, de mannen werden door executiepelotons neergeschoten, met stro bedekt, overgoten met benzine en in brand gestoken.

De vrouwen en kinderen ondergingen hetzelfde lot, eerst werd de kerkvloer met benzine overgoten, een springlading aangebracht, de deur afgesloten, en de springlading tot ontploffing gebracht. Wanneer er al mensen naar buiten wisten te komen, werden zij alsnog neergemaaid.

Op deze wijze hebben zij  in Oradour Sur Glane, op 5 jonge mannen uit 1 schuur na, alle mannen in koelen bloede neergeschoten in huizen, werkplaatsen, schuren of schuilplaatsen, de vrouwen en kinderen van het dorp in de kerk opgesloten, en die vervolgens in brand gestoken.

De gevolgen waren verschrikkelijk, op 1 vrouw na heeft niemand de kerk met de op slot zijnde deuren kunnen ontvluchten, in totaal verloren 642 mensen, jong en oud zinloos hun leven, waaronder 245 vrouwen, en 207 kinderen waaronder enkele zuigelingen.

Kinderen die door de moeders uit het raam van de kerk werden geduwd, werden in moeders handen dood geschoten.

Slechts in totaal 6 inwoners, een handjevol, ontsprong door puur geluk hun vreselijk lot.

Na de slachtpartij, is het dorp geplunderd, gebombardeerd, en in ook brand gestoken.

Generaal Charles de Gaulle heeft bij zijn bezoek aan Oradour sur Glane direct na de oorlog bevolen, dat het dorp moest blijven bestaan zoals hij het aantrof, en het nieuwe dorp werd iets verderop herbouwd en in 1953 ingewijd.

Het vernielde dorp is dus gebleven zoals het was, met de uitgebrande auto van de dorpsdokter nog steeds op het pleintje, en Oradur Sur Glane is tot op heden een levend monument voor de slachtoffers van toen, en een teken voor de huidige en toekomstige generaties van gebeurtenissen die eigenlijk niet mochten, en zeker niet weer mogen plaatsvinden.

Een nieuw dorp is naast het oude weer opgebouwd. Het kerkhof is het enige wat overbleef, en is tot op heden intact en nog steeds in gebruik. Talloze graven en monumenten en voorwerpen herinneren nog steeds aan die tragedie van 10 juni 1945.

Het waarom is nooit exact komen vast te staan, waarom Oradour sur Glane is uitgekozen voor de wraakacties, want Oradour sur Glane was een rustig dorp zonder verzetsorganisaties, in tegenstelling tot het 34 kilometer verderop gelegen Oradour sur Vayres, dat wel een haard van verzet was. Mogelijk hebben de wraaknemers zich vergist in de naam van het dorp, of was blinde woede de oorzaak, voor het neerschieten door de Maquis van enkele strijdmakkers van Sturmbahnführer Adolf Otto Dieckmann.

Na de oorlog is er onderzoek gedaan naar de massamoord, en vast is komen te staan, dat onder de Duitse troepen ook enkele Fransen betrokken waren, die of vrijwillig of gedwongen dienst hadden genomen in het Duitse leger, en afkomstig waren uit het geannexeerde gebied van Elzas-Lotharingen.

In 1953 is er in Bordeaux eindelijk het proces begonnen tegen de veroorzakers van de massamoord in Oradur Sur Glane, van de 21 beschuldigden, meer had men er niet kunnen achterhalen, waren er 14 met de Franse nationaliteit, de Duitse Bondsregering had geweigerd om Duitse inwoners aan Frankrijk uit te leveren.

Straffen werden verwacht van de doodstraf tot levenslang, maar dat liep anders.

Het werd een gevoelig proces, in Elzas Lotharingen lag het heel gevoelig, daar werd ervan uitgegaan, dat men gedwongen was deel te nemen in het Duitse leger.

Als de Franse rechtbank uiteindelijk tot een uitspraak komt, en 1 doodstraf, en 13 vrijheidsstraffen eist, besluit het Franse parlement die straffen om te zetten in een amnestieregeling met 319 voor en 211 stemmen tegen, zodat de veroordeelden in vrijheid naar buiten konden wandelen. De Elzas was in 1940 door Duitsland geannexeerd, en in 1945 kwam het weer terug aan Frankrijk.

Woedende reactie in de regio Limoges waren het gevolg, het door de Franse staat opgerichte monument voor de slachtoffers werd vernield, en er werden 2 alternatieve monumenten opgebouwd, die pas in 1966 weer werden verwijderd. De relatie tussen de regio met name Oradur Sur Glane en de officiële Franse regering was tot ver in de jaren 70 erg slecht, pas tijdens de herdenking van 10 juni 1994 die werd bijgewoond door Francois Mitterand de Franse president komt er langzaam aan tot een verzoening.

Slechts een deelnemer aan de massamoord heeft daarvoor straf gehad, Heinz Barth is in 1983 veroordeeld door een Oost Duitse rechtbank tot levenslang.

Heinz Barth was een Duitse officier bij de Waffen-SS. Vanwege zijn deelname aan de moord op 642 inwoners van Oradour-sur-Glane, waarbij onder meer vrouwen en kinderen in een kerk waren gedreven die vervolgens door SS’ers in brand was gestoken, werd hij op 12 februari 1953 in Bordeaux bij verstek ter dood veroordeeld.

Pas op 14 juni 1981 werd hij in de DDR opgepakt en op 7 juni 1983 door het Stadtgericht Berlin tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld.

Hij werd echter in september 1997 vanwege gezondheidsredenen vrijgelaten: hij had diabetes en een hoge bloeddruk. Halverwege 2000 vocht hij met succes als “oorlogsslachtoffer” zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering voor het Landessozialgericht in Potsdam aan: hij had namelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog bij gevechten een been verloren. Heinz Barth overleed op 6 Augustus 2007 te Berlijn op 86-jarig aan kanker.

Sturmbahnführer Adolf Otto Dieckmann is enkele weken later gesneuveld bij gevechten met de geallieerden die in Normandië geland waren, en Divisiecommandant Heinz Bernhard Lammerding is door de Franse rechtbank tot de doodstraf veroordeeld, leefde o.a.in Düsseldorf als succesvol ondernemer, was bekend bij de Britse bezettingsmacht die hem niet uitleverde, en ook Duitsland leverde hem in latere jaren niet uit, hij stierf op 13 Januari 1971 in Bad Tölz, Duitsland op 66 jarige leeftijd aan kanker. Het is uiteindelijk onverteerbaar dat zo weinigen terecht hebben gestaan voor begane gruweldaden, en nog minder zijn veroordeeld en die hun straf daadwerkelijk hebben uitgezeten.

Jaarlijks komen duizenden naar Oradour Sur Glane, om de verschrikkingen van 1945 in ogenschouw te nemen, met afschuw en verbijstering over zoveel leed en zinloos geweld de inwoners in de leeftijd tussen 76 jaar en 6 maanden oud aangedaan.

Ook wij liepen rond vol ongeloof dat zoiets kon plaatsvinden, natuurlijk hadden wij erover gelezen, maar als je daadwerkelijk rondloopt door de straten met vervallen en zwartgeblakerde muren, waar soms de auto’s nog binnen staan, een naaimachine in een hoek van een kamer, een kapot gevallen beeld in de kerk, of de kerkklok half gesmolten, dan past maar 1 ding stilte, stilte en denken aan het onwaarschijnlijke leed wat de bewoners hier is aangedaan, en het onrecht dat mensen is aangedaan, zonder dat de schuldigen zijn gestraft, of in elk geval te weinig. Maar ook aan de diverse regeringen uit die tijd die het hebben laten gebeuren, en zeker die regeringen na de oorlog die niet of te weinig hebben meegewerkt aan een eventuele veroordeling van de schuldigen.

Anton Heijmerikx

 

Liberte, Egalite, Fraternite, vrijheid, gelijkheid, broederschap.

Je ziet het in Frankrijk op vrijwel elk overheidsgebouw staan, de leus van de Franse revolutie(1789-1799).

Vrijheid van gaan en staan, vrijheid van godsdienst, vrijheid van doen en laten.

Gelijkheid van ras, afkomst, geaardheid of godsdienst.

Broederschap, samenwerking, zonder discriminatie.

Maar bestaan die waarden er ook echt nog, of zijn die voor ieders bestwil in wetten gegoten.

 

Wetten.

In de tijd van Napoleon en zijn expansiedrang, werd o.a. Nederland onder de voet gelopen, en kwam er een voorlopig eind aan de regeerperiode van de stadhouders van Oranjes.

Onze 1e koning was een Fransman, Lodewijk Napoleon.

Samen met die Franse overheersing, werden verschillende Franse wetten ingevoerd, het metrieke stelsel van maten en gewichten deed zijn intrede, evenals de Burgerlijke stand.

Met de invoering van de Burgerlijke Stand, werd de macht van de kerken aan banden gelegd en werd er een begin gemaakt met de scheiding van staat en godsdienst.

Voortaan moest men de aangifte van geboorte, overlijden huwelijken aangeven bij de burgerlijke overheden, en niet meer bij de kerken. Overigens gebeurde dat wel in de Franse taal tot ca. 1815, bij de Katholieke kerken gebeurde dat overigens vaak in het Latijn. Mensen geloofden wel wat er geschreven werd.

Men moet binnen 3 maal 24 uur de geboorte aangeven in de gemeente waar het kind geboren  is, men mag er wel een bewijs voor vragen, maar dat kost dan f 11,50 (2012) in 1972 was dat nog f 7,50.

Die aangifte is het begin van de overheidsbemoeienissen.

Het begint al met de bezoeken aan de consultatiebureaus, de verplichte inentingen, en al na enkele jaren moet men naar school.

Voor nog maar enkele generaties terug was onderwijs niet verplicht, en was een taak van de ouders, die vaak zelf ongeletterd waren, en een taak vaak van de kerken.

Het stelde dan ook niet veel voor, en de onderwijzer had er vaak meerdere baantjes erbij om het hoofd boven water te houden, vaak koster en of organist, vaak ook wat vee en een stukje grond voor het verbouwen van groente.

In de zomermaanden had hij daar vaak ook genoeg tijd voor, kinderen werden thuis gehouden om te helpen bij de oogst, zeker op het platteland.

Pas in 1901 bij de invoering van de leerplichtwet kwam daar verandering in, eerst voor de leeftijdscategorie tussen 6-12 jaar, maar allengs opgerekt tussen 5-16 jaar en voor  jongeren zonder noemenswaardig startbewijs zelfs tot hun 18e jaar.

De vrijheid voor ouders om hun kinderen zelf onderwijs te geven, is er nog steeds, maar daarvoor moet men vrijstelling verkregen hebben, en dat is niet eenvoudig, men staat dan onder staatstoezicht en men wil de kwaliteit verscherpen.  Ook de keuze van de school is niet meer zo vanzelfsprekend, kon men eerder een school uitzoeken en zich aanmelden, ook al was dat in een andere wijk, nu wordt men geacht in sommige gemeenten de school te bezoeken in de eigen wijk en krijgt men die aangewezen door een zogenaamd plaatsingsbeleid. Een school van Katholieke, Christelijke of Algemene signatuur mag men nog zelf uitzoeken, mits men tot de school toegelaten wordt na aanmelding.

 

Huwelijk en gezin

Gaan kinderen naar school, dan gaan wij er in de meeste gevallen vanuit, dat de ouders gehuwd zijn. Maar ongewenste  geboorten komen uiteraard ook voor, en men hoeft dan beslist niet gehuwd te zijn. Wel van belang is het dan om voor het zogenaamde boterbriefje voor gehuwden, er een samenwoning contract door een notaris te laten opstellen, om problemen te voorkomen bij eventuele gebeurtenissen in de toekomst.

Huwelijken mogen gesloten worden vanaf 1985 voor personen van beiderlei kunne vanaf 18 jaar, uitzonderingen zijn mogelijk bij zwangerschappen, maar dan moet dispensatie verkregen worden door tussenkomst van de minister van justitie, voor 16 en 17 jarigen. Huwelijken tussen bloedverwanten is ook mogelijk, maar enkel tussen ooms/tantes met neef/nicht derde graad, of tussen neef en nicht vierde graad, maar aan die mogelijkheid wordt getornd, om de zogenaamde importbruiden te ontmoedigen.

Overigens was er tot in de 18e eeuw geen enkel probleem als volgens oud Hollands recht, 12 jarige meisjes in het huwelijk wilden treden, voor jongens gold de leeftijd van 14 jaar, na de invoering in de Franse tijd van de zogenaamde Code Civil werd het wat strenger, meisjes vanaf hun 15e  jaar en jongens vanaf hun 18e jaar. Vanaf 1838 werd de huwelijksleeftijd voor meisjes opgehoogd tot 16 jaar.

Momenteel is het zelfs mogelijk dat jongens met jongens, en meisjes met meisjes kunnen trouwen, al hoewel dat uit oogpunt van godsdienstige overweging, niet overal geaccepteerd is.

In landen met een Islamitische invloed is die acceptatie zelfs nog ver te zoeken, of zelfs verboden door de doodstraf door middel van o.a. steniging. Maar ook in het puriteinse Amerika, veroordeeld men met hun hand op hun hart homoseksualiteit, terwijl datzelfde Amerika de grootste porno-industrie bezit, hoe hypocriet wil men zijn.

Verplichte Verzekeringen

En verzekeringen, daarin is men redelijk vrij, alhoewel, een standaard ziektekostenverzekering is verplicht voor iedere Nederlander die woont en of werkt in Nederland. Ook voor Nederlanders die onder de Nederlandse belastingdienst vallen en woonachtig zijn in het buitenland.

Deze verzekering dekt de kosten van de huisarts, apotheker en het ziekenhuis. Maar men betaald ook voor hen die niet betalen om welke redenen dan ook,  maar men betaald ook voor hen die nodeloos om elk wisse wasje naar de arts rennen, en ook voor notoire drugsgebruikers en drinkebroers, solidariteit noemt men dat. En er gaan stemmen op, om dure medicijnen voor ernstige zieken af te schaffen, omdat er maar weinig mensen gebruik van maken, je zult die ziekte maar hebben.

Maar een basispakket zou beter afgestemd moeten worden op de individualist, alsmede de premie.

Als men bijvoorbeeld een verplichte brandverzekering zou moeten afsluiten, en men mee moest betalen voor iemand die zijn huis in de brand zou steken, zou men dat niet pikken.

Al in 1941 werd een stap gezet richting verplichte ziektekosten verzekering, en wel door de toenmalige Duitse bezetter met het zogenaamde ziekenfondsbesluit, dat betekende dat iedere werknemer verplicht onder de Ziektewet vielen en opgenomen werden in het ziekenfonds.

Ook de deelnemers met gemotoriseerd vervoer zijn verplicht verzekerd, maar daar heeft men wel de keuze uit verschillende verzekeringen en verschillende premies.

Accijnsinkomsten

De auto overigens is een van de melkkoeien van de overheid. Al in 1947 werd er belasting geheven op de brandstof voor auto’s, en in 1948 een speciaal tarief voor de duurdere auto’s, weliswaar tijdelijk, maar in 1961 werd die Belasting op Personenauto’s en motorvoertuigen permanent. Gaat men tegenwoordig tanken, dan is ca. 1/2 belasting en accijns wat benzine betreft, en 1/3  voor diesel.

Bestond er in 1964 bijvoorbeeld in heel Amsterdam nog geen parkeermeter, maar heden maakt het parkeergeld ongeveer ¼ van de inkomsten van de gemeentelijke heffingen van Amsterdam, en schrijft men ca. 460.000 parkeerboetes uit alleen al in Amsterdam.

Accijnsheffingen, niet alleen op autobrandstoffen, ook alcoholische dranken hebben er mee te maken. Al in 1881 kreeg Nederland te maken met de beteugeling van alcoholmisbruik. Voordien bestond er geen enkele beperking voor het nuttigen van alcohol. Vergunningen waren er nog niet, en men kon vrijwel op elke straathoek wel ergens iets sterks verkrijgen. Openbare dronkenschap was eigenlijk heel gewoon. Na 1881 werd het toch wat aangescherpt, en dat gebeurt met de regelmaat van de klok, zelfs in 2008 werden nog maatregelen genomen om reclame voor alcoholische dranken te beperken op radio en TV, enkel tussen 21.00 en 06.00 uur werd het toegestaan. Maar als grootwinkelbedrijven alcohol mogen verkopen tot soms wel 21.00 uur wanneer de winkel dichtgaat, en 18 jarigen daar drank kopen voor minderjarigen, en er drankcaravans en schuren overal als paddenstoelen uit de grond schieten onder het mom van besloten verenigingen, zal drankmisbruik niet te stoppen zijn. En wil de overheid alcoholconsumptie wel aan banden leggen, de accijnsinkomsten zijn niet te versmaden. Dat blijkt wel als men ziet dat net over de grens in Duitsland men voor dezelfde dranken iets meer dan de helft betaald dan in Nederland.

En nu zijn maatregelen in de maak om alcohol onder 21 jaar niet meer gekocht kan worden.

Voor het gebruik van tabak is het nog erger gesteld. Vroeger mocht alles, maar sinds de invoering van de Tabakswet in 1990 die telkens weer werd aangescherpt, is het enkel nog toegestaan om in de eigen huiselijke kring te roken, alhoewel dat vrijwel onmogelijk wordt gemaakt als een der huisgenoten tegen is, en buiten op straat, en daar tornt men ook al aan. Afgezien van de wet, is het roken ook vrijwel onmogelijk door de accijns die geheven wordt, meer dan de helft van wat rookwaren kosten gaat naar de fiscus, terwijl men in 1921 nog nooit had gehoord van Tabaksaccijns.

Dit met dank aan de godsdienstige partijen in de toenmalige 2e kamer, zij waren voor beteugeling, en omdat een aantal van de liberale en socialistische Kamerleden die tegen waren toen ontbraken bij de stemming, kwam die omstreden wet erdoor.

Drugs en verdovende middelen.

Als er ergens misdaad en geld te verenigen zijn, dan is dat de handel in drugs. Omzetten waar wij geen weet van hebben, evenals het aantal moorden die zo af en toe tot ons doordringen van liquidaties vanuit o.a. Mexico en zuid Amerika, waar drugskartels elkaar op leven en dood bestrijden, en waar ook vaak onschuldigen bij bosjes het leven laten. En nog niet gesproken van de gebruikers, waarvan er ook ettelijke het niet overleven op den duur.

Het lijkt onmogelijk, en velen zullen het niet geloven, maar begin 1900 ging een bedrijf in Amsterdam er prat op de grootste producent ter wereld te zijn van cocaine, terwijl in Bussum en Meppel ook cocaine bereid werd, volkomen legaal. Officieel voor medische doeleinden, maar iedereen die er wat moeite voor wilde doen, kon aan dat genotmiddel komen, en niemand had daar moeite mee. Pas in 1919 kwam er de Opiumwet, die het verbood om zonder vergunning opium, opiumderivaten en of cocaine ver produceren of te verhandelen. De producenten van toen hadden daar niet veel hinder van, vergunningen werden gemakkelijk verstrekt, en straffen waren niet hoog, maximaal 3 maand gevangenisstraf.

De wet was ook niet overal bekend, zelfs niet bij sommige politieagenten, zo kon het gebeuren dat  in 1926 in Rotterdam door de politie een aangifte opgenomen werd van een hevig verontwaardigde inwoner van Brabant, die zich beklaagde dat hij niet 1 kilo cocaine had gekocht en verkregen in het Rotterdamse Katendrecht, maar 650 gram novocaine, een verdovingsmiddel veelal gebruikt door tandartsen in die tijd voor f 243,75

Anno 2012 is bestrijding en opsporing een van de kerntaken van de politie, en het is nog maar een tiental jaren terug dat de overheid zijn gedoogbeleid t.a.v. hasj en marihuana goedkeurde. Peppillen, XTC en andere geestverruimende middelen, komen nog steeds ons land binnen, en mogelijk is Amsterdam nog wel steeds de grootste fabrikant in deze, alleen is het verdomde moeilijk te traceren waar het productieproces plaatsvind.

Was Nederland tolerant in deze, de ons omringende landen zoals Duitsland, Belgie en Frankrijk waren dat niet, vandaar ook dat vele inwoners uit die landen naar Nederland kwamen om hun stickie wiet hier te kopen in de coffeeshops met alle overlast van dien.  Momenteel experimenteert  men met een pasjessysteem om de verkoop te reguleren zonder overlast.

Vrijheid van vereniging.

Normaal gesproken is men vrij om lid te worden van een vereniging, maar mag een vereniging aanmeldingen ook in vrijheid weigeren.

Het is het gelijkheidsbeginsel die aan die vrijheid ten grondslag ligt, maar is dat een juist beginsel.

Het gelijkheidsbeginsel is niet bedoeld, om het onderling verkeer tussen mensen te bevorderen of te garanderen, maar bedoeld dat mensen door de overheid gelijk worden behandeld.

Dat de Hoge Raad in 2010 de Staatkundig Gereformeerde Partij gelast om ook vrouwen toe te laten tot die politieke partij, is dan ook niet juist. Natuurlijk druist het tegen vrijwel iedereen met een gevoel voor gerechtigheid, maar men hoeft geen lid te worden van een club waar men het niet mee eens is, enkel om gelijk te hebben of te krijgen.  Het is aan de vrijheid van ook politieke partijen en andere verenigingen om zich naar eigen inzichten te organiseren.

Men kan ook geen lid worden van de PVV, en toch heeft die partij een grote aanhang.

Er is binnen de PVV maar 1 leider en 1 lid, en die bepaald wat al die Kamerleden en sympathisanten moeten doen en laten. Zo een vereniging, waarin bestuursleden niet aanwezig zijn, en waar men dus geen beleid maakt maar enkel volgt, kan uitgroeien tot een vereniging waarbij men de leider het naar de zin gaat maken, om toch op die manier enige invloed te verkrijgen, en dat kan tot vervelende uitwassen en excessen leiden.

Ook dat is een vorm van democratie, en dan blijkt maar weer dat democratie ook niet de ideale manier van leven is, welke wel ?.

Als rechters zich gaan bemoeien met lidmaatschappen van verenigingen, dan kunnen mannen ook lid worden van de Bond van plattelandsvrouwen, of niet gelovigen meedoen met het ontvangen van sacramenten in bijv. de katholieke kerk. Ook zou men dan lid kunnen worden van bijv. een Rotary, zonder daarvoor gevraagd en geballoteerd te worden.

Belastingen.

Voor de meesten een soort van scheldwoord, maar zonder die belastingheffing geen Nederland zoals wij die nu kennen.

Belastingen of accijns, het is al zo oud als de weg naar Rome, enkel de benaming is gewijzigd, evenals de hoogte. In vroeger tijden betaalden de boeren al tienden, 10 % van hun oogstopbrengst aan hun landsheer, betaalde men tol voor het gebruik van wegen, voor het houden van bijen, voor het gebruik van schoorstenen vuurstedengeld genaamd, hoofdgeld een persoonlijke belasting voor die het betalen konden, voor zout een kostbaar product in vroeger tijden, en voor al dan niet meer.

Kortom in alle eeuwen niets nieuws.

Heden ten dage betaald men mokkend en wel inkomstenbelasting, soms zelfs meer dan 50 %, en iedereen die minder betaald is het daarmee eens, enkel hun eigen aandeel van betaling is te hoog.

BTW is zo’n heffing, momenteel denkt men zelfs na over een verhoging van die BTW om de tekorten weg te werken van de overheid. Zo denkt men over allerlei ingrepen om die tekorten weg te werken, en dat kan alleen maar gaan over de rug van alleman, de een wat meer dan de ander. Maar diegenen die iets in de melk te brokkelen hebben zorgen ervoor dat hun inkomen gestand blijft. Bonussen al dan niet verdiend, toelagen, ontslagvergoedingen zelfs bij het niet functioneren, wachtgeldregelingen die soms jaren doorlopen, en de gewone man die op straat komt, zelfs na 20-30 of 40 jaar trouwe dienst krijgt soms nog geen houtje om op te bijten.

Het was de Liberale minister Nicolaas Pierson die de inkomstenbelasting introduceerde, en er alles aan deed om het zo eerlijk mogelijk te verdelen. Daarvoor waren het de accijnzen die voor arm en rijk gelijk waren, en daar wilde hij een eerlijke verdeling tegenover stellen. Die accijnzen werden overigens meest geheven op de eerste levensbehoeften zoals zout, suiker, zeep etc.

Bij die inkomstenbelasting diende het bezit en daardoor het onderhoud van die woning, waardevermindering en de kosten van de hypotheek, ook mee te tellen in de opgaaf van het inkomen. Die kosten mochten deels in mindering gebracht worden op de inkomsten.

Pierson is dus de uitvinder van de hypotheekrenteaftrek al meer dan honderd jaar.

Politici willen evenals dat Brussel dat wil, die hypotheekrenteaftrek afschaffen, of minstens een deel daarvan, als zijnde de rem op en de stagnatie op de woningmarkt. Maar is het niet een ondergraving van het fundament van ons stelsel van de inkomstenbelasting. Zou het niet beter zijn om hypotheken niet hoger toe te laten dan de waarde van de woning, en zou het niet eerlijker zijn, om de sociale woningen ten diensten te stellen aan diegenen waarvoor die woningen oorspronkelijk gebouwd zijn, en verplichten de bewoners te verhuizen als hun inkomen hen daartoe in staat stelt, of anders de huren te verhogen. In ons computertijdperk, waarin alles en iedereen zijn privacy zo ongeveer verloren is moet men toch tot deze maatregelen in staat zijn. De belastingdienst is in staat tot veel, zelfs om de aangifte voor je in te vullen, dan moet zoiets een koud kunstje zijn.

Het leven na een werkzame periode.

Een verdiende periode van vrijheid na een leven van werken op je 65e. Was het de generatie, die vlak na de 2e wereldoorlog aan het werk moest of ging, vaak al op jonge leeftijd direct na de lagere school.

Een generatie die het land weer heeft helpen opbouwen. Beginnend op soms al 12-13 jarige leeftijd tot de 65 jarige leeftijd, soms dus meer dan 50 jaar werken. Maar de overheid stelde in 1957 de Algemene Ouderdomswet de AOW in, en bepaalde dat iedereen tot aan zijn 65 verplicht premie moest afdragen. In 1957 kregen diegenen die de leeftijd van 65 hadden bereikt, ook die AOW zonder dat zij daarvoor in het verleden premie betaald hadden.

In de volksmond werd dat trekken van Drees genoemd, naar de ontwerper van de AOW.

En als je goed geboerd had en je wilde voor je 65 stoppen omdat het je gelukt was zonder inkomen door arbeid verder te kunnen leven, was je nog verplicht premie af te dragen.

En in het kader van bezuinigingen zal die leeftijd eerdaags tot 67 worden opgetrokken.

Per jaar bouwt men 2.5 % op van de AOW die men op je 65 ontvangt, na 40 jaar heb je dus 100 % opgebouwd. Maar werk je noodgedwongen meer dan 40 jaar dan krijg je ondanks de meer betaalde premie niets meer aan uitkering.

Dat men de leeftijdsgrens in barre economische tijden iets wil oprekken, is niet helemaal ten onrechte. Begon men vroeger al op soms jonge leeftijd met werken, nu begint men steeds later met werken, eerst studeert men grotendeels op kosten van de staat, en na een sabbatical jaar na de studie begint men te werken op vaak een salarisniveau waar de meeste ouderen nog niet mee eindigen.

Maar men is in verschillende bedrijfstakken ook nog verplicht om premie af te dragen aan een pensioenfonds. Die premie, liegt er niet om, en zelf heb je geen enkele invloed wat de bedrijfstak met die gelden doet, en hoe die beheerd worden. De meeste van die pensioenfondsen zijn gaan beleggen in aandelen, en dat ging ze aanvankelijk voor de wind, maar in 2002 en 2008 en ook nu nog hebben ze daarmee miljarden verloren. En de premiebetalers kunnen en konden enkel maar toekijken, en moeten daarvoor straks na hun pensionering bloeden, want minder in kas is minder uitbetalen, en van een indexering en daarmee gelijke tred houden met de inflatie, daarvan is al jaren geen sprake meer van, integendeel, gesproken wordt er al van een verlaging van de uitkering. Terwijl de beheerders van onze gelden beloont worden met bonussen en salarissen waarvan de meesten van ons nog zelfs nooit gedroomd hebben.

Vrijheid na de dood.

Dat had je gedacht, want zelfs na de dood laat men je nog niet met rust.

In 1956 stelde de overheid de Successiewet in werking, die faciliteerde de belasting op de nalatenschap, in de volksmond  de sterftaks genoemd.

Dat is belasting heffen op gelden waarop al meerdere keren belasting is geheven, zoals loonbelasting, inkomstenbelasting, vermogensbelasting etc.

En heeft men wat overgehouden, dan moet er wederom belasting betaald worden, voor kleinkinderen loopt dat op tot 36 % en voor broers en zussen zelfs tot 40 %.

En sluit je de ogen, dan was men zelf verantwoordelijk of men organen beschikbaar stelde voor andere mensen in vaak levensbedreigende omstandigheden, maar in 2008 was er een voorstel in de 2e kamer, die min of meer automatisch de organen van overledenen beschikbaar stelde, tenzij men voordien uitdrukkelijk bezwaar had gemaakt tegen het beschikbaar stellen. Dit voorstel haalde het niet, maar zal ongetwijfeld eens terugkomen. Maar stel je eens voor, dat je zelf of je directe naaste omgeving in een levensbedreigende situatie zit, en wacht op een beschikbaar orgaan, denk je dan nog zo.

En dan de begrafenis en of crematie, en de kosten die zo’n gebeurtenis noodzakelijk met zich meebrengen. Men kan zich ervoor verzekeren, en velen doen dat ook. Maar toch ondanks dat men er mogelijk zelfs 50 jaar of meer voor betaald heeft, men moet altijd bijbetalen. De kosten zijn de pan uitgerezen, het is de laatste melkkoe die men kan benutten.

Men heeft de vrijheid van begraven of crematie, maar beiden zijn kostbaar, men heeft een begrafenisondernemer nodig, men mag het niet zelf doen, men heeft de keus tussen een dure of goedkope kist, men kan bij crematie kiezen voor verstrooiing of bijzetting. Komt men op een begraafplaats te liggen, dan zijn dat kostbare stukjes grond. Prijzen van 1.000- ‚ 1.500 zijn geen uitzondering, en dat voor 2 mtr. En nog niet eens in eigendom, want na een periode van tussen 10-20 jaar, en men wil die erfpacht verlengen kost het nog eens zo’n zelfde bedrag als het in de tussentijd al niet verhoogd is. Het zijn de duurste meters die men in zijn leven tegenkomt. Ook op de kerkhoven van de meestal Katholieke kerk zijn die prijzen net zo hoog, onderlinge afspraken maakt de concurrentie overbodig, mag men overigens zo’n plaatselijk kartel vormen, of is dat in strijd met de wet?.

Een beetje begrafenis of crematie kost al snel tussen de 6.000 en 8.000, en dan hoeft men echt geen buitensporige dingen te doen.

Maar komt men onverhoopt te overlijden, en men heeft niet de middelen om de kosten te dragen, en de nabestaanden zijn ook niet van plan die kosten op zich te nemen, dan betaald de desbetreffende gemeente die kosten.

Die zijn daar niet blij mee, de gemeente Nijmegen bijvoorbeeld, heeft per jaar tussen de 40-50 van die ter aarde bestellingen, en de kosten daarvan betalen uiteindelijk de inwoners van Nijmegen. Overigens vallen die kosten mee, want gemeenten maken afspraken over de kosten met betreffende instanties, en een gemeentelijke begraafplaats rekent nu eenmaal aan de eigen gemeente niet van die hoge prijzen zoals aan particulieren.

Gemiddeld kost zo’n begrafenis nog niet de helft van wat anderen moeten betalen.

En legt men beslag op geld en goederen als men die bezit om daaruit zoveel als mogelijk terecht de onkosten te kunnen verhalen. Maar die veilingen brengen maar een schijntje op van de werkelijke waarde, en nabestaanden als die er zijn, worden nimmer geinformeerd, die hebben immers afstand gedaan van hun erfdeel, maar hebben ook geen weet van wanneer zo’n veiling plaatsvind, om eventueel familiestukken terug te kopen.

Amerikaanse Vrijheden

En dan Amerika, het land van de onbegrensde mogelijkheden, het land van de ultieme vrijheid in de gedachten van velen, en waar het woord vrijheid met hoofdletters geschreven wordt, maar is dat in werkelijk ook zo?.

Amerika ook wat zich het rijkste land ter wereld noemt, maar waar de drukpersen het drukken van bankbiljetten nauwelijks aankan.

Georg Washington de eerste president van Amerika, zei het al, Vrijheid die wortel schiet is als een snelgroeiende plant. Het waren profetische woorden en nog steeds gelden de Verenigde Staten van Amerika  in de gehele wereld als een baken van hoop voor eenieder die zich verdrukt, vervolgd of anderszins beknot voelt. Maar die vrijheidsboom is aardig gesnoeid in de loop der tijden.

Geen land ter wereld waar de overheid zich door middel van wetten zo nauwkeurig voorschrijft hoe de vrijheid te interpreteren, soms bij het absurde af.

Niet alleen de centrale overheid, maar ook in kleinere staten, kiesdistricten, gemeentes, woonwijken tot in appartementsgebouwen toe schrijft men zijn inwoners de wet voor, soms tot in het absurde toe.

Het land waar meer wapens in  omloop zijn, dan er mensen wonen.

Het land waar sommige boeren hun koeien voorzien van de tekst koe, omdat zij bang zijn dat het tijdens de jacht voor groot wild wordt aangezien.

Het land waar sommige idioten geweren bezitten en in een vlaag van verstandsverbijstering in het wilde weg om zich heen schieten zodat toevallige passanten worden doodgeschoten of ernstig verwond. Of iemand die bij een premiere van een film over Batman zich als dusdanig gedraagt, en daarbij 12 personen worden doodgeschoten en ca 50 personen worden gewond.

Het land waar geen president het aandurft om het wapenbezit aan te pakken, omdat de wapenlobby dusdanig machtig is, dat herverkiezing dan vrijwel onmogelijk is.

Het is de vrijheid van iedere Amerikaan om een wapen te mogen dragen, maar draagt die vrijheid ook bij aan iedere Amerikaan die of een bioscoop bezoekt, of scholier die naar school gaat, of is men genoodzaakt steeds achterom te kijken wie er in de buurt loopt, en mogelijk een wapen wil gebruiken.

Datzelfde is van toepassing als men Israel zou aanpakken om zijn politiek van bezetting van Palestina, want ook de Joodse lobby is machtig en rijk.

Prostitutie is in het gehele land verboden, enkel een klein aantal kiesdistricten in het westen staat dit toe, daar heeft het puriteinse vingertje nooit veel invloed gehad.

In Las Vegas is betaalde seks enkel toegestaan in enkele strikt gereguleerde bordelen, strippers die een lapdance doen, mogen niet aangeraakt worden, escortbureaus zijn bedoelt om eenzame personen te koppelen voor een goed gesprek onder het genot van al dan geen drankje.

Terwijl de pornografische industrie in Amerika groter is dan waar ook ter wereld, hoe naief wil en kan men zijn.

Gokken

Gokken is aan banden gelegd, de meeste Amerikaanse staten laten casino’s niet toe, tenzij die gevestigd zijn in indiaanse reservaten. Internet gokken is nog meer aan banden gelegd, transacties voor gamingssites zijn verboden, daardoor is het bijna onmogelijk om online een gokje te wagen.

Maar overal in de wereld staat gokken synoniem met Las Vegas in de staat Nevada in Amerika.

Euthanasie is illegaal in Amerika, behalve in de staten Washington, Oregon en Montana, waar overigens niet de arts de dosis toebrengt, maar de patient het zelf moet doen.

Abortus is overigens wel toegestaan, tot nu toe tenminste. Het is niet ondenkbaar dat de conservatieve meerderheid de abortus die tot de 24 week is toegestaan, terugdraait. Activisten overigens maken het ondergaan van een abortus zo onaangenaam mogelijk, alsof het ondergaan van een abortus aangenaam kan zijn. Menige kliniek wordt permanent door activisten met spandoeken belaagd, brandstichting is niet uitgesloten, en in 2009 werd de abortusarts Georg Tiller door een activist nota bene in een kerk in Kansas neergeschoten.

Alcoholgebruik

Alcoholgebruik is in Amerika sinds de drooglegging nog steeds een heikel punt. Ook al is die drooglegging alweer meer dan 80 jaar geleden opgeheven.

Er is nog steeds een landelijk verbod op het drinken voor jongeren onder 21 jaar.

Drinken op straat is nog steeds verboden, behalve bij speciale gelegenheden zoals  het carnavalsfeest Mardi Gras in New Orleans, waarbij het niet ongebruikelijk is, dat vrouwen jong en oud hun boezems ontbloten al dan niet met drank op of minstens in de hand. Zij verkrijgen daarvoor van omstanders een kralensnoer. Velen hoeven hun borst niet meer te ontbloten, kralen ontnemen het zicht. Of op de boardwalk van Coney Island in New York.

Honderden kiesdistricten met name in het zuiden, zijn nog steeds helemaal drooggelegd.

Drugs.

Drugsgebruik is al helemaal uit den boze, er staan zeer strenge straffen op het gebruik en het in bezit hebben van zowel soft of harddrugs. De beruchte Rockefeller Drugs Laws in de staat New York zijn bijna de strengste in Amerika. Het in bezit hebben van 4 ounce ongeveer 113 gram, levert minstens 15 jaar gevangenisstraf op, in Michigan zijn de straffen nog hoger, 650 gram harddrugs zijn goed voor levenslang.

Enkel medicinale drugs zijn legaal, maar dan enkel in 16 staten. In Californie wilde men wiet legaliseren, maar die wet werd op het nippertje net niet aangenomen.

Mede door de strenge drugswetten, zijn de gevangenissen overvol. Geen land ter wereld waar het aantal gevangenen per hoofd van de bevolking zo hoog is. Meer dan 1 % van de volwassen Amerikanen zit achter slot en grendel.

Dat de Amerikaanse overheid de gevangenissen heeft geprivatiseerd, maakt dat het een lucratieve sector is geworden, andermans onvrijheid is big business.

Als men dan ook nog bedenkt dat binnen het gevangenisindustrieel complex er ook nog  een invloedrijke lobby is voor de invoering van minimum straffen, waar de rechters geen invloed op hebben, dan is de vrijheid hier zeker aan banden gelegd en opgeofferd aan verdiensten.

De Amerikaanse overheid betaald   10.000den dollars per jaar om 1 gevangene te huisvesten in vaak overvolle en onder onmenselijke omstandigheden. Van die War on Drugs zijn de Afro-Amerikanen het meest de dupe, meer dan de helft van de 2 miljoen gevangenen is zwart.

Gevangenen zijn vele rechten ontnomen, stemmen mogen zij bijvoorbeeld alleen in de staten Maine of Vermont, en in de staat Virginia zijn ze ook als ze in vrijheid zijn gesteld, levenslang hun stemrecht kwijt. In andere staten verkrijgen zij hun stemrecht wel terug, maar enkel als ze hun proeftijd goed doorkomen. Dat kan bij presidentsverkiezingen van doorslaggevende betekenis zijn, zoals bij de verkiezing van Georg W.Busch in 2000. Doordat de in meerderheid zwarte en Democratische gezinde ex gevangenen in Florida niet mochten stemmen, kwam de overwinning in die staat nipt in handen van Georg W.Busch en daarmee won hij de verkiezing tot president van Amerika.

En hoewel Amerika in de gehele wereld een pleitbezorger is van mensenrechten, word in verschillende eigen staten nog steeds de doodstraf toegepast, over vrijheid gesproken. Sterker nog in de strijd tegen het terrorisme worden de conventies van Geneve wel heel erg ver opgerekt in Amerika, en staat men zelfs toe om niet alleen buitenlandse verdachten te martelen Guantanamo  Bay, maar ook de Amerikanen zelf. En in diezelfde strijd, waar het Internationale Strafhof in Den Haag een grote rol speelt, is datzelfde hof door Amerika niet erkend, en kan men zelfs Amerikanen die voor dat hof vanwege oorlogsmishandeling terecht zouden moeten staan mogelijk zelfs met geweld daar weghalen. Alsof Amerikanen geen misdadigers kunnen zijn, of onder en boven de wet mogen wonen.

 

Stemrecht.

Het meest bejubelde recht van elke rechtgeaarde Amerikaan op de vrijheid, is het stemrecht. Maar is dat stemrecht wel zo vrij. Het is een ingewikkeld proces van stemmannen per staat bij voorverkiezingen voor de nominatie tot presidentskandidaat. Ruim voor de feitelijke verkiezingen tot president, komt het bestuurlijke apparaat al tot stilstand, worden wetten niet doorgevoerd, bang om stemmen te verliezen. Wordt er met modder gegooid naar elkaar op een wijze die mensonwaardig is, is er een verspilling van verkiezingsgelden die zijn weerga niet kent. Democraat of Republikein, veel andere keus is er niet, weliswaar zijn onafhankelijke kandidaten toegestaan, maar hun kansen zijn erg gering, eerlijk gezegd maken zij geen enkele kans ook al omdat hun de financiële middelen vaak ontbreken.

En is men eenmaal gekozen, dan is het moeilijker om een wet in te trekken dan om er een door te voeren. Onzinnige bepalingen zoals de miljardensubsidie voor katoentelers uit de jaren dertig van de vorige eeuw, en bedoeld om de keuterboertjes door economische slechte tijden te helpen, maar die heden ten dage nog steeds worden toegekend, terwijl de katoenindustrie zonder subsidie uitstekend rendabel is.

Gezondheidszorg.

De gezondheidszorg is door president Obama weliswaar hervormt, maar dat wil niet zeggen dat alle Amerikanen gezondheidszorg krijgen. Onderverzekerd, of gebonden aan de zogenaamde Healts Maintenance Organisations (HMO), die bepalen bij welke artsen de patiënt zijn zorg mag betrekken, dat betekend dat men vaak opgescheept zit met minder goede artsen, die doen wat hun opgedragen is door HMO om van een gestage stroom patienten verzekerd te zijn. Daarnaast zijn medicijnen erg duur, maar mogen niet van de buurlanden betrokken worden zoals Canada of Mexico waar ze stukken goedkoper zijn en van hetzelfde merk.

Roken is in Amerika in openbare gebouwen  en op alle werkplekken verboden. In New York mag men zelfs niet meer roken in openbare ruimtes zoals parken, stranden en voetgangersgebieden. Ook thuis roken in appartementsgebouwen staat onder druk, en zal mogelijk binnen afzienbare tijd verboden worden omdat geen garantie gegeven kan worden dat de schadelijke rook kan doordringen tot andere appartementen.

 

Onderwijs

In de grote steden is de kwaliteit van het openbaar onderwijs vaak bedroevend laag, en wil men beter onderwijs dan kan men terecht op particuliere scholen, maar die kosten al snel zo’n $ 25.000 per kind, en dat is voor weinigen weggelegd. Universiteiten kunnen de vraag naar aanmeldingen ook nauwelijks aan, ondanks dat een studieplaats soms meer is dan $ 50.000 p/jaar kost.

Vrije tijd en werk

Als men al niet werkeloos is, dan heeft de gemiddelde Amerikaan weinig vrije tijd. Een gemiddelde werkweek bedraagt 42 uur, heeft hij 2 weken vakantie, 9 dagen vrij voor nationale feestdagen en mag zich niet meer dan 2 dagen ziek melden. Heeft men de pech voor het minimumloon te moeten werken, dan is hij of zij genoodzaakt om er een 2e baan bij te nemen, omdat het minimumloon van ca. $ 5,-  te weinig betaald om een huis en gezin te onderhouden. Hij zal dan op de avonden en weekenden ook moeten werken.

Miljoenen Amerikanen hebben een huis met een veel te hoge hypotheek. Ca 30 % heeft meer hypotheek dan hun huis waard is. Voor sommigen zit er niets anders op, dan het huis leeg te halen en met de noorderzon te vertrekken alles achterlatend, in de hoop niet gevonden te worden. Een sociaal netwerk met de daarbij gaande uitkering, stopt na 1 jaar werkloosheid, en dan is men aangewezen op voedselbonnen. Vele Amerikanen wonen dan ook permanent in de zogenaamde mobilhomes. Maar ook de oorlogsveteranen, zij die hun leven riskeerden in oorlogsgebieden over de gehele wereld, en vaak als invalide of zwaar getraumatiseerd terugkwamen, ook zij leven op de rand of onder de armoedegrens, dat is hun dank voor hun inzet.

En mocht men de pech hebben om in een rechtszaak verwikkelt te raken, dan kan men maar zo gigantische bedragen moeten betalen, tegen het absurdische toe, als men verliest.

Privacy

Privacy is een groot goed, maar in Amerika gelden andere wetten, de antiterroristenwetgeving, de Patriot Act verplicht iedereen gegevens ter beschikking te stellen als de overheid daarom vraagt, bibliotheken moeten leesgewoonten doorgeven van hun lezers, bankgegevens worden nagetrokken van reizigers die Amerika in willen, paspoorten in andere landen moeten aan Amerikaanse normen voldoen, anders komt men Amerika niet in, vingerafdrukken etc. etc.

Verdachten, waarvan de schuld nog bewezen moet worden mag men met naam, toenaam en foto publiceren, terroristenverdachten opgesloten zonder proces op Cuba in Guantanamo Bay, terwijl de gewone Amerikaan niet vrij is om naar Cuba te reizen.

Huwelijken tussen blank en zwart, zijn o.a. pas toegestaan sinds 1998 in South Carolina, en sinds 2000 in Alabama. Maar nog steeds is ca. 40 % in Alabama tegen zo’n huwelijk.

Homoseksualiteit is in Amerika officieel geen taboe meer, maar nog maar kort mogen soldaten openlijk uitkomen voor hun geaardheid.  En het homohuwelijk is maar in enkele staten toegestaan, maar heeft geen federale rechtsgeldigheid, en het ziet er niet naar uit dat het binnen afzienbare tijd wel krijgt.

Amerika in absurditeiten.

Alabama

Het is de kiezer niet toegestaan om langer dan 5 minuten in een stemhokje  te verblijven.

Het is verboden op zondag domino te spelen

Het is verboden een snor te dragen die in de kerk de lachlust op zou kunnen wekken

Op het leggen van zout op een spoorlijn staat de doodsstraf

Een man mag zijn vrouw niet slaan met een stok die dikker is dan de diameter van zijn duim

Alaska

In Fairbanks is het verboden elanden drank te voeren

Beren schieten is toegestaan, maar het wakker maken van een beer voor een foto is verboden

In Tuscumbia is het verboden dat meer dan acht konijnen in een huizenblok wonen

Arizona

In Tucson is het voor vrouwen verboden een broek te dragen

In Globe is het verboden op straat te kaarten met een Indiaan

In Glendale is het verboden met je auto achteruit te rijden

In Nogales is het dragen van bretels verboden

In de staat Arizona is het verboden op kamelen te jagen

Arkansas

Een man mag zijn vrouw slaan, maar niet vaker dan een keer per maand

In Fayetteville is het verboden “enig levend wezen” te doden

In Little Rock flirten op straat met iemand van het andere geslacht kan beiden een maand cel opleveren

Het is verboden koeien op de openbare weg te blinddoeken

California

In Californie is het verboden om dichter dan 350 meter van de snelweg opgevulde artikelen te verkopen die vrouwenborsten uitbeelden ook wel tietenkussens genaamd.

Het is verboden vanuit je auto op wild te schieten, behalve op walvissen

Als je in Pacific Grove een vlinder molesteert riskeer je een boete van 500 dollar

In Pasadena is het voor een secretaresse verboden samen met haar baas alleen in een kamer te zijn

In Long Beach is het verboden te vloeken op een minigolfbaan

In San Fransisco is het verboden je auto schoon te maken met oud ondergoed

In Los Angeles is het verboden te huilen in de getuigenbank

Het is verboden met opzet een paard te laten struikelen

Colorado

In Durango is het verboden zich in het openbaar te vertonen in kleding die niet bij je sexe past

In Logan County is het voor een man verboden een slapende vrouw te kussen

In Pueblo is het verboden paardenbloemen te laten groeien binnen de stadsgrenzen

In Boston was het een tijdlang verboden een hond te bezitten die hoger was dan 25 centimeter

Connecticut

Het is verboden gebruikte scheermesjes weg te gooien

In Hartford is het voor mannen verboden hun vrouw te zoenen op zondag

In Hartford is het verboden een hond wat dan ook te leren

Delaware

Het is verboden over water te vliegen, behalve als men voldoende eten en drinken bij zich heeft

Trouwen vanwege een weddenschap is reden tot ontbinding van het huwelijk

In Maines is het verboden broeken te dragen die strak om de heupen zitten

Florida

In Florida mogen gehuwde en ongehuwde koppels in het openbaar niet tongzoenen.

In Miami is het voor mannen verboden een strapless jurk te dragen

Ongetrouwde vrouwen riskeren een gevangenisstraf als ze op zondag een parachutesprong maken

In Sarasota is het verboden te zingen als je een badpak aanhebt

In Miami is het verboden dieren na te doen

Georgia

Alle mannen in deze staat tussen 16 en 50 worden geacht aan de openbare weg te werken

In Columbus is het verboden op je veranda te zitten als je niet netjes gekleed bent

In Quitman is het voor kippen verboden de straat over te steken

Het is verboden een etalagepop om te kleden behalve als het raam bedekt is

Hawaii

Het is verboden alleen gekleed in een zwembroek in het openbaar te verschijnen

Het is verboden een mangoest (een soort civetkat)te houden zonder vergunning

Idaho

Dozen met snoep als romantisch cadeau gegeven dienen minstens 50 pond te wegen

In Pocatella is het dragen van verborgen wapens verboden, behalve als ze duidelijk zichtbaar zijn…

Ook in Pocatello is het voor voetgangers en “motoristen” verboden te fronsen, grimassen te vertonen, bedreigend of somber te kijken, of er depressief uit te zien, omdat dat de reputatie van de stad zou kunnen schaden

In Wallace is het voor mensen verboden in een hondenkennel te slapen

Illinois

In Illinois mag men geen reptielen verkopen zonder de schriftelijke verklaring, het beest niet te kussen.

Mensen die gehandicapt, ziek of misvormd zijn op een manier waardoor ze er walgelijk of afstotelijk uitzien mogen niet in het openbaar verschijnen in Chicago

In Chicago is het ook verboden om in je pyjama te vissen

In Chicago is het bovendien verboden een poedel mee naar de opera te nemen

Volgens de staatswet is het verboden Engels te spreken – de officiele taal van Illinois is “Amerikaans”

In Guernee is het voor vrouwen die meer dan honderd kilo wegen verboden paard te rijden in korte broek

In Joliet is het verboden de naam Joliet verkeerd uit te spreken (het is Dzjooliejet)

In Zion is het verboden honden, katten of andere huisdieren een brandende sigaar aan te bieden

Indiana

In South End is het voor apen verboden te roken

In Gary is het verboden binnen 4 uur, het theater te bezoeken na het eten van

Iowa

Het is verboden een entreeprijs te vragen voor het optreden van een eenarmige pianist

In Fort Madison moeten brandweermannen verplicht een kwartier oefenen voor ze naar een brand rijden

Kansas

Het is voor restaurants verboden kersentaart te verkopen op zondag

Als een man zijn schoonmoeder mishandelt is dat in Wichita geen grond voor echtscheiding

In Lang is het in augustus verboden op een ezel door de hoofdstraat te rijden als de ezel geen strooien hoed draagt

In Natoma is het verboden een mes te gooien naar iemand in een streepjeshemd

In Topeka is het verboden een eekhoorn lastig te vallen

In Lawrence is het verboden bijen te vervoeren in een hoed

Kentucky

Het is voor een vrouw verboden zich in badpak op de snelweg te bevinden, behalve als ze door minstens twee politieagenten begeleid wordt, of als ze lichter is dan 45 kilo of zwaarder dan honderd kilo.

Het is verboden vier keer met dezelfde man te trouwen

Louisiana

In Jeffersonis het verboden varkens te voeren met afval dat niet vers is gekookt.

In Louisiana mag tijdens sportwedstrijden niet gemopperd worden op spelers, al zijn ze slecht.

Brandweerwagens zijn bij wet verplicht bij elk rood stoplicht te stoppen in New Orleans

Als je iemand bijt in New Orleans is dat een simpele overtreding – als je dat doet met een vals gebit is dat een ernstige overtreding

Het is verboden in het openbaar te gorgelen

Maine

In Portland is het mannen verboden vrouwen onder de kin te kietelen met een veren plumeau

Het hoogste bedrag dat wettelijk met gokken kan worden gewonnen is drie dollar

In Rumford is het voor een huurder verboden zijn huisbaas te bijten

In Waterville is het verboden je neus in het openbaar te snuiten

Maryland

In Baltimore is het verboden aanrechten te wassen of te schuren, hoe smerig ze ook worden

In Halethorpe is het verboden langer dan een seconde te zoenen

Het is verboden oesters te mishandelen

Het is verboden Randy Newman’s liedje Short People voor de radio te draaien

In Nottingham zijn de inwoners tussen 1 maart en 20 oktober verplicht hun varkens vrij te laten rondlopen

Massachusets

In Salem is het ook voor getrouwde stellen verboden naakt te slapen in een gehuurde kamer

Het is verboden een sikje te dragen en laten groeien zonder vergunning

In North Andover is het verboden speelgoedgeweren te dragen

Het is verboden te duelleren met waterpistolen

In Boston is het verboden een bad te nemen, behalve op doktersvoorschrift

In Winchester mogen vrouwen niet koorddansen, behalve in de kerk

Michigan

Wie in de staat Michigan het volkslied in het openbaar in een medley verwerkt, of verzuimt om het lied vanaf het begin tot eind te laten horen, riskeert een gevangenisstraf van 90 dagen.

In Flint is het verboden om afzakkende broeken te dragen, die een deel van de onderkleding laten zien op straffe van maximaal 93 dagen.

In Brighton, Michigan is het verboden om je irritant te gedragen.

Volgens een staatswet is het haar van een vrouw eigendom van haar echtgenoot

In Detroit is het verboden in een auto te vrijen, behalve als hij op je eigen grond staat

In Clawson is het voor een boer bij wet toegestaan te slapen bij zijn varkens, koeien, paarden, geiten en kippen

Het is verboden een krokodil vast te binden aan een brandkraan

Minnesota

Vrouwen riskeren een celstraf van dertig dagen als ze zich als Santa Claus verkleden

In Minneapolis riskeer je gevangenisstraf als je dubbel parkeert

Iedere man in Brainerd moet bij wet zijn baard laten staan

Het is verboden stinkdieren te pesten

In International Falls is het voor katten verboden honden een telefoonpaal in te jagen

In het Pine Island-district dient een man zijn hoed af te nemen voor elke koe die hij tegenkomt

Mississippi

Het is nog steeds wettelijk toegestaan je “bediende” te doden

In Truro moet een potentiële echtgenoot zijn mannelijkheid bewijzen door tenminste zes merels of drie kraaien te doden

In Natchez is bierdrinken verboden voor olifanten

In Starr is het verboden de spot te drijven met overheidsgebouwen

Missouri

In Saco is het voor vrouwen verboden hoeden te dragen die kinderen, dieren of verlegen mensen aan het schrikken kunnen maken

In St Louis is het voor een brandweerman die dienst heeft verboden een vrouw te redden die niet volledig gekleed is – een vrouw in nachthemd mag niet gered worden

in Missouri heeft iedereen het “onvervreemdbare recht” dronken te zijn

Montana

Het is strafbaar voor een vrouw de post van haar man te openen

Het is verboden films te laten zien waarin strafbare handelingen gepleegd worden

Het is getrouwde vrouwen verboden om zonder begeleiding op zondag te gaan vissen. Ongetrouwde vrouwen mogen op geen enkele dag alleen vissen.

In Helena is ongebreideld gegiechel verboden bij wet

Nebraska

Het is voor een moeder verboden haar dochter te laten permanenten zonder staatsvergunning

In Waterloo is het voor kappers verboden uien te eten tussen 7.00 uur en 19.00 uur

In Omaha mogen kappers de borsten van hun klanten niet scheren

Als een kind in Omaha een boer laat in een kerk kunnen de ouders gearresteerd worden

Het is voor cafebezitters verboden bier te schenken als ze niet tegelijkertijd een soep klaarmaken

Nevada

In Nevada ia het verboden te vloeken in de nabijheid van een lijk.

Het is verboden met een kameel op de snelweg te rijden

Het is voor een man in Nyala verboden voor meer dan drie mensen bier te kopen

In Eureka is het voor mannen met snorren verboden vrouwen te zoenen

Als je op de straten van Elko wandelt dien je een masker te dragen

New Hampshire

Het is verboden de kleren die je aanhebt te verkopen om een gokschuld te kunnen betalen

Het is verboden je in een hotel onder een valse naam in te schrijven

New Jersey

In Haddon Township is het verboden om zonder toestemming met iemand van het andere geslacht te flirten, laat staan met iemand van hetzelfde geslacht.

Het is verboden naar een politieagent te fronsen

In Newark is het verboden ijs te verkopen na zes uur ’s middags, behalve als iemand een briefje van de dokter kan overleggen

Het is verboden soep te slurpen

In Trenton is het verboden een bedorven augurk op straat te gooien

In Essex Falls mogen eenden na tien uur ’s avonds niet meer kwaken

Automobilisten zonder armen hoeven in New Jersey geen tol te betalen

New Mexico

In Raton mag een vrouw niet in het openbaar paardrijden in een kimono

Staatsambtenaren schrapten 400 “sexueel expliciete” woorden uit Romeo en Julia

New York

In clubs en bars in New York is het verboden om te dansen, tenzij de eigenaar over een moeilijk te verkrijgen vergunning beschikt.

In de stad New York mag een man niet “op een bepaalde manier” achterom kijken naar een meisje – voor straf moet hij dan paarden-oogkleppen dragen

In dezelfde stad New York misdraag je je ernstig als je als man een andere man groet door je duim tegen je neus te houden en met je vingers te wiebelen

In Smith Town mogen honden niet langer dan vijftien minuten aaneengesloten blaffen

In de staat New York is het verboden vanuit een rijdende trolleybus op konijnen te schieten

In Brooklyn mag een ezel niet slapen in een bad

Bioscoopeigenaren zijn verplicht elke maand kauwgom onder de stoelen vandaan te schrapen

North Carolina

In Ashville is het verboden op straat te niezen

In Hornytown  zijn alle massage-instituten verboden

Volgens de staatswet moeten stellen die voor een nacht een kamer huren in twee bedden slapen die minstens veertig centimeter van elkaar af staan, en het bedrijven van de liefde op de grond tussen de bedden is streng verboden

Het is verboden sex te bedrijven op een kerkhof

Katoenboeren mochten geen olifanten gebruiken om te ploegen of katoen te planten

Het is verboden melk te drinken in een trein die door North Carolina rijdt

In North Carolina is het verboden vals te zingen

North Dakota

In Grand Forks  is het verboden om een sneeuwbal in een publieke ruimte op een prive ruimte te gooien.

Snoep gooien vanaf een praalwagen tijdens een optocht is eveneens verboden.

In Fargo kun je in de gevangenis belanden als je tijdens het dansen een hoed draagt, en zelfs als je een hoed draagt onderweg naar een plaats waar gedanst wordt

Het is verboden te gaan liggen en in slaap te vallen met je schoenen aan

Het is verboden tegelijkertijd bier en pretzels op te dienen in een bar, cafe of restaurant

Ohio

In Akron is het verboden konijnen of kuikens te verven.

In Cleveland is het voor vrouwen verboden leren schoenen te dragen omdat mannen misschien hun ondergoed er in weerspiegeld zouden kunnen zien

In Columbus mogen winkels op zondag geen cornflakes verkopen

In Oxford is het vrouwen verboden zich uit te kleden voor een foto of schilderij van een man

In Youngston is het verboden zonder benzine te komen zitten

Alle huisdieren dienen ’s avonds en ’s nachts in Ohio een rood achterlicht te dragen

Oklahoma

Mensen die rare gezichten trekken tegen honden in de plaats Normal kunnen gearresteerd worden

In Schulter is het voor vrouwen verboden naakt te gokken, in ondergoed, of met alleen een handdoek om

In Shawnee moeten drie honden schriftelijke toestemming hebben om op priveterrein bij elkaar te komen

Het is strafbaar vissen dronken te voeren

Oregon

Het is verboden te baden zonder keurige badkleding, dat betekent dat het lichaam van nek tot knie bedekt dient te zijn

In Hood’s Town mag je alleen jongleren met een vergunning

Het vrouwen worstelen is in Salem verboden

In Marion mogen dominees, voor ze gaan preken, geen uien of knoflook eten

Pennsylvania

In Morrisville moeten vrouwen die make-up willen dragen een vergunning aanvragen

Dominees mogen geen huwelijken afsluiten als bruid of bruidegom dronken zijn

Een automobilist die een koppel paarden ziet naderen dient zijn auto aan de kant van de weg te zetten en te bedekken met een doek die de kleur heeft van de omgeving. Zijn de paarden dan nog schrikachtig, dan dient de auto uit elkaar geschroefd te worden en de onderdelen dienen te worden verborgen onder de dichtstbijzijnde bosjes

Rhode Island

In Providence is het verboden op zondag een tandenborstel en tandpasta aan dezelfde klant te verkopen

Het is verboden augurkenzuur op een kar te gooien

In Newport is het verboden na zonsondergang een pijp te roken

South Carolina

Iedere burger mag zijn geweer mee de kerk in nemen

Er mag geen paard Fountain Inn binnen, behalve als hij een broek draagt

In Charleston moeten alle karrepaarden luiers dragen

South Dakota

Het is verboden in een kaasfabriek te gaan liggen en in slaap te vallen

Films waarin politieagenten worden geslagen of onheus worden behandeld zijn verboden

Tennessee

Het is verboden vissen te vangen met een lasso

In Dyersburg is het voor vrouwen verboden mannen uit te vragen

In de restaurants van Memphis is het verboden taart te geven aan andere klanten – het is ook verboden de niet opgegeten taart mee naar huis te nemen. Alle taart dient ter plekke te worden opgegeten.

De wet beperkt nog altijd de bewegingsvrijheid van Native Americans, drie of meer indianen kan als een vijandelijk leger worden aangemerkt en mogen dus worden beschoten.

In Memphis is het voor kikkers verboden na elf uur ’s avonds te kwaken

Texas

De complete Encyclopeadia Brittanica is verboden in Texas omdat het een formule bevat voor het thuis brouwen van bier

Een recente anti-misdaadwet stelt dat de misdadiger zijn slachtoffer 24 uur van tevoren dient te waarschuwen, mondeling of schriftelijk, en dat de misdaad daarbij duidelijk omschreven dient te worden

In El Paso dienen kerken, hotels, vergaderzalen, cafes en andere openbare ruimtes voorzien te zijn van spuugbakken die een aanzienlijke hoeveelheid spuug kunnen bevatten

Het is verboden andermans koe te melken

In Houston is het verboden op zondag Limburgse kaas te verkopen

In LeFors is het verboden al staande meer dan drie slokken bier te drinken

In Antonio mogen apen niet met de bus mee

Utah

Vogels hebben op alle snelwegen altijd voorrang

Een man is verantwoordelijk voor elk misdrijf dat zijn vrouw pleegt in zijn aanwezigheid

In Monroe moet het daglicht zichtbaar zijn tussen twee dansende partners

In Salt Lake City mag een niet ingepakte ukelele niet op straat vervoerd worden

Vermont

Vrouwen mogen alleen een kunstgebit dragen na schriftelijke toestemming van hun echtgenoot

Het is verboden het bestaan van god te ontkennen

Het is verboden onder water te fluiten

Virginia

In Richmond is het verboden een munt op te gooien om te bepalen wie er in een eetgelegenheid een kop koffie zal betalen

In Norfolk riskeer je zestig dagen cel als je een vrouw een tik op haar achterste geeft

Er is een staatswet die corrupte omkoperij-praktijken verbiedt door iedereen behalve verkiezingskandidaten

In Lebanon is het verboden je vrouw uit bed te schoppen

In Norfolk mogen kippen voor acht uur ’s morgens en na vier uur ’s middags geen eieren leggen

In Charlotte moet een paard een luier aan als hij een kar trekt

Washington

Een vrouw die in een bus of trein in Seattle op de schoot van een man gaat zitten zonder dat er een kussen tussen hen zit riskeert zestig dagen cel

In Auburn is het verboden maagden te ontmaagden, welke leeftijd ze ook hebben, en of ze getrouwd zijn of niet. Je kunt er vijf jaar cel voor krijgen…

Het is verboden te doen alsof je ouders rijk zijn

In Ellensburg is het verboden met een paard een cafe binnen te gaan

In Bellingham mag een vrouw onder het dansen niet meer dan drie stappen achteruit doen

West Virginia

In Nicholas County is het verboden vanaf de kansel grappen of humoristische verhalen te vertellen tijdens een kerkdienst

Dokters en tandartsen mogen hun patienten alleen verdoven als er een derde bij aanwezig is

Het is verboden in een trein te dutten

Wisconsin

In St Croix mogen vrouwen niets roods dragen in het openbaar

Het is verboden het haar van een vrouw te knippen

Het is verboden te zoenen in een trein

Je mag alleen kaas maken als je een kaasmakers vergunning hebt  Limburgse kaas mag alleen gemaakt worden door iemand met een meester kaasmakers vergunning

Wyoming

Het is verboden in theater of bioscoop een hoed te dragen die het zicht belemmert

Het is voor vrouwen verboden dichter dan een meter bij een bar te staan als ze drinken

In het openbaar topless zonnen is in het hele land verboden.

En dat alles in het land van de onbegrensde mogelijkheden, waar in de seks en porno industrie gigantische bedragen omgaan, en die tak de grootste is in zijn soort ter wereld.

Hoe hypocriet wil men zijn.

 

Dit artikel is grotendeels  tot stand gekomen n.a.v. het lezen in HP de Tijd van juni 2011

En via diverse internetsites.

 

Anton Heijmerikx

Polen, een belangrijke staat in een soms moeilijke en onmogelijke spagaat.

Polen is sterk verbonden met de geschiedenis van Europa,met zijn ligging tussen grote mogendheden als Rusland in het oosten, Duitsland (Pruisen) in het westen, en Oostenrijk in het zuiden gescheiden nog door Tsjecho-Slowakije.

Rond het jaar 1000,werd de basis gelegd voor de Poolse staat, de West Slavische stammen hier terecht gekomen door de grote volksverhuizing. Hun vorst Mieszko I sloot zich na zijn bekering aan bij de overige vorsten van Europa, en nam de kerstening ter hand. Kerk en adel waren zijn manier, om zijn gezag te doen gelden in een groot gebied. Zijn zoon Boleslaw I nam dezelfde manier aan om zijn gezag te vergroten, en annexeerde grote gebieden. 25 jaar later werd hij de 1e koning van Polen. Polen bestond uit 2 grote delen, Groot Polen in het noorden met o.a. Gniecno, Poznan en Kalisz en Klein Polen met o.a. Krakau, Lublin en Kielce. Na zijn dood verbrokkelde zijn rijk, maar een zijner opvolgers herstelde het Poolse rijk. In 1076 werd Boleslaw II gekroond, maar die raakte in conflict met de bisschop van Krakau, toen hoofdstad van Polen. Hij liet de bisschop terechtstellen, maar werd daarvoor verbannen en werd opgevolgd door Boleslaw III. Na diens dood werd het rijk verdeeld onder zijn 4 zonen, die hun gebied weer verdeelden onder hun erfgenamen. Daardoor verwierf de kerk en adel steeds meer invloed, maar raakte de macht steeds meer verzwakt. In het noorden nam mede hierdoor de invloed van Pruisen steeds toe, en in het zuiden deden de Tartaren van zich spreken door steeds meer gebieden te veroveren.

Hertog Konrad van Mazovië, deed ten einde raad een beroep op de kruisridders van de Duitse orde, die tor doel hadden de heidenen op het Christelijke pad te brengen. Maar dat nobele streven veranderde al snel, toen zij zich op de handel gingen toeleggen, dat verdiende uiteraard veel beter. Zij verdreven dan wel de vijanden zoals de Tartaren, maar namen het land min of meer in bezit van het zuiden tot het noorden, en breidden zo hun macht uit. Toen zij ook nog deelnemen aan het machtige Hanzeverbond, kregen zij de touwtjes helemaal in handen. Zij bepaalden wat mocht en niet mocht. Polen had mede daardoor geen toegang meer tot de Oostzee, en was geheel afhankelijk van de adel der Kruisridders. En ook de steden gingen zelfstandig handelen, terwijl Bohemen en Litouwen aan de grenzen rammelden.

Koning Wladyslaw I trok uiteindelijk ten strijde tegen al die krachten die de Poolse eenheid bedreigden, en won langzaam stukje bij beetje aan invloed en macht, en herstelde zijn heerschappij, en zelfs de machtige steden kreeg hij onder zijn invloedsfeer. Hij werd in Krakau opnieuw tot koning gekroond in 1320. Zijn zoon Kazimierz III zet zijn succes voort, en breid het Poolse territorium uit met grote gebieden zoals delen van Oekraïne. Maar hij verliest Silezië aan de koning van Bohemen. Na zijn dood komt de troon aan het geslacht Anjous uit Hongarije, Ludwik was de 1e vreemde vorst over Polen, zijn 11 jarige dochter Jadwiga wordt in 1384 tot koningin gekroond in Krakau. Zij is sinds 1997 heilig verklaard.

Reeds op 12 jarige leeftijd werd zij gedwongen om te trouwen met Jagiello groothertog van Litouwen, die 2 weken na hun huwelijk gekroond werd tot koning van Polen in maart 1386. Jadwiga werd maar 25 jaar oud, en overleed zonder kinderloos, maar politiek werd hun huwelijk een succes, Koning Jagiello was in staat om het hoofd te bieden aan de oppermachtige Kruisridders die in 1410 werden verslagen, en was hij in staat om het Poolse grondgebied flink uit te breiden. Aan het eind van de 15e eeuw kwamen er grote veranderingen op sociaal, economisch en politiek gebied,de adel werd steeds belangrijker, landbouwproductie groeide sterk, en daardoor de rijkdom van de adel die de landbouwgebieden bezat. De adel verkreeg daardoor meer privileges dan elders in Europa, en bezette vrijwel alle openbare functies. In de 2e helft van de 15e eeuw ontstond de Sejem, (Poolse landdag) afgevaardigden van de adel en de senaat, waarin ministers, bisschoppen, hoge gezagsdragers en legeraanvoerders zitting hebben, en waarbij de koning steeds aanwezig is. Elk besluit werd unaniem besloten en uitgevoerd.

De 16e eeuw was de gouden eeuw voor Polen, het was verreweg de grootste staat van Europa, de Jagiellonen (aanhangers van koning Jagiello) beheersten Polen, Litouwen, Letland, Wit Rusland, Ruthenië, Oekraïne, Hongarije en Bohemen. De adel had zijn monopolie op het landbezit, de boeren gebonden aan de grond, en verplicht herendiensten te verrichten. Politieke veranderingen niet mogelijk zonder unanieme besluiten. De handel floreerde als nooit tevoren dankzij het Hanzeverbond.

Koning Zygmunt gehuwd met de Milanese Bona Sforza, dochter van de hertog van Milaan droeg enorm bij aan de florerende cultuur van kunst en wetenschap, de universiteit van Krakau droeg daaraan ook bij, godsdienstvrijheid stimuleerde het geestelijk leven, kortom Polen was letterlijk en figuurlijk het middelpunt van Europa.

Zijn zoon Zygmunt II volge hem op in 1584, zijn 1e vrouw werd door zijn moeder en haar schoonmoeder Bona Sforza vermoord, zijn 2e vrouw Barbara Radziwill, bekend om haar schoonheid, stierf 4 jaar later, en weer werd Bona Sfoza genoemd als verdachte, en zijn 3e huwelijk mislukte, alle drie huwelijken bleven kinderloos.

Intussen had zich een nieuw soort adel ontwikkeld, die de politiek in de volgende eeuwen zouden gaan domineren. Rijke families met grote bezittingen die zowel grondgebied met dorpen, steden en kastelen bezaten, Radziwill, Lubomirski, Czartoryski, enz. zij hadden zo ongeveer alle macht naar zich toegetrokken, vooral voor hun eigenbelang. Zij bepaalden wat er gebeuren moest, en droegen bij tot het verval van Polen.

In 1569 kwamen de adel bijeen in Lublin, en stichten aldaar de zogenaamde Adelsrepubliek, een samenvoeging van Polen en Litouwen. Daarbij bepaalden zij in 1609 dat de hoofdstad van Krakau naar Warschau verplaatst werd, omdat in het noorden de economie krachtiger was, en bepaalden bij democratische verkiezingen wie als uit hun midden tot kieskoning verkozen werd. Toch kwam er een roerige tijd met vele oorlogen tegen o.a. de Zweden, Russen en Turken. In 1648 kwam er een eind aan de 30 jarige oorlog,maar in 1654 kreeg men te doen met de Kozakken opstand in de Oekraïne, het gevolg was dat grote gebiedsdelen verloren ging aan Rusland. Janusz Radziwill voelde zich bedreigd in zijn koningschap, en haalde de Zweden binnen, maar de Zweedse zondvloed richtte uiteindelijk grote schade aan het land, hele dorpen, steden, kastelen werden totaal verwoest, hele streken ontvolkt, landbouwgebieden totaal vernield, en de handel kwam stil te liggen. Polen kwam zwaar gehavend uit de strijd, en verloor grote gebieden aan Zweden,Rusland en vooral Pruissen. In 1672 verklaarden de Turken Polen de oorlog, maar Jan Sobieski versloeg met zijn Poolse leger de Turken op de dag dat de Poolse koning overleed, als dank werd hij tot de nieuwe koning verkozen. In 1683 versloeg hij wederom de Turken, die dan Wenen belegerden, en hij gaat de geschiedenisboeken in als de man die de Islam verbreiding in Europa daar een halt heeft toegeroepen. Onder zijn leiding kwam het tot herstel van politieke en economische bloei. Polen was op dat moment nog steeds een grootmacht, de grootste van Europa en na Rusland de 2e van de wereld.

Na zijn dood verbrokkelde Polen en werd een speelbal van vreemde mogendheden, omdat het democratische stelsel, het Liberum Veto (eensgezinde stemming) niet functioneerde. Zonder centraal gezag, financiële middelen en militair gezag, zakte Polen af tot anarchie en kregen de buren steeds meer invloed. Met August II begon de Saksische tijd in Polen, hij kwam door intriges aan de macht, maar Frankrijk kreeg door zijn invloed in 1704 zijn keus op de troon, terwijl hij na 5 jaar weer door August II werd opgevolgd met behulp van de Russische Tsaar Peter de Grote.  Maar het land raakte toch steeds verder weg in een crisis en de roep om hervormingen werd steeds luider, en kreeg steun van de machtige familie Czartoryski, die zich uiteindelijk de macht toe-eigende. In 1764 deed die familie een beroep op tsarina Catharina de Grote, om met haar hulp hun neef op de troon te benoemen, Stanislaw August Poniatowski, hij was de laatste koning van Polen, maar wel de bekendste. Hij maakte een begin met hervormingen, versterkte het leger en kreeg het voor elkaar om het machtige Liberum Veto af te schaffen, dit tot groot ongenoegen van de Pruisische Koning Frederik II en de Russische Catharina de Grote, om al de privileges weer te herstellen, leidde dit uiteindelijk tot een burgeroorlog, en het gevolg daarvan was dat koning Frederik van Pruisen, tsarina Catharina de Grote van Rusland en keizerin Maria Theresia van Oostenrijk besloten over te gaan tot verdeling van Polen over hun landen en grondbezit, wat van Polen overbleef was een klein protectoraat.

Met een groeiend nationaal besef, wenste de bevolking van Polen minder buitenlandse invloeden na een vierjarige sejm, landdag, werd in 1791 een nieuwe grondwet aangenomen, de modernste van Europa op dat moment tot stand gekomen, onder invloed van de Franse revolutie en werd de constitutionele monarchie gevestigd. Maar enkele magistraten weigerden deze tot stand gekomen grondwet te accepteren en begonnen een opstand welke door de Russen werd gesteund, de hervormingsgezinde Polen kwamen daardoor in opstand, welke opstand door Rusland werd neergeslagen, en in 1793 werd Polen opnieuw gedeeld tussen Rusland en Pruisen, de verslagen koning Stanislaw August werd gedwongen af te treden op 27 november 1795, en Polen hield op te bestaan.

De drie bezettende machten, begonnen Polen gelijk te koloniseren, en daardoor vluchten vele Polen naar Frankrijk, en namen daar dienst in het leger. Met behulp van Napoleon hoopten zij Polen te kunnen bevrijden. Ook Napoleon maakte gebruik van Poolse militairen, en na zijn overwinning op Pruisen, verloor Pruisen grote gebieden van zijn Poolse gebied, en vormde Napoleon in 1807 het Groothertogdom Warschau. In samenwerking met Frankrijk, nam het groothertogdom met 100.000 man deel aan de tocht van Napoleon naar Rusland, in de hoop daarmee de Russen uit hun bezette gebieden te verdrijven, maar de geschiedenis leert ons dat die poging jammerlijk mislukte. Met de val van Napoleon was het Groothertogdom Warschau zijn bondgenoot voorgoed kwijt.

In 1815 werd bij het congres van Wenen het koninkrijk polen gevormd, dat samen met Rusland een personele unie vormde. Frankrijk diende als voorbeeld voor de staatsinrichting, de invloed van de adel bleef, en de boeren waren en bleven afhankelijk van die adel als grootgrondbezitters. Constantijn de broer van de staar van Rusland, had feitelijk de macht en behield die ook, omdat vrijwel alle belangrijke functies door Russen werden bezet. De joden kregen het moeilijk onder dit bewind, zij woonden hoofdzakelijk in het oosten, de joden die zich hadden aangepast aan de Poolse cultuur, bekleden over het algemeen goede functies, maar dat veranderde door oorlogen met Zweden, en invallen van Kozakken waarbij velen hun welvaart zagen verdwijnen. Zij vormden nadien vaak de middenklasse, tussen de adel en de boeren, en verdienden hun geld met de handel als middenstander, rentmeester of herbergier. Hun situatie veranderde drastisch, toen grote aantallen arme joden vanuit Rusland Polen binnenkwamen. Zij werden argwanend bekeken door zowel de katholieken en de joden in Polen, en de Russische verdeel en heerspolitiek deed daar nog een schepje bovenop. Maar de pogroms van de tsaristische politie in het bezette oostelijke deel van Polen vormden de grootste bedreiging, zij werden met geweld gedwongen te integreren in de gevestigde gemeenschappen.

Krakau werd een vrije stadsrepubliek, Oostenrijk behield Galicië, en kreeg geen autonomie evenmin als het Poolse deel onder Pruisen. Galicië was economisch een achtergebleven gebied, en een van de armste delen van het Oostenrijkse keizerrijk. Een lege oude Oostenrijkse kazerne uit die tijd, werd in WO II het begin van het concentratiekamp Auswitsch.

In 1830 ontsnapte koning Constantijn ternauwernood aan een aanslag, en de Polen hebben dat geweten,onderdrukking van Rusland, en economische strafmaatregelen waren het gevolg. Beginnende autonomie werd weer aan banden gelegd, deelnemers verbannen, hun goederen in beslag genomen en universiteiten werden gesloten. Ook in het Pruisische deel werd de macht van de adel aan banden gelegd, en werd Duits de voertaal. Toen in 1846 ook in Krakau een opstand uitbrak, was dat voor Oostenrijk aanleiding om de republiek Krakau te annexeren.

De Italiaanse opstanden in de vele verschillende republiekjes en koninkrijkjes aldaar, en het streven naar een grotere eenheid in Italië, waren voor de Polen aanleiding om ook weer in opstand te komen. Hervormingen werden doorgevoerd Russiche ambtenaren werden vervangen door Polen, universiteiten werden weer geopend, en rond 1860 werd de roep om hereniging van Polen bij een opstand in Warschau hardop geroepen. Warchau werd daarop belegerd, en deelnemers werden gedwongen in het Russische leger te dienen. De opstand werd door de adel en de kerk gesteund, maar de boeren lieten het afweten, en mede daardoor mislukte de opstand, en werd er opnieuw een schrikbewind ingevoerd. Door de verdeeldheid van Polen, werd er in verschillende gebieden verschillend geregeerd.

Het Russische gebied was arm en hoofdzakelijk was het hier landbouw dat domineerde.

Het Pruisische deel maakte sinds 1871 deel uit van Duitsland, en werd zwaar onderdrukt onder leiding van Bismarck, met tot doel de adel, de taal en de katholieke kerk uit te schakelen, maar de samenwerking tussen die groeperingen bood sterke weerstand tegen de onderdrukking.  In tegenstelling tot andere delen van Polen, bracht de Duitse overheersing hier wel economische vooruitgang, mede door de aanwezigheid van grondstoffen in Opper-Silezië.

Het Oostenrijkse deel Galicië , kreeg een eigen Poolse stadhouder die de Oostenrijkse keizer vertegenwoordigde, en een eigen parlement. De Poolse taal kreeg erkenning, en Oostenrijkse ambtenaren werden door Poolse vervangen, maar slecht economisch beleid leidde tot nog grotere armoede.

 

Bij het begin van WO I, was het maarschalk Pilsudski, die met een Pools garnizoen de Russische grens overtrok, toen de Duitsers aan de verliezende hand waren, riep hij zichzelf uit tot president van de Poolse republiek, en kreeg erkenning van de toenmalige geallieerden. Bij het verdrag van Versailles na WO I werden de grenzen vastgesteld tussen de oorlogvoerende landen, maar tussen Polen en Duitsland niet altijd duidelijk. In Oost Pruisen en Silezie zouden volkstemmingen plaatsvinden, die overigens nog moeten plaatsvinden. Pilsudski wilde een federatie vormen met Litouwse, Wit Russische en Oekraïense gebieden, wat tot een oorlog met Rusland leidde. Maar Pilsudski wist de Russische aanval op Moskou af te slaan, en voorkwam daarmee een nieuwe bezetting van Polen.

Maar Polen was een chaos, politiek, omdat de sjem het Poolse parlement door zijn macht en verdeeldheid met grote regelmaat de kabinetten ten val bracht, en economisch, omdat het een landbouwnatie was, waarbij een klein aantal grootgrondbezitters feitelijk de macht hadden, en ook omdat de industrie onderontwikkeld was, en de werkloosheid enorm was.

In 1926 pleegde Pilsudski een staatsgreep, en onder zijn dictatoriaal bewind verbeterde de situatie in Polen, mede ook door de enorme uitvoer van steenkool, en Amerikaanse financiële hulp.

Maar het zat de Polen ook niet mee, de wereldwijde  financiële crisis van 1929 maakte een eind aan de verbeterende omstandigheden, evenals elders in de wereld.

Toen tenslotte op 1 september 1939 WO II uitbrak met de inval in Polen door de Duitsers, en de Russen op 17 september aan de oostkant Polen binnentrokken, en Warschau op 27 september viel en capituleerde, was het voor de zoveelste maal dat Polen ophield te bestaan.

Ook de gruweldaden van de Duitsers tijdens de bezetting, was nergens zo wreed als in Polen, deportaties en terechtstellingen waren aan de orde van de dag, concentratiekampen zoals Auschwitz, Majdanec, Sobibor, Treblinka en Belzec werden op Poolse bodem ingericht met als doel levens bewust te vernietigen. Schattingen lopen uiteen, maar het waren er minstens 3 miljoen, en niet enkel joden.

In 1944 kwamen de inwoners van het getto Warschau in opstand, maar dat werd ongenadig door de Duitsers neergeslagen. Die opstand begon nadat ca. 300.000 joden in 2 maand tijd uit het getto naar Treblinka waren afgevoerd om vergast te worden. Toen de Duitsers opnieuw de overgebleven joden wilden afvoeren, kwamen zij in opstand.

Ca. 7.000 joden sneuvelden, ca. 6.000 kwamen om in het ondergronds rioolstelsel door brand en of vergassing, en de overgeleven ca. 40.000 joden werden alsnog omgebracht in Treblinka.

De Russen die dicht bij de stad lagen, om de Duitsers te verslaan, keken zonder in te grijpen toe, hoe Warschau en zijn inwoners werden vernietigd.

Het kwam ze goed uit, zonder iets te doen en te zeggen, werd Polen vernietigd.

6 Miljoen Polen kwamen om in de oorlog, 70 % van het cultuurbezit ging verloren.

En toen Polen bevrijd was van de Duitsers, kwamen zij opnieuw onder bezetting, maar nu onder de Russische terreur onder leiding van Stalin.

Bij de conferentie van Jalta in februari 1945, werden de grenzen van Polen door Roosevelt, Churchil en Stalin vastgesteld. Rusland kwam er goed mee weg, bijna 47 % verdween richting Rusland de zogenaamde Curzongrens, die al stamt uit 1918.

Polen krijgt als compensatie grote delen van Duitsland, de zogenaamde Oder-Neissegrens.

De communisten in Polen krijgen de macht in handen, daarbij gesteund door het nog steeds aanwezige Rode leger, de verkiezingen worden gemanipuleerd in 1947, en na de nieuwe grondwet van 1952 beheerst de partij vrijwel alle aspecten. De regering in ballingschap die in Engeland zetelt, kijkt machteloos toe, en voelt zich niet gesteund door de rest van Europa.

Pas als Lech Walesa democratisch gekozen is in Polen, treden zij terug in overleg met Walesa.

De bevolking is niet bepaald communistisch gezind, lage lonen en slechte werkomstandigheden leidden tot stakingen en opstanden die bloedig worden onderdrukt.

Poolse militairen die aan de zijde van de geallieerden mee hebben gevochten om Europa en hun Polen te bevrijden van het juk van de nazi’s, kunnen niet terug naar huis, omdat de communisten hun Polen bezet houden. Het duurt ook heel lang, voordat zij de eer krijgen toebedeeld, die hun toekomt.

Boleslaw Bierut, een Poolse boerenzoon was de 1e president van Polen (1947-1956) en een trouw aanhanger van Stalin, hij regeerde met ijzeren vuist.

Nadat Stalin in 1953 was overleden, brokkelde zijn macht af, en kort na de rede van Nikita Chroesjtsjov, de opvolger van Stalin, waarin Stalin werd gehekeld, stierf Bierut onder verdachte omstandigheden in 1956 te Moskou.

Zijn opvolger werd zijn vroegere tegenstander Wladyslaw Gomulka, die de Stalinistische politiek wist om te buigen, maar de politiek bleef met Rusland verbonden. In 1970 viel hij in ongenade, en werd opgevold in 1971 door Edward Gierek, die enkele liberaliseringen wist door te voeren, en dankzij grote leningen wist hij de levensstandaard van de Polen te verbeteren.

Gierek bracht zijn jeugd door in Frankrijk, nadat zijn vader bij een mijnongeluk was omgekomen in 1917 hertrouwde zijn moeder en vertrok hij als 4 jarige naar Frankrijk, om in 1948 terug te keren naar Polen. In 1976 moesten prijsverhogingen worden doorgevoerd, maar na onlusten werden die niet uitgevoerd, In 1980 moest hij aftreden nadat prijsverhogingen gezien de noodzakelijke economische hervormingen wel werden uitgevoerd, en de onlusten die daarop volgden luidden zijn val in.

Kort daarop werd hij opgevolgd door Stanislaw Kania, die na 1 jaar alweer werd opgevolgd door generaal Jaruzelski in 1981, en die in het najaar van 1981 de noodtoestand uitriep, daarna verdween Gierek zelf voor 1 jaar de gevangenis in, hij overleed na een lang ziekbed in 2001 in Zuid Polen.

Wojciech Jaruzelski werd partijleider in oktober 1981, daarvoor had hij verschillende functies gehad binnen de vroegere regeringen. Als minister van Defensie keurde hij destijds de inval in Tsjecho-Slowakije goed, was minister van binnenlandse zaken en verantwoordelijk voor het gewelddadig optreden van de oproerpolitie en de vele tientallen doden bij de stakingen van de dokwerkers in Gdansk.

Draaide hervormingen terug, en verbood de vakbond Solidarnosc van Lech Walesa. Maar de macht van Jaruzelski reikte niet verder dan Warschau, en liep aanmerkelijk terug. In 1988 vonder er ronde tafelgesprekken plaats tussen regering en oppositie, en het resultaat was de legalisering van de vakbonden, en werden er politieke partijen toegestaan. Ook werd er een nieuwe grondwet gemaakt die door iedereen werd geaccepteerd, en waarbij de communistische partij in elk geval in de sjem, het parlement de helft plus 1 zetel zou blijven bezetten. In 1989 bij de vrije verkiezingen verloor de communistische partij gigantisch, en won Solidarnosc, maar behielden de communisten de meerderheid dankzij de grondwet. Jaruzelski werd tot president gekozen, maar trad af als partijsecretaris en zegde zijn partijlidmaatschap op, en was dus op papier een partijloze president.

In 1989-1990 kreeg Polen een nieuwe democratische grondwet, werden er nieuwe verkiezingen gehouden waaraan Jaruzelski niet deelnam, en werd Lech Walesa tot president gekozen.

Jaruzelski moest in 2008 terecht staan in Warschau vanwege het geweld bij de zogenaamde broodrellen van 1970, maar werd gesteund door Lech Walesa die verklaarde dat niet Jaruzelski schuldig was, maar het communistische systeem, waardoor hij zijn handen niet vrij om juist te handelen.

Onder Walesa werd een begin gemaakt met economische en politieke stabiliteit, hij werd opgevolgd door Kwasniewski die op de ingeslagen weg verder ging, en dat leidde tot het lidmaatschap van de NAVO in 1999 en lidmaatschap van de Europese Unie  op 1 mei 2004.

In oktober 2005 werden de controversiële en conservatieve Lech Kacynski gekozen tot president, op 10-4-2010 stortte het vliegtuig onder slechte weersomstandigheden neer, waarin hij zat neer, 96 slachtoffers waren er te betreuren waarvan velen tot de Poolse elite behoorden.  Zij waren op weg naar Katyn om de slachtoffers te herdenken die waren omgekomen tijdens de oorlog, ca. 22.000 Poolse officieren en andere intellectuelen zijn daar omgebracht door de Russische geheime dienst.

De geruchtenmachine n.a.v. dat ongeluk kwam snel op gang.

Het meest gehoord was, dat hij de piloot gedwongen zou hebben toch te landen ondanks het slechte weer. Wanneer niet geland zou worden, moesten zij uitwijken en kwamen zij te laat voor de plechtigheden.

Het onderzoek naar dat ongeluk is nog in volle gang, en triest is dan als je hoort op het 8 uur journaal dat de militaire aanklager Mikolaj Przybyl, zich van het leven wil beroven, als hij aangeeft 5 minuten pauze in te lassen tijdens de persconferentie, en vervolgens in een zijkamertje verdwijnt en iedereen kan horen dat hij met zijn dienstwapen zich een kogel door het hoofd schiet.

Hij is niet dodelijk getroffen, maar ernstig gewond afgevoerd naar het ziekenhuis.

Kacynski werd opgevold door Bronislaw Komorowski.  Jaroslaw Kacynski zijn tweelingbroer, werd in 2007 gekozen tot premier en hij werd weer opgevolgd in door Donald Tusk die de verkiezing nipt won in oktober 2011.

 

Anton Heijmerikx, Lathen

Het ontstaan van het dorp Nijbroek.

Nijbroek, een dorp van geringe omvang, die met de tijd niet is meegegroeid, terwijl het in vroegere jaren toch van redelijk betekenis is geweest. Het ligt bijna centraal in het Water­schap Veluwe ten noord-oosten aan de IJssel tussen Voorst en Hattem. Het hele gebied is doorsneden met, wat men noemde Veluwsche beken, maar die benaming is foutief, omdat al de waterwegen al dan niet een klein stroompje volgend, gegraven zijn. Men mag dan ook aannemen dat het gehele gebied moerasge­bied geweest is, welke door de bedijking van de IJssel en het graven van afwateringskanalen, later wateringen genoemd, vruchtbare en bruikbare kleigrond heeft opgeleverd, wat zeer zeker merkbaar is in de loop van de geschiedenis, want als men het heeft over de armoede van de Veluwe met zijn zandgronden, dan valt dit gebied er duidelijk buiten.

Natuurlijk zijn er altijd kleine of grotere gebieden geweest, welke van nature hoger gelegen waren en welke daardoor in het moerasgebied bewoont zijn geweest, en bruikbaar voor de land­bouw. Bekende hoogten waren o.a. Anklaar, Teuge, Oene, Nijen­beek, Vorchten, Veessen en Werven, terwijl ook verschillende boerderijen genoemd zouden kunnen worden. Vele van deze gebie­den waren, ook al lagen zij in het Gelderse gebied, op het Oversticht georiënteerd, met name op Deventer, terwijl de IJssel ook geen beletsel was voor jongelui om een huwelijks­partner aan de andere kant te zoeken, iets wat veelvuldig voorkwam. De economische toenadering verdween in de 14e eeuw toen agressieve Gelderse Graven het zwakke Oversticht terzijde schoven, en Deventer op de knieen kreeg, alhoewel er heden ten dage nog steeds Geldersche enclaven zoals Welsum en Marle bij Overijssel horen, stemmingen ten spijt.

Voor de vorming van een groot Veluws waterschap, moeten kleine plaatselijke besturen en of grondeigenaren werkzaamheden hebben verricht, om hun gebied te beschermen, zoals bijv. Hofmarken zoals die te Gietel, of Vrije marken zoals die te Veessen. Zeker niet op de manier zoals de dijkaanleg nabij Nijenbeek in 1314 door de landsheer en eigenaar gedaan alleen ter bescherming van zijn eigen grondgebied, iets wat alleen de grote heren zich ongestraft konden veroorloven.

Maar vermoedelijk waren er langs de hele IJssel wel kleine particuliere bedijkingen met een eigen lozing op het buitenwa­ter, zoals voor de landen onder Gietel en Wilp met hun lozing van de wetering de Fliert tegenover Deventer, waarbij een Erve de Ziele (zijl=lozingssluis) de plek ongeveer doet aangeven.

In het begin van de 14e eeuw, was het aanmaken van nieuw land in dit gebied aan de orde van de dag, en nieuw land werd in die tijd broek genaamd, dus nieuwbroek of zoals in 1328 Nij­broek genaamd. De geboorte van een naam, met vestiging van mensen op die plek, en een dorp komt daardoor tot leven.

Graaf Reinald heeft opdracht gegeven in 1328 om zijn grondge­bied bestaande uit broeck en wildernis dat voortaan Nybroek gaat heten te ontginnen door twee ondernemers, “locateurs” genaamd die voor de uitvoering zorg zouden dragen, en voor hun kosten en moeite extra beloond zouden worden, een hunner werd later de eerste richter over het gebied.

Vanuit het Zeeuws-Hollands watergebied kwamen de werkers, die al veel ervaring hadden opgedaan in hun eigen watergebied, maar zij brachten ook hun gewoonten en ideeën mee, zoals bijv. de putse (een algemene dijkmaat) hun rechts- bestuurs- en waterschapsorgani­satie, een college van richter en schepen, wat hier op het platteland nog onbekend was, en die al de bestuurlijke vormen naar zich toe trokken, en daardoor hun stempel in bestuurlijk opzicht en ontwikkeling zeer zeker gezet hebben.

Omtrent het jaar 1342 werd het Karthuizer klooster Monnikhui­zen bij Arnhem gesticht, waarbij Graaf Reinald met milde hand, kwistig goederen onder Nijbroek geschonken heeft. Dit klooster heeft omstreeks 1370 zijn invloed doen gelden in het gebied van Nijbroek, en men bezat hier ook een hoofdhof “het Spijker” welke aanvankelijk bewoond werd door de meijer van Monnikhui­zen, en later door de richter van Nijbroek. Nadat het land afdoende watervrij gemaakt was, was de opbrengst aanzienlijk.

Dat het klooster een leidende rol heeft gespeeld blijkt uit de kroniek ” Item int yaer ons heren 1370 waert de erste scluse gelecht, und was end holten scluse, unnd kosten de erfgenamen by 900 golden gulden”. Men had vier maatregelen genomen:

1. Afdoende bedijking van de IJssel.

2. Afleiding van Water van de tot duslang vrij instromende Veluw­se beken.

3. Het maken van een wetering door het kom-gebied tot het laagste punt en het leggen van een       lozingssluis.

4. Rege­ling van onderhoud en toezicht van een en ander.

Omdat aan de Grift (het afwateringsgebied van het Veluws hoogmassief) 2 molens hebben gestaan, welke toebehoorden aan het klooster Monnikhuizen, mag men aannemen dat de monniken ook hierin een aandeel hebben gehad, terwijl men aan de loop

kan zien dat het een kunstmatig geschapen werk was, terwijl in de 17e eeuw en later ook in de 19e eeuw het bevaarbaar voor schepen is gemaakt. Deze vorm van afwateren was in Engeland en Duitsland reeds gangbaar. Het onderhoud werd in 1785 gedragen door Terwolde en zijn gebied, met inbegrip van Grapendaal in het Oversticht, het volgende stuk onder Welsum tot bij het Olster veer was ten laste van Nijbroek, Welsum onderhield een gedeelte onder dat veer. Oene had van oudsher een groot gebied van zijner reeds bestaande omdijking, het kerspel Heerde het gebied van Veessen en Vorchten, Nijbroek had samen met Terwol­de Oene Vorchten en Heerde een gedeelte in onderhoud genaamd de nieuw aangelegde Dwarsdijk, wat viel onder het Oversticht, Marle genaamd, terwijl datzelfde Marle zelf een minder bloot gesteld gebied onderhield tot Hulsbergen (onder Hattem).Het toezicht werd door de Gelderse landsheer ingesteld, waar­bij het opmerkelijk was, dat de Overijsselnaren het steeds hebben erkend, terwijl het nooit meer dan een mondelinge afspraak moet zijn geweest, maar het grote belang zal door iedereen erkend zijn. In 1429 noemt men dat de Gelderse dijkstoel, ook de Overijsselse ingelanden sal beschutten en beschermen, zoals voorheen was ingezet en overgegeven.

Oene is van oudere datum, omdat dat gebied al met bekading omringd was, en men niet aanneemt, dat daardoor het bovenlig­gend gebied afgesloten was, Oene zal dus reeds voor het uitge­ven van nieuw land (Nijbroek) bestaan hebben. Rond ca.1420 kwam het zover, dat “al dat water yn kerspel van Oen op de syle doer den Isseldyck uut plecht te loepen ock doer de groete scluse geleit wort”. Het hele gebied werd ontwaterd, door 3 hoofdweteringen met toevloeiingen de middelste, de groote wetering, is de oudste en de belangrijkste en stamd uit ca.1328 en stond ten dienste van Nijbroek. De eigen uitwate­ring van het oudere Oene moet de grote wetering door middel van een duiker hebben gekruist. De sluis bij Hulsbergen, nabij Hattem in 1370 gemaakt door Monnikhuizen, lag op deze wetering en koste de erfgenamen van Nijbroek, Terwolde, Heerde, en Vorchten, 900 gulden. Deze sluizen hadden in die tijd geen lang leven en gingen gemiddeld ongeveer 30 jaar lang mee, als er zich geen calamiteiten voordeden. In 1400 is er daar een andere scluse gelegt und was van stenen, geroeft met holten balken, und kostede soevenendehalf hondert gulde. (F. 750,-)

Deze sluis lag er niet lang, want een dijkdoorbraak vernielde de sluis. Binnen korte tijd was het noodzakelijk om 3 keer een nieuwe sluis te bou­wen, zodat het noodzakelijk was om aan financiële middelen te komen, welke men verkreeg door Oene toestemming te verlenen om gebruik te maken van inlating op de Grote Wetering, welke vergezeld ging van een groot bedrag ineens. De Stichtse Vete van 1427-1429 bracht opnieuw schade toe aan de sluis en herstel kostte meer dan 2000 gulden. Opnieuw werd een gebied toegela­ten op de Grote Wetering, en wel het gebied van Beekbergen, welke een grote omvang had van wel meer dan 100 hoeven. Rond 1430 werd een Veluwse hoeve geschat op 16 morgens, dat is ca.8572 m2 x 16, Beekbergen 26 hoeven, Gietel 8, Wormen 13, Twello 20 en Wilp eveneens 20 hoeven, terwijl in 1500 Wilp en Twello elk reeds 40 hoeven telden, welke geteld werden bij een lozing door de Fliert en de Ziele nabij Deventer. De nieuwe Wetering, welke later door verbastering de naam van Euvelgunne kreeg, verwerkte het water van de lage landen van Apeldoorn, Wenum en van Vaassen ten oosten van de Grift, met dit gebied werd geen rekening gehou­den met de werken rond 1370, als zou zij geen lozing behoeven, het is in het algemeen merkwaardig, dat er vaak geen rekening werd gehouden in de middeleeuwen met de belangen van anderen, alhoewel dat in deze tijd, menigeen ook niet vreemd in de oren klinkt. Dat ontwatering, en ontgin­ning tot het ontstaan van nederzettingen kan leiden, bewijst de buurtschap Broekland welke met een eigen kapel tot ontwik­keling kwam, al is het steeds klein gebleven. De Leigraaf is de kortste wetering, en loost het water van Marle, Wijnvoorden en Werven totaal 19 hoeven door een afzonderlijke sluis, een situatie welke ver­moedelijk heeft bestaan vanaf de aanleg van de Dwarsdijk omstreeks ca.1370. Dat het belang van een goede waterhuishou­ding een steeds belangrijkere zaak was, hadden velen in die tijd wel begrepen, zeker bij gebiedsuitbreiding, was het aanboren van nieuwe financiele middelen zeker noodzake­lijk.

De edelen waren reeds gebundeld, en ook het patriciaat van Deventer met zijn uitgebreide belangen in de kerspelen Twello, Wilp en Gietel zocht aansluiting rond 1429, terwijl eerder al de bevolking van Deventer het huis “ten Voorde” onder Duister­voorde als zijnde een roofnest had verwoest, om daarmee de be­langen in de hogere gedeelten van de Veluwe veilig te stel­len.

Het klooster Hulsbergen, in 1407 gesticht en van geringe omvang, nam geleidelijk de taak van het klooster Monnikhuizen over, en bereikte rond 1500 een grote bloei, samen met het Zwolse moederhuis het centrum van de Broederschap des Gemenen Levens. Geert Groote, de stichter van de Broederschap des Gemenen Levens, had geruime tijd op Monnikhuizen vertoefd, alvorens de nieuwe orde te stichten. Door oorlogen en twisten, waren het vaak de kloosters, die met hun financiën de herstel­lingen van de sluizen en waterwerken voor hun rekening namen, zo ook Hulsbergen. Maar rond 1580 was het door de reformatie en de daarmede gaande hervormingen gedaan met de grote invloed van Monnikhuizen en ook Huls­ber­gen, terwijl hun invloed al reeds jaren tanende was. Het ambt van Dijkgraaf kwam door toedoen van Hertog Karel van Egmond in handen van de wereld­lijke overheden zoals het geslacht van Leesten, van Knijpen­borch, van Essen en enige leden van Isendoorn van den Cannen­burgch. Door het grote aanzien welke deze functie genoot, probeerden velen hier een aandeel in te bemachtigen, op den duur kregen economische invloeden grotere greep op de bestu­ren, Deventer was hier een bewijs van, behorende tot het Overijsselse gebied, had zij economisch grote belangen in het Gelderse. Wel hield men vast aan vergaderplaatsen zoals Twel­lo, en men heeft nimmer in Deventer vergaderd. Representanten voor de waterschapsbesturen waren vertegenwoordigers van steden zoals Deventer en Hattem, de kerspelen wezen vaak de edelen en of de grootgrondbezitters aan, maar vaak ook werden de dorpsschouten gekozen. Buurmeesters of de “schaters” der kerspelen hadden vaak een grotere invloed verkregen, omdat zij de dijkstoel vertegenwoordigden bij de schouw der waterwegen, terwijl Nijbroek steeds binnen zijn eigen gebied een onbeperk­te bevoegdheid behield in waterstaatszaken. Zo’n schater of buurmeester was Rutger Hermens die de erve de Schaek gepacht had van de H.Geestgasthuizen in Deventer in 1680, zijn zoon Heijmerick Rutgers was rotmeester, commandant van de dijkbewa­king, en zijn achterkleinzoon was later Burgemeester van Nijbroek, waaruit ook hier blijkt, dat bepaalde functies werden vergeven binnen families, en er generaties lang bepaal­de invloeden konden worden uitgeoefend.

 

Anton Heijmerikx, Lathen

Bergen-Belsen, een oord van verschrikkingen.

In de jaren rond 1935 werd er een legeroefenterrein aangelegd op de Luneburgerheide in het kader van de Duitse herbewapening. In de bossen aan de rand van dat oefenterrein, werden barakken gebouwd voor de arbeiders, die meestens gedwongen waren als tegenstanders van het regiem, om hier werkzaamheden te verrichtten onder zware omstandigheden.

Het gebied was dun bevolkt en was enorm uitgestrekt.

Ondanks dat het bij het verdrag van Versailles was vastgelegd, dat het Duitsland verboden was om opnieuw een leger op te bouwen, gingen de Nazi’s gewoon verder met hun expansiedrift onder leiding van Hitler.

Al in 1940 werden delen ingericht voor krijgsgevangenen uit Frankrijk en België.

In 1941 werd er ruimte gemaakt voor ca 20.000 Russische krijgsgevangenen in 5 kampen, maar daarvoor waren geen onderkomens gereed, zodat zij in de openlucht verbleven, men was nog bezig om 5 grote stenen barakken te bouwen.

Deze barakken zouden gezien het grote aantal krijgsgevangenen ook niet toereikend zijn, velen verbleven dan ook in holen en kuilen ondergronds.

In de winter na hun krijgsgevangenschap van 1941/42 stierven dan ook ruim 14.000 van hen, onder erbarmelijke omstandigheden, geen of weinig kleding, weinig of geen eten, en het ontbreken van medische verzorging, en geen onderdak.

In april 1943 werd het Russische krijgsgevangenkamp opgeheven, veel waren er ook niet meer overgebleven, de Franse en Belgische krijgsgevangenen werden overgeplaatst naar Fallingbostel, en in het leeg gekomen deel werd een hospitaal voor Russische krijgsgevangenen ingericht dat tot januari 1945 in gebruik is gebleven. Overleden Russische krijgsgevangenen werden op enige afstand op een eigen begraafplaats begraven.

Het ontruimde Russische kamp werd in april 1943 overgedragen aan de SS, en werd ingericht voor ruim 1.000 Joodse gevangenen, die waren voorbestemd om uitgewisseld te worden voor in het buitenland gevangen genomen Duitse militairen.

Hoewel de eerste 500 gevangenen die hier arriveerden waren niet bestemd voor uitwisseling, die waren afkomstig uit Buchenwald en Natzweiler-Struthof en moesten het kamp opbouwen. In de volgende 1 1/2  jaar werden 5 subkampen gebouwd door die groep van 500.

Het 1e subkamp was bedoeld voor hun eigen huisvesting. In februari 1944 werd dit subkamp gesloten omdar er nog maar heel weinig van de 500 overgebleven waren, die werden overgebracht naar Sachsenhausen.

Het 2e subkamp werd bevolkt met 2 transporten uit Polen in juni 1943, meest afkomstig uit Krakau, Lvov en Warchau, ca 2.400 personen, die in het bezit waren van speciale  documenten zoals paspoorten en inreisdocumenten die afkomstig waren van hoofdzakelijk Zuid Amerikaanse landen die hun wilden opnemen. De bezitters waren van mening dat zij met deze papieren de verschrikkingen konden overleven, maar eind 1943 en begin 1944 werden zij vrijwel allemaal overgebracht naar Auswitsch waar zij vergast zijn.

Het 3e subkamp was bedoeld voor ca. 350 joden die staatsburgers waren van neutrale landen zoals Spanje, Argentinië, Turkije en Portugal. In dit kamp waren de leefomstandigheden beduidend beter, en mochten de gezinnen ook bij elkaar blijven.

Het 4e subkamp was het sterkamp, hier verbleven de joden die verplicht een ster moesten dragen op hun eigen kleding, zij hoefden geen gevangeniskleren te dragen, en bestemd waren om uitgewisseld te worden. De meesten van hun kwamen uit Nederland en een klein deel uit Tunesië, andere Noord-Afrikaanse gebieden, Frankrijk Joegoslavië en Albanië.

In Juli 1944 verbleven er ruim 4.000 joden in dit sterkamp, waarvan er maar een enkeling daadwerkelijk was uitgeleverd. Op het eind van de oorlog, werden de overgebleven joden en dat waren zij vrijwel allemaal in speciale treinen, veewagons dus, kris kras door heel instortende Duitsland gereden, waarbij er zeer velen zijn omgekomen.

Het 5e subkamp werd het Hongarenkamp genoemd, opgezet in juli 1944 en werd hoofdzakelijk bevolkt door ca 1.700 Joden afkomstig uit Hongarije, die toestemming hadden gekregen om met het zogenaamde Kasztner trein uit Hongarije te mogen vertrekken, en die uiteindelijk zij het via Bergen-Belsen toch veilig in Zwitserland zijn aangekomen. Van daaruit vertrokken de 1.783 overgebleven Joden  in december 1944 daadwerkelijk naar Palestina. Rezso Kasztner onderhandelde met de nazi’s, om Hongaarse joden vrij te krijgen van vervolging, en hielp de nazi’s mede daardoor aan goederen. Ook onderhandelde hij over het overdragen van concentratiekampen aan de geallieerden op het eind van de oorlog. Na de oorlog verhuisde hij naar Palestina, waar hij in 1954 werd beschuldigd door Malkiel Grunwald van samenwerking met de nazi’s. Hij deed de journalist een proces aan, maar de rechter vatte het samen als dat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht. Kasztner tekende hoger beroep aan, en werd door het Israëlische Hooggerechtshof  vrij gesproken van alle tegen hem ingebrachte misdaden,maar voordat de uitspraak bekend werd, werd hij door een uiterst rechtse nationalisten vermoord.

Kamp 7 kreeg in maart 1944 als bestemming, de opvang van zieke en uitgeputte krijgsgevangenen uit andere overvolle concentratiekampen zoals bijv. Dora-Mittelbau, een concentratiekamp in de Harz ondergronds gelegen waar onder zware omstandigheden gebouwd werd aan de V1 en V2 raketten. Het werd cynisch herstellingsoord genoemd, maar het overgrote deel stierf hier door uitputting, honger, ziekte en mishandeling, vaak kort na aankomst. Vrijwel het hele jaar 1944 werden deze gevangenen aangevoerd, en wrang genoeg was dit kamp nooit vol.

Tussen augustus en november 1944 werd er een groot tentenkamp aangelegd, aanvankelijk voor 4.000 joodse vrouwen uit Hongarije en Polen. In het begin van de herfst kwamen daar nog eens ca. 8.000 vrouwen aan uit concentratiekamp Auschwitz-Birkenau en Plaszow, waaronder Anne en Margot Frank.

Zij werden allen samen ondergebracht in 18 grote tenten, waar de meest elementaire levensbehoeften ontbraken, kuilen dienden als open toiletten, schoon water was niet voorhanden, en eten was er niet of nauwelijks. In november 1944 storten de tenten in tijdens zware najaarsstormen, van de restanten bouwde men noodvoorzieningen, anderen groeven kuilen om in te wonen, en sommigen werden elders in het kamp ondergebracht, maar het overgrote deel moest verblijven onder de blote hemel.

Door het ontbreken van de meest elementaire voorzieningen, en de onvoorstelbare hygiënische omstandigheden, werden de bewoners van Bergen-Belsen ook nog eens geplaagd door het uitbreken van ernstige epidemieën zoals tyfus. Ontelbare bezweken hieraan vlak voor het eind van de oorlog, waaronder Margot en Anne Frank.

Maar bij dit alles werd het nog beroerder, nadat met de dodenmarsen, het gedwongen vertrekken vanuit andere kampen die in de vuurlinies kwamen te liggen, en waarvan de nazi’s hun bevrijding wilden voorkomen, er begin 1945 tienduizenden gevangenen in Bergen-Belsen aankwamen. Alleen al in maart 1945 stierven er door ontberingen 18.000 gevangenen. Op 15 april werd het kamp door de Engelsen bevrijd, en de militairen, die toch wel iets gewend waren, waren ontzet met wat zij aantroffen. Een kamp vol met ca. 60.000 gevangenen, waarvan er ontelbare stervende waren, en duizenden onbegraven lijken, die overal verspreid lagen. Heden ten dage zijn er 14 massagraven, variërend tussen 500 tot 4.500 personen, en dat is een schatting die ter plekke gemaakt is na de bevrijding, omdat men zo snel als mogelijk de overledenen wilden begraven. Besmettelijke ziekten en ontbinding gedoogden geen uitstel.

De overlevenden werden ondergebracht in de dan leegstaande kazernegebouwen in de omgeving, en werden zoveel mogelijk verpleegd en verzorgd, maar desondanks stierven na hun bevrijding nog 14.000 mensen, die een plek kregen op de begraafplaats van de kazerne.

Voor de vele overlevende Joden, was het niet mogelijk om naar huis terug te keren, hun thuisland was bezet door de Sovjet troepen, of zij waren niet meer welkom.

Deze joden werden als DP ers (Displaced Persons – verplaatste personen) ondergebracht in datzelfde kazerneterrein, en het duurde nog tot 1950 alvorens de laatste een onderdak hadden verkregen, waar dan ook.

Van het oorspronkelijke kamp Bergen-Belsen is weinig overgebleven. De Britse militairen hebben bij de bevrijding en ontruiming van Bergen-Belsen alles in de brand gestoken, omdat de plek vergeven was van ongedierte en ziektes als tyfus welig tierden. Om verspreiding te voorkomen was dit zo ongeveer de enige optie, maar ook om zichzelf en de overledenen verder kunnen beschermen.

Behalve de massagraven, fundamenten, gegraven waterbekkens en het van bomen ontdane uitgestrekte terrein, een treinwagon op de plek van aankomst 7 kilometer verderop, en het originele stationsgebouwtje dat overigens op militair terrein staat en dus niet toegankelijk.

Maar men heeft toch deze afschuwelijke plek als gedenkplaats ingericht, om te gedenken en om niet te vergeten, en waar per jaar ca. 250.000 bezoekers komen om de verschrikkingen met eigen ogen via de tentoonstelling te aanschouwen. Foto’s van direct na de bevrijding door de Britse militaire fotograaf gemaakt. In het nieuwe tentoonstellingsgebouw, een enorm groot betonnen kolos, voorzien van een ingang en aan het eind een groot raam dat uitziet over de plek waar duizenden begraven liggen in massagraven, komt de bezoeker onder indruk van het tentoongestelde. Een gebouw zonder franje zonder hoogstandjes, zonder een uitgebreid menu in een eenvoudige cafetariahoek. Het zou ook ongepast zijn op deze plek des doods voor ontelbare onschuldige slachtoffers.

Enkele foto’s hebben op mij diepe indruk gemaakt, een shovel die lijken in een kuil schuift onmenselijk en onwaardig, maar gezien het grote aantal overledenen en besmettelijke ziekten kon het niet anders. Britse militairen die met lijken op hun rug, die proberen hen een zo waardig mogelijk een plek te geven in een massagraf. Een massagraf met in het midden de kamparts Frits Klein die gedwongen is mee te helpen zijn slachtoffers te begraven. Hij is na de oorlog ter dood veroordeeld tot de strop, welk vonnis in Hameln door een Britse beul is voltrokken op 13 december 1945.

En een foto waarop Josef Kramer de kampcommandant, die voordien kampcommandant in Auschwitz was, en die naar Bergen-Belsen was overgeplaatst om orde in de chaos te scheppen, gevangen genomen door het kamp loopt met Britse militairen naast en achter hem, geboeid aan zijn enkels. Ook hij is na de oorlog veroordeeld tot de strop en ook dat is uitgevoerd door een Britse beul in Hameln op 13 december 1945.

In totaal werden er 11 personen waarvan 3 vrouwen tot de doodstraf veroordeeld door ophanging, allen werden op 13 december 1945 terechtgesteld door de Britse beul Albert Pierrepoint, die in 1933 zijn vader opvolgt als beul en 608 executies op zijn naam heeft staan, en in 1955 plotseling ontslag nam.

En ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de stad Hameln tot executieplaats is gekozen, Hameln die wij allen kennen van de rattenvanger van Hameln, en waarbij ik de Britten zie als rattenvanger.

Maar ook een lange lijst met oorlogsmisdadigers, die in Bergen-Belsen werkzaam zijn geweest, en die helaas hun straf zijn ontlopen, ondanks dat zij bij naam en toenaam bekend zijn, mede verantwoordelijk voor de dood van meer dan 70.000 slachtoffers enkel al Bergen-Belsen.

Anton Heijmerikx, Lathen

Auschwitz, Auschwitz-Birkenau, Auschwitz-Buna-Monowitz

Auschwitz, een naam die ieder weldenkend mens zich herinnert, en gelijk geassocieerd wordt met de vernietiging van Joden tijdens de 2e wereldoorlog.

Auschwitz, wat bestond uit meerdere vernietigingskampen, Auschwitch, Auschwitz-Birkenau en Auschwitsz-Buna-Monowitz, de laatste met 45 buitenkampen.

Auschwitz is de Duitse naam, in het pools heet het Oswiecim, en is ca 60 km ten westen van de Poolse stad Krakau gelegen.

In april 1940 gaf Heinrich Himmler bevel om een nieuw concentratiekamp te bouwen in Oswiecim, in het door Duitsland geannexeerde gebied van Polen.

Het was gelegen aan goede spoorverbindingen in een dun bevolkt gebied. Het was eerstens bedoeld voor Poolse politieke gevangenen, later werd het een vernietigingskamp.

Al in juni 1940 kwamen daar al Poolse politieke gevangenen aan, en in maart 1941 zaten er ca. 11.000 gevangenen, hoofdzakelijk Polen. Het was toen al een berucht concentratiekamp vanwege de wrede praktijken die daar werden toegepast. Polen werden door de nazi’s gezien als untermenschen, en daar gingen zij niet zuinig mee om, sterker nog toen stierven er al velen door uitputting door extreme zware arbeid en zware ondervoeding.

Auschwitz I was een concentratiekamp, welke bestond uit stenen barakken waarvan de meeste barakken 2 verdiepingen hadden. Dat er stenen barakken stonden,kwam omdat het een voormalig Oostenrijkse artilleriekazerne was, die na de bezetting van Oostenrijk leeg stond.

In die barakken huisden de gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden, werden velen onderworpen aan medische proeven, moest men steeds urenlang staan op appels, werd er vele malen opnieuw geteld, en dat onder de meest erbarmelijke en onmenselijke omstandigheden.

Men mocht al die tijd niet bewegen, bewoog men wel, dan werd men doodgeschoten.

In de winterse vrieskou stond men ook vele uren in enkel een oude versleten en vieze onderbroek, en ook dat moest gebeuren zonder bewegen.

Nadien stierven velen aan de doorstane winterse ontberingen. Het bood plaats aan ca. 10.000 mensen, in 1e instantie hoofdzakelijk Polen. Auschwitz was ook de plek waar Poolse gijzelaars, leden van de Poolse ondergrondse en de Poolse intelligente bovenlaag en elite van Polen geëxecuteerd werden.

De overledenen werden in Auschwitsz I gecremeerd, en verstrooid om zo de bewijzen te vernietigen. Dat crematorium stond op enkele honderden meters van het huis van de kampcommandant Rudolf Hosch, hij had het “vak” geleerd in Dachau tussen 1934-1938 van Theodor Eicke die daar kampcommandant was.

In mei 1940 kwam Rudolf Hosch naar Auschwitz, en was daar commandant tot eind 1943, maar bleef verbonden aan Auschwitz om leiding te geven aan de vernietiging van Hongaarse joden. Het gezin woonde op het kampterrein, en zijn vrouw verklaarde na de oorlog van niets te weten, zij had zich nimmer bemoeid wat zich in het kamp afspeelde.

Rudolf Hosch was verantwoordelijk voor de vernietiging van meer dan 1 miljoen joden.

Na de oorlog wist hij onder valse naam te ontkomen, maar werd toch opgepakt in maart 1946. Het hooggerechtshof in Warschau veroordeelde hem  tot de doodstraf door ophanging, dat werd voltrokken op 16 april 1947 in Auschwitz vlak bij zijn woning op het kampterrein, waar de galg nog steeds staat.

Een der bekendste gevangenen in Auschwitz I, is Maximiliaan Kolbe, een Franciscaner pater die zich vrijwillig meldde om de plaats in te nemen van de Poolse onderofficier Franciszek Gajowniczek, die aangewezen was als een van de 10 aangewezenen omdat er 1 persoon was gevlucht, om te sterven, hij was getrouwd en had 2 kinderen. Deze 10 gevangenen werden in een donkere volledig geïsoleerde en van de buitenwereld afgesloten bunker opgesloten tot de dood er op volgde door uitdroging en verhongering. Na 14 dagen bleken na opening van de bunker er nog vier in leven, waaronder Maximiliaan Kolbe, zij werden door middel van een Phenolinjektie alsnog gedood op 14 augustus 1941. Franciszek Gajowniczek heeft Auschwitz overleefd, en kon getuigen van de gebeurtenissen, hij overleed in 1995, 93 jaar oud. Maximiliaan Kolbe werd in 1982 heilig verklaard door paus Johannes Paulus II, die zijn hongerbunker en cel heeft bezocht bij zijn bezoek aan Polen en Auschwitz in 1979.

Overigens zijn er vanuit Auschwitz in totaal 667 gevangenen gevlucht, waarvan er 270 opnieuw zijn opgepakt, het moge duidelijk zijn dat er niemand na de oorlog dit kon navertellen. Omdat het gebruikelijk was, om voor elke vluchteling 10 personen aan te wijzen die daarvoor ter dood werden gebracht door uitdroging en verhongering, zijn door deze vluchtelingen 6.670 gevangenen omgekomen, die op een later tijdstip vermoedelijk het kamp ook zeker niet zouden hebben overleeft.

In maart 1941 beval Himmler om een tweede kamp te bouwen, met veel grotere capaciteit dan Auschwitz I. dat werd het enkele kilometers verderop gelegen Auschwitz-Birkenau.

Ook Auschwitz II genaamd. Dit kamp is enkel opgezet om mensen te vernietigen, meest joden, maar ook zigeuners, homo-sexuelen, vrijmetselaars, jehova getuigen, maar ook gevangenen uit Duitsland, Polen en Russische krijgsgevangenen die daarheen gevoerd werden.

Auschwitz-Birkenau kende de meest mensonterende omstandigheden die men zich maar bedenken kan. Het was dan ook een vernietigingskamp, diegene die niet direct aan de beurt was moest hooguit enkele dagen wachten. Per dag kon men daar 6000 mensen vergassen en cremeren per crematorium, en er stonden er daar 4, dus 24.000 mensen per dag.

Het was de meest lugubere efficiënte geoliede machine die men zich maar kon bedenken.

De treinen die daar aankwamen, bevatten meestal om en nabij 5.000 mensen, men werd de wagons uitgeslagen, en op het perron vond een visuele schifting plaats. Aan de ene kant had men een paar weken, misschien enkele maanden uitstel, maar moest men werken onder erbarmelijke omstandigheden totdat de dood erop volgde door uitputting of vergassing.

Aan de andere kant werd met direct naar de gaskamers gebracht.

Gaskamers die eruit zagen als wasruimten met douchekoppen aan het plafond.

Men moest zich eerst uitkleden, waardevolle spullen afgeven die werden genoteerd van wie afkomstig, men kreeg te horen dat alles teruggeven werd. Vervolgens moesten vrouwen hun lange haren laten afknippen voor zogenaamde hygiënische voorwaarden, en stonden allen in de wasruimte, waar dan geen water maar Zyklon B stroomde, een gas waarmee iedereen werd gedood oud groot maar ook baby’s in moeders armen. Zyklon B dat was vervaardigd in Auschwitz III door joodse dwangarbeiders die voor de Duitse firma I.G.Farben moesten werken. Als dan iedereen overleden was, moesten joden de lichamen opruimen en afvoeren naar een van de 4 crematoria’s in de directe omgeving, werden de ruimten weer schoongemaakt om voor de volgende groep slachtoffers dienst te doen, en dat, dag in dag uit, ruim 1.200.000 mensen verder.

Onder de officieren die de schifting maakten, stond ook regelmatig de beruchte kamparts Josef Mengele, die voor zijn medische experimenten mensen uitzocht die hij geschikt achtte. Vaak tweelingen, en of dwergen, waarbij proeven werden gedaan welke onzinnig en nutteloos waren. Maar steevast werden zij na de meest onzinnige en zeer pijnlijke experimenten gedood, als zij al niet overleden waren door de experimenten.

Josef Mengele die overigens na Auschwitz via Mauthausen en Genua spoorloos verdween naar later bleek Zuid Amerika. Het verhaal gaat dat hij bij het zwemmen verdronken is op 7 februari 1979 in Bertogia Brazilië, hij is bij verstek ter dood veroordeeld in Israël in 1985.

Auschwitz III bestond uit verschillende werkkampen, waar de omstandigheden niets beter waren dan in I en II, enkel dat men wat langer leefde, maar onder omstandigheden die ook mensonterend waren. Dit kamp stond onder leiding van Heinrich Swarz. Hier moest men werken voor verschillende Duitse firma’s, o.a. I.G. Farben de maker van Zyklon B waarmee de mensen in Auschwitz-Birkenau werden omgebracht. Maar ook voor firma’s als Buna, een fabriek voor synthetische rubbers en of olie.

Auschwitz III bestond uit 45 subkampen waar de dwangarbeiders meest joden werden ondergebracht, en uiteindelijk, als hun krachten het begaven en zij geen productieve arbeid meer konden verrichten ook werden omgebracht en vervangen door nieuw aangekomen gevangenen, men had immers keuze te over.

Zoals genoemd, stond het kamp onder leiding van de beruchte Rudolf Hoss, die werd geholpen door het als wreed bekend staande regiment van de Doodshoofdtroepen van de SS. Op hun beurt werden die weer bijgestaan door enkele bevoorrechte gevangenen, die betere leefomstandigheden hadden, en beter voedsel, tenminste als zij de wrede bevelen opvolgden en uitvoerden.

Onder hen bevonden zich vele joden, en dat werd hun niet in dank afgenomen, en ondanks hun iets betere levensomstandigheden, werden ook zij op gegeven moment omgebracht. Diegenen die tewerk gesteld werden in de gaskamers en crematoria, werden na enige tijd ook omgebracht om zoveel mogelijk getuigen van de gruwelijkheden uit de weg te ruimen.

Zij werden ook Sondercommando’s genoemd, hoewel Sondercommando’s oorspronkelijk geselecteerd werden uit de leden van de SS, oorspronkelijk bestonden er ca. 10 van deze
SS commandogroepen. Later werden er ook joodse Sondercommando’s onder de codenaam 1005 ingezet, om zichtbare bewijzen van vernietiging van joden te laten verdwijnen, en ook die werden uiteindelijk omgebracht om bewijzen van de wandaden te vernietigen. Zij werden niet alleen ingezet in Auschwitz, maar ook in andere concentratiekampen of gebieden in Europa waar massa vernietiging had plaatsgevonden.

Auschwitz I en II waren omringd door 4 meter hoge prikkeldraad versperringen tussen betonpalen die onder hoge stroomspanning stonden, en werden bewaakt door SSers met mitrailleurs. Op afstand stonden wachttorens, die ook permanent bezet waren door gewapende bewakers, en een ding was duidelijk, er werd nimmer getwijfeld of zij nu wel of niet moesten schieten.

Vanaf maart 1942 kwamen er dagelijks treinen aan in Auschwitz-Birkenau, die steeds weer het aantal van 5.000 personen vervoerden, soms kwamen er meerdere treinen aan op 1 dag.

Zij waren afkomstig uit de verschillende Oost Europese ghetto’s, en uit o.a. Slowakije, Nederland-Westerbork, België, Joegoslavië, maar ook vanuit andere overvolle kampen zoals Theresienstadt. Ook werden zigeuners en homo’s hier afgeleverd, met maar een enkel 1 doel, vernietiging van levens. Vanaf 1944 werden ook Hongaarse joden naar Auschwitz vervoerd.

In augustus 1944 zaten er in Auschwitz 105.168 gevangenen, en nog eens ca. 50.000 in de zogenaamde buitenkampen.

Gigantische aantallen mensen, onder erbarmelijke omstandigheden, en allen gedoemd om te sterven zonder dat daarvoor ook maar een enkele reden bestond.

De capaciteit was dus 24.000 personen per dag, en soms was dat nog te weinig en werden er lijken in de open lucht verbrand, wat natuurlijk een enorme stank en rookontwikkeling tot gevolg had, niet alleen voor de levenden in het kamp, maar ook voor de bevolking in de omgeving.

Auschwitz-Birkenau, toen wij er waren, schrok ik enorm van de omvang van het kamp, 300 barakken met plaats aan elk 400 gevangenen, dus 120.000 mensen.

De meeste houten barakken zijn vergaan en verdwenen, enkel de stenen schoorstenen staan nog luguber overeind. Enkele barakken staat er om met eigen ogen te aanschouwen hoe het eruit heeft gezien en tot waarschuwing voor komende generaties. Maar het is nauwelijks, zo niet mogelijk om de verschrikkingen en de angsten ook maar enigszins te beleven. Wat hier is gebeurt, grenst aan het ongelooflijke, maar heeft toch plaatsgevonden.

Ook de puinhopen van de crematoriums staan nog achter in het kamp, men had geprobeerd die in zijn geheel als bewijs te vernietigen, het geen maar deels gelukt is.

En toch zijn er, die al die verschrikkingen hebben overleeft, er zijn enkele gevallen van ontsnapping bekend, en die hebben de vrije wereld door middel van verslagen en ooggetuigenverslagen op de hoogte gebracht van het onvoorstelbare leed wat zich in Auschwitz afspeelde,maar er is niets of in elk geval te weinig mee gedaan.

Men vond militaire doelen belangrijker dan dit of andere kampen, terwijl Auschwitz binnen het vliegbereik lag van geallieerde militaire vliegtuigen.

Men kon ook niet ontkennen dat men van het bestaan niets afwist, want in de zomer van 1944 hebben de Amerikanen luchtfoto’s gemaakt van o.a. Auschwitz.

Bij het begin van de Hongaarse deportaties, kwam het verzoek binnen bij het Amerikaanse ministerie van defensie, van een joodse reddingsorganisatie uit Slowakije, om op zijn minst de spoorwegen en de gaskamers te bombarderen van Auschwitz, in juni 1943 werd dit verzoek afgewezen, omdat luchtsteun elders in Europa harder nodig was volgens de ambtenaren van dat ministerie. Achteraf bleek, dat men nooit serieus naar dit verzoek heeft gekeken.

Ondanks dat president Roosevelt in januari 1944 een plan had ontwikkeld, en opdracht had gegeven om reddingsoperaties van de grond te krijgen, maar ambtenaren van het ministerie van oorlog frustreerden deze plannen en opdrachten, tegen de wil van de president in.

Ook Churchil steunde het verzoek van Joodse organisaties om in elk geval de spoorlijn te bombarderen die naar Auschwitz liepen, maar het verzoek werd uiteindelijk toch afgewezen, onder het mom van onbereikbaar vanuit Britse basis welke in Italië gelegen waren.

Maar dit was niet juist, Auschwitz lag wel degelijk binnen hun bereik.

Schrijnend is, dat van juli tot november 1944, meer dan  2.800 Amerikaanse bommenwerpers vrijwel over Auschwitz vlogen om o.a. doelen te bombarderen die op slechts enkele kilometers van het kamp verwijderd lagen, de bewoners moeten de inslagen hebben gehoord.

In een omtrek van 70 km rond Auschwitz bombardeerden de Amerikanen minstens 7 doelen waaronder een installatie voor synthetische olie in Auschwitz zelf.

Men mag concluderen dat de wens van de nazi’s om joden te vermoorden, vele malen sterker was, dan de wens van de geallieerden om joden te redden.

In oktober 1944 slaagden leden van een Sondercommando erin, om een aantal SSers te doden, en 1 crematorium te vernietigen, maar zij werden allen opgepakt en vermoord. Zij wisten dat de kampleiding opdracht had gegeven om hen om te brengen, omdat zij nimmer als getuigen zouden kunnen optreden, deze daad was een wanhoopsdaad, die eigenlijk geen kans van slagen had.

Gelukkig lieten zij dagboeken na die gevonden werden en na de oorlog als authentieke documentatie een belangrijke rol speelden in processen.

In januari 1945 naderden Russische troepen Auschwitz, er waren op dat moment ca 58.000 personen in het kamp aanwezig, die vrijwel allemaal op de zogenaamde dodenmars werden gestuurd om aan de Russische troepen te ontkomen, verreweg de meesten van hen stierven onderweg, simpel door een geweerschot omdat zij niet mee konden komen door zwakte en uitputting.

Toen op 27 januari de Russen voor de poorten van Auschwitz stonden, waren er nog maar 7.650 gevangenen in het kamp, waarvan de meesten meer dood dan levend waren.

Zij waren nog niet eens in staat om een poging te wagen om met de dodenmars mee te gaan.

Vele lichamen lagen her en der in het kamp, zij waren door de Duitsers vermoord, omdat zij te zwak waren om meegenomen te worden op de dodenmars.

Op 2 juli 1947 besluit het Poolse parlement, om Auschwitz tot een gedenkmonument en tot een museum in te richten als eerbetoon aan alle slachtoffers.

Nog in datzelfde jaar is dat besluit gerealiseerd.

Sinds 1979 behoort dat voormalig gevangenkamp tot Unesco werelderfgoed.

De Auschwitz kampcommandanten.

Rudolf Hosch, commandant van april 1940 tot november 1943, daarna belast met het toezicht op de vernietiging van Hongaarse joden, hij werd zoals genoemd op 16 april 1947 op het voormalige kamp opgehangen.

Arthus Liebehenschell, commandant van november 1943 tot mei 1944, hij is in Krakau opgehangen op 24 januari 1948.

Richard Baer, commandant van mei 1944 tot januari 1945, hij werd pas opgepakt in 1960, en overleed in gevangenschap t.g.v. een hersenbloeding op 17 juni 1963.

Friedrich Hartjenstein, was van november 1943 tot mei 1944 verantwoordelijk voor Auschwitz-Birkenau, hij werd ter dood veroordeelt, maar overleed op 20 oktober 1954 in Parijs voordat zijn vonnis kon worden voltrokken.

Jozef Kramer, was van mei 1944 tot december 1944 commandant van Auschwitz-Birkenau, hij werd op 14 december 1945 te Hameln opgehangen.

Heinrich Swarz, hij was van november 1943 tot januari 1945 commandant van Auschwitz-Buna-Monowitz, hij werd op 20 mei 1947 te Sandweiler opgehangen.

Colofoon: Encyclopedie van de Holocaust

Drittes Reich- Atlas verlag

Anton Heijmerikx

Het Ghetto van Theresienstad.

Onderdeel van de kleine vesting van het Ghetto van Theresienstad, met links het ziekenblok, waar op het eind van de oorlog honderden mensen stierven aan de vlektyphus, terwijl de kampleiding niets ondernam om die epidemie te stoppen en het rustig liet voortwoekeren. Als je in deze ruimten staat, lijkt het onwaarschijnlijk dat zoveel mensen hier hun einde hebben gevonden, een beetje huiskamer is groter dan deze ruimtes.

Rechts de dodenkamer, waar de lijken werden opgestapeld, en bij voldoende aantallen werden ze naar het crematorium Boshusivice vervoerd om verbrand te worden.

In het midden een onderaardse gang, die deel uitmaakte van het aloude oorspronkelijke verdedigingswerk, tijdens de oorlog werd daar door de bewakers geen gebruik van gemaakt, bang als men was in die gang omgebracht te worden door eventuele gevangenen.

Toen wij in 1995 door die gang liepen, werden wij ingehaald door een groepje Nederlanders die zo nodig hier een polonaise moesten houden, wij zijn omgedraaid en schaamden ons diep, totaal overdonderd door zulks smakeloos gedrag. Verbouwereerd als wij waren, hebben wij verder onze mond gehouden, bang dat waren dat men zou denken dat wij bij hun zouden horen. Wij wilden met dat groepje totaal niets te maken hebben.

Aan het eind van de 18e eeuw werd dit fort gebouwd als verdedigingswerk nabij de plek waarde rivieren de Elbe en de Eger samenkomen. De vesting werd genoemd naar de Oostenrijkse keizerin Maria Theresia, het gebied was in die tijd onderdeel van het grote Oostenrijk-Hongaarse keizerrijk, welke ook de opdrachtgever was. De vesting bestond uit twee delen, de kleine vesting en de grote vesting, bij die laatste werd de stad bedoeld.

De bouw begon in 1780 en duurde tot 1790 en bood plaats aan 5.600 militairen, op een oppervlakte van 3.9 km2.

Het doel waarvoor het gebouwd was, om dienst te doen in tijden van oorlog, heeft nooit plaatsgevonden. Aan het eind van de 19e eeuw deed het dienst als gevangenis, en tijdens WOI deed het dienst als krijgsgevangenkamp. Gavrilo Princip (Bosniër die door de moord op aartshertog Franz Ferdinand van Oostenrijk in een klap beroemd werd. De moord betekende het startschot van de Eerste Wereldoorlog), de moordenaar van Frans Ferdinand was hier ook opgesloten tot 1916, hij overleed overigens aan tuberculose in 1918 in een nabijgelegen ziekenhuis.

De kleine vesting was in WOII een gevangenis van de Gestapo, en de grote vesting Theresienstadt was een groot Nazi concentratiekamp.

Op 10 juni 1940 nam de Gestapo het bevel in Theresienstadt over, en werden Tsjechische en Moravische verzetsstrijders in de kleine vesting gevangen gezet.

In 1942 werd er in de kleine vesting een bassin aangelegd, officieel een waterreservoir voor de bestrijding van eventuele branden, maar het werd gebruikt door de bewakers en hun gezinnen als zwembad. Ook werd een bioscoop gebouwd voor de bewakers en hun gezinnen in 1942 door de gevangenen.

Vanaf november 1941 werd Theresienstadt de grote vesting aangewezen als getto voor gedeporteerde joden, en was Theresienstadt een groot concentratiekamp geworden.

Het was hoofdzakelijk bedoeld als opvang- en doorvoerkamp, een tussenstation voor vernietigingskampen als Auschwitz-Birkenau en Treblinka.

Officieel opende het zijn poorten op 24 november met de installatie van de SS er Reinhard Heydrich als kamphoofd. Zijn officiele naam was Reinhard Tristan Eugen Heydrich, geboren te Halle 7-3-1904 uit gegoede muzikale ouders, moeder was pianolerares en vader was operazanger en componist, en overleden te Praag op 4-6-1942, tengevolge van een aanslag op 27-5-1942 door 2 getrainde Tsjechiese getrainde soldaten Jan Kubiš en Jozef Gabčík uitgezonden door de SOE (Special Operations Executive) uit Engeland.

De wraak van de nazi’s na de moord op Heydrich was verschrikkelijk. Er werden bloedige represailles en een massamoord tegen de Tsjechische bevolking ondernomen. Zo werd op de avond na de begrafenis van Heydrich het Tsjechische dorpje Lidice uitgemoord, in de veronderstelling dat Gabčík en KubiÅ¡ hier vandaan kwamen. Alle mannen – vanaf 16 jaar en ouder – werden in dit dorp samengedreven bij een schuur en ter plekke doodgeschoten. Alle goederen, voorraden, dieren, geld en sieraden werden in beslag genomen en het dorp, de oude kerk en het dorpskerkhof werden daarop platgebrand, verwoest of opgeblazen.

De grond waarop het dorp had gestaan werd omgeploegd en genivelleerd met bulldozers. De vrouwen en kinderen werden gedeporteerd naar de concentratiekampen Ravensbrück en Chełmno. 82 kinderen werden in het concentratiekamp Chełmno met behulp van zogenaamde gasauto’s vergast. Hoewel Hitler de onmiddellijke executie van 10.000 Tsjechen beval, werd het plan aangepast om het Tsjechische verzet volledig uit te roeien.

Tussen 28 mei en 9 juni 1942 alleen al werden bijna 1800 doodvonnissen uitgesproken door de Duitse krijgsraad. Het vonnis werd ogenblikkelijk uitgevoerd.

Gabčík en KubiÅ¡ verborgen zich na de aanslag in de crypte van de kerk van Cyrillus en Methodius in de Ulice Resslova in Praag. Nadat de nazi’s deze schuilplaats ontdekt hadden, omsingelde de SS op 18 juni 1942 de kerk. Gabčík en KubiÅ¡ verdedigden zich urenlang, maar uiteindelijk zagen zij zich genoodzaakt zelfmoord te plegen om arrestatie te voorkomen. Ter ere van de beide partizanen zijn na de Tweede Wereldoorlog in Praag vlakbij de plaats van de aanslag twee straten (Ulice Gabčikova en Ulice KubiÅ¡ova) naar hen vernoemd. In de kerk is een tentoonstelling aan de aanslag gewijd.

Heydrich werd opgevold door Heindrich Jöckel, berucht om zijn wreedheid en in 1946 ter dood veroordeeld, en terechtgesteld evenals de leider van het kledingmagazijn Wachholz die in 1968 in de DDR ter dood werd veroordeeld.

In de zomer van 1942 werd de niet-Joodse bevolking van Theresienstadt simpelweg weggestuurd.

Onder de nieuwe joodse bevolking bevonden zich vele kunstenaars, musici en juristen. Daardoor ontstond er een druk cultureel leven in het getto, en kon men enigzins ontsnappen aan de ellende van alle dag.

Het kamp herbergde, naast volwassenen, ook zo’n 11.000 kinderen.

De Joodse gettobevolking had een zekere mate van zelfbestuur, zolang men maar deed wat de Nazi’s verlangden: de raad van ouderen.

Deze raad had onder andere de onmenselijke taak om lijsten op te stellen van wie gedeporteerd zou moeten worden en wie niet, met andere woorden wie voor vernietiging in aanmerking kwam.

Weigerde men met de Duitsers mee te werken, dan zouden simpelweg alle bewoners gedeporteerd en vermoord worden.

Ondertussen werden de leefomstandigheden in Theresienstadt steeds slechter.

Waar eerst zo’n 7.000 Tsjechoslowaken hadden gewoond, waren nu 50.000 mensen gehuisvest en opeengepakt.

Er was weinig of geen voedsel en alleen al in 1942 stierven er zo’n 16.000 bewoners, brandstof was ook onvoldoende of niet te verkrijgen.

Inwoners die zich verzetten tegen de Duitsers of anderszins iets deden dat volgens de Duitsers niet door de beugel kon, kwamen in de “kleine vesting” (de gevangenis) terecht, waar de leefomstandigheden nóg slechter waren, en overleven vrijwel onmogelijk was.

In 1943 werden 500 Deense joden naar Theresienstadt gedeporteerd, de Deense regering stemde toe, mits het Rode Kruis toegang tot de gevangenen kreeg. Eind 1943 kreeg het Rode Kruis toegang, om begin 1944 Theresienstadt te bezoeken. De Nazi’s troffen daartoe voorbereidingen, en zij richtten nepcafés en winkels op in het kamp, om het geheel een aanblik te geven van een normale woonplaats. Om de overbevolking van Theresienstadt verborgen te houden voor het Rode Kruis, hadden zij simpelweg vele joden ter vernietiging naar Auschwitz gestuurd. De overgebleven bewoners zaten dan ook met niet meer dan 3 personen op een kamer, en zwegen. Zij wisten wat hun te wachten stond als zij zouden spreken. Het Rode Kruis had zich compleet laten bedonderen, zo erg zelfs dat er een propagandafilm over gemaakt is waarvan het de bedoeling was om die via het Rode Kruis te laten vertonen over hoe goed toeven het was in Theresienstadt. De regisseur en de acteurs zijn allen na voltooing van de film in Auschwitz vergast, en de film is pas teruggevonden nadat Theresienstadt door de geallieerden werd bevrijd. Met de film wilden de Nazi’s de geruchten over concentratiekampen voor Joden de kop in drukken.

De film is overigens te zien in het huidige museum van het kamp.

In maart 1945 probeerden drie gevangenen te ontsnappen, maar werden na hun mislukte poging opgepakt. Een hunner werd met twee willekeurig gekozen mannen en een vrouw ter afschrikking aan het einde van het zogenaamde hof IV doodgeschoten, de andere twee werden voor hun cel gestenigd. Hof IV werd overigens pas in 1943 gebouwd, en kwam in de herfst van 1944 gereed, vlak voor het einde van de oorlog vegeteerden en stierven in dit hof meer dan 3.000 gevangenen.

Op 3 mei 1945 werd het kamp overgedragen aan het Rode Kruis, en op 8 mei 1945 werd het door het Russische Rode Leger bevrijd.

Van november 1941 tot april 1945 werden bij benadering ca. 144.000 joden naar Theresienstadt gedeporteerd. Ca 33.000 stierven in het getto van Theresienstadt aan ontbering, ondervoeding, ziekte, marteling of excecutie.

ca. 88.000 mensen werden vanuit Theresienstadt gedeporteerd naar de vernietigingskampen, Auschwitz en Treblinka waren de meest aangewezen plaatsen.

Bij de bevrijding door het Rode Leger, waren nog ca. 19.000 gevangenen in leven, waarvan er nadien nog velen zijn overleden aan de gevolgen van hun gevangenschap.

Van alle gedeporteerden vanuit Theresienstadt, overleefden er slechts ca. 3.000, en van de 10.500 kinderen overleefden slechts 142 de oorlog.

Ook zijn er velen vlak voor de bevrijding, zelfs nog op 2 mei een dag voor de bevrijding, alsnog geëxecuteerd, en in massagraven gedumpt.

Na de oorlog zijn 601 stoffelijke resten geëxhumeerd en op waardige wijze herbegraven op de Nationale Begraafplaats naast de vesting.

Op deze begraafplaats liggen de stoffelijke resten can ca. 10.000 slachtoffers van de Kleine Vesting, het ghetto van Theresienstadt en van het concentratiekamp Litomĕřice, waarvan 2.368 in eigen graven, en de rest in een massagraf, waarvan de meesten joodse slachtoffers.

Bij benadering, kwamen de meeste joden uit:Tsjechoslowakije – 75.500, Duitsland – 42.000, Oostenrijk – 15.000, Nederland – 5.000, Hongarije – 1.150, Polen – 1.000 en Denemarken– 500

Anton Heijmerikx, Lathen